De internationale financiële
instellingen in het oog van de storm

 

Arnaud Zacharie

 


Naarmate er financiële crises uitbreken en het schuldenlastprobleem blijft steken, komen IMF en Wereldbank meer en meer ondervuur. Het begin van het jaar 2000 was hier een goed staaltje van, niet enkel door een burgernetwerk dat hun logica aanvalt, maar ook omdat de bondgenoten van gisteren zich nu bij de lijst van ontevredenen scharen. Dit is bijvoorbeeld het geval met Joseph Stiglitz, vicevoorzitter van de Wereldbank tussen 1996 en november 1999 en van de Meltzer-Commissie dat ontsproot uit het amerikaans congres.

Stiglitz nagelt de consensus van Washington aan de schandpaal

Toen hij aan het hoofd stond van de Wereldbank volgde Stoglitz van nabij de Aziatische, russische en Braziliaanse crisis. De ramp die door de crises werd veroorzaakt is door allen gekend. De manier waarop ze werden versneld iets minder. De enkele kritische stemmen die gedurende jaren de catzstrofale politiek van de IFI's bekritiseerden, stonden in de marginaliteit. De getuigenis van Stiglitz toont aan dat dit niet het gevoel hoefde te zijn.
Vooreerst geeft hij een overzicht van de verschillende verantwoordelijken: "Het probleem komt niet voort door onvoorzichtige regeringen, maar door de privé-sector". Specultaites en twijfelachtige leningen konden zich zonder de minste problemen ontwikkelen waardoor er een speculatieve bel onstond die niet ander skon dan na een tijdje openspatten. Aan de oorzaak hiervan liggen de IMF-programma's wiens credo alombekend is: zich openstellen voor de veranderingen op de internationale markt, de economie privatiseren en het overheidsbudget zoveel mogelijk inperken. Stiglitz is bijzonder scherp in zijn kritiek op de toegepaste maatregelen in rusland: "Na de val van de Berlijnse Muur ontstonden twee scholen rond de overgang van Rusland richting markteconomie. (…) De eerste onderstreepte het belang van infrastructuurhervormingen binnen de markteconomie (…) en schreef een graduele overgang naar een markteconomie voor. (…) Detweede school bestond uit macro-economen die een ongebreideld geloof hadden in de vrije markt. Deze economen hadden geen enkele notie van de geschiedenis of de details van de russiche economie en ze waren van mening dat dit niet nodig was. De grote kracht, en tevens de ultieme zwakte, van de economische doctrines waaraan ze zich hechten, lag in het feit dat die universeel waren, of geacht waren dit te zijn. (…) En de universele waarheid bestond uit een chocktherapie die voor alle landen in overgang naar een markteconomie geldt. Hoe zwaarder het medicijn (hoe pijnlijker de reactie), hoe sneller de verandering er komt. Dit is hun argumentatie. (…) Zij die zich hiertegen verzetten werden niet lang geraadpleegd. (…) In december 1993 had Rusalnd geëxperimenteerd met 'te veel chocks en te weinig therapieën'. En deze chocks hadden helemaal niet geleid tot een echte markteconomie. De snelle privatisering die doorhet IMF en de amerikaanse minister van Fianciën aan Moskou werd opgelegd leidde ertoe dat een kleine groep oligarchen de contrôle verwierf over de activa van het land. (…) Op het ogenblik dat de regering geldproblemen kreeg om de pensioenen uit te betalen, versluisden deze oligarchen deze kostbare nationale geldmiddelen naar Zwitserse en Cypriotische bankrekeningen. De Verenigde Stzten waren bij deze schandalige mechanismen betrokken. Midden 198, toen Larry Summers Robert Rubin verving als Amerikaans Minister van Financiën, verscheen hij aan de zijde van Anatoly Tchoubaïs, de hoofdarchitect van de russische privatiseringen. Hierdoor leken de VS zich te scharen aan de zijde van de krachten die verantwoordelijk zijn voor de verarming van Rusland. (…) Het ministerie van Financiën en het IMF bleven aandringen op het feit dat het probleem niet veroorzaakt werd door te veel therapieën, maar door te weinig chocks. Maar in de loop van de jaren '90 bleef de Russiche economie achteruitgaan. Terwijl op het einde van de sovietperiode slechts 2% van de bevolking in armoede leefde, steeg dit door de 'hervormingen' tot 50% waarbij meer dan de helft van de Russische kinderen onder de armoedegrens leven. (…) Vandaag is rusland verscheurd door enorme ongelijkheden en de meeste Russen hebben hun vertrouwen in de markteconomie verloren." Dit soort universele hervormingen werd ook overal in de Derde Wereld toegepast. De buitenlandse schuld en het toekennen van een beetje ademruimte vereisen een prijs die men moet betalen. Zelfs Zuid Korea dat nochtans prat kon gaan op een voluntaristische politiek die het land bij de groten bracht, wzrd gedwongen zich te plooien naar het credo van grootschalige liberalisering. Maar, zoals Stiglitz stelt, "dit kwam Korea en de gehele wereld zeer duur te staan".

