CURSUS AAN MAROKKAANSE VRIJWILLIGERS

Tussen november 2004 en januari 2005 gaf ik aan een tiental Marokkaanse vrijwilligers een cursus in het leren omgaan met probleemgezinnen. Deze cursus werd gegeven vanuit een buurtcentrum in de Antwerpse wijk Borgerhout. De aanleiding was de overlast die in de buurt door Marokkaanse jongens werd veroorzaakt (plassen in de kerk, verbale agressie, met kastanjes gooien naar oude vrouwtjes). Dank zij wijkgerichte activiteiten is die overlast nu grotendeels verdwenen. Er blijven echter een twintigtal jongens over die voor geen rede vatbaar lijken te zijn en overlast blijven veroorzaken. Deze jongens komen allen uit zeer problematische gezinnen. Een aantal jongvolwassen Marokkanen die een goede positie in de samenleving hebben opgebouwd zijn bereid hulp te bieden aan deze gezinnen. Zij richten zich voornamelijk op de vaders en zij proberen een brugfunctie te vervullen tussen deze gezinnen en de school en tussen de jongens en sportclubs of andere verenigingen voor vrijetijdsbesteding.

Mijn boek ‘Zorgenkinderen: Omgaan met opvoedingsproblemen’ (Amsterdam: Ambo, 2001) dient als uitgangsbasis voor deze cursus. Hoofdstuk 8 handelt in het bijzonder over allochtone gezinnen. Hier wil ik een verslag geven van deze cursus aangevuld met mijn persoonlijke reflecties.

Ik ben begonnen met te zeggen dat ik niet deskundig ben wat betreft Marokkaanse gezinnen of wat betreft de achtergronden van Berbers. Ik heb wel veel ervaring met hulpverlening aan allochtone gezinnen van zeer verschillende nationaliteit. Het is echter ondoenlijk om al die verschillende culturen echt te leren kennen en begrijpen. Als Vlaming was het voor mij al moeilijk om in de 27 jaar dat ik in Nederland verbleef, mij aan te passen aan hun cultuur (waar ik enorm veel respect voor heb en waar ik met plezier heb gewerkt en geleefd). Zoals uit mijn laatste boek blijkt is de door mij ontwikkelde methode van intensieve gezinsbegeleiding vrij succesvol bij allochtone gezinnen. De kracht van deze methode is de onbevooroordeelde manier van zich informeren over het gezin, het werken aan de concrete problemen van alledag, het proberen tot duidelijke afspraken te komen tussen ouders, leerkrachten en de jongere, het gebruik van gedragscontracten en het verbeteren van het toezicht.

De vrijwilligers hebben geen opleiding in de gedragswetenschappen gehad. Van pedagogie of psychologie weten ze niets af. Zij verwachten van mij duidelijke adviezen om met probleemgezinnen om te gaan. Ik moet daarom een evenwicht zien te vinden tussen presenteren van belangrijke inzichten en het leren van methoden om invloed uit te oefenen op deze gezinnen.

Een andere moeilijkheid waarmee ik rekening moet houden is mogelijke misverstanden en wederzijdse vooroordelen. De Marokkaanse gemeenschap staat in het brandpunt van verhitte discussies. Onder de autochtone bevolking heerst veel onvrede over het groot aandeel van de allochtonen in de criminaliteit en het groot aantal dat werkloos is. Niet-westerse allochtonen worden op de arbeidsmarkt in hevige mate gediscrimineerd. Hun kinderen moeten naar ‘zwarte scholen’. Hun cultuur of religie wordt door publieke figuren als achterlijk bestempeld. Vanuit de islamitische cultuur  wordt het Westen als verachtelijk en decadent beschouwd.

Ik heb mij voorgenomen niet in te gaan op een vergelijking tussen culturen of op een evaluatie van de verschillen in normen en waarden. Misschien is dit een utopie omdat op de achtergrond vooroordelen altijd blijven meespelen. Maar ik wil niet naïef zijn. Ik ben, zoals het een pedagoog betaamt, conservatief gehecht aan normen en waarden. Ik wil de feiten blijven onder ogen zien, bijvoorbeeld dat Marokkaanse jongens het enorm slecht doen op school (40 à 60% behaalt geen diploma tegenover 15% bij de autochtone jongeren) en dat 40% regelmatig delicten pleegt (tegenover 4% van de autochtonen en 0% van de kinderen van de 30.000 leden tellende joodse gemeenschap in Antwerpen). Bij Turkse jongens is dit overigens even dramatisch.

