Opstand van jonge allochtonen: de onverenigbaarheid van de islam met het christendom en het humanisme.

Er leven meer dan 30.000 joden in Antwerpen, de stad waar ik al zes jaar woon. Ik heb nog nooit gehoord van een joodse jongen die door de politie wegens een misdrijf werd aangehouden.

Bij de Marokkaanse en Turkse jongens is het een heel ander verhaal. Elke week worden er opgepakt voor allerlei delicten. Soms gaat het om verschrikkelijke misdrijven, zoals toen een blinde man in het park werd beroofd en vreselijk werd toegetakeld door allochtone jongens. Dat was dertig jaar geleden ook al het geval in Brussel. De staatsloten werden toen op straat verkocht door blinden. Toen Marokkaanse jongens hen stelselmatig beroofden, zijn zij definitief uit het straatbeeld verdwenen. Onlangs werd in Parijs een gehandicapte in een bus met benzine overgoten en in brand gestoken.

Vanwaar dit verschil tussen allochtone jongens en joodse jongens? Waarom plegen Marokkanen en Turken relatief gezien veel meer misdrijven dan westerse jongens en waarom komen er zulke onmenselijke daden bij hen voor (onmenselijke daden komen trouwens ook voor bij autochtone criminelen, maar voor de komst van de allochtonen werden zelden of nooit gehandicapten of oude vrouwen op straat beroofd)? Bij de huidige gebeurtenissen in Frankrijk past het te zoeken naar verklaringen. Gaat het hier om een revolte zoals in 1968 toen de studenten in opstand kwamen tegen het traditionele gezag? Of is het een ordinaire territoriumstrijd van jongeren die niets te verliezen hebben?

Ik wil hier zo scherp mogelijk enkele argumenten op een rijtje zetten om een helder standpunt over deze verontrustende toestand van crimaliteit en revolte te kunnen innemen. Ik doe dat puntsgewijs voor de helderheid van mijn betoog.

1. De belangrijkste slachtoffers zijn de allochtonen zelf. In de Franse steden worden tot nog toe vrijwel uitsluitend in hun wijken de auto’s in brand gestoken en vernielingen aangericht. Een minderheid van de allochtonen bezorgt een slechte naam voor de meerderheid van de Marokkaanse en Turkse mensen  die rechtschapen en hardwerkend zijn.

2. De verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen zullen omwille van de omvang van de vernielingen en het crimineel gedrag voor de volgende jaren nog meer verpest zijn. Extreem-rechts kan geamuseerd toekijken en is de lachende derde die bij de volgende verkiezingen de vruchten zal plukken. Positief is dat de Franse politie niemand heeft doodgeschoten: dat is een enorme stap in de beschavingsgeschiedenis van de mensheid. Gemeen geweld heeft niet geleid tot tegengeweld en toch wordt het krachtdadig bestreden door het oppakken van de geweldplegers, door het woord en door via de media te tonen wat de daders uitrichten. Dat geldt ook voor aanslagen gepleegd door fundamentalisten: ze zoeken de aandacht van de media om hun boodschap te verspreiden, maar uiteindelijk keert zich dit tegen hen omdat geen normaal mens het lijden van de slachtoffers en hun dierbaren kan accepteren. Hoe meer aanslagen hoe sneller de Islam haar eigen Verlichting zal kennen en haar eigen revolutie tegen de tirannen en de steenrijke, corrupte elite in de islamitische landen.

Een groot probleem is echter dat islam en democratie onverenigbaar zijn. Voor een moslim is het zelfs een verwijt als hem wordt gezegd dat de islamitische staat democratisch moet worden. Volgens de islam stelt Allah de wet, terwijl in een democratie de mensen zelf de wetten bepalen. De moslims in het Westen wonen daarom het liefst in hun eigen wijken en al wie zich niet houdt aan de islamitische wet wordt weggepest; dat geldt bijvoorbeeld voor winkels waar alcohol of varkensvlees wordt verkocht, voor filmzalen, dancings en theaters, en vrouwen worden verplicht de hijab te dragen. Moslims creëren hun "Millets" of religieuze communes waar de islamitische wet geldt. In de Franse voorsteden en in andere Westerse landen zijn daarom islamitische getto's ontstaan waar de politie niet meer binnenkomt.De imans in Frankrijk verzochten tijdens de rellen de overheid niet meer op te treden omdat zij het onderling wilden oplossen. Van integratie is daarom geen sprake en zal nooit sprake zijn. De multiculturele droom berust op een totaal gebrek aan inzicht in wat de islam voorstaat.

3. Het verschil tussen joodse en allochtone jongens wordt niet verklaard door verschillen in intelligentie of door andere erfelijke eigenschappen. Het heeft alles te maken met de opvoeding. Joodse (en de meeste autochtone) kinderen worden van kleinsaf voorbereid op intellectueel presteren. Als peuter krijgen ze al speelgoed dat hun intellectuele ontwikkeling stimuleert. Vooral joodse kinderen worden opgevoed in een sfeer van discussies over diepgaande onderwerpen. Westerse kinderen kunnen thuis op bijna gelijke voet met volwassenen discussiëren. Eigen initiatief wordt aangemoedigd. Dit leidt tot de verrassende situatie dat de joden minder dan één procent van de wereldbevolking uitmaken en dat 27 procent van de nobelprijswinnaars joden zijn.

