drongen

 

naam | geschiedenis | aardrijkskunde | Baarle

 

Drongenplein en Sint-Gerolfkerk

Drongen is sinds 1977 een deelgemeente van de stad Gent. 
 

9031 Gent-Drongen  
 
3 parochies: Drongen-Centrum, Baarle en Luchteren
 
12.882 inwoners (2004)
 
Drongenaar; Drongens
 
25,63 km² en daarmee de grootste deelgemeente van Gent; zandlemig; kouters en bulken in een zacht golvend landschap, 7-10 m; Leiemeersen, 6-7 m.
 
Uitrit 13 aan de E40 autosnelweg, aan de N466 Gent-Deinze. 
Station op de spoorlijn Brussel-Oostende.
 
Begrensd door de Leie, de Ringvaart en elf gemeenten.
 
Woondorp; land- en tuinbouw: serreteelten; industriepark.  

 

Klik hier voor een wandeling door Drongen

Klik hier voor een wandeling door Drongen

 

De naam Drongen

 

Uit het voorkomen van de evoluerende naam Dronghine tot Drongen enerzijds en uit archeologische vondsten uit de Romeinse periode anderzijds, blijkt duidelijk dat het een zeer oude en dus zeer moeilijk te verklaren naam betreft.
 
Frans De Potter geeft een viertal verklaringen die echter weinig onderbouwd zijn: naam van een Romeins veldheer, volksvorm van Hieronymus, naar de god Thor, afgeleid van tronken.
 
Maurits Gysseling dateert de naam tot 2000 jaar voor Christus. De naam zou teruggaan op
Trunkinion, een nederzettingsnaam. Mogelijks is hij afgeleid van het Latijnse truncare, wat afknotten betekent.  
De persoonsnaam Tronkinos zou dan
de verminkte of de geblokte kunnen betekenen.  

  

Dronghine is de naam die rond 1293 gegeven werd aan het gebied dat nu benaderend Drongen heet. Voor deze streek werden vroeger nog andere namen gebruikt. Vindplaatsen van en gegevens over de documenten en/of vermeldingen vind je in ons jaarboek 1986, p. 46-47: Bombay Jo, Gemeentenamen worden straatnamen en p. 54-56: Gijsseling Maurits, De naam Drongen.
 

tronken in de Assels

Chronologische lijst van deze namen:

Truncinas 820
Truncinis 1040
Truncinium       1140
Trincinium        1198
Truncin 1212
Troncinium 1241
Dronghine 1293
Donghene 1334

 

Geschiedenis

 
De ingewikkelde naamverklaring van Drongen en een aantal prehistorische vondsten dateren het ontstaan van Drongen in een zeer ver verleden en wijzen op bewoning tijdens de voorhistorische periode.
 
Opnieuw zijn het de archeologische vondsten die aantonen dat er ook in de Gallo-Romeinse periode bewoning was.
 
In
843 werd Drongen vermeld in een charter van Karel de Kale. Het behoorde dan tot de Pagus Mempiscus, d.w.z. tot het gebied van de Menapiërs.
 
De erfheerlijkheid Drongen, een van de oudste en belangrijkste van Vlaanderen, hing eerst rechtstreeks af van de graaf van Vlaanderen. Later gingen de vele heerlijkheden die in Drongen ontstonden, afhangen van de kasselrij van de Oudburg van Gent en het markizaat Deinze.
 
Achtereenvolgens kwam de heerlijkheid onder het beheer van het huis Van Aalst, het huis Van Kortrijk, de families Van Halewijn, De Lannoy, De Cottrel, enz. De twee laatste heren waren de graven Walckiers en D’ Hane
-Steenhuyse.
 
Wanneer de heilige Amandus in de Leievallei predikte zou hij te Drongen een abdij gesticht hebben. Aan deze stichting is een sage verbonden rond de Frankische vorst Basinus en zijn blinde dochter Aldegondis. Samen met de heilige Gerolf zijn zij trouwens de drie patroonheiligen van Drongen. De abdij werd in 851 door de Noormannen vernietigd. Zij werd heropgericht en werd in 1134 door Iwein Van Aalst overgedragen aan de norbertijnen of premonstratenzers.
 
De geschiedenis van Drongen is uiteraard sterk verbonden met de geschiedenis van deze abdij. De abdij verzorgde ook de parochie Drongen. Abdij en dorp ondergingen dikwijls hetzelfde lot: beiden werden telkens weer door legertroepen geteisterd die het nabije Gent belegerden, aanvielen, verlieten, enz. Vooral tijdens de beeldenstorm had de abdij zeer veel te lijden; de kloostergemeenschap moest lange tijd in zijn refugie te Gent verblijven. Uiteindelijk keerden zij naar Drongen terug in 1698.
 