Ook al leiden de IMF-hervormingen tot onwrichtende financiële crises, toch blijft de tussenkomst van het IMF bij zo'n crisis onveranderd. Telkens wilde de agent van giisteren zich omvormen tot brandweerman. Overal leidden de genomen maatregelen tot een onvermijdelijke brand die zich voorbereidde. De logica van de maatrgelen is eenvoudig: als de markten hun vertrouwen verliezen in het eldorado van gisteren, komt dit dordat ze bang zijn dat de tekorten op termijn tot liquiditeitsproblemen leiden. Men moet bijgevolg de intrestvoeten optrekken (om de vluchtige kapitalen die een hoge rendement willen in het land te houden), de overheidsuitgaven inkrimpen (om bezuinigingen door te voeren) en de belastingen verhogen (om de inkomstn te verhogen). Maar door dit analyseren zijn zulke maatregelen in het beste geval voorbijgestreefd, in het skechtste geval volledig simplistisch.
Feit is dat deze maatregelen de betrokken landen onvermijdelijk in een recessie, zelfs economische depressie storten: "De hoge intrestvoeten ontwrichten de bedrijven met schulden, veroorzaken betalingsproblemen en faillissementen van banken. De inkrimping van de overheidsuitgaven verzwakken de economie." De bevoling van haar kant wordt zwaar getroffen door de recessie en de belastingverhoging. In Indonesië bijvoorbeeld "verhoogde het IMF de druk door een vermindering van de overheisuitgaven te eisen. Zo werden de subsidies op basisproducten zoals voedsel en benzine geschrapt net toen de soberheidspolitiek subsidies meer dan ooit noodzakelijk werden." Indonesië was de voornaamste handelspartner van Japan, tweede economiosche macht ter wereld, en we weten tot welke catastrofe dit heeft geleid. Stiglitz zegt het niet, maar de Braziliaanse crisis kende net dezelfde karakteristieken: midden 1998 vroeg Brazilië een beperkte financiële hulp aan het IMF. De situatie van Brazilië was verre van hopeloos: het land bezit nog zo'n 40 miljard aan wisselreserves. Nochtans houdt het IMF halsstarrig aan haar doctrine vast: de intrestvoeten en de belastingen moeten verhoogd worden en de staatsuitgzven verminderd. De gevolg was dramatisch op twee vlakken: de maatregelen stortten het land niet enkel in een depressie, maar de IMF-tussenkomst verwittigde de markten die, toen ze hun heilig vertrouwen verloren, het land en vervolgens de regio ontvluchtten (samba-effect). Het land bleef achte rmet een ontwrichtende financiële crisis. Als de speculateive aanvaalen van de jaren '90 allen de vorm van 'zelfrealiserende profetieën' aannamen, kwam dit doordat het IMF dit in gang stak. Deze zeer stevige band verbindt uiteenlopende economieën zoals Rusland, Korea, Hong-Kong of Brazilië. De agent verkleedt zich in brandweer en verergert de kwalen van de pyromanen.
Maar hoe kunnen zo'n intellegente economen zoals die van het IMF zulke vergissingen begaan? Zijn diegenen die zichzelf de grootste experten ter wereld noemen dan blind? Stiglitz geeft een meervoudig antwoord; Hij relativeert vooreerst de autoproclamatie: "Het klopt niet dat de economen van het IMF niet bezorgd zouden zijn over de burgers van de ontwikkelingslanden. (…) De experten van het IMF denken dat ze briljanter, beter opgeleid en minder gepolitiseerd zijn dan de economen van de landen die ze bezoeken. Maar eigenlijk zijn de leidende economen van die landen zeer goed, en in veel gevallen zelfs beter en beter opgeleid dan de staf van het IMF (geloof me, ik heb onderwezen in Oxford, aan het MIT, in Stanford, Tale, Princeton en het IMF is er bijna nooit in geslaagd één van de beste studenten te recruteren)."
Maar het feit dat de IMF-economen verouderde wiskundige modellen gebruien verklaart niet alles. Deze politek wordt gewenst door de aanhangers van de school van de universlee waarheid, t.t.z. "de ministers van Financiën van de rijke industrielanden die de leningen van het IMF goedkeuren". De schaduw van de G7 in het algemeen en die van het Amerikaans ministerie van Financiën in het bijzonder hangt boven alle beslissingen van het Fonds. Dit past moeilijk binnen de zogenaamde afwezigheid van politieke beslissingen binnen het Fonds. Dit doet ons herinneren aan de uitspraak van Camdessus op de dag van zijn ontslag van voorzitter van het IMF: "Dit is de eerste beslissing van mijn leven die ik zelf neem."
