IMF/ Wereldbank


 

De Wereldbank

De Wereldbank werd opgericht in 1944 in Bretton Woods in het kader van het nieuwe internationale monetaire systeem. Het kapitaal waarover ze beschikt wordt deels samengebracht door de lidstaten, maar vooral geleend op de internationale kapitaalmarkten. De Wereldbank financieert sectoriële projecten (zowel openbaar als privé) in Derde Wereldlanden en in de voormalige zogenaamde socialistische landen.
Ze bestaat uit drie filialen:
1. De Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBRD, 180 leden in 1997) kent leningen toe aan de belangrijkste sectoren (landbouw en energie).
2. De Internationale Ontwikkelingsassociatie (IDA, 159 leden in 1997) is gespecialiseerd in leningen aan de Minst Ontwikkelde Landen (MOL) op zeer lange termijn (15 of 20 jaar) aan nulinterest of aan zeer lage interestvoeten.
3. De Internationale Financiële Maatschappij (IFS) heeft de financiering van ondernemingen en privé-instellingen in de Derde Wereld onder haar hoede. Toen de schuldenberg progressief groeide, ontwikkelde de Wereldbank, in overstemming met het IMF, haar interventies vanuit een macro-economisch perspectief. Op die manier legt de Bank een aanpassingspolitiek op, bedoeld om de betalingen van de landen met zware schulden in evenwicht te brengen. De Bank onthoudt zich er niet van de landen onder IMF-therapie "raad te geven" over de beste manieren om hun budgettaire tekorten te verminderen, om het binnenlandse spaargeld te activeren, om de buitenlandse investeerders ertoe aan te zetten zich in het land te vestigen, om de wisselkoersen en de prijzen te liberaliseren, enz.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF)

Het IMF werd samen met de Wereldbank opgericht door de ondertekening van de Bretton
Woodsakkoorden. De rol van het IMF was oorspronkelijk het behoeden van het nieuwe systeem van vaste wisselkoersen.
Op het einde van Bretton Woods (1971), heeft het IMF stand gehouden en begint het zich beetje bij beetje te ontpoppen als politie en brandweer van het gemondialiseerde kapitalisme: politie door het opleggen van structurele aanpassingsprogramma's, brandweer door haar financiële tussenkomsten voor landen die met ademnood kampen door financiële crisissen.
Ze neemt beslissingen op dezelfde wijze als de Wereldbank en baseert zich op een een verdeling van stemrecht in functie van de bijdragen door de lidstaten. Om het Charter van het IMF te wijzigen is 85% van de stemmen nodig. Bijgevolg beschikt de VS over een blokkeringsminderheid met haar 17,35% van de stemmen). Vijf landen domineren het IMF: de VS (17,35% van de stemmen), Japan (6,22%), Duitsland (6,08%), Frankrijk (5,02%), en Groot-Brittanië (5,02%). De andere 177 lidstaten zijn onderverdeeld in groepen, telkens geleid door een bepaald land. De belangrijkste groep (5,21%) wordt geleid door België (Oostenrijk, Tsjechië, Hongarije, Kazachstan, Luxemburg, Slovakije, Slovenië en Turkije). De tweede groep wordt geleid door Nederland (4,92% van de stemmen - Armenië, Bosnië, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Georgië, Israël, Macedonië, Moldavië, Roemenië en Oekraïne. En dit gaat zo door tot de minst belangrijke groep (1,17% van de stemmen) voorgezeten door Gabon (Benin, Burkina Faso, Kameroen, Kaap Verdië, Centraal Afrikaanse Republiek, Tsjaad, de Komoren, de Kongolese Republiek, Ivoorkust, Djibouti, Equatoriaal Guinee, Guinee-Bissau, Madagascar, Mali, Mauretanië, Iles Maurice, Niger, Rwanda, Sao Tome en Principe, Senegal en Togo).

De structurele aanpassingsprogramma's

De structurele aanpassingsprogramma's werden opgelegd in het begin van de jaren '80 in ruil voor nieuwe leningen of voor de herschaling van oude leningen door het IMF en de Wereldbank. Deze aanpassing moet de hervatting van de terugbetalingen van de buitenlandse schuld van het land verzekeren (de betaling van interesten en de terugbetaling van leningen).
De structurele aanpassing steunt in het algemeen op de volgende elementen, in specifieke doseringen:
· devaluatie van de nationale munt om de prijs van exportproducten te verminderen en sterke deviezen binnen te halen voor het terugbetalen van de schuld
· verhoging van de interestvoet om internationaal kapitaal aan te trekken
· vermindering van de openbare uitgaven: ontslagen in de openbare diensten, vermindering van de budgetten voor gezondheid en onderzoek, enz.
· massale privatiseringen
· vermindering van de openbare subsidies voor de werking van bepaalde ondernemingen of aan bepaalde producten
· blokkering van de lonen om te vermijden dat de devaluatie uitloopt op een inflattoire kettingreactie.
De structurele aanpassingsprogramma's hebben niet enkel geleid tot een continu groeiende schuld, maar ze hebben bovendien gezorgd voor een verlaging van de inkomens van de lokale bevolking (als gevolg van de ontslagen, door de inperking van de openbare diensten, enz.) en een prijsstijging (als gevolg van een verhoogde BTW, de liberalisering van de prijzen, enz.).

 

Documenten

 

Juni 2002 : De Wereldbank schrikt terug voor de uitdaging van de structurele aanpassingsprogramma's door Steve Helinger

April 2001 : Wereldbank en IMF op de beklaagdenbank opinie in De Morgen door Eric Toussaitn en Jan Versluys

Maart 2001 : Brief aan de leiders van het IMF en de Wereldbank 2000 goede redenen... om van koers te veranderen! door de Wereldvrouwenmars

December 2000 : De schuld opheffen om de ontwikkeling te bevrijden door Arnaud Zacharie

November 2000 : Van Noord tot Zuid: schuldencrisissen en aanpassingsprogramma's door Eric Toussaint

Oktober 2000 : Ecuador een concreet en actueel voorbeeld van de structurele aanpassing door Denise Comanne

September 2000 : De internationale financiële instellingen in het oog van de storm door Arnaud Zacharie

 

 

TERUG