Hoe met deze gegevens omgaan? Nou, ik heb enkele jaren in Kongo gewerkt. Niet in de grootstad, maar in een afgelegen gehucht, midden het regenwoud, waar ik jongeren opleidde tot onderwijzer en waar ik derhalve ook beschikte over een lagere school. Daar waren zeer intelligente kinderen bij. Ik herinner mij onder andere een meisje dat superintelligent was en ingewikkelde wiskundige problemen onmiddellijk snapte. Helaas was er geen vervolgonderwijs, zodat die kinderen hun talenten niet optimaal konden ontplooien. Daar in Kongo heb ik geleerd dat de talenten onder alle rassen en volkeren gelijk verdeeld zijn. In mijn omgang met de zwarten ervoer ik evenveel rechtvaardigheid, menslievendheid en respect als bij anderen (of even weinig als je wat pessimistisch ingesteld bent over onze mensenbroeders en -zusters;  homo homini lupus).

Terug naar onze Marokkaanse jongens in Borgerhout: waarom doen zij het zo slecht op school en waarom komen ze zo vaak in contact met de politie? Dat is dus geen kwestie van biologische verschillen, maar van het ontbreken van de nodige kansen in de ontwikkelingsfasen die cruciaal zijn voor het ontplooien van hun talenten.

Ik hoef geen inzicht te hebben in de Marokkaanse cultuur of in de islam om te constateren dat de meeste Marokkaanse kinderen op vier- of zesjarige leeftijd naar school gaan zonder de noodzakelijke bagage om daar goed mee te kunnen en zich aangepast te gedragen. Ik heb het niet alleen over de taalkennis, maar zij hebben thuis weinig of geen stimulansen gekregen voor intellectuele activiteiten, zij hebben niet de gedragingen aangeleerd om zich aangepast te gedragen in een blanke omgeving en misschien hebben ze voortdurend gehoord dat wij, de blanken, verdorven mensen zijn. Zij hebben thuis gezien dat vrouwen als ondergeschikten worden behandeld; een houding die de jongens overnemen ten aanzien van vrouwelijke leerkrachten. Ze groeien op in een groep die de voorkeur geeft aan het leven in een getto en die hun eigen identiteit wil behouden.

Het gaat hier om een keuze waar ik mij in principe niet moet mee bemoeien: willen de allochtonen de eigen identiteit behouden en een eigen wereld in onze wereld creëren, met een eigen taal en eigen gebruiken? Of kiezen ze voor integratie die assimilatie zal worden? Ik heb daar wel een mening over, maar dat zou ons hier te veel afleiden (ik kom er wellicht later op terug; in het kort komt het erop neer dat Europa en de landen rond de Middellandse Zee een alliantie moeten aangaan waar iedereen in zijn land blijft wonen, maar wel elders met zijn gezin kan verblijven om te werken ).

Waar ik het wel over wil hebben zijn de gevolgen van de keuze voor de sociale aanpassing van de kinderen. Daar ging de eerste bijeenkomst over: wat zijn risicofactoren voor een asociale ontwikkeling? Een tweede thema was het onderscheid tussen kinderen met problemen en gedragsgestoorde of criminele kinderen. Alle kinderen kennen wel eens een periode waarin zij moeilijk van gedrag zijn. Dat gaat meestal vanzelf over. Maar er zijn kinderen die van kleins af al moeilijk van gedrag zijn en bij wie de gewone opvoedingsmethoden niet helpen. De groep van 20 Marokkaanse jongens over wie ik het hierboven had, behoort wellicht tot deze categorie gedragsgestoorde kinderen.

Het onderscheid tussen kinderen met problemen en gedragsgestoorde of criminele kinderen is voor deze cursus zeer belangrijk. Die 40% Marokkaanse jongens die in aanraking komt met de politie is slechts tijdelijk onaangepast van gedrag. Hun afwijkend gedrag gaat vanzelf over. Hun crimineel gedrag en hun mislukken op school is de prijs die zij moeten betalen voor de botsing tussen culturen. Opgroeien in een gemeenschap die niet geïntegreerd is vormt voor hen een belangrijke risicofactor. Deze jongens zouden in Marokko helemaal niet crimineel zijn of mislukken op school.

Als we meer inzicht hebben in de risicofactoren die het voor deze jongens zo moeilijk maken, kunnen we weten wat er zou moeten veranderen om die overlast en het gebrek aan succes op school te voorkomen. Het zoeken naar een oplossing wil ik los zien van een oordeel over de cultuur.

De 20 jongens die gedragsgestoord zijn hebben nood aan een begeleiding die vooral orthopedagogisch moet zijn. In die zin hoeft de aanpak niet te verschillen van de behandeling van gedragsgestoorde jongens in andere culturen.

 zie ook: aanpak delinquente Marokkaanse jongens

HOME                        zie ook mijn politieke website:  www.ministrando.org