|
"Op
de rug van de Draak. Geen
vliegreis nodig voor één van de mooiste en verrassendste
wandelpaadjes. Nog
wel in het grootste megalithische heiligdom van België. Het is hier
gekend voor de witte Menhir, de Pierre Haina en de dolmens van Weris
zoals het Duivelsbed. Een kleine vijfduizend jaar geleden werden er de
puddingstenen bewerkt en als acupunt naalden in de aarde geplaatst. In
een oude groeve ontdekte ik gaten waarmee de stenen, net als de
obelisken van de Egyptenaren, met behulp van touwvezels en water van de
rotsen gespleten werden. Puddingsteen mag dan de naam tegen hebben maar
het is uitermate hard. Het is een samenstelling van kiezelstenen in een
natuurlijk beton dat vele miljoenen jaren geleden in de aardkorst is
ontstaan. Nader bekeken is dit oude stenen heiligdom, niet ver van het
toeristische stadje Durbuy, één van de Belgische parels. Het heeft een
omvang van zes kilometer en de natuur is er weldadig en een beetje ruig.
De enorme rotsen bij Roche à Frène, wachters aan het liefelijke
riviertje de Aisne, doen niet onder voor die van de Paaseilanden. Ook al
lijken veel stenen willekeurig van de bergwand gerold, velen ervan zijn
er met precisie neergelegd. Niet voor niets heet er een dorpje Lignely,
of wel leylijn, een benaming voor aardse energielijnen. Heyd,
een ander mooi dorp, ligt midden tussen de stenen aan de Crête, de
bergrug. Waar, zo heb ik vernomen, de Col du Rideû de enige erkende
Belgische bergpas is. Wanneer je de bergrug richting het oosten volgt
kom je uiteindelijk over het mooiste paadje dat we de Drakenrug hebben
gedoopt. Maar stappend vanaf de Rideû kom je eerst aan het hoogste punt
van Gerard Blacquière |