Weg te geven


Door Boekanier, 8-1-2008

Een landje, luisterend naar de naam "België".
Een historisch misbaksel, een overtollige overtolligheid, volgens sommige kniesoren.

Er komen verschillende talen voor: in het noorden, waar de Vlamingen thuis zijn, spreken ze een reeks dialecten die verwantschap vertoont met het Nederlands. Nederlanders hebben soms echter moeite om wat van het taaltje te begrijpen. Meestal vinden ze het grappig, gezellig. In het zuiden, waar de Walen de baas zijn, spreken ze Frans. Ook Fransen vinden dit taaltje hoogst amusant.

Men zegt dat beide bevolkingsgroepen niet goed met elkaar kunnen opschieten, dat ze elkaar nogal eens verbaal naar de keel grijpen. Ach, dat klopt tot op zekere hoogte, maar er duikt altijd wel, als de nood hoog en het water diep is, een geniaal politicus op, een door de wol geverfd staatsman, die op sluwe wijze aan deze stammentwisten een eind weet te maken. Achteraf wordt de vredespijp gerookt en drinken ze een pint. Hoe ze daar in slagen, behoort tot de raadselen des levens.

De bewoners van deze unieke regio worden door de buurlanden omschreven als 'traag' en 'dom'. Van zichzelf vinden ze natuurlijk het tegendeel. De Belg heeft de neiging zijn buren wat meewarig te taxeren: Hollanders zijn stijf en gierig, Engelsen koel en arrogant, Fransen lichtzinnig en vuil, om van de boertigheid en grofheid van de Duitsers maar te zwijgen! Wilden de overige Europese volken maar eens een voorbeeld nemen aan deze voorbeeldige Belgen ...

Brussel is de hoofdstad, dat is algemeen bekend. Officieel gelden daar de twee nationale talen. In de praktijk is het allemaal Frans wat de klok slaat. Als je daar Vlaams durft te spreken, heb je er al direct gelegen: men neemt je niet serieus, quantité négligeable, dat ben je. Als hoofdstedeling heb je nu eenmaal privileges.

In dezelfde capitale zijn ook de twee nationale symbolen te begapen: Manneken Pis en het Atomium. Vooral de eerst genoemde mag zich verheugen in veel belangstelling vanwege buitenlandse toeristen. Brussel bezoeken zonder het M.P. gezien te hebben is hetzelfde als Parijs zonder de Eifeltoren bezocht te hebben, of Sint Petersburg zonder in de Hermitage binnen geweest te zijn. Vermeldenswaard is dat het plassende ventje meer kostuums tot zijn beschikking heeft dan de belangrijkste man van het land, de koning in hoogsteigen persoon. Het staatshoofd heeft dus aan het Manneke serieuze vestimentaire concurrentie! Maar meestal pist het sloebertje in zijn blootje, dit tot groot jolijt van de buitenlandse (Japanse) bezoeker!

Het tweede symbool is een monumentaal bouwwerk, een hoop ijzeren bollen aan elkaar verbonden met dito buizen ; het geheel daterend van toen wereldexposities nog in trek waren. Men vond het zo'n fantastische realisatie, men was zo trots op het eigen technisch kunnen, dat men er maar niet toe kon besluiten van het ding, samen met de rest van de expositie af te breken, eenmaal de tentoonstelling voorbij.

Wie ijzer zegt, zegt roest. Maar een symbool met zoveel patriottische uitstraling kon men bezwaarlijk aan de tand des tijds overlaten. Daarom is er nog niet zo lang geleden een grootste restauratie aan uitgevoerd. En ach, het mocht al wat kosten. Het is nu een aanvullende schittering aan de kroon van 's lands patrimonium!

Eerder vertelde ik dat er grosso modo twee talen in het land gesproken (en geschreven) worden. Dat klopt niet helemaal. In het oosten zijn er nog een paar Duitstaligen, maar daar hoor je niet veel van. Electoraal stellen ze ook weinig voor, dus die bedekken we maar gauw met de mantel der liefde. En verder is er een vierde taal, die zich mag verheugen in steeds grotere populariteit: het Arabisch. Daar zal men in de toekomst nog van horen!

En hoe wordt dit bijzondere landje nu geregeerd? Wel, daartoe zijn meer ministers en staatssecretarissen nodig dan in een land van grote importantie. Niemand weet precies hoeveel het er zijn. Ministers enzo hebben ook hun kabinetten en ministeries en dus zijn er ambtenaren nodig; véél ambtenaren. Hoe meer ambtenaren hoe meer vreugd, lijkt het wel. Ook de staat mag wel wat kosten. De belastingbetaler, ach, die pers je toch naar hartenlust uit? Het gaat zelfs zover dat bijna de helft van de tewerkgestelden (nou ja) in het zuiden des lands als ambtenaar door het leven gaat. Men houdt het niet voor mogelijk, maar in België een realiteit, waar niemand van opkijkt.

