home > woord en beeld >

Een nieuwe gevangenis in Pervijze in 1756

Op de website over Pervijze van Herman Declerck vonden we een interessant stukje in een tekst uit de "Bijdragen aan de geschiedenis van Pervijze" van ene Jan De Cuyper.

Gemeentehuis, tevens herberg Het Gulden Vlies - foto website Pervijze Jan van den Broucke was in 1756 pachter van het wethuis van de heerlijkheid van Berkel (parochie Sint-Catharinakapelle). Dit huis, dat stond waar het gemeentehuis destijds gestaan heeft, was terzelvertijd herberg en brouwerij en was bekend onder de naam "'t Gulden Vlies".
Bij de aanvang van dat jaar stuurt van den Broucke een brief aan de baljuw en de heren van de wet. Daarin noteert hij dat onder de voorwaarden in de pachtbrief vermeld, de overname "in prijsse" staat van "een bierkelderken staande van noorden den gevel van den voorseijden huijse paelende met het noordmeurken jegens het kerckhof van St-.Catharinacapelle tot half gracht met den kerckewal". Dit kelderken stond dus tegen het kerkhof. Pachter van den Broucke stelt vast dat die kelder "alsdan gheheele slechts ende caduijck" is. Nu dat het moet hersteld worden, zou van den Broucke gaarne de noordmuur van deze kelder "twee voeten in den breede voorderuijt stellen naerder voorsijden kerckhove (de langhde bestaende ontrent 36 voeten)".
Hij stelt dan ook voor, mits dit voorstel ingewilligd wordt, jaarlijks ten voordele van de kerk zes schellen parisis te betalen, dit zolang hij er wonen zal, met de hoop dat zijn opvolger die kelder zal overnemen. Deze wijziging stelt van den Broucke voor om "daardoor enige meerdere commonditeit te connen hebben".

Het advies van de verscheidene personen werd gevraagd. De landdeken "van de kristenheijt van het district van Veurne ende Nieuwpoort" J.B. Peternic geeft op 19 mei 1756 zijn toestemming. Daarna volgt de toestemming van de pastoor J.Abordyn en die van de kerkmeester Steven Boucneau. Nu vindt de wet het een goede gelegenheid, om in die herstelde bierkelder een gevangenis te doen maken, ten dienste van de heerlijkheid.

Pervijze, of beter Berkel krijgt dus zijn gevangenis in 1756: een deel van de vergrote bierkelder van het wethuis, de herberg "'t Gulden Vlies". Wellicht was er een stevige deur voorzien tussen het gevang en de plaats waar de tonnen goed gerstebier, de wijn en de brandewijn lagen...

Kerkmeester én hoofdman

Stephanus (of Steven) Boucneau, was verschillende jaren kerkmeester te Sint-Catharinakapelle. hij was de zoon van Stephanus Boucneau en Marie Façon, geboren op 8 februari 1694 te Avekapelle. Hij trouwde met Maria Catharina De Graeve. Hij overleed op 13 februari 1765 in Pervijze op 71-jarige leeftijd.

Voormalige kerk van Sint-CatharinakapelleSteven (jr.) was een belangrijk man in zijn gemeente Pervijze. Zo was hij ook nog 'hoofdman' van van 1751 tot 1753. 'Hoofdman' was een functie gelijkaardig aan die van burgemeester, maar dan tijdens het Ancien Regime.

Tot 1812 bestond Pervijze uit twee afzonderlijke parochies : Pervijze en Sint-Catharinakapelle. Pervijze behoorde tot de Kasselrij Veurne. Door de schepenbank van de Kasselrij werd een hoofdman aangesteld die zich liet bijstaan door enkele plaatselijke notabelen. Het ambt van hoofdman was tweejaarlijks hernieuwbaar. Tijdens de Franse overheersing vanaf 1792, werd de hoofdman 'agent municipale' genoemd. Later ontstond het ambt van burgemeester.


Meer info:
- Website over Pervijze van Herman Declerck

^ top   

Lees ook...
Lisez plus...
Read more...


Het gezin Boucneau-De Graeve in de stamboom