Het is natuurlijk het democratisch karakter van het IMF dat met de vinger wordt gewezen. Stiglitz stelt dat "het IMF zijn zaakjes wil regelen zonder dat men het teveel vragen stelt. In theorie ondersteutnhet IMF de democratische instellingen in de landen die het hulp verleent. In praktijk ondermijnt het het democratisch proces door haar politiek op te leggen. Natuurlijk legt het IMF officieel niets op. Het onderhandelt de voorwaarden voor het toekennen van hulp. Maar alle macht tijdens de onderhandelingen ligt in handen van het IMF die maar zelden tijd overlaat om tot een consensus te komen of om een brede raadpleging met de parlementen of de civiele maatschappij te kunnen houden. Soms geeft het IMF de indruk van totale openheid en onderhandelt het onver geheime afspraken."
Het ergste is dat in werkelijkheid de betrekkingen tussen rijke en ontwikkelingslanden zich zeer vaak beperken tot het oplgeen aan de ontwikkelingslanden van maatregelen die die rijke landen ten goede komen via het IMF. Stiglitz geeft een voorbeeld: "Het IMG bevestigt dat 'alles' wat het vraagt aan de landen van Zuid-oost Azië een evenwicht van hun budget is in een periode van recessie. 'Alles'? Voerde de Amerikaanse regering geen bikkelharde strijd in het congres om een amendement over het evenwicht van het Amerikaanse budget te laten verwijderen? En was het sleutelargument van de regering niet dat een klein tekort in de overheidsuitgaven juist nodig was tegenover een recessie? Het is inderdaad niet moeilijk te begrijpen dat wanneer een economie zich in liquiditeitsproblemen bevindt, de beste manier hieruit te geraken een injectie van meer middelen is. Het probleem is echter dat de experten van het IMF, enerzijds verblind door hun obsessie de inflatie in bedwang te houden en anderzijds onder druk van hun geldschieters om de hervormingen te versnellen, deze evidente maatregel noch hebben weten op te merken, noch hebben uitgevoerd. Alles komt ten koste van de bevolkingen die meer en meer ten einde raad is. Vandaag "is nog 40% van de Thaise bevolking onzeker, Indonesië blijft in een diepe recessie, de werklossheidsgraad blijft ver boven het peil van voor de crisis, zelfs in Korea, nochtans de besteOost-Aziatische leerling. (…) Thailand dat zeer trouw aan aanbevelingen van het IMF opvolgde heeft slechtere resultaten gekend dan Maleisië en Zuid-Korea die een meer onafhankelijke politiek volgden. (…) Micro-economische fenomenen zoals het faillissement van banken of een betalingstekort stonden centraal in de Aziatische crisis. Maar de toegepaste macro-economische modellen om de crises te analyseren waren niet aan micro-economische dimensie aangepast zodat men de faillissementen van de banken niet in rekening nam. Maar de slechte economische modellen waren slechts een symptoom van een reëel probleem: het geheim. De intelligente mensen zijn beter in staat om dwaze dingen te doen als ze zichzelf afsnijden van meningen en kritieken."
De kern van het probleem is dat een instelling die in de vier hoeken van de wereld optreedt in naam van de democratie, maar intern helemaal niet democratisch is. Vanddar niet enkel de economische catastrofen maar ook politieke. Stiglitz herinnert eraan dat "sinds het einde van de koude oorlog er enorm veel macht is gegeven aan mensen die belast waren de loftrompet te steken over de markteconomie in de verste uithoeken van de wereld. (…) De politieke economie vormt vandaag misschien het belangrijkste deel van de amerikanse interacties met de rest van de wereld. Nochtans is de internationale politieke economie van de machtigste democratie ter wereld niet democratisch."
De conclusies van Stiglitz spreken voor zich. Ze sluiten aan bij de eisen van vele sociale en burgerbewegingen: "Als de mensen waaraan we ons vertrouwen geven om een globale economie op te bouwen - binnen het IMF en het Amerikaans ministerie van Financië- geen dialoog aanvatten en de kritieken niet ernstig nemen, zullen de zaken zeer zeer slecht aflopen."

