Russische veldtocht
15.000 Nederlandse militairen
Van de 15.000 man die in de legers van Napoleon aan de veldtocht naar
Rusland hebben deelgenomen keerden er nauwelijks 500 terug. Ruim 4.000 stierven in
hospitalen. De gesneuvelden bleven op die van officieren en vrijwilligers na, praktisch
naamloos.
De alfabetische lijsten met lotelingen van de verschillende jaargangen zijn om meer dan
een reden interessant. In ieder geval vermeldt de lijst een volledig signalement van de
loteling met zijn lengte, alsmede gegevens omtrent ouders en de beroepen. Deze lijsten ben
ik niet in het Rijksarchief in Overijssel tegengekomen, wel in de archieven van een vrij
groot aantal gemeenten in Friesland en in Overijssel in Staphorst. Ik vermoed dat zij ook
nog in die van andere gemeenten in Overijssel aanwezig kunnen zijn. De loting geschiedde
vaak in een kerk ten overstaan van Franse officieren en de onder-prefect van het
desbetreffende arrondissement. Aan de hand van de alphabetische lijst werd de loteling
opgeroepen en hij moest uit een grote emmer een briefje met een nummer trekken. Dat nummer
werd door de onder-prefect geplaatst op de zogenaamde 'liste de tirage' de trekkingslijst
en ook vermeld bij de naam op de alfabetische lijst. Helaas heb ik deze trekkingslijsten
niet in de verschillende archieven van die periode terug kunnen vinden. Was dat een laag
nummer, vaak onder de 20 of al naar gelang het aantal dienstplichtigen dat de gemeente van
inwoning moest leveren een hoger nummer, dan kon de loteling er bijna zeker van zijn dat
hij in werkelijke dienst zou worden opgeroepen. Hierna volgde een keuring waarvan
het
resultaat in vele door mij onderzochte gevallen ook terug te vinden is op de alfabetische
lijst.
Zowel de Verenigde Zeven Provinciën (tot 1795), als ook de Bataafse
Republiek (1795-1806) en het Koninkrijk Holland van Lodewijk Napoleon (1806-1810) kenden
Grenadiers en Jagers als 'gardisten'. Na de inlijving bij Frankrijk (1810-1813) maakten
ook Nederlandse Grenadiers en Jagers deel uit van het leger van Keizer Napoleon. Zij namen
o.a. deel aan de veldtochten in Spanje en Rusland. Zij hebben
dapper gestreden en zware verliezen geleden. Van de Grenadiers van de Hollandse Garde
overleefden slechts 30 man de veldtocht naar Rusland en van het 33e Regiment Infanterie
Legere (Jagers) slechts 79 man.
( http://www.ggj.nl/geschiedenis/frameset/main2.html
)
Oorzaak en aanleiding
De oorzaak voor de veldtocht naar Rusland is vrij lastig te vinden.
Napoleon had immers vrede gesloten met Rusland. De oorzaak en ook de aanleiding moeten
gezocht worden in de strijd tussen Engeland en Frankrijk, die nog steeds duurde. Om ervoor
te zorgen dat Engeland geen oorlog meer kon voeren, moest Napoleon er voor zorgen dat
Engeland niet meer kon handelen met het vasteland van Europa.
Dit had Napoleon bewerkstelligd door het Continentale Stelsel in te
voeren. De hele kustlijn van Europa was in Frans bezit en door zijn alliantie met Rusland,
liep die, voor Engeland onbereikbare, kustlijn tot ver in Rusland. Napoleon maakte echter
een fout, door het groothertogdom Oldenburg te annexeren, waar een familielid van de
Russische Tsaar Alexander regeerde. Dit tastte de familiebanden van Alexander aan en was
ontstemd over deze actie van Napoleon.
In theorie bestond de Frans-Russische alliantie nog steeds, maar
Napoleon wist, dat hij op Rusland niet meer kon rekenen. Er zat dus een groot lek in zijn
Continentaal Stelsel en via dat lek kon Engeland handel voeren en dus de oorlog tegen
Frankrijk voortzetten. Dit is de aanleiding geweest voor de veldtocht van Napoleon naar
Rusland in 1812.
Beide landen bereiden zich voor op de oorlog, terwijl in theorie de
alliantie nog steeds bestaat. Daarom zorgen beide landen er voor dat de ander niets van de
voorbereidingen merkt. Dan, na een half jaar van bevelen, orders en voorbereidingen, is
het in juni 1812 zo ver.
