De cisterciënzerfamilie

Geschiedenis van een uitdrukking

 

 

 

            Ter gelegenheid van het negende eeuwfeest van de stichting van de abdij van Cîteaux, heeft de H. Vader Johannes-Paulus II een brief geschreven die gericht was tot de “Cisterciënzerfamilie”. Hij had die brief kunnen richten tot de abt of de gemeenschap van Cîteaux, maar dat zou de reikwijdte van het gebeuren beperkt hebben tot die ene communauteit. Niet alleen de stichting van een gemeenschap, maar de oorsprong van het cisterciënzercharisma werd gevierd. De Paus had ook zijn brief kunnen richten tot de Generale Abten van de twee grote Cisterciënzerorden, maar dan zou hij al diegenen terzijde geschoven hebben die het cisterciënzercharisma beleven of er zich op verscheidene wijzen mee verbonden weten, zonder tot de ene of de andere Orde te behoren. De Paus had er dus voor geopteerd zich tot de Cisterciënzerfamilie in haar geheel te richten.

 

            Voordien reeds, tijdens het Generaal Kapittel van de Orde der Cisterciënzers van de Strikte Observantie, in 1996, had de Heilige Vader een brief geschreven waarin hij hen toewenste dat zij “ eens met hun broeders en zusters van de Commune Observantie tot de volledige eenheid van de grote Cisterciënzerfamilie zouden komen”. Die uitdrukking ‘Cisterciënzerfamilie’ is geen nieuwe idee van Johannes-Paulus II. Zij werd reeds gebruikt door Leo XIII in 1902 in zijn Apostolische Brief Non mediocri en het is passend die uitdrukking in haar context te situeren.

 

            In 1892  had Leo XIII, per decreet van 20 juli, in Rome een Generaal Kapittel van de verschillende Trappistencongregaties samengeroepen.  Onder de verschillende kwesties waar de Paus de Trappisten vroeg stelling te nemen  bevond zich deze : te beslissen of het opportuun was voor hen onder de jurisdictie van de Generale Abt van de Commune Observantie te blijven, of veeleer een autonome Observantie van Gereformeerde Cisterciënzers te worden. (De Congregationis regimine, Capitulum videbit utrum magis expediat iurisdictionem manere Abbatis Generalis Observantiae communis, vel potius constituere Observantiam Cisterciensium Reformatam autonomam.)

 

            De taal die de Heilige Vader in dit decreet aanwendt toont wel aan dat het Generaal Kapittel van 1880, waartoe enkel de abten van de Commune Observantie werden samengeroepen, wel degelijk een Kapittel van de Cisterciënzers van de Commune Observantie was en dat de Generale Abt die op dat Kapittel gekozen werd, de Generale Abt van de Commune Observantie was. Nu de Heilige Stoel ook het Generaal Kapittel van de andere Observantie samenriep, werd deze uitgenodigd te oordelen of het ook voor hen  opportuun zou zijn hun eigen Generale Abt te hebben. De Heilige Stoel gaf er zich inderdaad rekenschap van de Orde verdeeld te hebben in twee gescheiden   juridische identiteiten door in 1880 een Kapittel van de Commune Observantie samen te roepen.

 

            In ieder geval opteerden de Kapitulanten van 1892, niet zonder aarzeling, voor de oprichting van een autonome Observantie. Men kan betwijfelen of dat de meest wijze beslissing is geweest; zij paste alleszins in de logica van de geschiedenis. Zij bracht een verwarde situatie tot stand die, wederzijds, vanaf het begin,verschillend werd geïnterpreteerd, temeer daar beide Observanties van toen af de naam Orde droegen. De Trappisten waren overtuigd hun juridische situatie in de schoot van de Cisterciënzerorde te hebben gewijzigd. De andere Cisterciënzers beweerden dat de Trappisten de Orde verlaten hadden (waarin zij trouwens meer dan de helft van de effectieven vertegenwoordigden).

