J

Joffre, Joseph (1852-1931)

Maarschalk van frankrijk.

De overwinnaar van de slag aan de Marne deed vele jaren dienst in de Franse koloniën o.a. in Tonkin en Madagaskar. Was in 1908 bevelhebber van het 2 legerkops en werd in 1911 chef van de generale staf en opperbevelhebber in oorlogstijd.

Toen op augustus 1914 de offensieven in Lotharingen vastliepen ontsloeg hij verschillende generaal wegens gebrek aan bekwaamheid en voerde een hergroepering door. Door zijn tegenaanval aan de Marne in september 1914 werd Frankrijk gered en de Duitsers trokken zich een eind terug. Hierdoor kon de frontlijn van aan de kust tot Basel door de geallieerden gestabiliseerd worden. Op 13 december 1916 trad hij af na het vastlopen van het Somme-offensief en na moeilijkheden met de Franse regering. Hij werd vervangen door generaal Nivelle. Op 26 december 1916 kreeg hij de titel van maarschalk van Frankrijk, een titel die sedert 1871 niet meer was verleend.

Jellicoe, John 1859-1935)

Brits admiraal. Earl, viscount Jellicoe of Scapa, viscount Brocas of Southampton.

Nam in 1900 als commandant van het slagschip 'Centurion' deel aan de Bokseropstand.

Sedert augustus 1914 was hij bevelhebber van de 'Grand Fleet'. Op 31 mei 1916 leverde hij slag Jutland.

Van december 1916 tot januari 1919 bekleedde hij de hoogste functie van 'First Sealord'.

Van 1920 tot 1924 was hij gouverneur van Nieuw-Zeeland.

K

Kitchener, Horatio Herbert (1850-1916)

1st earl, Viscount Broome of Broome, Baron Denton of Denton, Baron Kitchener of Karthoum, of the Vaal and of Aspall.

Brits veldmaarschalk geboren op 24 juni 1850 nabij Listowel, Ierland en op 5 juni 1916 omgekomen op zee nabij de Orkney Islands in Noord-Schotland.

Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire Academie te Woolwich trad hij toe tot de Royal Engineers en vanaf 1874 diende hij in het Midden-Oosten. In 1886 werd hij gouverneur van het Britse Rode Zeegebied in Soedan en vervolgens werd hij afgedeeld als adjudant-generaal in Cairo. In 1892 werd hij bevorderd tot Sirdar (opperbevelhebber) van het Egyptisch leger en was  ook voormalig opperbevelhebber in India. Vanaf 5 augustus 1914 tot zijn dood was hij Staatssecretaris van Oorlog in het kabinet Van Asquith. Hij was één van de weinige officieren die doorhad dat de oorlog langer dan enkele maanden zou duren. Hij waakte over de uitbreiding van de Britse strijdkrachten met het doel om nieuwe legers, ter totale sterkte van 70 divisies op te richten. Zijn slogan: "Your country needs YOU" zou voor altijd met zijn persoon verbonden blijven. Ondanks zijn buitengewone inzet en doorzettingsvermogen had hij minder aanhang op het Oorlogskabinet. Het ontbrak hem aan de nodige politieke vakkundigheid om efficiënt met zijn collega's te werken, hij kon niet delegeren en zijn relaties met de Britse bevelhebbers aan het front in Frankrijk waren zeer gespannen Hij was een fervent voorstander van de Gallipoli-expeditie en verzette zich heftig tegen de evacuatie van  de Britse troepen, eind 1915. De mislukking in Gallipoli leidde tenslotte tot zijn ontslagaanvraag die door Asquith werd geweigerd. Zijn macht en prestige waren echter ondermijnd en zijn rol als voornaamste tactische raadgever van het Kabinet werd overgenomen door Sir William Robertson.

