Luk Vaes

 
       

HOME

   

PIANO

  - Bio
  - Programs
  - Photographs
   

TEXTS

  - Extended Techniques
  - Mauricio Kagel
  - Boudewijn Buckinx

  - Miscellaneous

   

PROGRAMMING

  - November Music
   

LINKS

   







































   







































   







































   







































   







































   


TEXTS - Miscellaneous
  - Nieuwe Muziek in de Koningin Elisabeth Wedstrijd: een Maat voor Niks?
  - Enoch Arden
  - Henry Cowell en de Amerikaanse onafhankelijkheidsgedachte



Nieuwe Muziek in de Koningin Elisabeth Wedstrijd: een Maat voor Niks?

Traditiegetrouw wordt op de Koningin Elisabeth Wedstrijd twaalf keer op rij een onuitgegeven concerto gespeeld als onderdeel van de finale prestatie van elke laureaat. Traditiegetrouw wordt dat werk met de grond gelijk gemaakt. Historische gezien werd dat onbegrip meestal op rekening geschreven van een lekenpubliek dat voornamelijk naar een klassieke muziek wedstrijd kwam luisteren. Nu blijkt dat het systeem zelf door niemand kan worden geapprecieerd wanneer men eerlijk is. Hoe zit dat dan?

Gisteren kwam ik in de wandelgangen van Bozar zowel leken als professionelen tegen, sprak ik met gepassioneerde nieuwe muziek adepten zowel als met gedegen klassieke muzikanten en onwetende geïnteresseerden. Tot mijn verbazing was iedereen het er over eens dat het plichtwerk van Miguel Gálvez-Taroncher het beluisteren niet waard was. "Spotgemakkelijk, slechte structuur, slecht geschreven voor de piano, clichématig", etc. Het zal dan misschien niet het meesterwerk van de 21ste eeuw zijn, maar wat wordt hier eigenlijk beoordeeld? Toen ik voor het eerst de partituur kon inkijken bleek dat ik nog geen enkele kandidaat had gehoord (met gisteren erbij waren dat er acht van de twaalf) die speelde wat er staat, noch naar de letter, noch naar de geest. De partituur vraagt bij voorbeeld een veel grotere dynamische diversiteit dan wat er uiteindelijk te horen valt. De gehoorde opmerking dat wat er staat niet te spelen valt is weinig relevant: het vakmanschap van een muzikant bestaat er onder andere in om partituren die dorre momenten bevatten of die niet altijd erg pianistiek zijn, via interpretatie toch aantrekkelijk te maken voor de luisteraar. Iedereen die wat ervaring heeft met nieuwe muziek werd al meer dan eens geconfronteerd met opdrachtwerken die bij verrassing minder goed bleken te zijn dan verhoopt, maar waar dan op creatieve wijze iets van gemaakt moet worden. En laat ons eerlijk zijn: het klassieke repertoire bevat meer dan één zo'n werk. We horen in elke ronde van de wedstrijd hoe de beste muzikanten sommige composities boven hun partituur waarde uit kunnen tillen. Komt daarbij dat sommige dergelijke werken dikwijls als goede barometers worden beschouwd bij beoordeling van muzikantschap voor de graad van interpretatieve meerwaarde die de uitvoerder moet kunnen verlenen aan een stuk muziek. Er zijn sonates van Schubert die aan langdradigheid dreigen ten onder te gaan indien de pianist zijn muzikale kunnen niet in de weegschaal legt om daarmee om te gaan. Om maar één van de verschillende soorten voorbeelden te geven. Waarom zou het plichtwerk de mate waarin de kandidaat dat vakmanschap beheerst niet bloot moeten leggen? Als het dat al niet kan, waarom dan nog deze weg bewandelen? Gelijkaardig absurde alternatieven zijn makkelijk denkbaar om een kandidaat te beoordelen op zijn weerstand aan tijdsdruk. Men kan de kandidaten vragen om twee keuze concerti mee te brengen naar de wedstrijd en aan de finalisten een week voor hun eindprestatie te vertellen welk van de twee ze opnieuw moeten instuderen en in een welke andere, niet voorziene toonaard dat moet zijn. Het geld dat nu gaat naar de compositie wedstrijd zou kunnen gebruikt worden om kopiisten in te huren om alle orkest partijen te transponeren. U lacht? Ik niet. Beide situaties zijn even ziek in hetzelfde bed van door prestatiedrang misbruikte muziek. En als het plichtwerk moet dienen om te zien wat de interpretatieve krachten zijn van een kandidaat zelf, zonder dat de invloed van de leraar een eventueel overwegende rol kan spelen, dan zijn evenzeer alternatieven te bedenken. Het principe van een eigentijds en onuitgegeven plichtwerk om dit soort beoordelingen mogelijk te maken, lijkt in ieder geval reeds van aan de startblokken het doel voorbij te schieten. Verwachten dat een typische KEW laureaat op één week tijd een nieuw werk in een voor hem onbekende esthetiek een persoonlijke interpretatie mee kan geven waardoor twaalf muzikanten inhoudelijk vergeleken kunnen worden is misschien een verleidelijke gedachte in het kader van profilering in het internationale veld van de muzikantenwedstrijden, in de praktijk op het podium blijft het een theoretische oefening.

