DEEL 1 : HOE SPEEL IK DE GEVOELIGE SNAAR ?

(mini-gitaarcursus)

Eerst wat theorie

Op een gitaar zitten 6 snaren met verschillende toon; de snaren worden genummerd van 1 tot 6, te beginnen met de fijnste snaar (de dikste snaar is dus de 6e);

De toonhoogte van een snaar is afhankelijk van 2 dingen, nl. de lengte en de spanning.

De spanning wordt geregeld met de stemknoppen. De snaren hebben de volgende tonen (van 1 naar 6): mi, si, sol, re, la, mi (zie verder het hoofdstuk apart voor wat het stemmen betreft). Eenmaal gestemd, blijft de spanning tijdens het spelen dezelfde.

Wat we echter wel constant kunnen veranderen, is de lengte, nl. door een snaar in te drukken in een vakje op de arm van de gitaar. De lengte van de snaar die vrijblijft om te trillen, verkort dus naarmate we in de hogere vakjes (dichter bij het klankgat) indrukken. Per vakje dat we de snaar 'inkorten', stijgt de toonhoogte met een halve toon.

Hoe komen we nu aan onze verschillende akkoorden, die we nodig hebben voor het begeleiden van een lied? Wel, een akkoord bestaat uit 3 (of meer) noten die bij elkaar passen (bestudeer later eens deel 4 over akkoordopbouw). Het principe is dat de snaren die in open toestand al bij het akkoord passen, niet ingedrukt moeten worden en dat we de overige snaren aanpassen door ze te verhogen tot tonen die ook bij het akkoord horen (bvb. bij het akkoord van do groot moeten alle snaren do, mi of sol klinken).

Voor de benaming van de akkoorden worden de namen van de noten vervangen door letters:

A=la, B=si, C=do, D=re, E=mi, F=fa, G=sol.

Voor elk akkoord bestaat er een bepaalde (ideale) vingerzetting. Op het akkoordenblad vind je voor elk akkoord de vingerzetting aangeduid.De wijsvinger, middenvinger, ringvinger en pink (van de linkerhand) worden aangeduid met 1, 2, 3 en 4.

Het cijfer staat aangeduid in het vakje en op de snaar die moet worden ingedrukt.

De 6 verticale lijnen zijn de snaren (rechts op elke figuur zit de eerste snaar).

De bovenste horizontale lijn is de ijzeren of plastic kam waarin de snaren in de gleuven liggen en de volgende horizontale lijnen zijn de ijzeren staafjes (frets) op de arm. Bij barré-akkoorden staat eventueel tussen haakjes vermeld in welk vakje de wijsvinger moet komen.

En nu de praktijk

We beginnen met een drietal akkoorden en daar doen we een paar weken tot een paar maanden over.

Zorg er eerst voor dat je gitaar gestemd staat (zie apart hoofdstuk "Hoe kom ik in de goede stemming?").

Neem de gitaar met je linkerhand bij de arm vast en met je rechterarm over de klankkast i.v.m. de aanslag van de snaren (met de vingers van de rechterhand of met een plectrum).

Eerste dag:

Helemaal onderaan deze tekst vind je een aantal akkoordenschema's. Bekijk het akkoord A en zet de juiste vingers op de juiste snaren (de wijsvinger op de 4e snaar in het 2e vakje, de middenvinger op de 3e snaar in het 2e vakje en de ringvinger op de 2e snaar in het 2e vakje). Met de rechterhand sla je de snaren aan.

Moeilijkheden: als de snaren niet hard genoeg worden ingedrukt, "zoemen" de tonen; zorg er ook voor dat de vingers geen andere snaar aanraken dan die, welke ze moeten indrukken (de aangeraakte snaar wordt dan namelijk afgedempt). Opgelet: niet alleen de vingers die de snaar ernaast indrukken, kunnen een snaar afdempen, maar ook met de handpalm van de linkerhand moet men oppassen om geen snaar aan te raken (vooral de 1ste).

