Wand tussen groepen in VS poreuzer dan in Europa

Europese landen hebben volgens de Amerikaanse denker Francis Fukuyama een traditie om mensen meer als lid van een groep dan als individu aan te spreken. Dat belemmert de integratie.

Door Marc Chavannes, correspondent in de VS

,,Amerika gaat beter om met integratie dan Europa, ondanks het huidige Amerikaanse imago van religieus fanatisme. Een belangrijke factor is dat burgerschap hier los wordt gezien van etnische en religieuze achtergrond. Daardoor kunnen mensen met talent makkelijker verder komen en volledig worden geaccepteerd.''

Dat zegt Francis Fukuyama, hoogleraar internationale politieke economie aan de School of advanced international studies van John Hopkins University in Washington. Hij is wereldwijd bekend geworden door zijn boek The End of History and the Last Man.

Fukuyama heeft veel gereisd in Europese landen. Hij meent dat Nederland het in principe beter heeft gedaan dan Duitsland en Frankrijk. Maar de moord op Theo van Gogh legt volgens hem een probleem bloot dat alle liberale democratieŽn onder ogen moeten zien: als moslims in hun midden de tolerantie en het pluralisme van die democratieŽn niet aanvaarden, wat dan?

Volgens Fukuyama bestaat in Nederland en andere Europese landen een traditie om mensen meer als lid van een groep dan als individu aan te spreken. De Verenigde Staten gaan uit van individuen. Ook dat maakt integratie makkelijker.

Met de voorzichtigheid van de wetenschap, weet Fukuyama ťťn ding heel zeker. ,,Europeanen moeten tegen hun moslim immigranten zeggen: wij hebben in Europa een gemeenschappelijke, op de Verlichting gebaseerde cultuur. Als je die aanvaardt, word je volledig als burger geaccepteerd en mag je er op rekenen te worden behandeld als een etnische Europeaan.''

Fukuyama is er van overtuigd dat Europese politici deze sleutelkwestie hebben omzeild. Maar uitstel helpt niet, bezweert hij. ,,Europese politici zullen opener en directer met deze kernkwestie moeten omgaan'', zegt Fukuyama. ,,Zij moeten ophouden het verband tussen immigratie en misdaad, dat in veel Europese steden wordt ervaren, te ontkennen. Het verband tussen ras en misdaad is in de Verenigde Staten ook lang ontkend. In Europa is er geen religieus motief voor dit soort misdaad, en ik zeg helemaal niet dat moslims meer zijn geneigd tot misdaad, maar er zijn wel sociologische redenen voor.''

Peter Skerry zegt iets vergelijkbaars. Hij is hoogleraar politieke wetenschappen aan Boston College, en 'senior fellow' aan de Brookings Institution, een denktank in Washington.

Hij noemt het van belang dat politici en 'de schrijvende elite' leren luisteren naar wat gewone mensen zeggen over immigratie. ,,Het is erg makkelijk om dat snel af te doen als xenofobie. Maar kijk wat er gebeurt in openbare scholen, huisvesting of ziekenhuizen. Veel mensen hebben het gevoel dat zij overspoeld worden. Dat wordt vaak bekeken als een onderwijs- of gezondheidszorgvraagstuk, maar de aantasting van het sociale weefsel is een gevolg van immigratie.''

Ook Skerry ziet een parallel tussen de Europese weerzin om de dingen bij de naam te noemen en het misdaaddebat in de Verenigde Staten in de jaren zestig. ,,De progressieven zeiden toen: het verband leggen tussen misdaad en ras is racisme. Zij hebben heel wat verkiezingen moeten verliezen voordat zij begrepen dat er een verklaarbare angst bestaat dat de samenleving onherstelbaar beschadigd wordt.''

,,Er is maar ťťn oplossing: hard zijn voor mensen die de wet overtreden, immigrant of niet. Raak niet verstrikt in elitaire, multiculturele redeneringen die geen rekening houden met de mensen die de immigratie aan den lijve ondervinden. Probeer iets te doen aan hun problemen, en reageer niet alleen met een betoog over de Verlichting en de Tolerantie.''

Ook Skerry ziet grote voordelen in de Amerikaanse benadering van immigranten als individuen in plaats van groepsleden. De verzuilde Nederlandse benadering heeft het risico dat mensen in hun eigen hoek blijven zitten. ,,In de Verenigde Staten zijn de wanden tussen groepen veel poreuzer. Wie zijn etnische of religieuze afkomst achter zich wil laten, kan dat doen. Daardoor is er meer mobiliteit en hebben immigranten meer kansen om hun eigen plek te vinden.''

,,Bovendien'', zegt Skerry, ,,dit is ook een veel meer religieuze samenleving dan Europa. Moslims voelen dat aan en het bevalt hen. Zij zien dat Amerika open staat voor religieuze concurrentie. Zij durven die concurrentie best aan.''

Zowel Fukuyama als Skerry menen dat Nederland niets te leren heeft van de Franse aanpak van de moslim-minderheid. Het hoofddoek-verbod is in Amerika met verbijstering bekeken. Maar de justitiŽle aanpak van moslim-extermisme wordt even effectief geacht als de Amerikaanse. Dat geldt nog niet voor Nederland.

Wat zouden Nederlandse bestuurders kunnen doen om de situatie niet verder uit de hand te laten lopen? Jonathan Laurence, een wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan Harvards Europa-centrum: ,,Op een podium gaan staan met goede moslims die het gebeurde even verschrikkelijk vinden. Die moslims helpen zich te organiseren. In Amerika zijn mensen tamelijk schaamteloos gepromoveerd vanwege hun achtergrond, als symbool van acceptatie. Dat kan ook helpen.''

NRC Handelsblad 15/11/04