STAAREXPERIMENTEN
Kan men werkelijk aanvoelen
wanneer men aangestaard wordt?
Veel
mensen hebben wel eens het gevoel dat ze door iemand anders aangestaard
worden, waardoor ze zich omdraaien om te controleren of dat gevoel wel
klopt. Sommigen beweren dan weer dat ze anderen ongemakkelijk kunnen
maken door langdurig naar hen te staren. Uit enquetes blijkt dat tussen
de 70 en 90 % van de bevolking in Europa en Noord-Amerika met dit fenomeen
bekend is. Onderzoek op dit gebied kan gedaan worden op twee manieren:
de eenvoudige of de meer gesofisticeerdere proefopstelling. De eenvoudige
proefopstelling werd terug gebruikt door R. Sheldrake in 1996. Hij stelde
dat er door een eenvoudige opzet meer proefpersonen kunnen getest worden
en dat het experiment zelfs onder studenten en in verenigingen kon gedaan
worden. Sheldrake stelde de proefopstelling als volgt vast. Bij aanvang
van het experiment worden de proefpersonen georganiseerd in paren. Zo
zitten twee proefpersonen met hun rug naar de staarders. Volgens de
uitkomst van een toevalsproces (RNG of gewoon een opgooi van een muntstuk)
dienen de staarders ofwel naar de nek van de proefpersonen te staren,
ofwel van de proefpersonen weg te kijken. Bij elke nieuwe poging worden
de proefpersonen verwittigd door een signaal, waarna zij 20 seconden
de tijd krijgen om te bepalen of ze al dan niet aangestaard worden.
De proefpersonen schrijven dit neer op een formulier. Na afloop van
de volledige sessie kan door de kansberekening worden nagegaan of de
resultaten wel of niet significant zijn (P=.5). Het succes van deze
methode bleek in 1996, toen een experiment van Sheldrake met 54 studenten
uit 8 scholen, verspreid over Amerika en Duitsland, een algemeen positief
resultaat vertoonde met een bijzonder hoge significante (p=.000003).
Bij de meer gesofisticeerdere experimenten kan men denken aan het gebruik
van EEG's (Electroencephalograaf), metingenen van de electrische huidweerstand
(polygraaf), gebruik van camera's (dus geen direct contact tussen de
proefpersonen en de staarders) en professionele begeleiding van de proefpersonen.
Deze experimenten vertonen ook succesvolle resultaten, maar ook wel
mislukkingen. Op deze grillige resultaten werd in 1998 een antwoord
gevonden in een experiment dat werd georganiseerd door Wiseman en Schlitz.
Schlitz (een believer) rapporteerde steeds positieve resultaten en Wiseman
(scepticus) steeds negatieve rsultaten. Dit gebeurde tijdens hetzelfde
experiment en met dezelfde proefpersonen onder dezelfde omstandigheden!
Beide concluderen dan dat er hier sprake was van een sterk experimenter-effect,
waarbij de sceptische of positieve houding van de experimentator de
proefpersonen en de resultaten kon beinvloeden.
 
Studiegroep voor Parapsychologie
Copyright © 2005 Studiegroep voor Parapsychologie
http://users.skynet.be/cpso
|