Controleer zelf of je het akkoord goed neemt, door de snaren één na één aan te slaan: elke snaar moet zuiver klinken. Wanneer een snaar dit niet doet, onderzoek dan hoe dit komt en verbeter je fout.

Vooral de eerste dagen (en weken) zijn de vingertoppen nog erg gevoelig: speel daarom vooral in het begin niet te lang na elkaar. Het is beter elke dag 10 minuten te oefenen, dan 1x per week 2 of 3 uur!

Na een aantal dagen:

Blijf het akkoord A herhalen. Bekijk nu het akkoord E en ga op dezelfde manier te werk als bij het eerste akkoord. Concentreer je vooral op het nieuwe akkoord, maar blijf tussendoor ook A herhalen.

Blijf jezelf geregeld controleren door de snaren eerst afzonderlijk te beluisteren: controleer of de snaren die moeten ingedrukt worden, zuiver klinken en of er geen andere snaren (die vrij moeten blijven) afgedempt worden..

Als je beide akkoorden wat onder de knie hebt (je moet ze kunnen nemen zonder telkens naar de vingerzetting te moeten kijken), oefen je in het afwisselend nemen van A en E. Hiermee mag je gerust een tijdje bezig zijn. Bepaal zelf wanneer je klaar bent voor de volgende stap.

Na 1 à 2 weken:

Blijf de akkoorden A en E herhalen en leer nu D aan (let op: snaren die gemerkt zijn met een x niet aanslaan. In het geval van D past de 6e snaar open niet bij het akkoord. Veel gitaristen nemen bij D de 6e snaar in het 2e vak met hun duim).

Wissel ook hier af tussen de verschillende akkoorden (D met A, D met E, ...).

Herlees nog eens de praktische tips onder 'Eerste dag' ivm zoemen, ongewild afdempen, jezelf controleren.

Als de 3 akkoorden redelijk vlot genomen kunnen worden, gaan we trachten een zeker ritme te bereiken. Begin luidop tot vier te tellen en blijf dit ook doen terwijl je akkoorden speelt. Sla per tel één akkoord aan waarvan de letter hierna is aangeduid en tracht dit in een bepaald ritme vol te houden (in het begin heel langzaam):

AAAA EEEE DDEE AAEE AAAA DDDD AAEE AAAA

Je zal bemerken dat de grootste moeilijkheid het snel veranderen van akkoorden is.

Het grote moment:

Als je denkt dat je er klaar voor bent, gaan we nu ons eerste lied begeleiden.

Als voorbeeld heb ik een oude spiritual genomen (Down by the riverside).

Het principe bij tekst-met-akkoorden is altijd dat je een bepaald akkoord blijft spelen tot er boven de tekst een nieuwe vermelding staat. Gewoonlijk staat de letter van het akkoord vlak boven de lettergreep van de tekst, vanaf waar het nieuwe akkoord gespeeld moet worden. Soms verandert het akkoord tussen twee woorden (bvb. in het nummer hierna, de 1e verandering naar E en ook terugkeer naar A) en soms zijn er meerdere akkoorden op 1 woord (bvb. laatste woord 'more' heeft A - D - A).

  . . . . . . . . . . . .

(ik heb gewerkt met spaties om de akkoorden juist boven de tekst te krijgen; als je dit schema wil uitprinten, kan het zijn dat je best eerst via cut & paste binnenneemt in Word en daar verder(be)werkt met lettertype Arial of een gelijkaardige letter die goed resultaat geeft).

In het begin zal je misschien de fout maken om de aanslag van de akkoorden mee te laten gaan met de lettergrepen van het lied (bij een 'pauze' in de gezongen tekst, stopt men dan ook met spelen). Je moet gewoon blijven doorspelen. Voor het geval je mocht twijfelen hoeveel aanslagen je moet nemen, volgen hierna nog eens dezelfde akkoorden voor 'Down by the riverside', maar dan in het soort schema als waarmee je tot voor kort het afwisselen van akkoorden oefende: (1 2 3 4):

AAAA AAAA AAAA AAAA (i'm gonna lay down my sword and shield, down by the riverside)

EEEE EEEE AAAA AAAA (down by the riverside, down by the riverside …

AAAA AAAA AAAA AAAA

DDDD EEEE AAAA AAAA

DDDD DDDD AAAA AAAA

EEEE EEEE AAAA AAAA

DDDD DDDD AAAA AAAA

EEEE EEEE AADD AAA.

