laatst aangepast op 23/oktober/2009

GEWONE ZEESTER (Asterias rubens)

Naam: Asterias rubens (W), étoile de mer (F), common starfish (GB), Gemeiner Seestern (D)

Kenmerken: De Gewone zeester heeft een duidelijke stervorm met een centrale schijf en vijf dikke armen. De huid is grof bobbelig en stekelig. Ondanks de grote variatie in kleur en afmeting is deze soort niet te verwarren met enige andere in Nederland. De gewone zeester is radiaal symmetrisch. Met over het algemeen vijf gelijke armen. De anus bevindt zich, centraal, op de bovenzijde van het lichaam. De mond is naar de bodem gericht en aangepast aan het leven als bodemdier.

zeester

Afmetingen: Volwassen exemplaren tot 52 cm maar meestal 20 tot 30 cm.

Kleur: De gewone zeester is egaal gekleurd. De kleur is meestal oranjeachtig maar kan varieren van oranje tot paars. De onderzijde is licht van kleur.

Habitat: Harde ondergrond (stenen, mosselbanken, hardzand) van 0 tot 650 meter diep.

Verspreiding: De gewone zeester is een algemene verschijning in de Noordzee en in de Zeeuwse wateren. Zeer algemeen in het Grevelingen Meer, Ooster- en Westerschelde. Zeer zeldzaam in het Veerse Meer.

Voortbeweging: Aan de onderzijde zitten honderden voetjes, die afzonderlijk van elkaar kunnen bewegen. De voetjes zijn voorzien van zuignapjes, waarmee de zeester zich stevig aan een harde ondergrond kan vasthouden. De voetjes bewegen via een ingenieus systeem van kleine met water gevulde kanaaltjes die door middel van drukverschillen kunnen bewegen, net als een hydraulisch systeem.

Voedsel: Het voornaamste voedsel van de zeesterren bestaat uit mosselen en dood materiaal. Wanneer de zeester een schelp, bv. een mossel, heeft gevonden, vouwt hij zijn armen om de schelp heen. De zuigvoetjes zetten zich vast op de schelp en de zeester trekt aan de kleppen van de schelp. De mossel geeft zich echter nog niet meteen gewonnen. Maar de zeester is geduldig en krachtiger dan de mossel. De zeester is in het voordeel omdat hij nieuwe zuigvoetjes inzet wanneer er enkele andere moe zijn geworden. Uiteindelijk raakt de spier die de mosselschelp dichthoudt uitgeput, de armen trekken de mosselschelp open en de zeester stulpt zijn maag uit over de mossel. De maagsappen doden de mossel en verteren het mosselvlees.

Regeneratie: Door beschadiging kunnen één of meer armen ontbreken. Deze kunnen weer geheel of gedeeltelijk aangroeien. In elk van de vijf armen zit een gelijke set organen. Daarom is het ook mogelijk dat, als hij onverhoeds een van zijn armen zou kwijt raken, deze niet alleen weer aangroeit, maar dat er, aan deze ene losse arm, ook weer vier nieuwe armen groeien, zodat beide delen weer compleet zijn. Hierin zijn de zeesterren, ten opzichte van de andere leden van de familie stekelhuidigen, uniek.

Voortplanting: De voortplanting geschiedt, buiten de al eerder genoemde regeneratie van zijn eigen afgestoten lichaamsdelen, ook op geslachtelijke wijze. De geslachten zijn gescheiden en de bevruchting vindt buiten het lichaam plaats, in het open water. Het afscheiden van eieren en zaad in het vrije water (zg.: roken) gebeurt in het voorjaar (maart/april). Bij de versmelting van ei- en zaadcel ontstaat een vrij zwemmende larve, die na een zekere tijd de bodem opzoekt om uit te groeien tot een zeester.


Bronnen:


! Lees mijn pagina's over gebruiksvoorwaarden, copyright en historiek !

 

BOLCKMANS.NET - België - Belgium
persoonlijke website van Johan Bolckmans

naar boven vorige volgende