De Wereldbank en haar te scherpzinnig Raport

Sinds het ontslag van Stiglitz als vice-voorzitter van de Wereldbank gaan de maanden voorbij bij de Wereldbank. Maar niet in volledige vreugde. Oorzaak? Het Rapport mondial sur le développement sur la pauvreté 2000/2001 dat ze uitbracht en dat heel wat deining veroorzaakte. Dit rapport, onder leiding van Ravi Kanbur, nam oorspronkelijk een moeilijk te verpreiden werkelijkheid in rekening: de groei volstaat niet en de herverdeling van de rijkdom om erbij gevoegd worden om de armoede uit te roeien.
Dit rapport werd als te gevaarlijk bestempeld en er werd veel druk gezet op Kanbur om de vervelendste passages eruit te halen. Larry Summers, Minister van Financiën heeft zelf een vrije bewerking gemaakt van de delen die over mondialisering gingen, waarbij hij de negatieve gevolgen van de neoliberale mondialisering voor de armsten verzachtte.
Kanbur kon aan de druk weerstaan. Hij nam ontslag en drukte in een breif bestemd voor het personeel van de Werelbank zijn bezorgdheid uit over de herschrijving van een aantal hoofdstukken van het Rapport. Dit Rapprot moet worden afgemaakt tijdens de Jaarlijkse Vergadering in september in Praag. Maar welke richting zal het uitgaan?

Het Amerikaanse Congres in harmonie met de straat?

