Het secreet (het schijthok) was een kleine hokje of uitbouw aan een huis waar je je behoefte kon doen. Indien aanwezig hing die boven een gracht of een sloot, waarin die behoefte dan meteen verdween.
Dat wil zeggen: het verdween niet, het bleef gewoon liggen in de grachten en sloten, die vaak open riolen waren. Het schijnt wel voorgekomen te zijn dat mensen die een kannetje te veel op hadden er doorheen vielen, in het water terecht kwamen en soms verdronken.
Was er geen gracht of sloot aanwezig, dan hing het secreet boven een beerput waarvan de inhoud regelmatig moest worden geleegd op speciaal aangewezen plekken buiten de stad. Maar daar had lang niet iedereen altijd zin in. Het was gemakkelijker het gewoon ergens op straat leeg te gooien, wat noch voor het gezicht noch voor het reukorgaan erg prettig geweest moet zijn. Als het regende veranderden de afwateringsgeulen dan in mestafvoerkanalen. Dat deze open riolen zo een belangrijke bron voor het uitbreken en verspreiden van soms zeer besmettelijke en vaak dodelijke ziektes was, hoeft -althans tegenwoordig- geen betoog.