 

            De Heilige Stoel, die in deze materie nooit onbetwistbaar klaar, noch absoluut coherent was geweest, bracht helderheid in de kwestie door een plechtige Apostolische Brief van Leo XIII, in 1902 (Non mediocri). De belangrijkste passage uit die brief voor ons geval hier is de volgende :

 

             De Generale Abt en de overige abten en Gereformeerde monniken, of monniken van de Strikte Observantie, zijn en blijven, ongeacht de vereniging en oprichting van een autonome Orde, ware leden van de Cisterciënzerfamilie, op dezelfde wijze als de Generale Abt en de andere abten en monniken van de Commune Observantie. Wij stellen dus vast en verordenen, krachtens hoger genoemde macht en gezag, dat zij allen, zonder enig onderscheid, dezelfde privileges, voordelen, aflaten, bevoegdheden, prerogatieven en indulten bezitten die op een of andere wijze aan deze Cisterciënzerfamilie werden toegekend, waarvan de Generale Abt en de andere Abten en  monniken van de Commune Observantie  genieten of gebruik maken.

 

            Abbati insuper Generali aliisque Abbatibus et Sodalibus Reformatis seu Strictioris Observantiae, utpote qui, non obstante, quam memoravimus, unione et in unum Ordinem autonomum constitutione, non secus ac Abbas Generalis, aliique Abbates et Sodales Observantiae communis, sint et permaneant veri eiusdem Familiae Cisterciensis Alumni, privilegia omnia, gratias, indulgentias, facultates, praerogativas et indulta, quae praedictae Cisterciensi Familiae quomodolibet concessa fuerunt.

 

Uit dit citaat, maar eveneens uit  de hele Apostolische Brief Non mediocri, blijkt duidelijk dat de stam van de grote Cisterciënzerorde tengevolge van een lange en complexe historische ontwikkeling, van nu af verdeeld is in twee takken, die dezelfde oorsprong, dezelfde geschiedenis, dezelfde traditie, dezelfde anciënniteit, dezelfde privileges enz. hebben.En vermits beide takken zichzelf ‘Orde’ noemden  moest een woord gevonden worden dat uitdrukte wat zij gemeenschappelijk hadden. Leo XIII gebruikte de uitdrukking ‘Cisterciënzerfamilie’.

 

In een context die gekenmerkt wordt door steeds groeiende broederlijke relaties en een steeds grotere communio onder alle Cisterciënzers, van welke obediëntie ook, zal ongeveer een eeuw later, Johannes-Paulus II dezelfde uitdrukking gebruiken. 

 

De decennia ( en zelfs enkele eeuwen ) die voorafgingen aan het Generaal kapittel van 1892 waren verwarde tijden geweest. Alle betrokken partijen waren ambigu, ook de Heilige Stoel. De taal die zij allen gebruikten was incoherent. Daardoor kunnen de historici gemakkelijk talrijke teksten vinden om tegenstrijdige stellingen te verdedigen.

 

De gebeurtenissen van 1892 kunnen grosso modo op twee volledig verschillende manieren geïnterpreteerd worden.  De algemene interpretatie van de Cisterciënzers van de Stikte Observantie is dat vanaf dat moment de grote Cisterciënzerorde in twee parallelle takken verdeeld werd. De interpretatie, vroeger algemeen verspreid onder de Cisterciënzers van de Commune Observantie en nog gehandhaafd door enkele zeldzame historici, beweert dat de Trappisten (meer dan de helft van de Orde) toen de Cisterciënzerorde heeft verlaten om een nieuwe orde te stichten waarvan de oorsprong niet verder gaat dan 1892. Die twee interpretaties behoren op dit ogenblik tot de archeologie en werden door de geschiedenis ver voorbijgestreefd. Beide zijn even onbeduidend.

 

            De informele vergadering die in Cîteaux plaats had in de dagen voor de viering van het negende eeuwfeest van de Abdij, 21 maart 1998, kreeg de naam van Synaxis. Daarin zetelden niet alleen leden van de twee grote Orden maar vele andere authentieke Cisterciënzers die noch tot de ene noch tot de andere Orde behoorden. Dit toont duidelijk aan dat de geschiedenis ons ver over de spitsvondigheden van historici en canonisten heen gevoerd heeft naar een realiteit die heel goed door de naam Cisterciënzerfamilie omschreven wordt.

 

            Deze levende werkelijkheid kan moeilijk omlijnd worden; het bestaan ervan en vooral haar kracht kunnen nochtans niet in twijfel getrokken worden wanneer men meer begaan is met de toekomst dan met het opstellen van de boekhouding van het ongelijk van de een en van de ander in de loop van de voorbije eeuwen.

 

 

24 december 1999

 

Armand Veilleux

Abt van Scourmont