HET ONDERZOEK VAN DE DIKKE DARM

Een COLOSCOPIE
bestaat uit het bekijken van de binnenzijde van de dikke darm
en eventueel het laatste stuk van de dunne darm met een kleine
camera, bevestigd op de top van een soepel buisvormig toestel.
Tijdens het onderzoek kunnen door- heen de endoscoop instrumenten
ingebracht worden om kleine stukjes weefsel weg te nemen voor
microscopisch onderzoek of om bloedingen te stelpen en poliepen
te verwijderen.
Voorbereiding en verloop:
Om
alle delen van de darm goed te kunnen inspecteren moet deze leeg
zijn, door het volgen van enkele dieet maatregelen en het uitvoeren
van een darmspoeling. Vanaf 3 dagen voor het onderzoek mag U geen
vruchten of groenten met pitjes (kiwi, druiven, tomaten...) meer
eten en stopt U het gebruik van vezelstof houdende laxeermiddelen
of psylliumzaadjes. De dag voor het onderzoek neemt u een drinkbare
laxerende Phospho-Soda oplossing in. In de loop van de voormiddag
voor het onderzoek volgt nog een aanvullende darmspoeling tot
deze volledig zuiver is, waarna het onderzoek kan beginnen. Door
inblazen van lucht in de dikke darm is het mogelijk alle delen
zorgvuldig te onderzoeken, weefselstukjes voor onderzoek of poliepen
weg te nemen. Gemiddeld duurt het onderzoek 15 tot 45 minuten.
Het coloscopisch onderzoek is eerder pijnlijk en wordt best verdragen
onder sedatie of lichte anesthesie. Na het onderzoek ontwaakt
u verder in het (dag)hospitaal. Nadat de behandelende geneesheer
u uitleg over het onderzoek heeft verstrekt kan u huiswaarts keren.
Voorzorgen en risico's:
Een coloscopie heeft beperkte kans op verwikkelingen. Hoewel er
zoveel mogelijk voorzorgen worden genomen, kan geen enkele arts
succes garanderen of verwikkelingen uitsluiten. Overdracht van
infectie wordt voorkomen door gecontroleerde automatische desinfectie
van het materiaal. Risico's voor bloeding of perforatie komen
vooral voor bij interventionele endoscopische procedures, zoals
wegname van poliepen. Ze kunnen aanleiding geven tot een heelkundige
tussenkomst.
Alternatief:

De
coloscopie is de gevoeligste methode om ziekten van dikke en laatste
deel van de dunne darm op te sporen. Het radiologisch onderzoek
met bariumpap geeft duidelijk minder details en laat niet toe
stukjes weefsel weg te nemen voor onderzoek of een behandeling
uit te voeren, zodat beginnende of microscopische aandoeningen
over het hoofd gezien kunnen worden.