
Buitenzicht van de Amelbergakapel
De
bidplaats die de Heilige Sint-Amelberga
tijdens haar verblijf te Mater in de 8 ste eeuw zou hebben opgericht,
later door de bevolking Sint-Amelbergakapel genoemd, zou lange tijd de
enige kerk van Mater geweest zijn. Dit kerkje in Mater zou verscheidene
malen verwoest zijn door de Noormannen in de 9e eeuw, "volgens
de aldaar bestaande overlevering" zoals E.H. A. Pieraerts,
pastoor van Mater van 1682 tot 1727, schreef naar de Bollandisten.
Uit de dekenale verslagen blijkt dat de kapel in 1566 door de beeldenstormers geplunderd werd en dat het altaar ontheiligd werd. In 1592 deed de kapel dienst als schuur. In 1593 werd het koor met stro bedekt, maar de vensters bleven zonder glas, wat erop wijst dat de kerk zich in erg vervallen toestand bevond waardoor zij niet meer voor erediensten werd gebruikt. In 1597 begon men met restauratiewerken, deze werden in 1605 voltooid. In 1699 werd het klokje, dat er nu nog steeds hangt, in het torentje opgehangen.
Uit de dekenale verslagen blijkt dat de kapel in 1566 door de beeldenstormers geplunderd werd en dat het altaar ontheiligd werd. In 1592 deed de kapel dienst als schuur. In 1593 werd het koor met stro bedekt, maar de vensters bleven zonder glas, wat erop wijst dat de kerk zich in erg vervallen toestand bevond waardoor zij niet meer voor erediensten werd gebruikt. In 1597 begon men met restauratiewerken, deze werden in 1605 voltooid. In 1699 werd het klokje, dat er nu nog steeds hangt, in het torentje opgehangen.
Aan het klokje is ook een merkwaardig verhaal verbonden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het door de Duitsers niet gevonden om zoals vele andere klokken gesmolten te worden. Men beweert dat het klokje verborgen werd in de tuin van het voormalige klooster.

Binnenzicht van de Amelbergakapel