Eind november 1998 riep het Amerikaanse congres een studiecommissie in het leven over de internationale financiële instellingen. De voorzitter van deze commissie, Allan H. Meltzer, overhandigde zijn Rapport in maart 2000 aan het Congres. Binnen de commissie was de stemming 8 voor en drie tegen. Het bevat veel interessante punten.
Vooreerst stelt het Rapport de volledige opheffing van de schuld van de landen van de HIPC-lijst (de 41 armste landen met zeer veel schulden) voor. Vervolgens raadt het een diepgaande hervorming aan van de internationale instellingen. De commissie vraagt dat het IMF, de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken elke voorwaardelijkheid t.a.v. de HIPC laten vallen. De opgelegde voorwaarden moeten verv angen worden door "raadgevingen van economische politiek".
Op het vlak van de globale maatregelen heeft men een verfijnde analyse gemaakt van elke instelling: het IMF moet ophouden zixch bezig te houden met armoede en haar rol moet zich beperken tot het aansporen van haar lidstaten om de veiligheid, stabiliteit en solvabiliteit van hun financieel systeem te verbeteren. Het IMF moet ophouden met het verstrekken van lange termijnleningen en zich richten op haar rol van geldlschieter als laatste redmiddel (verstrekken van liquide middelen op korte termijn tijdens een crisisperiode). Deze leningen gebeuren tegen een zogenaamde 'penaliteitsvoet', hoger dan de rente die de financiële markten bieden, om zich er niet in d eplaats van te stellen. Daarnaast moet het instaan voor de publicatie van juiste en regelmatige gegevens voor elk land dat leent.
De Wereldbank zegt van zichzelf dat slechts 1 op 4 programma's bevredigende resultaten afwerpt.Ze leent slechts aan enkele landen die reeds toegang hebben tot privé-kapitalen, terwijl de van buitenaf opgelegde hervormingen allen tot een mislukking leiden. De WB moet dus ophouden leningen te verstrekken en zich concentreren op de armoedebestrijding. Hetzelfde gedlt voor de regionale ontwikkelingsbanken die zich moeten beperken tot het leveren van technische bijstand, overheidsdiensten en de kapitaalstroom afkomstig van de privé-sector verhogen. Vanuit deze optiek zouden de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken hun hulp moeten richten naar de armste landen die geen toegang hebben tot privé-kapitaal (de Wereldbank zou dan 'het Wereld Ontwikkelingsagentschap worden en de regionale ontwikkelingsbanken zouden veranderen in Regionale Ontwikkelingsagentschappen, verantwoordelijk voor specifieke regionale programma's). De Wereldbank zou zich moeten concentreren op de productie van globale publieke goederen (gezondheid, milieu, infrastructuur, landbpuw,…) en als verbinding dienen tussen de regionale ontwikkelingsagentschappen voor technische bijstand.

Welke IFI's?

De voorgestelde pistes van het Meltzer-Rapport hebben de verdienste het debat te lanceren over de hervormingen die binnen de IFI's moeten worden doorgevoerd. Het is evident dat de wereld nood heeft aan een wereldbank met publieke fondsen om de ontwikkeling te financieren (een soort herverdelingsinstantie tussen rijke en arme landen) en een multilaterale instelling die waakt over de stabiliteit van het internationaal financieel systeem. Ook is het duidelijk dat de schuld van de HIPC onmiddellijk moet worden opgeheven en dat de opgelegde voorwaarden elke hoop op ontwikkeling en democratie in het Zuiden ondermijnen.
Maar het komt er in de allereerste plaats op aan te wijzen op de afwezigheid van democratie binnen deze internationale instellingen zelf. "één dollar, een stem kan niet langer het beslissingsprincipe uitmaken binnen deze machtige instellingen. Rond deze kwestie blijft het Meltzer-Rapport nogal zwijgzaam. Men moet echter het gewicht van de Verenigde Staten in de kern van de besluitvorming verminderen (17% van de stemmen leveren hen een vetorecht op aangezien er 85% van de stemmen nodig is om de Charter van het IMF en Wereldbank te veranderen).
Want het is dit besluitvormingproces dat aan de basis ligt van het probleem en dat men drastisch moet veranderen. Niet enkel moeten de beslissingen democratisch en transparant zijn, bovendien kan geen enkel ontwikkelingsproject zich ontwikkelen zonder de effectieve deelname van de plaatselijke bevolkingen, in overeenstemming met hun behoeften en hun milieu.

TERUG