In juni 1916 werd hij naar Rusland gestuurd teneinde de inspanningen van het Russisch leger tegen de Duitsers op te voeren. Tijdens de reis kwam hij om het leven toen de kruiser 'Hampshire' op 5 juni op een mijn liep en zonk.

Kornilov, Lavrenti Georgjewitch (1870-1918)

Russisch officier en ontdekkingsreiziger in China.

Werd in maart 1917 door de regering van Kerenski benoemd tot bevelhebber in het gouvernement St.-Pertesburg. In deze functie werd hij belast met de gevangenneming van de tsarenfamilie.

In augustus 1917 kreeg hij als opvolger van Broesilov, het opperbevel te velde. Hij ondernam op 8 september 1917 een poging tot staatsgreep die mislukte. In de burgeroorlog die datzelfde jaar in november uitbrak streed hij tegen de bolsjewieken.

Hij sneuvelde in de Kaukasus.

Kluck, Alexander von (1846-1934)

Duits veldheer.

Nam als vaandrig deel aan de oorlog van 1866 en als luitenant aan de die van 1870-71. Als generaal van de infanterie commandeerde hij in 1914 het Duitse 1 Leger en wist in augustus door te stoten tot vlak voor Parijs.

Hij werd gewond door een granaatscherf en werd hierdoor gedwongen zijn commando op te geven. In oktober 1916 werd hij op rust gesteld. Hij overleed in Berlijn.

Kerenski, Alexander (1881-1970)

Russisch politicus.

Na de maartrevolutie van 1917 werd hij minister van justitie en in juli minister-president. In deze functie trachtte hij tevergeefs de autoriteit van de Voorlopige Regering te handhaven tegen de toenemende invloed der bolsjewieken die zich tenslotte in november van de macht meester maakten.

Lawrence, Thomas Edward (1888-1935)

Engels prozaschrijver, archeoloog en militair.

Werkte van 1912 tot 1914 als archeoloog in Egypte waar hij de grondslag legde voor zijn kennis van het Nabije Oosten. In 1914 kwam hij bij de Britse inlichtingsdienst in Egypte. Hij organiseerde het Arabisch verzet tegen de Turken en bracht hen onder één leiding. Zijn operaties in de woestijn eindigden in 1918 met de verovering van Damascus.

In 1922 nam hij onder de naam J.H. Ross, die hij in 1923 veranderde in T.H. Shaw, als gewoon soldaat weer dienst in het Britse leger. In datzelfde jaar kwam hij bij een motorongeluk om het leven.

L

Lenin, Vladimir Ilyitch (1870-1924)

Russisch staatsman. Eigenlijke naam was Oeljanow.

Zijn broer werd in 1887 terechtgesteld wegens samenzwering tegen de tsaar. Dit maakte op hem diepe indruk. In Kazan werd hij, wegens deelname aan studentenrellen, van de universiteit gestuurd. Toch beëindigde hij in 1891 zijn rechtsstudies te St.-Petersburg. Hij werd een fervent volgeling en propagandist van Marx. Lenin bouwde zorgvuldig zijn organisatie op tot een kaderpartij van beroepsrevolutionairen voor wie het belang van de partij het hoogste gebod was.

In 1914 werd hij te Krakau gearresteerd en vertrok naar Zwitserland in exil. De oorlog was voor hem een oorlog van kapitalisten; een nederlaag van Rusland zou voor hem geen ramp zijn geweest. De Russische maartrevolutie in 1917 leidde tot zijn terugkeer uit exil. De Duitsers stelden een spoorwagon ter beschikking en brachten hem naar Zweden. Waarschijnlijk ontving de partij daarna ook geld van de Duitse regering. Na een mislukte demonstratie in juli 1917 moest Lenin met andere partijleiders naar Finland vluchten. Op 25 oktober 1917 (7 november 1917 volgens de Westerse kalender) brak de revolutie uit waarvoor hij geleefd had. Als leider van partij en regering kreeg hij zeer gezag. Er was geen terrein van politiek waarop hij niet zijn directe invloed deed gelden.