Kunst & oorlog
De veldslag in Rusland is op verschillende manieren de geschiedenis
in gegaan. Één daarvan is door het muziekstuk 1812', een ouverture van
Tschaikowsky, waarin de slag tussen de Fransen en de Russen op een magnifieke manier wordt
vertolkt, onder andere door de volksliederen van beide landen te gebruiken als
herkenningsmelodieën. De Russische schrijver Tolstoj heeft de opmars van de Franse legers
richting Rusland, beschreven als een stormvloed die met grote hoeveelheden mensen,
onderverdeeld in verschillende legers kwam. Die vergelijking is niet vreemd, het leger van
Napoleon bestond uit soldaten van alle veroverde landen, soldaten uit Portugal,
Zwitserland, Oostenrijk, Nederland, Kroatië, Wallonië en Duitsland. Het is zelfs zo, dat
van de ongeveer 500.000 soldaten die het leger telde, de Fransen sterk in de minderheid
waren. Het grootste gedeelte bestond uit Duitsers. Napoleon maakte echter gelijk al een
fout, door de meest onbetrouwbare manschappen op de flanken te zetten. Bij de opmars ging
dat goed, maar bij de terugtocht heeft dit het leger ernstig in gevaar gebracht.
Verschroeide aarde
Nog voor er ook maar één schot is gelost, komt het leger al in de
problemen. De voedselvoorziening blijkt in de praktijk niet zo te werken als op papier
beschreven
is. De soldaten plunderen het land, voeren onrijp graan aan hun
beesten, waardoor duizenden slachtoffers vallen, ook onder de soldaten zelf, nog voor het
tot een strijd is gekomen. Als ze dan eindelijk het barre Rusland in trekken, wordt de
situatie alleen nog maar slechter. De soldaten plunderen de dorpen, breken de huizen af,
de voedsel- en drinkwatervoorziening wordt alleen maar slechter. De soldaten moeten daarom
vervuild water drinken, waardoor de meest vreselijke ziekten uitbreken. Na 14 dagen is
Napoleon al 135.000 man kwijt, alleen door ziekte en desertie.

Napoleon met zijn staf
Als Napoleon met zijn legers bij de eerste grote vestingstad aankomt,
Wilna, denken de soldaten dat ze weer als vanouds kunnen vechten en dat ze in de stad
genoeg voedsel en drinkwater kunnen vinden, waarmee ze de ziekten kunnen tegengaan. Maar,
als ze in de stad aankomen, is die verlaten, geen Russen. En de voorraadschuren staan in
brand, zodat er nog geen voedsel te vinden is. Deze tactiek, hij wordt ook wel de tactiek
van de verschroeide aarde genoemd, van terugtrekken en alles vernielen wat de vijand zou
kunnen helpen, werd door de Russen toegepast. Telkens als Napoleon bij een stad aankwam,
waar hij dacht een nieuw voedseldepot te kunnen vinden om zo zijn leger uit de malaise te
redden, bleek de stad verlaten en de voorraden verbrand.
Sommige boeken beschrijven deze Russische tactiek als een slim
uitgedachte tactiek, waarin alle lof wordt toegekend aan de Russen. De waarheid echter
ligt iets anders. De Russen weten dat ze niet tegen het ontzaglijke leger van Napoleon op
kunnen. Daarom rest hun maar een mogelijkheid om te overleven, namelijk de terugtocht. De
omvang van zijn leger heeft Napoleon dus uiteindelijk de kop gekost.
Laatste overwinning: Smolensk & Borodino
De tijd tikt door, Napoleon weet dat hij moet zorgen om voor de
winter uit Rusland te zijn, maar zonder oorlogsbuit terugkomen in Frankrijk is te
vernederend. Op 13 augustus breekt het leger op, voor een laatste mars naar Smolensk, waar
twee Russische legers zich hebben verzameld. Napoleon had een mooie tactiek uitgedacht: de
vijand voorbij marcheren, de linkervleugel omvatten en zo de terugweg naar Moskou
afsnijden. Deze manoeuvre mislukte echter, door een paar factoren. De manoeuvre was er op
berekend, dat Smolensk verdedigd zou worden. De Russen staan inderdaad het Franse leger op
te wachten en een bloedige strijd ontwikkeld zich, tot s avonds laat.
Als Napoleon de volgende dag de slachting wil voortzetten, zijn de
Russische legers vertrokken, Smolensk achterlatende als een brandende fakkel. De hele stad
ligt vol met lijken en vele soldaten van het Franse leger sterven door vervuild water uit
de bronnen van Smolensk.
