Vrijheidslied

Vrijheidslied


1. Onkritisch


Sommige zeer geleerde mensen houden vast aan onkritische standpunten. Waarom?

Vaak scheppen zij er genoegen in op spitsvondige manier 'onverdedigbare' standpunten succesvol te doen standhouden.


2. Onverdedigbaar


Zo is het met paradoxen: uitspraken, stellingen waartegenover men geen consequent standpunt kan innnemen, tenzij 'erboven staan' en de existentie van de paradox erkennen.

Paradoxen zijn onvermijdelijk. De wereld is nu eenmaal inconsistent.


3. Inconsistentie


Wellicht de meest fundamentele paradox, de moeder aller paradoxen, is de kretenzische: "alle Kretenzers zijn leugenaars" (impliciet: "ik ben een Kretenzer" en "leugenaars liegen altijd"). Ook Gödels beroemde stelling gaat hierop terug.

De wereld is dus inconsistent. Betekent dat ook dat wetenschap geen zinvolle activiteit meer is?

Allerminst.


4. Wetenschap


Wetenschap zoekt een allesomvattende verklaring of stelsel van verklaringen voor onze wereld. Als de wereld inconsistent is, dan bestaat zulke verklaring niet. Er bestaan dus meerdere uiteindelijke verklaringen, die ten minste tot op zekere hoogte tegenstrijdig zijn. Of we moeten simpelweg de idee opgeven dat er zo'n verklaring is, dus dat de wereld in principe kenbaar is.


5. Kenbaarheid


Misschien is de wereld niet kenbaar. Alleen, dat zullen we nooit weten als we niet proberen kennis te vergaren. Het is als met de spreekwoordelijke spruitjes: Jantje hoort van zijn kameraadjes dat spruitjes niet lekker zijn. Maar als hij er nooit van eet, zal hij dat niet weten. Proberen is dus de boodschap.

De wetenschap is dus een manier om de wereld en zichzelf te onderzoeken.


6. Vastzetten


Paradoxen hebben de vervelende eigenschap dat ze mensen vast zetten. Immers, niemand kan een consistente houding aannemen tov een paradox (tenzij er zich boven zetten). Laat alle hoop varen, gij die probeert de paradox van zijn tegenspraak te ontdoen.

Daarom is het van belang dat een wetenschappelijk wereldbeeld ernaar tracht zo consistent mogelijk te zijn, zo weinig mogelijk paradoxen te moeten invoeren. In weerwil van de boven genoemde zeer geleerde mensen die zo graag hun paradoxale stellingen verkopen. Ze zetten er anderen mee vast.


7. Verdergaan


Vooruitgang is enkel mogelijk door te proberen deze paradoxen te omzeilen. Lukt dat niet, dwz moet men zich op het terrein van het ondenkbare begeven, dan moet men de paradox aannemen. Is er echter ook maar een kleine weg naast, dan moet men deze nemen.


8. Definities


Vaak zijn paradoxen gestoeld op onzuiverheden in de taal. Onze taal is er immers niet op gericht met dergelijke tegenspraak om te gaan.

Zulke paradoxen laten zich gemakkelijk verwijderen door de geschikte definities in te voeren.

Bekijken we even de stelling: "Niemand kan niet communiceren" (dit aannemen houdt in, dat men het woord "communiceren" zinloos maakt). Waarom moet iedereen ten allen tijden communiceren? Omdat zelfs wiet niet wil communiceren, daardoor een boodschap stuurt naar zijn medemens, wat uiteindelijk communicatie is. Klinkt mooi, niet? En toch is het onzin. Met dit simpele zinnetje hebben zelfs zeer verstandige mensen zichzelf laten klemzetten. Er wordt immers impliciet verondersteld dat iedereen continu beschikt over een communicatiekanaal. En dat is niet zo. Robinson Crusoë is een goed voorbeeld, tenminste voordat hij Vrijdag ontdekte. Om hun paradox te redden, zullen sommigen bereid zijn het begrip te rekken, waardoor in feite ieder gedrag communicatie wordt (dezelfde nonsens horen we van verdedigers van de uitspraak "Denken is onmogelijk zonder taal").

Definieer daarom het volgende: Communiceren is die activiteit, waarbij een zender via een kanaal informatie naar een ontvanger stuurt (gewild of niet).


9. Beknotting


Vaak wordt vrijheid gezien als het tegenovergestelde van 'beknot in zijn mogelijkheden'. Vrijheid is dan 'kunnen doen waar men zin in heeft'. Zoiets lokt heftige reacties uit, vooral van de kant van moraalfilosofen, en deels terecht. Op die manier gedefinieerd is vrijheid eerder losbolligheid en ongestuurd gedrag.

