BELLOR

1911 - 2000

Een raadselachtige kunstenaar die in zijn werk echter een buitengewoon meesterschap en totale ontplooiing toonde.
De man die zich achter dit pseudoniem met een alchemistische bijklank verschuilt, is een zeer teruggetrokken iemand die klinkende triomfen uit de weg gaat. Verlegen is hij niet, maar hij heeft de behoefte om zich aan het alledaagse te onttrekken en zo zijn energie te verruimen en zijn scheppingsvermogen uit te breiden. Hij is alleen om zijn scheppingskracht te beheersen en uit deze innerlijke dominantie een picturale kwaliteit te puren die naar perfectie neigt.

De inspiratie van Bellor lijkt volledig te sporen met het geestelijk speuren van de surrealisten. Vaak werd zijn werk beschouwd als aansluitend op wat Magritte, Delvaux of Labisse brachten. Dit beeld is al te onvolledig in zijn eenvoud. Bellor blijft niet stilstaan bij figuren uit een wereld die met gemeenplaatsen het diepe onderbewustzijn opbreekt. Het is niet zijn streven om de onmogelijke zoektocht van de geest tastbaar te maken. Hij heeft inzicht in het voelen en blijft sterk verknocht aan de kwaliteit van de weergave. Uit zijn schilderwerk blijkt een kennis van het verleden. Niet dat hij het werk van de Vlaamse Meesters uit de vijftiende en de zestiende eeuw nabootst, verre van. Eerder dringt hij, betoverend scherp, door tot in de kern van hun verlangen om te schilderen. Een herrijzenis is het resultaat van deze aanpak : als een soort versmelting van de maatstaven uit vroegere tijden en de scheppende behoeften van vandaag.
De band is zeer sterk tussen de verbluffende opbouw van een Van Eyck, een Van der Weyden, en deze man die er zich, vandaag, op toelegt om de innerlijkste tijdeloosheid te verbeelden.

Deze herrijzenis heeft ook maniëristische trekjes, die herinneren aan de grote meesters van het Noorden, zoals Boekland, Goetzius : de broosheid die snakt naar evenwicht bij de figuren van Bellor stapt over de drempel tussen het leven en het hiernamaals, met een theatrale magie die zowel rite als dans kan zijn. Het heilige heeft dus een grote rol; doorheen de vlammende draperie, in de raadselen die het over de discrete transparanties strooit; het is voelbaar in de liefde voor het lichaam, in de amberkleurige teint, waar het glacis als het ware aait. De verering van de vrouw met plechtstatige vormen, die als uit duizendjarige tempels lijkt op te staan.

 

Expositions Presse