De enorme bergen werk die hij verzette ondermijnden zijn gezondheid. In 1918 werd een aanslag op hem gepleegd die echter mislukte. Een derde hersenbloeding werd hem uiteindelijk fataal. Lenin werd opgebaard in een mausoleum voor de muren van het Kremlin.

Liebknecht, Karl (1871-1919)

Duits sociaal democratisch politicus, zoon van de medestichter van de Sociaal-democratische Arbeiderspartij (SPD) Wilhelm Liebknecht. Ontpopte zich tot een fervent tegenstander van wat hij een Duitse aanvalsoorlog noemde. Alhoewel hij, kort na het uitbreken van de oorlog, stemde voor de Duitse oorlogskredieten, heeft hij zich dit onmiddellijk beklaagd. Later stemde hij, ondanks de richtlijnen van de SDP, steeds tegen deze begrotingen. Hij organiseerde voor het Rijksdaggebouw anti-oorlogsbetogingen. Hij werd zelfs opgeroepen en aan het Oostfront ingezet waar hij belast werd met de bouw van nieuwe stellingen. Voor bijeenkomsten van de Rijksdag werd hem verlof toegekend. Tenslotte werd hij, vasthoudend aan zijn mening, op 12 januari 1916 uit de SPD gezet. Samen met Rosa Luxemburg, ex-SPD lid, brengt hij het Spartacusbriefje uit waarvan het eerste exemplaar verschijnt op 27 januari 1916. Op 1 mei van dat jaar wordt hij na een anti-oorlogsredevoering in Berlijn gearresteerd.

Hij wordt, samen met Rosa Luxemburg, op 15 januari 1919 vermoord.

Home | 1914 | 1915 | 1916 | 1917 | 1918 | Links  | Personages | Reizen

ABC  DEF  GHI  JKL  MNO  PQR  STU  VWXYZ

Liman von Sanders, Otto (1855-1929)

Duits generaal die gedurende de ganse oorlog diende in het Turkse leger. Einde 1913 werd hij naar Konstantinopel gezonden als hoofd van een militaire missie. Hij werd inspecteur-generaal van het Turkse leger en was zeer nauw betrokken bij de reorganisatie ervan. Toen de oorlog uitbrak werd hij opperbevelhebber van het Turkse 1 Leger. Slecht vanaf april 1915 kreeg hij een operationele rol als bevelhebber van het 5 Leger dat verantwoordelijk was voor het schiereiland Gallipoli. Zijn reputatie kreeg een aanzienlijk elan bij de succesvolle verdediging van de streek tegen de Brits-Franse invasie. Nochtans was de uiteindelijke overwinning in hoofdzaak te danken aan het leiderschap van Kemal Ataturk. Hij kon niet verhinderen dat de geallieerden met succes konden evacueren van de stranden in Gallipoli.

Begin 1918 trachtte hij aan het hoofd van een legergroep de opmars van Allenby door Palestina en Syrië te verhinderen. Bij gebrek aan een efficiënte bevoorrading en troepenversterkingen kon hij niet verhinderen dat het front niet standhield. In 1918 te Nazareth ontsnapte hij zelf ternauwernood aan het krijgsgevangenschap. Tot de wapenstilstand bleef hem niets anders over dan het verdedigen van de Turkse grens.

Lloyd George, David (1863-1945)

Brits staatsman.

Als advocaat werd hij in 1890 parlementslid, behorende tot de radicale liberale vleugel. Werd in 1905 minister van Handel en in 1908 minister van Financiën.

In 1915 werd hij minister van Munitie en in 1916, na de dood van Lord Kitchener, werd hij minister van Oorlog. Op 9 december 1916 werd hij minister-president en bleef dit tot oktober 1922. Binnen het kabinet kwam een oorlogskabinet tot stand, de oorlog werd krachtiger gevoerd en een algemeen geallieerd opperbevel kwam tot stand. Hij speelde, samen met Clemenceau, een hoofdrol te Versailles.

