M

Mackensen, August von (1849-1945)

Duits veldheer.

Voor WOI nam hij reeds deel aan de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871. In 1901 werd hij als generaal-majoor bevelhebber van de Leibhusaren, beter gekend als de 'Totenkopfhusaren'.

Tijdens WOI verwierf hij naam en faam  na de slagen bij Tannenberg en de  Mazoerische meren. Nadien werd hij ingezet telkens er een forse doorbraak moest verwezenlijkt worden zoals in Lodz (1914) en Gorlitce-Tarnow (1915). Zijn strategie berustte op een aanval over breed front met inzet van een maximum aan middelen. Deze tactiek werd bekend als Mackensen-falanx.

In 1915 werd hij tot maarschalk bevorderd.

Hij stond aan het hoofd van een interventiemacht bestaande uit Duitsers, Oostenrijkers en Bulgaren bij het tweede offensief tegen Servië en de inval in Roemenië.

Na de val van Boekarest (1916) bleef hij in Roemenië als opperbevelhebber van het bezettingsleger. Op het einde van de oorlog werd hij door de Fransen geïnterneerd te Saloniki. Pas in 1919 zou hij naar Duitsland terugkeren.

In 1945 werd hij een tweede maal geïnterneerd ditmaal door de geallieerden.

Mannerheim, Carl Gustaf Emil (1867-1951) (Link)

Baron, Fins veldmaarschalk en staatsman.

Was opperofficier in het Russisch keizerlijk leger van 1903 tot 1917. In 1918 was hij opperbevelhebber der Finse troepen en met de steun van Duitse soldaten slaagde hij er in zijn land van de bolsjewisten te bevrijden. Bij de presidentsverkiezingen in 1919 werd hij door de liberalen verslagen. In 1931 werd hij voorzitter van de nationale verdedigingsraad en trachtte hij de weerbaarheid van het land te versterken wat o.a. resulteerde in de aanleg van de Mannerheim-linie langs de Russische grens.

In 1933 werd hij bevorderd tot veldmaarschalk. Tijdens de Fins-Russische oorlog van 1939-1940 bleef hij, ondanks een nederlaag, in functie.

Van juni 1941 tot 19 september 1944 stond hij met zijn troepen weer aan de zijde van Duitsland tegenover Rusland.

In augustus 1944 werd hij staatspresident, maakte Finland los uit het verbond met Duitsland en wist met Rusland een wapenstilstand uit te werken. In maart 1946 trad hij af als president.

Mata Hari (1876-1917)

Margaretha Geertruida Zelle, algemeen gekend onder haar artiestennaam Mata Hari (Javaans voor 'oog van de dag' of 'zon') werd in 1876 geboren te Leeuwarden. In 1895 huwde ze met John McLeod, kapitein in het Nederlands-Indisch leger.

Na haar echtscheiding vestigde zij zich in Parijs. Zij maakte furore als naaktdanseres en courtisane en onderhield relaties  in de hoogste kringen. Zij trad op in o.a. Monte Carlo, Milaan, Wenen, Rome en Berlijn waar zij bij het begin van de oorlog verbleef. Zij ging er om met hooggeplaatste Duitse officieren en zelfs, zo werd beweerd, met de kroonprins. Begin 1915 verbleef zij in Madrid waar zij geregeld contact had met de Duitse militair attaché. Op 13 februari 1917 werd zij, op verdenking van spionage, gearresteerd. Op 25 juli werd ze door de Derde Permanente Raad van Oorlog tijdens een geheim proces ter dood veroordeeld. Op 15 oktober werd ze door een vuurpeloton terechtgesteld in het fort van Vincennes.

Een van haar dochters, Louise Jeanne, onderging later eenzelfde lot. In 1950 werd zij in Korea wegens spionage gefusilleerd.

Mercier, Désiré Joseph (1851-1926)

Belgisch kardinaal en wijsgeer.

In 1874 werd hij priester gewijd en in 1882 werd hij hoogleraar thomistische wijsbegeerte aan de universiteit te Leuven. Hij richtte in 1891 het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte op. In 1906 werd hij aartsbisschop van Mechelen en in 1907 werd hij kardinaal.

