laatst aangepast op 27/oktober/2009

ZEEDRUIF (Pleurobrachia pileus)

Naam: Pleurobrachia pileus (L), Sea gooseberry (GB), Seestachelbeere (D)

Kenmerken: Zeedruiven zijn bolvormige ribkwallen die ongeveer even worden als een druif. Het lichaam bestaat uit een buitenlaag (ectoderm) en een binnenlaag (endoderm) met daartussen een gelachtige substantie (mesogloea). De zeedruif is als een zak met een mondopening aan de ene kant en anale poriën aan de andere zijde. Van de mondopening lopen acht ribben naar de anale poriën. Op de ribben zitten kamplaatjes die ritmische op en neer bewegen en zorgen voor de voortbeweging. De ritmische beweging start aan de mondzijde en loopt als een golfbeweging over de ribben waardoor een iriserende lichtspel ontstaat. Aan de mondzijde zitten twee tentakels met kleverige haren. De tentakels zijn maximaal 25 cm lang en kunnen worden ingetrokken in de scheden.

Afmetingen: tot 2,5 cm.

Kleur: doorzichtig met regenboogkleuren rond de ribben.

Habitat: Vooral in het voorjaar kan het kustwater van de Noordzee en de Oosterschelde vol zitten met zeedruifjes.

Verspreiding: Atlantische oceaan

Voedsel: Zeedruiven zwemmen met hun mondopening naar voor. De twee lange tentakels hangen daarbij gewoon in het water. Roeipootkreeftjes, garnaaltjes, vislarven, … die per toeval die tentakels raken blijven in de kleverige cellen (lassocellen) kleven. Door de tentakels in te trekken en ze daarbij langs de mondopening te strijken wordt het voedsel opgegeten. Zeedruiven zijn echte vleeseters en kunnen geen algen verteren. Het voedsel wordt via de mond naar het maag-darmkanaal gebracht. Trilharen transporteren het verteerde voedsel via een systeem van kanalen naar de rest van het lichaam. Het onverteerde voedsel wordt via de anaalporiën aan de onderkant of via de mond uitgescheiden.

Vijanden: Ribkwallen worden gegeten door de meloenkwal en door ander echte kwallen. Zeedruiven worden ook gegeten door vissen zoals onder andere de snotolf.

Netelcellen: Een zeedruif heeft geen netelcellen en kan niet prikken.

Voortplanting: Het zeedruifje is tweeslachtig en in het najaar worden zowel zaadcellen als eicellen in het water afgezet. Een volwassen zeedruif kan tot 1000 eicellen per dag afzetten. De bevruchting gebeurt uitwendig als zaadcel en eicel elkaar per toeval tegenkomen. Uit de eitjes komen larven die langzaam de volwassen vorm aannemen. Er is dus geen poliepstadium en ribkwallen brengen alle stadia van hun leven door in het plankton. Zeedruiven lozen al op jonge leeftijd ei- en zaadcellen, maar nog wel in kleine hoeveelheden. Als ze volwassen zijn doen ze dat dagelijks en dan wekenlang, zolang er genoeg voedsel is. Als ze honger hebben, stoppen ze met het afzetten van geslachtscellen en worden ze kleiner. Als er weer voldoende voedsel is, groeien ze weer en maken ze weer geslachtscellen aan.

Voortbeweging: Zeedruiven zijn ribkwallen met acht ribben die beginnen in het evenwichtsorgaan. Die ribben zijn bezet met kamvormige plaatjes. Elk kamplaatje bestaat weer uit trilharen. Door het ritmisch op en neer bewegen van de plaatjes bewegen ze zich voort. Deze beweging start aan de aborale zijde en verloopt synchroon op de acht ribben. De diertjes bewegen zich met hun mond vooruit en kunnen een snelheid van 54 meter per uur halen. Met de trilharen kunnen ze zelfs op een mechanische manier communiceren. Om zich te oriënteren in het water hebben ze een speciaal orgaan dat verbonden is met de acht ribben. Dat orgaan is gevoelig voor de zwaartekracht, waardoor de ribkwal weet wat boven en onder is. De bewegende kamplaatjes weerkaatsen het licht en geven een regenboog van kleuren. Deze kleuren ontstaan door weerkaatsing en worden niet door de kwal zelf opgewekt.
Bioluminescentie: De meeste ribkwallen hebben organen die licht uitstralen. Dit is enkel 's nachts waarneembaar als een blauwe of groene gloed. Ik ben niet zeker of de zeedruiven in de Oosterschelde deze eigenschap bezitten.


Bronnen:


! Lees mijn pagina's over gebruiksvoorwaarden, copyright en historiek !

 

BOLCKMANS.NET - België - Belgium
persoonlijke website van Johan Bolckmans

naar boven