Napoleon besluit om toch door te gaan naar Moskou, om een groots
succes te behalen. De weg van Smolensk naar Moskou is gemakkelijk en goed begaanbaar. De
legers van Napoleon staan dan ook al snel in Moskou. Het Russische leger, onder bevel van
Koetoezow, houd stand en de zo lang verwachte slag kan eindelijk beginnen. Voor de poorten
van Moskou ontwikkeld zich de bloedige slag om Borodino, het dorp waar het gevecht zich
afspeelde, die ternauwernood door de Fransen wordt gewonnen. Op 14 september trekt het
leger van Napoleon eindelijk Moskou binnen, de laatste overwinning die Napoleon heeft
behaald.
Gruwelijke terugtocht
Vijf weken nadat Napoleon Moskou is binnengetrokken, trekt het Franse
leger weer terug richting Frankrijk. Vijf weken te laat, zoals later zal blijken. In
Moskou heeft het leger zich goed voorzien van voorraden en nieuwe paarden, maar op het
traject Moskou-Smolensk slaat het noodlot al weer toe. De paarden kunnen de lasten niet
dragen, waardoor complete artillerie divisies achterblijven. De gewonden die niet op eigen
krachten mee kunnen met de rest van het leger, wordt zonder pardon achtergelaten. Als de
Russen weer langs Borodino trekken, liggen alle lijken van de vorige slag er nog,
zestigduizend rottende lijken herinneren het Franse leger aan deze bloedige slag.

Napoleon aan het einde van zijn loopbaan. Zijn hoed is een Russische adelaar. Zijn gezicht
bestaat uit lijken. Op zijn jasje zit een gifspin, die symbool staat voor de moordzucht
van de kleine korporaal.
En toen deed de beslissende factor in de ondergang van het Franse
leger zijn intrede: de kou. Het is niet zo, dat het Franse leger is verslagen alleen door
de winter. Hierboven staat al beschreven hoeveel verliezen het leger op de heenweg te
verduren heeft gekregen, door honger en veldslagen, op de terugweg was dat hetzelfde,
alleen hierbij speelde ook de kou een belangrijke rol. Napoleon heeft deze smoes zelf de
wereld in geholpen. Gelijk toen hij terug was in Frankrijk kwam hij met het verhaal dat
zijn leger onoverwinnelijk was tegen mensen, maar tegen de elementen niet op kon.
Als het leger, dat eens ruim een half miljoen soldaten telde in
Smolensk aankomt, waar ze hoopten voedsel te vinden, telde het nog maar een kleine 40.000
man. Honderden soldaten bleven s ochtends na een stop bevroren achter, doordat de
temperatuur al dagen niet meer boven het vriespunt was gekomen. En daar boven op, krijgt
het leger ook nog korte aanvallen van de kozakken te verduren, die het leger opjagen,
zonder dat ze het tot een echte veldslag laten komen.
Dan komt het leger uiteindelijk aan op die plaats, die in geen enkele
beschrijving van Napoleons veldtocht naar Rusland ontbreekt: de Berezina. Deze rivier was
nog niet dichtgevroren, waardoor het leger in de problemen komt. Achter zich Koetoezow,
die het Franse leger als sinds het vertrek uit Moskou achtervolgde, links en rechts ook
Russische legers en voor zich de ijskoude rivier de Berezina, waarin de pontoniers zo snel
mogelijk proberen een brug te slaan. De Russische legers rukken op en het Franse leger
probeert zo snel mogelijk de rivier over te steken. Wat niet over de brug kan, probeert
zwemmend de overkant te bereiken. Door de ijskoude stroom sterven nog eens duizenden
soldaten van het Franse leger. Meestal eindigt een beschrijving over de Russische
veldtocht van Napoleon bij de overtocht over de Berezina. De rivier die de laatste slag
toekent aan het eens zo grote leger. Maar, het leger was nog maar net ter hoogte van
Minsk, een heel eind van Frankrijk verwijderd. En pas nu trad de winter echt in.
Temperaturen van 28 graden onder nul worden gemeten, hele divisies vriezen weg in een
nacht. Dan neemt Napoleon een belangrijke beslissing. Hij besluit om het leger te verlaten
en alleen terug te keren naar Frankrijk.
