Bres in de dijk

In Nederland is het bouwwerk van de tolerantie ingestort.
Door Frank Nienhuysen (Sueddeutsche.de, vertaald door: Boekanier)

29 januari 2000 zal Paul Scheffer wel nooit vergeten. Op die dag haalde de Nederlandse publicist onverwachts een delicaat thema uit de taboezone.

Geen glinsterende populist was toen al doodgeschoten, geen omstreden cineast vermoord en toch verscheen op die dag zijn opzienbarend essay "Het multiculturele drama".

Het handelde over de mislukte integratie van migranten, haast 5 jaar is het geleden. Toendertijd werd het beschouwd als een provocatie, vandaag als een voorspelling. Want nu deelt vice-premier Zalm zijn landgenoten mee: "Wij zijn in oorlog". In oorlog met terroristen.

Maar wie zijn 'wij'? Bedoelt Zalm die Nederlanders, die decennialang schijnbaar zorgenloos een reputatie genoten een modelvoorbeeld voor integratie te zijn?

Symbool van geslaagde integratie

Vast staat: Als in Europa steeds weer opnieuw de debatten over integratie losbarstten - in Frankrijk, waar de banlieus reeds vaak het toneel van geweld waren, in Spanje, in Groot-BrittanniŽ en ook in Duitsland -, keken allen vol nijd naar Nederland.

Veel geld pompte de staat in de bouw van moskeeŽn, dan in islamitische scholen, en nog vandaag zijn geschiedenis en aardrijkskunde van islamitische landen verplichte leerstof.

Nederland werd het symbool van geslaagde integratie, het begeerde land voor migranten, in het bijzonder Marokkanen en Turken vonden er een nieuwe Heimat.

Zo correct toonde zich de samenleving dat niet eens over migranten werd gesproken, maar pseudo-wetenschappelijk over allochtonen. Dat moest neutraliteit uitstralen.

Sedert dagen nu woedt een hevige storm over de kuststaat. De moord op Theo van Gogh, het afbranden van moskeeŽn en brand in de kerken: 15 aanslagen binnen enkele dagen, aanslagen op de grondvesten van de samenleving.

Zeker, de doortastende minister van integratie Rita Verdonk eist een "hard optreden tegen het terrorisme".

Maar ze weet ook dat zich, speciaal in Nederland, een paradigmawissel in het samenleven met moslims aftekent, die ook andere Europese landen tot nadenken stemt.

Ongeveer 80% van de Nederlanders meent dat hun land te tolerant is. Meteen het einde van het veel bewonderde Nederlandse model.

Onverschilligheid - wegkijken en dulden

Waar ze eens moderne aanknopingspunten voor een multiculturele samenleving zochten, kunnen ze nu ontdekken, hoe veel er verkeerd is gelopen.

Tolerantie, openheid, onverschillligheid - deze begrippen werden in Nederland vaak onderling verwisseld. Toen het land in de jaren 60 en 70 werkkrachten uit het buitenland aanwierf, waren gastarbeiders van harte welkom.

Meestal leidden deze voortaan hun eigen leven, men interesseerde zich niet in bijzondere mate voor elkaar, langs geen van beide zijden. Dat was aanvankelijk van weinig belang, de economie liep gesmeerd en de maatschappelijke normen waren hoe dan ook veranderd: "De oude burgerzin", zo schreef de Nederlandse schrijver Leon de Winter, "moest plaats maken voor een bijna grenzeloos individualisme", en, "de doorsnee burger deed alsof zijn neus bloedde, wanneer individualiteit de spuigaten uitliep".

Wegkijken en dulden dus. Dit zorgde er wel voor dat debatten nooit aan de orde waren, wanneer de taalproblemen van de migranten eindelijk zichtbaar werden, wanneer werkloosheid vooral onder de minderheden voorkwam en daardoor frustratie, geweld en criminaliteit de kop opstaken .

Wie er toch over sprak, liep gevaar om door politiek correct denkenden voor racist gebrandmerkt te worden.

Nu baant de opgekropte woede zich een weg en het masker van de tolerantie wordt afgerukt. 11 september, de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de stijgende werkloosheid, dat alles droeg ertoe bij om het wantrouwen open te leggen.

De enen waarschuwen voor het "islamitische gevaar", de anderen hebben veel moeite met het vrije, open woord dat in het Westen een vanzelfsprekendheid is.

Van de 900.000 moslims in Nederland is zo'n 5 procent radicaal. Dat zijn er tienduizenden, die de overheid onder kontrole dient te houden.

Maar er zijn ook honderdduizenden anderen -en in heel Europa zijn er dat miljoenen -, die door de staat dienen geÔntegreerd te worden. Maar hoe?

Een verscherpte immigratiepolitiek alleen volstaat niet, dat moeten Den Haag en de EU-landen erkennen. Het verplichten van het volgen van taalcursussen is beslist een belangrijk onderdeel. Taal verbindt.

Maar er is meer nodig, integratiecursussen bijvoorbeeld of het stimuleren van culturele uitwisselingsprogramma's. Zo stelt de EU nu, volop tijdens de woelige gebeurtenissen in Nederland, een boek voor dat een betere integratie beoogt.

Blijft te hopen dat Europa met het boek een nieuw hoofdstuk open slaat.