De filosoof zal dan juist beklemtonen dat vrijheid juist niet is: doen waar men zin in heeft. Paradox. Iemand die vrij is, kan maar één ding doen.

Klinkt heel mooi en staat nog chique ook. Het is een beetje als een onbegrijpelijk, maar zeer fraai (bij voorkeur in rode kaft en met gouden opdruk) uitgevoerd boek dat op het salontafeltje van de "intellectueel" niet mag ontbreken. Immers, wie de zaken simpel ziet, is ook simpel.


10. Onvrijheid


Fundamenteel is de mens onvrij. Niemand voelt zich zo, maar toch is het. Jij als mens bent in feite een wisselwerking van (bekende of onbekende) natuurkrachten en stochastische processen (dit laatste weliswaar op quantumniveau). Principieel onvrij betekent nog niet: in praktijk onvrij. In feite is dat nu net een groot struikelblok voor wetenschappers die enerzijds in hun beroep zien "wat de mens maar is" en anderzijds uit introspectieve kennis weten dat ze vrij zijn. Ze zien niet, dat er een verschil is tussen principiële en praktische vrijheid.


11. Onberekenbaarheid


Vaak heeft de "leek" het bij het rechte eind, als hij vindt dat iemand vrij is wanneer je zijn gedrag niet kunt voorspellen. Als persoon A in situatie M de keuze heeft tussen p en q, en niemand (ook hijzelf niet) kan voorspellen wat A gaat doen, dan beschouwen we A als vrij in zijn keuze. Is het daarentegen zo, dat zelfs slechts één iemand weet wat A zal kiezen, dan hebben we alle reden om te zeggen dat A niet vrij is.


12. Supergeest


Kan de rol van één iemand worden gespeeld door de supergeest, waarop filosofen zo vaak beroep doen? Nemen we even aan, dat het toeval van de quantummechanica niet bestaat. Dat is in feite voor deze redenering de slechtst denkbare situatie.

Die supergeest (het beeld is een erfenis van Laplace) rusten we uit met een vermogen, de volledige momentane toestand van het heelal te kennen, en daarbovenop alle krachten die op de materie werkzaam zijn.

Wacht even... Niemand zal afstrijden dat dit in praktijk onmogelijk is. Maar we hebben goede redenen om aan te nemen dat het zelfs in principe niet kan. Kennis over al het bestaande houdt immers in, dat er ook kennis over zichzelf moet bestaan. En dat houdt dan weer in, dat onze supergeest groter moet zijn dan zichzelf. Hiermee tonen we de niet-existentie van een alwetende aan.


13. Beslissen


Wat betekent het nu, te beslissen? Vaak zeggen we: "ik beslis" en denken we daarbij aan een klein ventje in ons hoofd dat die beslissing neemt. Daarmee weten we natuurlijk nog niet, wie er dan echt beslist (het ikje van ons ikje, wellicht? of is het diens ikje?).

"Ik" is gewoon niet meer dan een handige verzamelterm voor een diffuus mengsel van gedachten, gevoelens (wat dat ook moge zijn), modi, gedragingen van min of meer consistente aard, enz. Als "ik beslis" dan spruit er in feite eenvoudigweg een bepaald gedrag voort uit het boven aangehaalde diffuse mengsel van herseninhouden.


14. Verantwoordelijkheid


Volgens sommigen kan een dergelijk mensbeeld niet overweg met de menselijke verantwoordelijkheid. Wie onvrij is, hoeft aan niemand verantwoording af te leggen.

Toch wel. Immers, ook hier treffen we het onderscheid tussen principiële en praktische vrijheid aan. In dit opzicht verschilt m'n eigen visie niet van die van de meeste anderen. Ik ben zelfs eerder geneigd "aan de strenge kant te zijn". Ook een dronkelap die in een vlaag van woede een medemens kwetst, dient gestraft te worden. Zelfs al is hij slaaf van zijn drankzucht.


15. Vrijheid


Kortom: de mens is onvrij, onberekenbaar, verantwoordelijk voor zijn daden. Maar geen van deze drie facetten is eenvoudig om aan te wennen.

Als het bovenstaande u tegen de borst mocht stuiten, gelieve me te verontschuldigen. Het was niet 'ik' die het geschreven heeft. Het zijn mijn herseninhouden, die voortkomen uit de kruising tussen toeval en noodzaak, die de uiteindelijke schuld dragen.

Tip: the left pane works like windows explorer!
Please send your comments to Peter Doomen.
This document was updated 27/05/00.