Het leger trekt verder, een spoor van lijken achterlatend, tot ze op
9 december in Wilna aankomen. Een dag later verschijnen ook de kozakken en er beginnen
hevige gevechten in de straten van Wilna, tussen de Fransen en de Russen. Ongeveer 10.000
man verlaat Wilna niet meer, althans niet levend. Met tientallen tegelijk worden de lijken
de stad uitgesleept, om in massagraven begraven te worden. De komst van de legers zorgt er
ook voor, dat de tyfus uitbreekt in Wilna, waardoor ook vele onschuldige burgers sterven.
Als de graven vol zijn, worden de lijken midden in de stad verbrand. Het troepje mannen
wat de stad verlaat kan nauwelijks nog een leger genoemd worden, het is een bende wat
verder trekt richting Frankrijk. Als het leger de rivier de Njeman, de grens tussen
Rusland en Polen, overtrekt, denken ze dat ze het ergste gehad hebben.
Maar dan treft een nieuwe vijand de Fransen: de vlektyfus. Honderden
soldaten, die alle gevaren en ontberingen hadden overleefd, moeten het hier ontgelden.
Slechts een paar honderd man komt uiteindelijk in hun thuisland aan. De verliezen van
Franse kant waren dus enorm, maar die aan de Russische kant waren nog groter. Ruim een
miljoen mensen zijn gesneuveld aan de Russische zijde.
De enigen die levend en wel in Frankrijk weer aankwamen, zijn
Napoleon en een paar van zijn trouwste medewerkers; op 18 december 1812 eindigde de
rampentocht naar Rusland.
*******************************************************************
Moskou 1812.
Op 9 juli 1810 bezegelt Napoleon per decreet het lot van het
Koninkrijk Holland. Ons land wordt een deel van het Franse rijk. De Rijdende Artillerie
wordt opgeheven en het personeel wordt verdeeld over andere artillerie-eenheden. De 1e
compagnie wordt bij het 1e Regiment d'Artillerie a Cheval gevoegd; de 2e compagnie (die
toen nog in Spanje was) bij het 4e Regiment d'Artillerie a Cheval.
Na een uitgebreide voorbereiding begint Napoleon in juni 1812 vanuit Polen aan zijn
veldtocht naar Rusland. De Russen vermijden in het begin een grote slag en trekken zich
terug om zodoende de Fransen aanvoerlijn groter te maken waardoor zij kwetsbaarder worden.
Op 7 september wordt gevochten bij Borodino, waarbij ook het 1e Regiment betrokken is.
Kapitein Christiaan Hogerwaard raakt dodelijk gewond. Met het Regiment bereiken de
Hollandse rijders een week later het verlaten Moskou, dat spoedig daarna door de Russen in
brand wordt gestoken. In oktober wordt de terugtocht ingezet en het eens zo grote leger
krijgt te maken met de vrieskou, honger, uitputting en de onophoudelijke Russische
aanvallen. In de buurt van Smolensk valt de voormalige 1e compagnie geheel uiteen. Slechts
drie onderofficieren keerden levend terug naar Duitsland. Opperwachtmeester Augustijns, de
wachtmeester Arend en de wachtmeester de Bruijn zijn benoemd tot ridder van het Legioen
van Eer. Geen van de officieren overleefden de tocht en van de manschappen zijn geen
cijfers bekend.
*********************************************************************
Inschrijving en loting voor de dienstplicht
Jongens geboren tussen 1788 en 1793 (volgens doopboeken e.d.) kregen een oproep. Ze
moesten naar het gemeentehuis van hun wettige domicilie en werden daar ingeschreven in het
Journal du Maire (hierop kwamen ook aantekeningen van vrijstelling en
gezondheidstoestanden). Per canton werd een alfabetische lijst samengesteld voor de
loting, met de volledige signalementen, ouders en beroepen, vaak bewaard in de
gemeentearchieven; hierop kwamen vaak ook de leger- of marineonderdelen.
Een opgeroepen loteling moest een briefje met een nummer uit een emmer trekken.
(Trekkingslijsten zijn vaak niet bewaard gebleven). Een laag nummer betekende dat hij
bijna zeker opgeroepen zou worden. Daarna volgde een keuring waarvan het resultaat vaak op
de alfabetische lijst kwam. Doordat er vaak werd gesimuleerd kwamen er herkeuringen; ook
hier zijn lijsten van.
