|
D |
|
Elisabeth, Valérie (1876-1965) Koningin der Belgen. Dochter van Karel Theodoor hertog in Beieren die op 02 oktober 1900 huwde met prins Albert, de latere koning der Belgen.Tijdens de Eerste Wereldoorlog was zij enorm populair. Zij verbleef achter het front in De Panne waar zij zich inzette in het Rode Kruis en meewerkte aan de inrichting van hospitalen en zich zodoende wijdde aan het welzijn van de soldaten. Later liet zij zich opmerken door haar veelzijdige belangstellingen op artistiek en wetenschappelijk vlak die tot uiting kwamen in talrijke naar haar genoemde stichtingen zoals o.m. de "Fondation éqyptologique R.E." (1923), de "Fondation médicale R.E." (1926), de "Fonation musicale R.E." (1929) en de internationaal befaamde naar haar genoemde muziekwedstrijd voor viool en piano die sedert 1951 jaarlijks een enorm succes kent. Tijdens WO II verbleef Elisabeth op het kasteel te Laken. Toen zij in 1958, tegen alle protocollaire regels in en in volle 'Koude Oorlog', een reis ondernam naar de Sovjet-Unie en later gevolgd door reizen naar andere Oostbloklanden en de Chinese Volksrepubliek, kreeg zij de bijnaam 'Rode Koningin'. Op 20 november 1965 overleed zij na een hartaanval. |
|
Falkenhayn, Erich von (1861-1922) Duits generaal. Als hoge regeringsfunctionaris werd hem van 1900 tot 1903 het bevel over het internationale leger in China toevertrouwd waar hij opviel door de onderdrukking van de Bokseropstand. Eens terug in Duitsland beklom hij zeer vlug de militaire hiërarchie. In 1913 leidde hij er het ministerie van Oorlog. Hij was een tegenstander van de strategische opvattingen van de chef van de generale staf, von Moltke en na de slag aan de Marne nam hij in 1914 diens plaats in. Gedurende zes maanden vervulde hij nog beide functies hetgeen hem een grotere uitvoerende macht gaf dan eender welk andere militaire leider tijdens de oorlog. Hij ontwikkelde eveneens een netwerk van militaire spoorwegen waardoor de bevoorrading aan materieel en munitie aanzienlijk toenam. Na de stabilisatie van het Westelijk front behaalde hij grote successen in het Oosten die echter niet leidden tot het verwachtte einde van de oorlog. Integendeel zelfs, de slag bij Verdun, waar hij 'de Fransen zou doen doodbloeden', en de slag aan de Somme kostten de Duitsers heel wat zware verliezen. Nadat hij in augustus 1916 het opperbevel aan von Hindenburg had overgedragen deed hij opnieuw van zich spreken door aan het front in Roemenië de legers van de tegenstander met zijn 9 Leger in enkele maanden van de kaart te vegen en het hele land te bezetten. Hierna werd hij naar Turkije gestuurd om er het leger te reorganiseren. In juli 1917 vestigde hij zijn aandacht op Palestina waar Allenby oprukte naar Jeruzalem. Hij moest toezien hoe Palestina in Britse handen viel en werd in 1918 vervangen door Liman von Sanders. Hij eindigde zijn oorlogscarrière in een onopvallend garnizoen in Litouwen. |

|
Foch, Ferdinand (1851-1920) Maarschalk van Frankrijk. Voor het uitbreken van WOI diende hij hoofdzakelijk in de generale staf. In 1911 werd hij bevorderd tot divisiegeneraal. Bij het uitbreken van de oorlog voerde hij het bevel over het 20 Korps te Nancy. Nadien kreeg hij het bevel over het 9 Leger waarmee hij tegen het centrum van leger van von Bülow ten strijde trok en deze tot aan de Aisne achtervolgde. Hij was vanaf 4 oktober 1914 tot einde 1916 opperbevelhebber van de "Groupe du Nord". Werd chef van de Franse generale staf op 15 mei 1917 en vervolgens werd hij op 14 april 1918 geallieerd opperbevelhebber (Chef des armées alliées). Hij werd bevorderd tot maarschalk van Frankrijk en kreeg deze rang eveneens in het Britse en Poolse leger. Hij ligt begraven in de 'Dôme des Invalides' te Parijs waar o.a ook Napoleon Bonaparte begraven ligt.. |