Als de kwaliteit van het plichtwerk niet aan de uitvoering zou liggen, wordt de schuld stilzwijgend in de schoenen van de componist geschoven. Je kan je inderdaad afvragen hoe een componist in staat is een werk te willen schrijven dat onder dwang opgelegd zal worden aan muzikanten die door de band heen niet bewijzen daarin geïnteresseerd te zijn maar het op een al te korte tijd zullen moeten assimileren om het dan onder overmatig grote aandacht te grabbel te gooien voor een publiek dat doorheen de hele geschiedenis van de wedstrijd dit soort werken heeft afgekraakt. Ik ben geen componist en kan me naar mijn gevoel niet overtuigend inleven in de logica die zorgt dat dit soort werken voor deze soort gelegenheden hoe dan ook nog geschreven worden. De gegarandeerde (korte) faam en wat onnatuurlijke promotie zullen daar - samen met de waarschijnlijk aanlokkelijke financiële bonus in de vorm van royalty's op de verspreiding via televisie opnames - misschien niet vreemd aan zijn, maar toch. Hoe kan je in dit systeem eigenlijk meer dan een cliché afleveren? Er moet een werk geselecteerd kunnen worden dat moeilijk is (de kandidaat van hoog technisch niveau moet getest worden op stress bestendigheid) maar niet té moeilijk (het moet nog kunnen worden ingestudeerd op een week tijd en de individuele bekwaamheid terzake moet kunnen gemeten en vergeleken worden), het moet 'modern' zijn (want symbolisch voor het aandeel van de eigentijdse muziek in het repertoire van een vermoede eigentijdse pianist) maar het mag ook weer niet té experimenteel zijn want de kandidaten mogen niet al te makkelijk door de mand vallen en de jury moet het werk nog kunnen gebruiken om de kandidaat te beoordelen. In zo een jury zitten overigens sommige van de grootste interpreten en pedagogen maar geen van hen heeft een gelijkaardige faam opgebouwd op het vlak van nieuwe muziek, maar dit even terzijde. Als de componist aan de vernauwende bepalingen van de compositie wedstrijd toegeeft en een werk instuurt, dan wordt een winnaar aangeduid uit alle inzendingen. De jury van die compositie wedstrijd moet dus ook rekening houden met de voorwaarden die eigen zijn aan de muzikanten wedstrijd en op zich niks te maken hebben met artistieke kwaliteiten van een compositie. In ieder geval vond die jury klaarblijkelijk dat er uit de 165 piano concerti die voor deze keer uit vijf werelddelen werden ingezonden (een bijna onwaarschijnlijk succes), dat - na twee à drie dagen selecteren - La Luna y La Muerte het best werk was. Of was het het moeilijkste? Of het meest 'modern-maar-niet-voor-het-hoofd-stotend'? Eigenlijk maakt het niet uit welke deelcriteria prioritair waren gehanteerd tijdens de selectie, er zou toch iets positief moeten overblijven? En het winnende werk zou in ieder geval toch op één of andere wijze 'beter' moeten zijn dan de andere finalisten van die compositie wedstrijd? Als we het gigantische verschil in beloning tussen de eerste en de andere laureaten van deze compositie wedstrijd als indicatie mogen nemen voor hoezeer La Luna y La Muerte met kop en schouders boven de andere 164 inzendingen steekt, is snel mijn brandende interesse opgewekt voor die andere finalisten - Brian Buch, Musheng Chen, Ludivoc Thirvaudey en Luca Vago. Hoe slecht zou hun werk dan wel niet geweest zijn als de winnaar nog van niemand een goed woord heeft gekregen? We zullen het wellicht nooit weten.