Een loteling met een laag nummer kreeg later een oproep zich te melden in de hoofdplaats
van zijn departement (Zwolle?), waar de Raad van Rekrutering gevestigd was. In groepen
gingen ze te voet naar hun garnizoensplaats in Noord-Frankrijk. Er zijn brieven bewaard
gebleven; hieruit blijkt berusting in hun lot, opgelegd door de Voorzienigheid, Die ook
maar moest zorgen dat het lot een goede keer nam.
Een geplande invasie in Engeland ging niet door. Wel gingen er regimenten infanterie naar
Rusland. Slechts een klein deel kwam terug, door honger, kou en andere ontberingen, vooral
bij de Berezina, vaak zonder een vijand te hebben gezien. Krijgsgevangen werden slecht
behandeld.
Van alle onderdelen in het Franse leger en de marine bestaan stamboeken (matricules). De
adressen zijn:
Plaatsvervangers en nummerwisselaars
Er waren twee mogelijkheden zich te laten vervangen.
Er werd een contract opgemaakt over de duur en de financiële
regeling (bewaard in notariële archieven). Er zijn processen bekend over niet nagekomen
verplichtingen en bij onduidelijkheid over het overlijden (bij de Rechtbanken van Eerste
Aanleg).
De dienstplichtige bleef zelf verantwoordelijk: bij afkeuring of desertie moest hij zelf
opkomen. De vervangers waren veelal arme sloebers, soms ook avonturiers.
Dienstweigeraars en deserteurs
Dienstweigering nam toe. Iemand werd als
dienstweigeraar beschouwd als hij of zijn gemachtigde niet kwam opdagen voor de loting;
hij kreeg dan een laag nummer. Varensgezellen vertoefden vaak al jaren elders: dit werd
vaak niet afdoende bewezen. Ook moest vaak met getuigen bewezen worden dat iemand al
overleden was. Bij dienstweigering ging een proces-verbaal naar de Rechtbank van Eerste
Aanleg: daar werd het afgedaan als een overtreding met standaard veroordeling: een boete
plus de kosten.
Vanaf 1805 waren ook de ouders verantwoordelijk en ze konden inkwartiering krijgen op hun
kosten (voor overvloedige maaltijden en de verzorging van de paarden), tot de gezochte
zich had gemeld. Voor het zover kwam, werd de burgemeester (maire) verzocht een onderzoek
naar de verblijfplaats in te stellen: er zijn veel rapporten hierover in havensteden en op
eilanden.
Dienstweigering in Overijssel (Bouches de l'Isle/Monden van de IJssel) had in 1812 zo'n
grote omvang aangenomen dat harde maatregelen werden geëist. Plaatsvervangend prefect Ter
Pelkwijk vond garnizoenlegging te grof. Hij plaatste een advertentie met de oproep zich
alsnog te melden en uitgelote dienstplichtigen werden aangespoord om behulpzaam te zijn,
anders werden ze alsnog opgeroepen: in feite een oproep tot verraad. Er kwamen vliegende
brigades voor huiszoekingen. O.a. in Staphorst is veel gebeurd.
Deserteurs werden bestraft met de kogel of dwangarbeid (levenslang of bijvoorbeeld 7
jaren) plus boete. Ook de ouders waren aansprakelijk. Er zijn signalementen in de
gemeente-archieven.
Vermisten en teruggekeerden
Er zijn lijsten gemaakt van vermisten maar
deze zijn vaak niet te vinden.
De garde d'honneur werd thuisgehaald met muziek en erepoorten. Als Jan Soldaat al
thuiskwam had hij gewoon zijn plicht gedaan en kon hij zich direct melden voor het
vaderlandse leger.
Ook kwam het voor dat een deserteur in het buitenland trouwde en later terugkeerde.
Bronnen
Behalve de genoemde bronnen zijn ook de
volgende van belang:
In het ARA: toegang 2.01.19 inv.nr.152 voor de overlijdensakten (veelal Franse
schrijfwijze voor Nederlandse namen)
Archieven van de (onder-)prefecten in de RA's (arrondissement Zwolle: inv.nr. RAO 21)
Huwelijkse bijlagen: uit een akte van bekendheid moest blijken dat de vader in Franse
dienst was geweest en vermist werd.
Akten van naamsaanneming: vaak staat erbij dat de zoon in dienst was.
Notariële archieven en archieven van de Rechtbanken van Eerste Aanleg bij
boedelscheidingen en erfenissen met een vermiste militair als partij.
Krantenartikelen uit die periode en over de 50-jarige herdenking van de Franse nederlaag.
Boeken over de veldtochten, e.d.