Na WOI trachtte hij de demobilisatie op te vangen en de problemen met Ierland te regelen. In 1925 werd hij leider van de problemen Lagerhuisfractie.

In 1944, een kleine drie maanden voor zijn dood, werd hij Earl Lloyd George of Dwyfor.

Ludendorff, Erich (1865-1937)

Duits veldheer en politicus.

Na zijn opleiding aan de militaire academie dient hij in de generale staf onder de generaals Schlieffen en Moltke. Als kwartiermeester onder generaal von Bülow bij de generale staf van het 2 Leger had hij een groot aandeel in het succes van de Duitse aanval op Luik (augustus '14). Kort nadien werd hij stafchef van het 8 Leger waar hij Hindenburg opvolgde.

Na zijn handig omsingelingsmanoeuvre dat tot de overwinning leidde in de Slag om Tannenberg en de Mazoerische Meren werd hij bevorderd tot divisiegeneraal.

Toen in 1916 Falkenhayn door Hindenburg werd vervangen werd hij diens adjunct met de rang van legerkorps generaal. Hij kreeg vanaf dat ogenblik in feite de leiding over de operaties. Hij oefende steeds meer invloed uit op de Rijksregering in de richting van het pangermanisme en oorlog tot het uiterste. In 1917 drukte hij de onbeperkte duikbotenoorlog door en had een belangrijk aandeel in de val van kanselier von Bethmann-Hollweg.

Op 29 september 1918 vroeg hij besprekingen aan voor een wapenstilstand, doch toen hij de capitulatievoorwaarden verwierp werd hij uit zijn functie gezet.

Met zijn extreem rechtse denkbeelden en zijn antisemitisme werd hij een promotor van het nationaal-socialisme. In 1923 nam hij deel aan de machtsgreep met Adolf Hitler. In 1924 werd hij lid van de Reichstag en in 1925 stelde hij zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen.

Luxemburg, Rosa (1870-1919)

Pools-Duits-Joodse socialistische theoretica en politica die samen met Karl Liebknecht in 1918 de leiding nam over de Spartacusbund, later omgevormd tot Kommunistische Partei Deutschlands (KPD). Werd samen met Karl Liebknecht op 15 januari 1919 vermoord.

Kemal, Mustafa (1880-1938)

Turks generaal en staatsman. Later gekend onder de naam Kamal Atatürk (vader van alle Turken).

Sloot zich als jong officier aan bij de Jong-Turken. Streed in Tripolis tegen de Italianen (1911).

In de Balkanoorlogen en tijdens WOI voerde hij het bevel op Gallipoli. Door zijn succes op Gallipoli tegen de geallieerden werd hij tot pasja (generaal) verheven.

Na de Turkse nederlaag werd hij naar Klein-Azië gezonden om er opstandige troepen te dwingen zich aan de capitulatievoorwaarden te onderwerpen. Hij sloot zich echter bij de rebellen aan en werd hun leider.

Toen in 1921 de Grieken, met Britse steun, in Klein-Azië landden werd hij opperbevelhebber der Turkse troepen. Hij wist de invallers in zee te drijven en verkreeg de titel van Gazi (overwinnaar). Hierna begon de opbouw van de nieuwe Turkse staat waarvan hij in 1923 president werd.

Alhoewel de nieuwe staat zeer democratisch oogde bezat de president, door het éénpartijsysteem, zeer grote macht. Met harde hand werd alle oppositie onderdrukt en het maatschappelijk leven werd verwesterd; fez en sluier werden afgeschaft, het Latijnse schrift werd ingevoerd en de invloed van de geestelijke leiders werd vernietigd.

Het gevolg van Atatürk's optreden leidde tot een algehele regeneratie van het Turkse volk.