Voorts dient vermeld, dat de noorderlingen een opmerkelijke solidariteit weten op te brengen voor het armlastige zuiden, dat zonder de noordelijke hulp gedoemd zou zijn eerloos ten onder te gaan in schrijnende armoede en misselijkmakende ellende. Gelukkig zijn er in het noorden nog vele brave zielen, die bereid zijn op zo stichtelijke wijze hun christelijke plicht uit te oefenen.

België is een doorreisland. Nederlanders, die naar het zonnige zuiden willen en daarbij verplicht zijn een stukje België te doorkruisen, zijn niet te spreken over onze wegen: putten, gaten, oneffenheden, brokkelig asfalt; in twee woorden: vreselijk, afschuwelijk. Allemaal slecht voor de mechaniek en het humeur. Nee, geen reet vinden ze eraan. Maar criticasters van Hollanders, hoor je de Belgen klagen over hun wegen? Nee, je hoort de Belgen nooit klagen, dat komt omdat de mensen hier zo tevreden zijn, ja, gelukkig. Wordt er immers niet gezegd dat dit het beste land ter wereld is?

Belgen zijn extreem individualistisch. Dat komt ondermeer tot uiting in de manier waarop zij huizen bouwen: je vindt er geen twee dezelfde. Kleinere en grotere, lelijke en lelijkere (ja, de Belg heeft een wat bijzondere smaak), ze staan kriskras naast en door elkaar. Vooral na de laatste wereldoorlog staat er op de Belgische bouwwoede geen maat. Vroeger was de Belg tevreden in zijn bescheiden rijhuisje met de kolenkachel en zinken wastobbe als belangrijkste attributen. Tegenwoordig gaat die vlieger al lang niet meer op. Hij wil het alsmaar groter en rianter, fraaier en luxueuzer. Nog een wijle en hij woont in een heus kasteel! Men kan dus gerust stellen dat de Belg hogerop wil, steeds hoger en hoger op de sociale ladder. Waar moet dat eindigen? Zijn voornaamste devies luidt niet voor niets: the sky is the limit!

En is het soms teveel gevraagd, vraag ik je: een dure auto in de verwarmde garage van een groot alleenstaand huis, als het even kan mét zwembad. Verder een gezinnetje in de schoot waarin hij/zij zich na gedane arbeid kan terugplooien, knus, zo voor het nieuwste tv-toestel of in de gezellige jacuzzi. En verder, minstens eens in het jaar, een geweldig deugddoende vakantie, liefst zo ver mogelijk, en in de hete zon om het kleurloze vlees op het fijne strand lekker bruin te laten bakken.

En ondernemend dat ze zijn, vooral die van het noorden! Herinner u het fameuze koppel dat uitgerekend de Amerikanen de loef wilde afsteken op hun eigen terrein: de I.T., wat staat voor computers en spraaktechnologie. Een ware hype, een formidabele rage werd hun zaak: ministers en andere vooraanstaanden verdrongen zich om samen met het ondernemende paar op de foto te mogen. Goden waren het, zo uit de technologische hemel neergebliksemd!
Talrijke plaatselijke middenstanders, zoals dokters, bakkers, slagers, rijk geworden van de woekerwinsten van hun handel, waren maar al te blij hun lieve duiten in deze geweldig boomende bedrijfstak te mogen steken. Immers, the sky is the limit en alleen een idioot twijfelde aan de continue groei van de bewierrookte aandelen.

Helaas, helaas, helaas, driewerf helaas, 't kan verkeren in 't leven en in de commercie en heel dat Vlaamse ondernemingswonder bleek een luchtbel, een floppende flop: zo goed als iedere investeerder was plots zijn geld kwijt. Verkeerd gegokt, slecht gespeculeerd, het fortuin in niets opgelost.
Of er aansluitend op dit debâcle een vlaag van zelfmoorden te noteren was, is mij niet bekend.

Centraal in het leven van de Belg staat de tv, zijn leidraad, zijn goeroe. Zonder tv is zijn leven inhoudsloos, zinledig. De zenders waar hij naar kijkt, zijn op zijn maat gesneden: amusement bovenal, want de Belg is een vrolijke Frans! Spelletjes, muziekprogramma's, ja, véél muziek, daar is hij dol op, als het maar zingt en feest, bruist en spettert! Het leven als een eeuwig orgasme, zijn ultieme droom. Val hem vooral niet lastig met de realiteit van elke dag, die hààt hij!

Ten slotte, als hij het nog niet is, wil de Belg zo rap mogelijk rijk worden! Hij spendeert fortuinen aan de lotto, krasbiljetten, hij gokt op alles en nog wat, 't maakt niet uit. Rijk moet en zal hij worden en liefst nog in dit huidige leven.

Ja, het leven is leuk, het leven is fijn
in dat heerlijke landje mijn...