G

George V (1865-1936)

Koning van Engeland.

Tweede zoon van koning Edward VII en neef van koningin Victoria van Engeland. Vanaf zijn 12de levensjaar volgde hij een militaire opleiding. Door de dood van zijn oudste broer Albert in 1892 werd George troonopvolger. In 1893huwde hij met Maria, dochter van de hertog van Teck, die hem twee zonen schonk, de latere koningen Edward VIII en Georg VI.

George V werd in 1910 tot koning gekroond. Tijdens de oorlog (1917) nam hij afstand van de titels die het Engels koningshuis met Duitsland verbonden (Sachsen-Coburg-Gotha) en nam de naam Windsor aan. Door zijn optreden tijdens WOI steeg zowel hijzelf als de Britse monarchie in aanzien.

Gallieni, Joseph-Simon (1849-1916)

Frans generaal.

Nam deel aan de Frans-Duitse oorlog van 1870-71.

Van 1896 tot 1905 was hij gouverneur van Madagaskar. Hij voerde het bevel over het 13 en later over het 14 Legerkorps en werd gouverneur van Lyon en later in 1914 gouverneur van Parijs.

Het Franse succes bij de slag aan de Marne was vooral te danken aan de besluitvaardigheid waarmee hij een deel van het Parijse garnizoen naar het front zond.

Van 30 oktober 1915 tot 6 maart 1916 was hij minister van oorlog onder Briand.

Goltz, Colmar Freiherr von der (1843-1916)

Duits generaal bekend door zijn Turkse staatsdienst.

Nam als lid van de staf van het 2 Leger deel aan de oorlog van 1870-71. In 1882 schreef hij een standaardwerk voor operaties met grote gemobiliseerde legers, vol nieuwe ideeën en veel kritiek op de toenmalige Duitse legerleiding.

In 1882 werd hij naar Turkije weggepromoveerd nadat sultan Abdoel Hassan II een Duitse adviseur voor de reorganisatie van het Turkse leger had aangevraagd. Tot 1916 bleef hij als generaal in Turkse staatsdienst wat hem de titel 'Pascha' opleverde. Hij bouwde een volledig nieuw Tuks leger op.

In 1911 werd hij bevorderd tot Duits veldmaarschalk maar kreeg wegens zijn hoge leeftijd geen actief commando.

Van oktober tot december 1914 was hij gouverneur van België. In december 1914 keerde hij terug naar Turkije waar hij het bevel voerde over het 6 Leger aan het Irakfront.

Op 19 april 1916 overleed hij aan vlektyfus in Bagdad.

Home | 1914 | 1915 | 1916 | 1917 | 1918 | Links  | Personages | Reizen | Links naar mijn

Filmpjes op You Tube

ABC  DEF  GHI  JKL  MNO  PQR  STU  VWXYZ

I

Hindenburg, Paul von Beneckendorf und von (1847-1934)

Duits veldheer en staatsman.

Als gardeluitenant nam hij deel aan de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog van 1866 en verwierf tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-71 het ijzeren kruis.

In 1889 was hij chef van de afdeling infanterie bij het ministerie van Oorlog.

In 1900 werd hij divisiecommandant, in 1903 legerkorpscommandant en in 1905 generaal der infanterie. In 1911 trad hij af nadat hij na het uiten van kritiek op het voeren van manoeuvres tegenkanting kreeg van keizer Wilhelm II.

In 1914 trad hij terug in dienst en werd bevelhebber van het 8 Leger in Oost-Pruisen. Zijn stafchef werd Ludendorff. In 1914 versloeg hij de Russen bij Tannenberg en bij de Mazoerische Meren wat hem veel populariteit opleverde. In november van datzelfde jaar werd hij opperbevelhebber van het gehele Oostfront. In april 1918, toen de offensieven van de Duitsers schenen te lukken werd hem het grootkruis van het ijzeren kruis met de gouden stralen toegekend, een eremerk dat voordien enkel door Blücher (Waterlo) had ontvangen.

Hij trad pas af na de ondertekening van de wapenstilstand.

Op 26 april 1925 werd hij tot Rijkspresident gekozen en in 1932 herkozen waarbij A. Hitler één van de tegenkandidaten was. Op 30 januari 1933 maakte hij Hitler tot Rijkskanselier. Sedertdien leefde hij enkel nog, teruggetrokken op zijn landgoed, in de schaduw van Hitler.

Hamilton, Ian

Brits generaal met een indrukwekkende carrière. Hij nam voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog deel aan volgende militaire campagnes:

  • Tweede Afghaanse Oorlog (1878 tot 1880)

  • Zuid-Afrika (1881)

  • Nijlexpeditie (1884-1885)

  • Burma (1886-1887)

In de Zuid-Afrikaanse Oorlog (1899-1902) werd hij stafchef van Lord Kitchener, in 1910 werd hij bevelhebber voor het Middellands Zeegebied en in 1914 had hij het tot vleugeladjudant van Koning George V gebracht.

In 1915 werd hem door Lord Kitchener het opperbevel gegeven over het Frans-Britse expeditiekorps dat de doorgang door de Dardanellen moest vrijhouden en Constantinopel veroveren.

De campagne in de Dardanellen mislukte compleet o.a. door een slechte bevelvoering, zeer zware verliezen en het overdreven optimisme van Hamilton die geen rekening hield met de onervarenheid van zijn troepen.

Deze intelligente en zeer hoog aangeschreven officier werd uiteindelijk in oktober 1915 vervangen door generaal Sir Charles Monroe. Hamilton werd hierdoor uit zijn functie ontheven en kreeg nadien geen enkel commando meer.

H

Haig, Douglas (1861-1928)

Haig, Douglas, First Earl, Viscount Dawick, Baron Haig of Bemersyde

Brits veldmaarschalk, geboren op 19 juni 1861 in Edinburh en gestorven op 29 januari 1928 in Londen.

Hij studeerde af aan het Royal Military College te Sandhurst. Nam deel aan de campagnes in Soedan (1898) en aan de Zuid-Afrikaanse oorlog (1899-1902). Hij vervulde staffuncties in India. Van 1906 tot 1909 was hij directeur militaire training waar hij aan de basis lag van de oprichting van de British Expditionary Force (BEF).

In 1916 werd hij tot veldmaarschalk bevorderd.

Bij het begin van WOI voerde hij het bevel over het 1 Britse Corps. Begin 1915 werd hij bevelhebber van het 1 Britse Leger. Op 17 december 1915 volgt hij maarschalk John French op als opperbevelhebber van de BEF.

In juli-november 1916 zette hij tijdens het onsuccesvolle Somme-offensief massaal troepen in wat resulteerde in 420.000 Britse verliezen.

Zijn strategie, gebaseerd op uitputting, kostte enorme Britse verliezen zonder echter noemenswaardige terreinwinsten te boeken waardoor hij een controversiële persoonlijkheid was.

Hötzendorf, Franz Conrad von (1852-1925)

Laatste Hongaars-Oostenrijkse veldmaarschalk. Zeer begaafd en meertalig.

Reeds in 1914 was hij voorstander van een preventieoorlog tegen de irredentistische politiek van Italië en de Servische expansieplannen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij de voornaamste gevechtsplannen van het Oostenrijks leger uit.

Hij was een uitstekend strateeg maar had zowel met de ontoereikende Habsburgse oorlogsmachine als met de opperste Duitse legerleiding, die na de mislukkingen van de Donaumonarchie in 1914, niet bereid was om versterkingen naar het oostfront te zenden.

Na de dood van keizer Franz-Josef trad hij op 1 maart 1917 af als chef van de generale staf.