En hoe nu verder?

Van nu af aan zal het vooral van jezelf afhangen hoe vlug je verder leert.

Als je A, D en E goed kent, leer dan B7 aan (de akkoorden E, A en B7 vormen dan weer een serie die je kan gebruiken bij een lied dat in het akkoord E wordt gespeeld).

Daarna leer je G aan (D, G en A te gebruiken bij een lied in D).Daarna leer je C aan (G, C en D te gebruiken bij lied in G).

Je kan goede boeken kopen met de volledige tekst, bladmuziek en akkoorden. Op internet kan je echter ook veel materiaal vinden van je favoriete groep of zanger(es). Gebruik bij ingave van te zoeken woorden, naast titel van gezochte lied en/of artiest, ook termen als 'lyrics' of 'text' of 'chords'.

Probeer in elk geval in contact te komen met een andere gitarist die af en toe eens naar je vorderingen wil kijken en luisteren: op die manier bekom je, dat een bepaalde fout die je zelf niet zou ontdekt hebben, aan het licht kan komen. Er is ook geen betere stimulans om te groeien dan samen met anderen te musiceren en ervaringen uit te wisselen.

 

DEEL 2 : HOE KOM IK IN DE GOEDE STEMMING ?

(stemmen van de gitaar)

De 6 snaren hebben de volgende tonen (van fijn naar dik, dus van 1 naar 6): mi, si, sol, re, la, mi.

In veel landen worden niet alleen de akkoorden, maar ook de noten zelf met de overkomstige letter genoemd. Dan wordt het dus: E, B, G, D, A, E.

Door aan de stemknop te draaien, zakt of stijgt de toon van de overeenkomstige snaar.

Belangrijk: let er steeds op, dat als de snaar te hoog gestemd staat, je de toon eerst moet laten zakken tot onder de juiste toon, waarna je hem weer iets optrekt. Het stemmen moet namelijk altijd stijgend eindigen, omdat de snaar in het andere geval door de trillingen tijdens het spelen achteraf toch nog wat verder kan lossen.

Het goedkoopste instrumentje om je gitaar te stemmen, is een stemfluitje. Alhoewel misschien wat ouderwets, heeft het toch een aantal voordelen: je hebt altijd de 6 tonen van je gitaar bij de hand (er staat niet overal een piano), er kan geen batterij leegraken en het neemt weinig plaats in.

Tegenwoordig gebruikt men echter meestal het electronisch stemapparaat. Het grote comfort hiervan is, dat een wijzertje (of een LED) aanduidt wanneer de juiste toon bereikt is.

Nog een tip: als je geen stemapparaat binnen bereik hebt (en ook geen ander muziekinstrument als referentie), neem dan de telefoonhoorn van de haak: de kiestoon is een zuivere la (A), wat overeenkomt met de 5e snaar. Je kan dan de snaren op elkaar afstemmen als je het volgende weet:

De 6e snaar, ingedrukt in het 5e vak, heeft dezelfde toon als de 5e snaar los (open).

De 5e snaar in het 5e vak = 4e snaar open. De 4e snaar in het 5e vak = 3e snaar.

De 3e snaar in het 4e vak = 2e snaar. De 2e snaar in het 5e vak = 1e snaar.

 

DEEL 3 : HOE ZING IK EEN TOONTJE HOGER / LAGER ?

(transponeren)

Het echte transponeren (een muziekstuk volledig overschrijven in een andere toonaard), is hier niet aan de orde. Het belangrijkste is, dat we weten welke akkoorden we in vervanging van de originele moeten spelen, om een lied wat hoger of lager te kunnen spelen en/of zingen! Dit kan vooral interessant zijn voor de begeleiding van een solozang (de ideale hoogte om een lied te zingen varieert van persoon tot persoon!).

