Zondag

6 september 2004

Door Boekanier

Een zondag tijdens de zomer. Ik ben uitgenodigd voor een feestje, de verjaardag van kleine Wimpie. Ik verheug mij erop. Maar... het is zondag in (West-)Vlaanderen...
In het eerste dorp waar ik binnen rijd is het kermis. Veel stelt het niet voor, 2 kleine attracties da's al, maar voldoende om heel het dorp op de been te brengen. Opgepast... een verstrooide dorpeling die daar laveert?
Volgende dorp, mm, geen kermis? Maar er is natuurlijk wel een of ander evenement. Aan het terras van het enige dorpscafé zitten enkele motorrijders, die toeren wellicht van café naar café, een hobby als een andere...
Ah! Maar hier in dit volgende dorp is het wel prijs! Pikdorswedstrijd! Maanden van tevoren door de plaatselijke boeren aangekondigd, hét evenement van de streek, wat zeg ik, van heel de provincie! Dorp blijkt afgegrendeld. Je komt er alleen binnen mits het betalen van tolgeld. Je waant je in de middeleeuwen, maar dit is 'speels', onvolwassen, onnozel, kinderachtig. Zo waren onze voorouders niet. En met welk recht sluiten ze de toegang tot een dorp af? Amusement.
Steek een aap in een belachelijk kostuumpje, laat hem gekke bekken trekken, maak er wat hoempapa muziek bij... volkstoeloop gegarandeerd! Mensen reageren gefascineerd op alles wat beweegt. Wat stilstaat merken ze niet op. Dat is 'doods' en daar hebben ze een broertje aan dood.
Mensen vervelen zich nu eenmaal, dit is de eeuw van de verveling. Mensen vervelen zich dood, soms letterlijk. Een ziekte is het, een plaag. Het volk wil vermaakt worden, het wil bezig worden gehouden. De tv heeft hun creativiteit gedood. Heeft het vermogen om zelf wat amusement voort te brengen helemaal uitgewist. De vorige generatie was daar nog wel toe in staat. Maar nu is het afgelopen, dood en begraven.
De doorsnee Vlaming is een soort smurf geworden, een of ander onmogelijk fantasiewezen...
Maar niet getreurd, evenementen zijn er bij de vleet, altijd en overal! Er wordt georganiseerd tegen de sterren op. Organisatoren hebben nog wél fantasie, zij het meestal van een bedenkelijke soort. En steeds voert de commercie de boventoon. Om de poen is het te doen!
Omdat je niet doorheen het dorp geraakt, ben je verplicht de grote weg te volgen, je weet: daar staat me de onvermijdelijke file naar de kust te wachten. Het is een natuurwet, 't is immers zondag. Veel Fransen ook. Ongeveer de helft van die dagjesmensen. Mensen voor wie de zondag betekent: weg zijn, er op uit trekken! Allemaal als een razende vliegen ze in hun blikken omhulsel naar die grote plas water. Ze worden er door aangetrokken als vliegen naar een stront. Een wet van Meden en Perzen. Wat komen ze in België doen, die Fransen, ze hebben toch ook zee en zand voor hun deur?
Vlaanderen is verworden tot één groot pretpark, ontaard tot een Walibi of Plopsaland buiten proportie. Dat spreekt blijkbaar ook de buitenlanders aan. Bij hen is het zover nog niet.
Uit dodelijke verveling hebben we het land omgetoverd tot een plek waar geestdodend amusement de boventoon voert...

De verkleutering heeft hard toegeslagen.