Het echte probleem met het plichtconcerto is nog niet de componist, de compositie of de uitvoerder. De omvattende logica is fout. Geen enkele professionele muzikant zou het wagen om het podium te bestijgen met een klassiek concerto dat hij negen dagen eerder nog nooit had gezien en waarbij hij qua toonspraak niet zomaar kan putten uit voordien opgebouwde relevante stijltechnische bagage die normaal moet dienen om in dergelijk beperkende omstandigheden terug te kunnen vallen op kunstzinnig vakmanschap. En dit is waar het schoentje werkelijk knelt. Wat men nooit zou toelaten (als men de keuze heeft) in de klassieke muziek, wordt gestimuleerd voor de nieuwe muziek, waardoor men één van de ergste clichés bestendigt. Het argument dat men bij de KEW dan toch maar zwaar investeert in nieuwe muziek, en dat in deze tijden waarin dat niet makkelijk is, kan daarom nog moeilijk toegejuicht worden. In het deeltje van de muzieksector dat zich intens bezig houdt met composities van nu, vecht men met hand en tand om te trachten in te gaan tegen de absurde en verfoeilijke (want muziek onwaardige) gewoonte nieuwe werken in slechte omstandigheden uit te voeren. In deze biotoop is het reeds al teveel het geval dat opdrachtwerken laattijdig klaar zijn en veelvuldige repetities te duur, waardoor steeds opnieuw de eerste uitvoering de minst goede is. Het werk heeft namelijk de kans niet gehad te rijpen en mist daardoor de existentiële voorwaarde voor het máken van muziek. Het is bijkomend frustrerend dat in die nieuwe-muziek-biotoop de eerste uitvoering ook veelal de laatste is. Dat er dan een evenement bestaat waarbij er meteen twaalf uitvoeringen zijn, met professioneel orkest, met twaalf van de beste pianisten uit een pool van enkele honderden, met de voor deze tijd bijna niet meer mogelijk te achten aandacht van alle media, met het volle gewicht van de technologie in de schaal van de promotie - DVD, live-streaming, CD, etc. - is echter 'mooi van ver maar ver van mooi'. De onmiskenbare uitstraling en inzet die op papier niet te versmaden is, komt de nieuwe muziek in praktijk niet ten goede. Het is door de niet-muzikale basis van het geheel dat al deze moeite slechts een dikke laag vernis vormt waardoor je het beeld erachter moeilijk kan ontwaren en naar waarde schatten. Bovenop de vernis komt dan nog een laag stof waarvan het onbegrijpelijk is dat het niet wordt verwijderd. Ten opzichte van de 'oude' muziek scène geniet de nieuwe muziek door de band heen nog hét grote gemak dat de nog levende componist kan worden gevraagd de uitvoering te optimaliseren door wat hij heeft willen uiten met zijn muziek via letterlijke samenwerking te realiseren. In het 'belang' om de pianist in 'onbeïnvloede staat' te kunnen beoordelen, wordt de KEW laureaat verstoken van het ultieme aspect dat van nieuwe muziek levende muziek zou kunnen maken. Waarom niet een bestaande compositie van een nog levende componist uit de laatste veertig jaar opleggen waarbij het resultaat van een week durende individuele samenwerking tussen laureaat en componist de beoordeelbare meerwaarde zou uitmaken van dit aandeel nieuwe muziek in de finale? De selectie van een 'goed werk' bestrijkt dan een veel groter gebied, de keuze kan nog steeds geheim gehouden worden tot de isolatie periode en de kans dat een kandidaat zo een concerto bij toeval al zou blijken ingestudeerd te hebben met een leraar is even verwaarloosbaar als de kans dat een laureaat in het bestaande systeem een vriend blijkt te zijn van de componist die gekozen werd via de compositiewedstrijd.

Dat het plichtwerk van de KEW 2007 nog maar eens een slechte compositie zou zijn, of een goede poging van een slechte componist, of een ongelukkige keuze van de jury van de compositiewedstrijd, of gedoemd is ten onder te gaan aan gehypothekeerde uitvoeringen, is op dit moment niet meer het belangrijkste. Dat het systeem, waarin het stuk het levenslicht moet ziet, alle vooroordelen tegen de nieuwe muziek bevestigt, is veel fundamenteler. Dat stuk, die compositie, waar uiteindelijk vele mensen hard aan werken, is bij voorbaat alle echte muzikale levensvatbaarheid ontnomen. Het wordt geschapen om in slavernij een lager doel te dienen. Verplicht gespeeld om te helpen iemand te beoordelen op wat bijna niks met muziek blijkt te maken te hebben. Verplicht aanhoord door zij die er op dat moment liever niet mee geconfronteerd worden. Verplicht twaalf keer opgenomen om één keer uitgezonden te worden. Een stukje muziek dat - in contrast met hoe het lijkt - geen kans krijgt. Een bastaard van bij de conceptie, met meerdere handicaps geboren en gedoopt met de diagnose van een terminale ziekte die zelfs de puberteit te vlug af is. Ik ken van alle plichtwerken uit de hele geschiedenis van deze wedstrijd één concerto dat na de wedstrijd nog enkele malen is gespeeld geworden. De rest heeft in onbegrip een week lang de functie vervuld van het noodzakelijke kwaad en werd te ruste gedragen vooraleer het zich in haar eigenheid aan de wereld heeft kunnen voorstellen. Een lot dat de overige plichtwerken in deze soort wedstrijd overigens evenzeer is beschoren. Vanaf volgende week komen de laureaatconcerten eraan. Het is te verwachten dat op de recitalprogramma's werken uit het wedstrijd repertoire zullen staan. Daar is dan ook niks mis mee: de laureaat heeft alle recht om zijn fans het plezier te verschaffen enkele van de zalige momenten uit de wedstrijd te herbeleven. Hij heeft ook alle recht om zich verder te tonen met de muziek die hij het liefst speelt en waarmee hij zich het beste aan zijn publiek kan geven. Ik ben benieuwd of er een werk van Kris Defoort op die programma's zal staan.


Luk Vaes
Pianist
Directeur en oprichter November Music Vlaanderen
Penningmeester ISCM-Vlaanderen