In Mater zijn fijfer,
trommelaar en nar
onafscheidelijk verbonden met het feest van de Heilige Amelberga. Zij
wordt aanroepen tegen koorts en stuipen. Haar feestdag valt steeds op
10 juli (=haar sterfdag), doch vanaf drie dagen voordien worden de
inwoners persoonlijk ten huize uitgenodigd door het trio trommel,
fluitje en nar vergezeld van een kassier.
Op 7 juli, rond de middag, vertrekt het trio op stap en dit langs een steeds weerkerende route. Vroeger werden alleen de gegoede burgers en boeren aangedaan, doch dit laatste verdween. Op 8 en 9 juli wordt er omstreeks 7u. vertrokken tot omstreeks 21u30 à 22u. Hierbij legt het trio zo'n 60-tal km af. Tot omstreeks 1968 kon men dit nog op twee dagen doen, maar door de aanwinst van woningen was dit niet meer mogelijk.

De ploeg van de VRT filmt het uitnodigingsritueel
Op 7 juli, rond de middag, vertrekt het trio op stap en dit langs een steeds weerkerende route. Vroeger werden alleen de gegoede burgers en boeren aangedaan, doch dit laatste verdween. Op 8 en 9 juli wordt er omstreeks 7u. vertrokken tot omstreeks 21u30 à 22u. Hierbij legt het trio zo'n 60-tal km af. Tot omstreeks 1968 kon men dit nog op twee dagen doen, maar door de aanwinst van woningen was dit niet meer mogelijk.

De ploeg van de VRT filmt het uitnodigingsritueel
Het ritueel gaat volgens een bepaald stramien. De
kassier gaat het trio vooraf en belt aan bij de woning. Nadat de
bewoners de deur geopend hebben spreekt de kassier steeds dezelfde
woorden uit, zijnde: "Wij komen U uitnodigen tot het feest
van de Heilige Amelberga, gelijk alle jaren." Intussen
speelt de fijfer een melodie naar keuze en begint de nar te dansen.
Nadat de melodie ten einde is zegt de kassier: "Ge zijt
allemaal verwacht, een goede feeste en tot volgend jaar." Hierop
kunnen de bewoners een gift in de "sacoche" steken en wordt hen, tegen
betaling, een vaantje aangeboden. Dit
is langs beide zijden bedrukt met een
beeltenis van de Heilige Amelberga en versierd met pluimen en papieren
fransjes. Het uitnodigen tot het feest zou ook verwijzen
naar
het vroegere, waarbij de boeren aangespoord werden om tegen 10 juli hun
paarden te tuigen.
Het repertorium bevat een 6-tal melodieën, bronnen en opzoeking door het instrumentenmuseum wezen uit dat sommige melodieën sterk verwant zouden zijn met Spaanse en afkomstig zijn uit de eenmansfluit. De danspassen uitgevoerd door de nar zijn ook eigenaardig te noemen, in die zin dat de benen afwisselend kruislings over elkaar worden geplaatst. Bij de dagen van de uitnodiging danst de nar ter plaatse, terwijl deze op 10 juli achterwaarts uitgevoerd worden. Op 10 juli gaan fijfer en trommelaar gekleed in een Brabantse kiel, halsdoek van rode kleur met zwarte bollen rond de nek en een zwarte pet.
Op 9 juli, wanneer het trio het dorp nadert, beginnen om 20u de klokken te luiden samen met het afvuren van 9 kanonschoten. Dit alles herhaalt zich om 21u en op het ogenblik dat het trio het laatste huis aandoet. Het afvuren van de vuurmonden en het klokkengeluid gaat ook gepaard met het luiden van het kleine Sint-Amelbergaklokje, dat zich in de gelijknamige kapel bevindt en dat met de hand wordt bediend.
Iedere avond worden de giften door de leden van de ruitermaatschappij geteld. Vroeger diende dit geld voor de behoeftigen, nu dient het grootste deel om de ommegang te bekostigen.
Op 10 juli is er dan de traditionele ommegang, waarop ieder jaar een 300-tal paarden aanwezig zijn. Van heinde en verre komt men naar Mater, niet alleen paardenliefhebbers, ook mensen welke komen ter verering van de heilige.

Binnenkomst van het trio in authentieke kledij
Vervolgens wacht het trio de ruiters op en begeleiden hen tot de kleine Sint-Amelbergakapel. Hier zou de wonderlijke maagd een bron, die er effectief is, hebben laten ontspringen. Hier gaat het trio op zij staan en vertrekt de kapitein met zijn adjuncten om een rondgang te doen langsheen de kerk. Hierbij vraagt hij aan de pastoor de toestemming om het dorp te mogen betreden, wat uiteraard geen probleem is. Dit gebruik zou verwijzen naar het feit dat Karel Martel, alhier op zoek naar de Heilige Amelberga, door de inwoners op een dwaalspoor gebracht werd zodat de Heilige Amelberga in de mogelijkheid was te vluchten naar Temse.