*********************************************************************
Legermuseum
Korte Geer 1
2611 CA Delft
De vaste collectie van het Legermuseum te
Delft begint bij de Bataafse Republiek en de Franse tijd (1795-1813). Uniformen, wapens en
schilderijen maken de tijd aanschouwelijk waarin Lodewijk Napoleon, de broer van Napoleon,
aangesteld werd als koning van Holland, wat het einde betekende van de Bataafse Republiek.
Zo'n 15.000 Nederlandse soldaten namen in 1812 deel aan een veldtocht van Napoleon naar
Rusland, die eindigde in een catastrofe; een groot deel van het leger kwam om van de
koude.
n 1815 werd Napoleon bij Waterloo verslagen door het
leger van kroonprins Willem, de latere koning Willem II. We zien hem op een schilderij
fier te paard zitten. Zijn vader begon in 1813 met de opbouw van een Nederlands leger. De
Zuidelijke Nederlanden streefden naar zelfstandigheid, in 1830 verklaarden de Belgen zich
onafhankelijk. Koning Willem I mobiliseerde daarop zo'n 80.000 soldaten, die tijdens de
Tiendaagse Veldtocht de Belgen bij Hasselt en Leuven versloegen. De Fransen kwamen de
Belgen te hulp en de Nederlanders moesten zich terugtrekken. Pas in 1839 werd de scheiding
tussen Nederland en België definitief.
Met betrekking tot deze periode is er onder andere een Brown-Bess geweer te zien (het
eerste geweer van het nieuwe Nederlandse leger) en een bronzen mortier. Bij de kleding
wordt een hoofddeksel getoond, een zogenaamde 'sjako', waarbij de bovenkant vanwege de
tijdsnood gemaakt werd van een perkamentachtig papier. Hiervan komt het kinderliedje
"Een, twee, drie , vier, hoedje van papier". De Eerste Wereldoorlog was een
woelige periode, waaruit veel bewaard is gebleven. Ze krijgt dan ook ruim aandacht. Er is
onder andere een zijaanzicht te zien van een loopgraaf, duidelijk geen pretje om daar
langere tijd in te zitten... Toch was dat het verblijf van vele soldaten, ondanks de
technische ontwikkeling, die nieuwe wapens opgeleverd had als tanks, mitrailleurs,
onderzeeboten, vliegtuigen en gifgassen. Wel hadden alle soldaten nu een stalen helm.
Vechten moesten ze nog steeds met 'oude' wapens als geweren, dolken, bajonetten en
handgranaten. Nederland bleef neutraal in deze oorlog, maar mobiliseerde in 1914 wel
200.000 soldaten.
Een informatieblad (op de afdeling te koop voor een kwartje) vermeldt verder dat Nederland
in deze tijd aan zo'n miljoen! buitenlanders, voornamelijk Belgen, asiel verleende. Het
asielzoekersbeleid van nu is dus niet zo nieuw als we denken! Ook de laatste Duitse keizer
kreeg hier asiel, zeer tegen de zin van de geallieerden. Van hem is een jas te zien, de
ene mouw korter dan de andere vanwege een aangeboren afwijking. Dolf Verroen heeft over
het verblijf in Doorn van deze ex-keizer Wilhelm II een interessant jeugdboek geschreven,
fictie, gebaseerd op de werkelijkheid.
Langzaam maar zeker komen we dichter bij het heden. Op de begane grond komt De Tweede
Wereldoorlog ruim aan bod, soms van opmerkingen voorzien door bejaarde mensen die hier
herinneringen ophalen. Ook de politionele acties en de Koude Oorlog komen al dicht bij ons
bed, maar natuurlijk nog meer de blauwhelmen met hun vredestaken, die ook achteraf 'onder
vuur liggen' van journalisten en politici nu...
Links van de hoofdingang op de begane grond is tot en met 31 januari 2001 de expositie
'Dressed to kill' te zien, mode geïnspireerd door het militaire uniform. Voorop een
blitse Jimi Hendrix met een echt legerjasje, maar natuurlijk ook punk, chique
mantelpakjes, leggings, voor 'vogels van allerlei pluimage', veelal ontworpen door
vooraanstaande couturiers.