|
F |

|
E |
|
Frans Ferdinand, aartshertog (1863-1914) Neef van keizer Frans Josef die in 1889, na de dood van de zoon van de keizer, troonopvolger werd van de Habsburgse monarchie. In 1914 was hij veldmaarschalk en inspecteur-generaal van het Oostenrijks-Hongaars leger. De 'Zwarte Hand', een geheime Servische terroristische groep, besliste uit protest tegen de inlijving van Servië in het Oostenrijks-Hongaars Imperium een aanslag te plegen tegen één van de voornaamste vertegenwoordigers van de kroon. Op 28 juni 1914, tijdens een bezoek aan Bosnië, waarbij Franz Ferdinand de legereenheden inspecteerde, werd hij, samen met zijn echtgenote vermoord door Gavrilo Princip. Deze aanslag zette een aantal gebeurtenissen in gang die uiteindelijk zouden leiden tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. |
|
Ferdinand I (1861-1948) Prins van Saksen-Coburg. In 1887 werd hij gekozen tot koning van Bulgarije. Pas in 1896 werd hij door Rusland en Turkije erkend. Op 5 oktober 1908 riep hij de onafhankelijkheid van zijn land uit en proclameerde zichzelf tot tsaar. In oktober 1918 doet hij, na de ineenstorting van het Bulgaars leger aan het Salonikifront, troonsafstand ten voordele van zijn zoon Boris. |

|
Home | 1914 | 1915 | 1916 | 1917 | 1918 | Links | Personages | Reizen | Links naar mijn |
|
French, John (1852-1925) Engels veldmaarschalk, 1st Earl of Ypres and High Lake. Begon zijn militaire carrière bij de marine en ging in 1874 over naar de cavalerie. Van 1884 tot 1885 nam hij deel aan de Nijlexpeditie en van 1899 tot 1902 nam hij met zijn cavaleriedivisie deel aan de Boerenoorlog. Hij diende eveneens in Soedan en India. Hij werd in 1912 chef van de generale staf en werd in 1913 bevorderd tot veldmaarschalk. In 1914 kreeg hij het bevel of het Brits expeditieleger (BEF) in Frankrijk. Toen hij in september 1914, net voor de Marneslag zijn troepen naar het Zuiden wilde terugtrekken werd dit door Lord Kitchener verhinderd. In 1915 werd hij opgevolgd door Douglas Haig terwijl hijzelf moest instaan voor de verdediging van de Britse eilanden. |

|
Frans Josef (1830-1916) Keizer van Oostenrijk van 1848 tot 1916 en koning van Hongarije van 1867 tot 1916. Oudste zoon van aartshertog Frans Karel en prinses Sofie, dochter van koning Maximiliaan van Beieren. In 1854 huwde hij zijn nicht Elisabeth van Beieren. Hun enig zoon, Rudolf, pleegde in 1889 zelfmoord. Toen in 1896 eveneens zijn broer Karel Lodewijk overleed, werd diens zoon, Frans Ferdinand de nieuwe troonopvolger. Hij was geen voorstander van aanvalsoorlogen en bijgevolg trok hij eerder tegen zijn zin WOI in. |


|
François, Hermann von (1856-1933) Duits generaal, geboren in Luxemburg en overleden in Berlijn. Hij had een zeer belangrijk aandeel in verscheidene veldslagen (Tannenberg, Somme, Gorlice) tijdens WOI. Van juni 1916 tot maart 1918 was hij bevelhebber van de Maasgroep-West voor Verdun en in mei 1918 van het aanvalsleger aan de Oise. Alhoewel een uitstekend tacticus en strateeg werd hij nooit op zijn waarde geschat. |

|
d' Amade, Albert (1856-1938) Frans generaal. Was in augustus 1914 de territoriale bevelhebber i n noordwest Frankrijk. In april 1915 voerde hij het bevel over de Franse troepen bij de ontscheping in de Dardanellen. |

|
Diaz, Armando (1861-1928) Italiaans maarschalk. Kreeg het opperbevel over het Italiaans Leger na de nederlagen van oktober 1917. In die functie wist hij de Duitse en Oostenrijkse aanvallen bij de Piave af te slaan. In oktober 1918 boekte hij succes met zijn grote tegenoffensieven bij Vittorio Veneto. Van december 1922 tot september 1924 was hij minister van Oorlog onder Mussolini. |