Klein Sint-Amelbergakapelletje
Het repertorium bevat een 6-tal melodieën, bronnen en opzoeking door het instrumentenmuseum wezen uit dat sommige melodieën sterk verwant zouden zijn met Spaanse en afkomstig zijn uit de eenmansfluit. De danspassen uitgevoerd door de nar zijn ook eigenaardig te noemen, in die zin dat de benen afwisselend kruislings over elkaar worden geplaatst. Bij de dagen van de uitnodiging danst de nar ter plaatse, terwijl deze op 10 juli achterwaarts uitgevoerd worden. Op 10 juli gaan fijfer en trommelaar gekleed in een Brabantse kiel, halsdoek van rode kleur met zwarte bollen rond de nek en een zwarte pet.
Op 9 juli, wanneer het trio het dorp nadert, beginnen om 20u de klokken te luiden samen met het afvuren van 9 kanonschoten. Dit alles herhaalt zich om 21u en op het ogenblik dat het trio het laatste huis aandoet. Het afvuren van de vuurmonden en het klokkengeluid gaat ook gepaard met het luiden van het kleine Sint-Amelbergaklokje, dat zich in de gelijknamige kapel bevindt en dat met de hand wordt bediend.
Iedere avond worden de giften door de leden van de ruitermaatschappij geteld. Vroeger diende dit geld voor de behoeftigen, nu dient het grootste deel om de ommegang te bekostigen.
Op 10 juli is er dan de traditionele ommegang, waarop ieder jaar een 300-tal paarden aanwezig zijn. Van heinde en verre komt men naar Mater, niet alleen paardenliefhebbers, ook mensen welke komen ter verering van de heilige.
Het feest begint al
omstreeks 5u 's
morgens, dan worden de inwoners gewekt door 9 kanonschoten en
klokkengeluid. Hiermee wil men de boeren en bezitters van een paard
erop attent maken dat ze dienen wakker te worden. Vervolgens gaan de
bedienaars van de kanonmonden hun morgenmaal nuttigen om tegen 6u
hetzelfde nogmaals te herhalen. Omstreeks 8u wordt dan de kapitein
van de vereniging afgehaald door het trio. Op dit
moment gaan er terug drie kanonschoten af en begeeft het trio hen tot
aan de kerk alwaar ze het gezelschap krijgen van de plaatselijke
muziekvereniging. Nadat ze daar eerst de zegen ontvangen hebben met de
relikwie van de Heilige Amelberga, doen ze de uitgeleide van de
ruiters, waarbij terug negen kanonschoten worden afgevuurd.

Binnenkomst van het trio in authentieke kledij
Vervolgens wacht het trio de ruiters op en begeleiden hen tot de kleine Sint-Amelbergakapel. Hier zou de wonderlijke maagd een bron, die er effectief is, hebben laten ontspringen. Hier gaat het trio op zij staan en vertrekt de kapitein met zijn adjuncten om een rondgang te doen langsheen de kerk. Hierbij vraagt hij aan de pastoor de toestemming om het dorp te mogen betreden, wat uiteraard geen probleem is. Dit gebruik zou verwijzen naar het feit dat Karel Martel, alhier op zoek naar de Heilige Amelberga, door de inwoners op een dwaalspoor gebracht werd zodat de Heilige Amelberga in de mogelijkheid was te vluchten naar Temse.

Klein Sint-Amelbergakapelletje
Bij de terugkomst van de
kapitein aan het kapelletje heft de
muziekvereniging het Belgisch volkslied aan en worden opnieuw negen
kanonschoten afgevuurd. Daarna beginnen fijfelaar en trommelaar een
melodie te spelen en betreden het dorp. Vervolgens doen de ruiters een
rondgang via de Sint-Amelbergakouter om
tenslotte rond de kerk drie ronden te rijden, zijnde in stap, galop en
draf.
Terwijl de ruiters rond de kerk rijden wordt het beeld onder begeleiding van de pastoor, fijfer, nar en trom de kerk binnengebracht en vangt de kerkelijke dienst aan.
Terwijl de ruiters rond de kerk rijden wordt het beeld onder begeleiding van de pastoor, fijfer, nar en trom de kerk binnengebracht en vangt de kerkelijke dienst aan.