Tijdens WOI speelde hij een belangrijke rol in het verzet tegen de Duitsers.

Home | 1914 | 1915 | 1916 | 1917 | 1918 | Links  | Personages | Reizen

ABC  DEF  GHI  JKL  MNO  PQR  STU  VWXYZ

Moltke, Helmuth von (1848-1916)

Pruisisch generaal (General-oberst)

In 1870 werd hij officier en nam deel aan de Frans-Duitse oorlog (1870-71). In 1906 volgde hij von Schlieffen op als stafchef. Reeds in de eerste oorlogsweek van 1914 viel hij in ongenade nadat het door hem gewijzigde aanvalsplan van von Schlieffen de verhoopte verwachtingen niet kon halen.

Na de slag aan de Marne in september 1914 verdween hij als een gebroken man van het toneel. Hij stierf op 18 juni 1916 in Berlijn.

Nicolaas II (1868-1918)

Tsaar van Rusland.

Zoon van tsaar Alexander III. Alhoewel hij zich hoegenaamd niet aangetrokken voelde tot macht werd hij in 1894 tot tsaar gekroond.

Zijn familiaal leven werd door de bloederziekte van zijn zoon en troonopvolger Alexei beïnvloed. Zijn echtgenote, Alice, deed wegens de ziekte van hun zoon beroep op de diensten van de in hogere kringen fel omstreden wondergenezer en monnik Rasputin. Het ontbrak hem aan vastberadenheid.

Tijdens WOI nam hij het onwijze besluit om zich persoonlijk aan het hoofd van het Russisch leger te stellen waardoor de monarchie in rechtstreeks verband werd gebracht met de oorlog in het algemeen en de Russische nederlagen in het bijzonder. Na de Russische revolutie van 1917 deed hij ten voordele van zijn broer Michael troonsafstand.

Hij werd door de bolsjewieken gevangen genomen en naar Jekatrinaburg verbannen waar hij in 1918, samen met zijn gezin door de Sovjets werd vermoord.

N

O

Nivelle, Robert Georges (1856-1924)

Frans generaal.

Beklom snel de militaire hiërarchische ladder en bracht het tussen 1914-1916 van commandant van een artillerieregiment tot bevelhebber van het 2 Legerkorps.

Hij leidde met groot succes de tegenaanval van de Fransen bij Verdun, een kombinatie van artillerie en infanterie, en heroverde fort Douaumont.

Op 11 december 1916 volgde hij Joffre op als opperbevelhebber der Franse legers.

In 1917 plande hij een groot offensief teneinde de vijandelijke linies te doorbreken. Voor dit plan stelde Lloyd George de Britse troepen onder zijn opperbevel. Het zwaar verlieslatend offensief bij Chemin-des-Dammes leidde tot zijn vervanging door Pétain.

Nivelle werd op 27 mei 1917 ontslagen en naar Noord-Afrika overgeplaatst. Vanaf dan speelde hij geen rol meer op het Westelijk front.

Orlando, Vittorio, Emanuele (1860-1952)

Italiaans politicus.

Geboren in 1860, het jaar waarin Garibaldi triomfantelijk Napels binnentrok. Hierdoor behoorde Orlando tot de generatie politici die na de Italiaanse eenheidsbeweging geboren werden.

Op 22 - jarige leeftijd werd hij docent grondwettelijk recht en trad kort nadien toe tot de politiek. In 1897 werd hij als liberaal volksvertegenwoordiger verkozen. Als gevolg hiervan werd hij in de regeringen Giolitti, Salandra en Boselli achtereenvolgens minister van Justitie, minister voor Onderwijs en minister van Binnenlandse Zaken. Na de Italiaanse nederlaag bij Caporetto werd hij door de koning, in de plaats van Boselli, aangesteld tot Minister - President.

In 1919 legde hij, als gevolg van een meningsverschil met de Amerikaanse P¨resident Wilson in Versailles, zijn ambt neer.

In 1931 trok hij zich eveneens terug uit het universitair leven teneinde niet verplicht te worden de fascistische eed af te leggen.