Het kan ook nuttig zijn voor het omschakelen van een lied met moeilijke akkoorden naar gemakkelijke gitaarakkoorden.

Eerst iets i.v.m. kruisen en mollen:

- een kruis (# achter noot of akkoord) verhoogt die noot of dat akkoord met een halve toon.

- een mol (b) verlaagt met een halve toon.

Transponeren

Bekijk even het schema hieronder (links is laag, rechts is hoog):

G

G#

Ab

A

A#

Bb

B

C

C#

Db

D

D#

Eb

E

F

F#

Gb

G

G#

Ab

A

A#

Bb

B

C

Op elke trap staat de naam van een akkoord en tussen elke trap is er een afstand van een halve toon (net zoals er bij de gitaar tussen twee vakjes ook een halve toon zit). Wil je nu een lied een bepaald aantal trappen hoger of lager zingen, dan moet je elk akkoord vervangen door dat akkoord, wat zich eenzelfde aantal trappen hoger of lager bevindt (let wel op: een 7-akkoord moet ook weer een 7-akkoord worden, en een mineur-akkoord een mineur-akkoord, enz.).

Voorbeeld: een lied staat in F en je wil het een hele toon hoger spelen (dit is dus 2 trappen hoger). Neem dan overal waar een F staat, een G (want F + 2 trappen = G). Alle C7-akkoorden worden volgens de zelfde regel D7, alle Bb-akkoorden worden C en eventueel Dm wordt Em.

Mocht je dikwijls op deze manier nummers moeten overzetten, dan kan je het jezelf gemakkelijk maken door bovenstaand schema 2x uit te tekenen op strookjes karton, die je dan onder elkaar legt en waarbij je de onderste strook net zoveel vakjes naar rechts of naar links schuift als er halve tonen moeten verlaagd of verhoogd worden. Op die manier staat in de bovenste rij het originele akkoord, en precies eronder het te spelen akkoord.

Voorbeeld om anderhalve toon te verlagen (onderste rij drie vakjes naar rechts verschoven):

F

F#

Gb

G

G#

Ab

A

A#

Bb

B

C

C#

Db

D

D#

Eb

E

F

F#

Gb

G

 

F

F#

Gb

G

G#

Ab

A

A#

Bb

B

C

C#

Db

D

D#

Eb

E

F

F#

Gb

 

Gitaarklem of Capo d'astro

Om niet te moeten transponeren kan een gitaarklem een welkom hulpmiddel zijn. Deze wordt op de hals van de gitaar in een bepaald vakje geplaatst en drukt alle snaren op die plaats in. Je speelt dan gewoon alle originele akkoorden alsof de klem het begin van de hals is, alleen klinkt alles zoveel halve tonen hoger, als het aantal vakjes dat je met de klem bent opgeschoven (verlagen met de klem kan natuurlijk niet).

Combinatie

Soms kan het nuttig zijn de 2 bovenstaande systemen (transponeren + gebruik van een klem) te combineren. Dit kan nuttig zijn om een nummer, dat men in de originele toonhoogte wil behouden, toch met andere akkoorden te kunnen spelen (omdat de akkoorden te moeilijk zijn of gewoon omdat men op die manier een andere klankkleur bereikt).

Als voorbeeld hiervoor wil ik lied 268 van de bundel van Opwekking nemen. Dit lied staat in Eb. Het heeft (naast een mooie tekst) prachtige akkoorden, die echter voor een beginnend gitarist niet zo 'voor het grijpen' liggen: er komen namelijk vijf akkoorden in voor die alleen als barré-akkoord te nemen zijn. Als we Eb nu op bovenstaand schema bekijken, zien we dat het lied 3 halve tonen zou verlagen, door het in C te spelen. Als we dit combineren met onze klem in het 3e vak (dus terug 3 halve tonen verhogen), is het eindresultaat wat de toonhoogte betreft hetzelfde, alleen spelen we een lied, met origineel 5 barré-akkoorden, op een veel eenvoudiger manier, namelijk:

            origineel:           Cm       G         Abmaj7             Bb        Eb        Ab        D7

            met klem (3):    Am       E          Fmaj7               G         C          F          B7

(P.S.: Fmaj7 neem je als volgt: wijsvinger 2e snaar 1e vak, middenvinger 3e snaar 2e vak, ringvinger 5e snaar 3e vak, pink 4e snaar 3e vak, 6e snaar niet meespelen).