Daarboven is een foto-expositie met recente beelden van Nederlandse soldaten op
vredesmissie in het voormalige Joegoslavië. Geen gevechtshandelingen zijn vastgelegd,
maar contacten tussen de lokale bevolking en de soldaten. Verder in deze zaal nog enkele
staaltjes technisch vernuft. Maar dan heb ik met mijn twee zonen, 14 en 17 jaar, al zo
veel gezien. De twee hebben heel wat herkend uit de jeugdstrip boeken 'Van nul tot nu' van
Thomas Roep en Co Loerakker over de geschiedenis van Neder land, die ze al in de laatste
jaren van de basisschool 'verslonden'. Zoveel wapens (van eenvoudig tot kunstwerken van
smeedkunst, soms versierd met edelstenen), tanks, levensgrote replica's van mannen te
paard, Hannie Schaft met een fiets met houten banden, een soort antiek 'lotto-apparaat'
voor de loting van soldaten die mee ten strijde moesten trekken, een marketen ster,
soldaten in Indonesië en een video daarover. Maar geen geuren, namaak bloedvlekken,
lawaai en trillingen die het kanongebulder en de oorlogsellende nabootsen, zoals
bijvoorbeeld in enkele onderaardse gangen van een kasteel in de Engelse kustplaats Dover.
In het algemeen is er wel veel multimedia aanwezig om de geschiedenis verder toe te
lichten. Dit is prettig, maar zoals in elk museum geldt ook hier: niet alles werkt altijd.
Blijft de vraag hoe zinvol al dit wapengekletter geweest is. Een vraag die bepaald niet
makkelijk te beantwoorden is. Misschien moeten we ons afvragen hoe ons leven er uit zou
zien wanneer er nooit een leger bestaan zou hebben. Een museum als dit roept dit soort
vragen op een het is zinvol je bewust te zijn van de complexiteit van een mogelijk
antwoord.
Bij een kleurwedstrijd van het museum, waarbij kinderen een T-shirt mochten ontwerpen, was
verschillende keren het woord 'vrede' te zien.
Joke
Bellemans
Lees verder over een bezoek aan het
Legermuseum of neem zelf een kijkje op de uitstekende website: http://www.legermuseum.nl
Legermuseum
Korte Geer 1
2611 CA Delft
tel: 015-2150500
Openingstijden:
Maandag t/m vrijdag 10.00 - 17.00 uur
Zaterdag, zondag, feestdagen 12.00 - 17.00 uur
Eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag is het Legermuseum gesloten
Toegangsprijzen: Volwassenen fl. 6,-
Kinderen 4 t/m 12 jaar fl. 3,-
Groepen vanaf 10 personen (p.p.) fl. 3,-
CJP fl. 3,-
Houders van Museumjaarkaart en Veteranenpas en Defensiepersoneel hebben gratis toegang.
Het Legermuseum is toegankelijk voor mindervalide bezoekers en rolstoelgebruikers.
http://www.museumserver.nl/museumkrant/editie36/artikel.php3?pagina=3
© 2000 Stichting De Museumserver
http://www.museumserver.nl
*************************************************************************************************************************************************
b. Het tijdvak 1810-1813
De jaren 1810-1813 zijn voor het genealogisch onderzoek naar
Nederlandse militairen een lastige periode. Schrijver dezes kan voorlopig slechts volstaan
met het geven van enkele globale aanwijzingen. Zoals reeds in paragraaf 1 werd
gememoreerd, werden na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk in juli 810
de Nederlandse troepen in het keizerlijk leger opgenomen. Bovendien werden toen in het
geannexeerde gebied de Franse decreten met betrekking tot de dienstplicht van kracht. De
staten van dienst van de Nederlanders, zowel van beroepsmilitairen als van
dienstplichtigen, die in de periode 1810-1813 behoord hebben tot het leger van het Franse
keizerrijk, staan opgetekend in de stamboeken van de Franse onderdelen, welke berusten bij
de Service Historique de l'Armée de Terre te Vincennes bij Parijs (adres: Château de
Vincennes 75997 Paris Armées, France). Een dergelijke staat van dienst kan echter pas
worden teruggevonden wanneer bekend is bij welk Frans onderdeel de betrokken militair
gediend heeft. Via de vier publicaties van H. Ringoir welke hierboven genoemd staan onder
