Informatie over de Catharina Parkieten

 

Beschrijving
Geslachtskenmerken
Voeding
Kweek
Mutaties en vererving
 
Terug naar Hoofdpagina
 
 
 


 

 

Beschrijving

De catharina parkiet (barred parakeet/bolborhynchus lineola) treft men oorspronkelijk aan in het tot 2500 meter hoge gebergte van 
Zuid Mexico tot West Panama. Daar wordt de wildvorm van deze vogels aangetroffen , die een grootte van 19 centimeter kan bereiken.

Opvallend is het smaragdgroene vederkleed, waarbij de kop, hals en het midden van de onderzijde meer geelbruin is. 
De boven- en onderlichaam zijden zijn fijn zwart afgeboord. De snavel is hoornkleurig. De poten zijn vleeskleurig grijs en het oog is geelachtig bruin. 
Bij jonge vogels zijn poten, snavel en gevederte helder, t.t.z. lichter.

De catharinaparkiet zoekt in zijn wilde habitat ijverig naar zaden van grassen, kruiden, bessen en zelfs insecten. 
Men treft ze gewoonlijk aan in groepen van een dertigtal vogels, hoog in de bomen. 
Ze kunnen grote afstanden vliegen zonder gezien te worden vanaf de grond.

Deze vogels zijn over het algemeen wanneer ze voldoende geacclimatiseerd zijn, zeer aanhankelijk en zeer rustig. 
Het dient aan te bevelen bij eventuele aankoop vogels te nemen welke hier geboren zijn.  
De catharinaparkiet kan hier zonder problemen overwinteren mits men over een tochtvrije ruimte beschikt.
Vooral s'morgens en s'avonds zijn deze vogels heel actief en ziet men ze ondersteboven aan de draad van de kooi of volière hangen.

 Terug naar boven



Geslachtskenmerken

Het opvallendste verschil tussen de sexen is dat over het algemeen bij het mannetje de staartuiteinden gans zwartgekleurd zijn. 
Bij de poppen is dit slechts een heel klein stukje zwart of ontbreekt het zwart zelfs. 
Ook de zwarte vlekken op de vleugels en op de stuit zijn groter en meer geaccentueerd bij de mannetjes. 
Over het algemeen genomen is de snavel ook wat zwaarder bij de man en is hij ook wat groter dan de poppen.

Bij de lutino en albino mutaties is men verplicht de vogels te laten sexen door een dierenarts.

Terug naar boven




Voeding

Men geeft deze vogels bij voorkeur een goede mengeling voor grote parkieten aangevuld met stukjes zoet fruit (appel) en een 
weinig gepelde haver (waar ze verzot op zijn).

Terug naar boven




Kweek

De catharinaparkiet is ongeveer na een zestal maand reeds broedrijp. Dit geld vooral voor de man. 
Voor de pop mag men op een leeftijd van een achttal maanden rekenen. 
Het is echter aan te bevelen pas na een jaar met deze vogels te beginnen kweken, daar ze dan de gelegenheid hebben om 
tot volle ontwikkeling te komen.

Bij mutatiekweek is men aangewezen op de kweek in ruime kweekkooien. 
Als nestkastje gebruikt men bij voorkeur een grasparketenkastje welke men opvult met houtkrullen.

Catharinaparkieten zijn zeer broedlustig. De pop legt een vijf tot zestal eieren om de dag welke voornamelijk door haar uitgebroed 
worden in een periode van 23 dagen. De man neemt de voeding van de pop voor zijn rekening en helpt slecht sporadisch bij het broeden.

Men kan steeds zonder problemen nestcontrole uitvoeren. De kleintjes groeien vlug op en verlaten reeds na een zestal weken het nest. 
Na nog een paar weken zijn deze zelfstandig genoeg om de ouders te verlaten.

Terug naar boven




Mutaties en vererving

De groen- en blauwserie vererft recessief autosomaal.
Vb. Blauwe man * Groene pop split voor blauw geeft 50% blauw en 50% split voor blauw.  
De lutino en albino serie vererft geslachtsgebonden.  
Vb. Poppen kunnen niet split zijn voor lutino/albino.

Beschikbare kleuren:

GROENSERIE

Groen
Donkergroen (één donkerfactor)
Olijf (twee donkerfactoren)

BLAUWSERIE: 

Blauw
Kobalt (één factor)
Mauve (twee factoren)

LUTINOSERIE : 

Naar gelang het aantal ingekweekte donkerfactoren loopt de kleur van de lutino vogels van lichtgeel tot 
donkergeel bij een dubbele factor.

ALBINOSERIE: 

Deze vogels zijn zoals bij sommige andere soorten niet zuiver wit en worden daarom ook wel de Crème-ino vogels genoemd.



Terug naar boven