Met de Franse Revolutie werd de abdij in 1797 tot nationaal eigendom verklaard. De Witheren werden verjaagd. Enkele gebouwen kwamen in handen van Lieven Bauwens, die er zijn tweede katoenspinnerij in onderbracht.
 
Tijdens de korte Hollandse periode (1814
-1830) werd de verbinding met Gent fel verbeterd: de mooie Drongendreef werd aangelegd. De Belgische Omwenteling veroorzaakte in Drongen weinig opschudding.
 
In de abdijgebouwen was van 1823 tot 1837 een kleurstoffenfabriek gevestigd. Toen kwamen de jezuïeten er hun noviciaat vestigen; het bleef er tot 1968. Nu is er het een rusthuis voor bejaarde paters en een bezinningscentrum.
 
Beide wereldoorlogen eisten ook in Drongen hun tol.
 
Na de tweede wereldoorlog groeide de bevolking gestadig: talrijke verkavelingen geven de stedelingen woongelegenheid midden in het groen.
 
In 1976 werd Drongen met Gent gefusioneerd. Het groene karakter van de gemeente komt steeds meer onder druk.  
 

Aardrijkskunde

 
De gemeente Drongen heeft een oppervlakte van 2.749 ha.
 
Het is in hoofdzaak een woondorp waar ook aan land- en tuinbouw wordt gedaan. Er is ook een succesvol industrieterrein. Het aantal inwoners kan op 13.000 geraamd worden.
 
Drongen ligt langs de weg Gent – Deinze (N466) en langs de E40 autosnelweg (uitrit 13).
 
Er is een station–stopplaats op de spoorlijn Brussel – Oostende, het centrum wordt door een viertal buslijnen bediend. De grenzen worden gevormd door de Leie, de Ringvaart en liefst elf (ex-)gemeenten.
 
De bodem is zandlemig; kouters en bulken wisselen af in een zacht golvend landschap (7 – 10m).
 
Langs de Leie zijn er de typische meersen (6 – 7 m).
 
De gemeente is van Gent fysisch afgescheiden door een brede gordel landschappelijk interessante gebieden zoals de Bourgoyen, de Ossemeersen en de Leiemeersen.
 
De zelfstandige gemeente Drongen kende elf wijken in drie nogal autonome woonkernen: Centrum, Baarle en Luchteren. Oorspronkelijk waren zij duidelijk afgescheiden in hun ligging. Elk van deze drie kernen vormt tevens een parochie met eigen kerk, eigen kermis, eigen gebuurtendekenij, eigen school, eigen verenigingsleven, eigen bibliotheekfiliaal, enz.
 
Door een sterke bebouwingsverdichting, na WO II, is via lintbebouwing Luchteren langzaam maar zeker naar Drongen-Centrum gegroeid.
 

Baarle

  
De gemeente Baarle, bij keizerlijk decreet van 2 Pluviôse van het jaar XIII (22 januari 1805) afgeschaft, wordt reeds vernoemd in 820 onder de naam Barle, in 841 onder de naam Barloria en in 1025 als Barla.
 
De betekenis van deze naam zou duiden op een naakte barre landstreek nabij een rivier.
 
De gemeente hangt af van de kasselrij Oudburgh en is samengesteld uit delen van verschillende heerlijkheden, o. a. het Hoorensche, het Nevelsche, Ter Walle en uit eigendommen van de Sint-Pietersabdij te Gent. Sebastiaen Van Baelen van de heerlijkheid Hoorenschen, advocaat in de Raad van Vlaanderen, wordt o.a. heer van Baarle genoemd. 
 
De oppervlakte beslaat 66 bunder aan weerszijden van de Leie gelegen en waarvan in 1805, het deel ten noorden van de Leie, 37 bunder, aan Drongen worden toegevoegd en 29 bunder, ten zuiden van de Leie, aan Sint-Martens-Latem (Baarle­Frankrijk aan de Oude Pontstraat).
 
De kerkelijke parochie Baarle wordt in de XIXde eeuw vergroot met de wijken Cromvelde, Noordhout en Baarlevelde, die steeds tot Drongen behoorden, en in 1933 met de wijk Keuze, die eveneens tot Drongen behoorde.
 
Baarle wordt sinds 1950 door de autosnelweg in twee gesneden en ligt sindsdien aan de afrit 13 tussen Gent en Brugge. Het is door nieuwe stratenaanleg grondig gewijzigd. Nieuwe verkavelingen, sterke woonuitbreiding en industriële inplantingen wijzigen de vroegere plattelandsgemeente tot een, in alle opzichten, bloeiend deel van de Gentse deelgemeente Drongen.
 


Terug naar start