2a (2) vierde alinea is na te gaan in welke Franse korpsen de verschillende onderdelen van
het leger van het Koninkrijk Holland in 1810 zijn opgegaan. In de stamboeken van die
Franse eenheden in Vincennes zijn dus de staten van dienst terug te vinden van de
beroepsmilitairen die onder het Koninkrijk Holland in het Nederlandse leger dienden en in
1810 naar de Franse keizerlijke armee zijn overgegaan. Voor de dienstplichtigen die in de
jaren 1810-1813 onder de wapenen zijn gekomen is slechts in sommige gevallen te
achterhalen in welk Frans onderdeel zij zijn terechtgekomen. Men dient dan de stukken van
militaire aard te raadplegen die zich mogelijk nog bevinden in het archief van het bestuur
van het departement waarin betrokkene op dat moment woonde. Deze archieven liggen in de
rijksarchieven in de provincies, voor zover de hoofdsteden van die provincies destijds ook
hoofdplaats van het desbetreffend departement waren. Voor de verblijfplaats van die
archieven raadplege men de in de afgelopen jaren verschenen provinciale archiefoverzichten
met als titel:
De archieven in... (Serie Overzichten van de archieven en
verzamelingen in de openbare archief -
De overgang van de eenheden van het Koninklijk Hollandse leger naar
het Franse (1810)
Decreet van 18 augustus 1810:
1e Regiment Jagers en 1e Bataljon 6e Regiment Infanterie: 33e
Régiment d'Infanterie légère
2e Regiment Infanterie en 2e Bataljon 6e Regiment Infanterie: 123e
Régiment d'Infanterie de Ligne
3e Regiment Infanterie en 1e Bataljon 7e Regiment Infanterie: 124e
Régiment d'Infanterie de Ligne
4e Regiment Infanterie en 2e Bataljon 7e Regiment Infanterie: 125e
Régiment d'Infanterie de Ligne
5e Regiment Infanterie en 1e Bataljon 8e Regiment Infanterie: 126e
Régiment d'Infanterie de Ligne
Infanterie-veteranen: 11e Bataljon de Vétérans
2e Regiment Kurassiers: 14e Régiment de Cuirassiers
2e Regiment Huzaren: 11e Régiment de Hussards
Regiment Artillerie te Voet: 9e Régiment d'Artillerie
Brigade Rijdende Artillerie: 7e Régiment d'Artillerie à Cheval
29
Compagnieën Werklieden: Compagnies d'Ouvriers d'Artillerie nos. 17
et 18
Compagnie Pontonniers: 11e Compagnie du 1er Bataillon de Pontonniers
Compagnie Geweermakers: Compagnie d'Armuriers no. 5
Bataljon Treinsoldaten: 14e Bataljon principal du Train d'Artillerie
Compagnie Artillerie-veteranen: 19e Compagnie de
Cannoniers-Vétérans
Legioen Véliten en oudsten der Koninklijke Kwekelingen: Régiment
des jeunes Hollandais
30
Gendarmerie (eskadron Politiewacht te Paard): 32e et 33e Légion de
la Gendarmerie Impériale
Decreet van 13 september 1810:
1e en 2e Compagnie Garde du Corps: worden toegevoegd aan de
regimenten Grenadiers de la Garde Impériale.
3e en 4e Compagnie Gardes du Corps: worden ingedeeld bij de
infanteriekorpsen van de Garde Impériale.
Regiment Garde Grenadiers: 2e Régiment de Grenadiers de la Garde
Impériale
31
Regiment Garde te Paard: 2e Régiment de Chevau-légers Lanciers de
la Garde Impériale
Garde-Artillerie: wordt ingedeeld bij de Artillerie légère.
Decreet van 6 september 1810:
2e Bataljon en overcompleten 1e Bataljon 8e Regiment Infanterie:
Bataillons expéditionnaires
overcomplete artillerie: Compagnies d'Artillerie expéditionnaire
Nb: De hierboven genoemde eenheden waren eerst bestemd voor het leger
in Indië, maar werden
bij decreet van 1 augustus 1811 verdeeld over de aan het begin
genoemde vijf infanteriereg-
imenten.
Decreet van 16 september 1810:
De leerlingen van de Koninklijke Militaire School die ouder zijn dan
16 jaar worden op de
Ecoles militaires
van Saint-Cyr en Saint-Germain geplaatst, de leerlingen jonger dan 16
jaar op
het
Prytanée militaire
van La Flèche.
Decreet van 21 september 1810:
Compagnie Mineurs: 6e Compagnie du 1er Bataillon de Mineurs
(Bron: F.J.G. ten Raa, De uniformen van de Nederlandsche Zee- en
Landmacht (...)
(2 dln.;
's-Gravenhage, 1900; facsimile-uitgave: Bijdragen van de Sectie
Militaire Geschiedenis nr. 6;
's-Gravenhage, 1980) tekstdeel, 108-110).