 

DEEL 4 : AKKOORD OF NIET ?

(enkele basisprincipes over akkoorden)

Opmerking: in de uitleg in dit hoofdstuk ga ik steeds uit van het akkoord van do (C). De principes gelden natuurlijk voor alle akkoorden.

Zoals reeds vermeld, worden akkoorden aangeduid met letters. Dikwijls zie je echter dat die letters gevolgd worden door allerlei tekens, cijfers en letters. Wat wil dit allemaal zeggen?

Een akkoord wordt opgebouwd uit 3 of meer tonen. Om het akkoord een naam te kunnen geven, krijgt elke toon een cijfer.

De basistoon is altijd 1, de volgende hele noot 2, en om het met ons voorbeeld van do verder te vergelijken, het hele rijtje van witte toetsen op een piano van do re mi fa sol la si do, krijgt gewoon de cijfers 1 2 3 4 5 6 7 8 mee (ter illustratie: in F of fa komen diezelfde cijfers overeen met fa sol la si-b do re mi fa).

Het akkoord van do groot, wordt gevormd door 1 + 3 + 5 (dus do + mi + sol) en krijgt gewoon de letter C.

Bij Cm (do mineur) is het de derde (de terts) die een halve toon verminderd word, dus 1 + 3b + 5

Bij C7 wordt de zevende met een halve toon verminderd: C7 wordt opgebouwd uit 1 + 3 + 5 + 7b

Ik hou het voorlopig even bij deze drie basisakkoorden. Om te weten welke noten voorkomen in een bepaald akkoord, schrijf je best eerst de gewone basis-toonladder neer (met bijhorende cijfers), waarna je in principe zuiver wiskundig het akkoord kan samenstellen (het zal wel duidelijk worden dat diegenen, die muzikaal gevoel en/of een muzikale opleiding hebben, hier een serieus stapje voor hebben).

Als voorbeeld neem ik even Fm. De toonladder van F = fa(1) sol(2) la(3) si-b(4) do(5) re(6) mi(7) fa(8)

Aangezien Fm (fa mineur) bestaat uit 1 + 3b + 5, bestaat het akkoord uit de tonen fa + la-b + do.

Ik realiseer me dat men, om een en ander volledig uit te leggen, zeker enkele velletjes A4 nodig heeft. Ik ga me dus nog beperken tot het opsommen van enkele toonladders + het vermelden van enkele speciale akkoorden:

C: do re mi fa sol la si do

D: re mi fa# sol la si do# re (2 #)

E: mi fa# sol# la si do# re# mi (4 #)

F: fa sol la si-b do re mi fa (1 b)

G: sol la si do re mi fa# sol (1 #)

A: la si do# re mi fa# sol# la (3 #)

B: si do# re# mi fa# sol# la# si (5 #)

C          1 3 5

C6        1 3 5 6             

C7        1 3 5 7b            (vraagt om overgang naar volgend akkoord, in dit geval F)

Cmaj7   1 3 5 7              (roept bepaalde sfeer op, wordt soms aangeduid als C met driehoekje)

C7/9     1 3 5 7b 9         (ook aangeduid als C9)

Cm       1 3b 5

Cm6     1 3b 5 6

Cm7     1 3b 5 7b

C5+      1 3 5#               (ook aangeduid als C+)

        1 3b 5b 7bb       (in de praktijk komt 7bb neer op 6)

PS: door hun speciale klankkleur, worden het 6- en 9-akkoord veel gebruikt in jazz.