Turkse en Marokkaanse kinderen daarentegen hebben meestal ongeletterde en niet-opgeleide ouders, die niks afweten van de westerse cultuur en hun kinderen totaal onvoorbereid naar school sturen. Deze kinderen zijn per definitie heel lastig van gedrag in de klas (ze kunnen niet stil zitten, ze hebben zich nooit moeten concentreren) en riskeren daarom vanaf de basisschool de ene dagelijkse mislukking en vernedering na de andere. Hun zelfwaardering is dan ook zeer laag, vandaar al die frustraties. Meisjes houden zich koest en door hun vlijtig gedrag vallen ze minder op. Jongens reageren met agressie op die situaties en zetten zich af tegen de school en de blanken. Er zijn uiteraard uitzonderingen op deze algemene constatering.

4. Een zeer ongunstige factor in de opvoeding van allochtone  kinderen is de moeder, die meestal analfabeet is en een zeer ondergeschikte en onderdrukte positie inneemt. De moeder draagt echter de volle verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen. Uit mijn gesprekken met Marokkaanse mannen blijkt dat zij de cruciale rol van de moeder in de ontwikkeling van hun zonen niet beseffen en ervan uitgaan dat zij per definitie, vanuit hun gezagspositie, het meest invloed hebben. De invloed van de moeder gedurende de eerste levensjaren is cruciaal voor de verdere ontwikkeling van de kinderen omdat de persoonlijkheid ontstaat als een leerproces tijdens de gewone dagelijkse interacties. De Marokkaanse en Turkse moeders zullen best heel warme en affectieve vrouwen zijn, maar als opvoedsters bereiden zij hun kinderen absoluut niet voor op de eisen die een moderne maatschappij stelt. Er zijn allochtone kinderen die deze gebrekkige opvoeding te boven komen, maar dat gaat om een minderheid. 

De minderwaardige positie van de vrouw in de islamitische samenleving zou wel eens dè oorzaak kunnen zijn van de culturele en economische achterstand van islamitische landen en van islamitische bevolkingsgroepen in het Westen. De bijdrage van de islamitische landen aan de cultuur en de wetenschap is de afgelopen eeuwen vrijwel nihil.

5. Het ziet er niet naar uit dat deze ongunstige opvoedingssituatie zal verbeteren. Minstens veertig procent van de allochtone jongens mislukt in het onderwijs (*). Hier is het toekomstbeeld heel somber: in West-Europa krijgen we er op korte termijn honderdduizenden niet-opgeleide jonge werklozen van allochtone afkomst erbij. De uitkeringen zijn nu al onbetaalbaar geworden. De samenleving zit hier niet op te wachten.

Sinds de uitbreiding van de Europese Unie verminderen de kansen op werkgelegenheid voor niet-westerse allochtonen. Goed opgeleide Polen en andere Oost-Europeanen nemen hun plaatsen in.

6. Even dramatisch is de bevolkingsexplosie in islamitische landen. In Saudie-Arabië bijvoorbeeld verdubbelt de bevolking om de twaalf jaar. Ook in West-Europa groeit de allochtone bevolking door een hoger kinderaantal. Dit kan niet anders dan tot hevige uitbarstingen leiden. Nu is er een zeker evenwicht tussen het Westen en de islamitische landen met elk ongeveer 1 miljard mensen. Over amper twintig jaar is dit evenwicht drastisch verbroken met respectievelijk 900 miljoen en 2,1 miljard mensen. De westerse politici zijn oerdom als ze dit niet zien aankomen en hun beleid er niet op afstellen. Als nog meer islamitische landen over atoomwapens zullen beschikken, moet het Westen met nog krachtiger wapens ingrijpen. De Europese politici en de media schilderen Bush af als een soort domme cowboy, maar de Amerikaanse president voert de enige koers die een wereldcatastrofe kan voorkomen (gezien wat er gebeurd is in 1914-18 en 1940-45 moeten we niet rekenen op het Franse, Belgische of Nederlandse leger om Europa te redden en de Italiaanse en Spaanse soldaten hebben mooie uniformen met veel glitter, maar daar is alles mee gezegd).

7. De massa in de islamitische landen wil ook haar deel hebben van de welvaart in de wereld. Vandaar die emigratie naar het Westen. Nochtans zijn die landen niet  arm. Het probleem is dat een kleine elite, die over dictatoriale macht en over de wapens beschikt, alle rijkdom naar  zich toe trekt. De gigantische inkomsten van de olie gaan in de zakken van enkele duizenden, terwijl de massa verder verpaupert. Die duizenden miljarden van de oliesjeiks worden verpatst aan nutteloze paleizen en een ongehoorde luxe of worden belegd bij Zwitserse banken. In andere islamitische landen bezitten een paar families meer vruchtbare landbouwgrond dan alle Franse kolonisten samen toen die landen nog kolonies waren.

Moesten die miljarden van de olie en van de landbouw nu eens besteed worden aan beter onderwijs en sociale voorzieningen voor het eigen volk? Dat gebeurt helaas niet. Om haar macht te behouden manipuleert de elite via de media de massa met een dagelijkse aanbod van leugens en laster tegen de christenhonden, het zionisme en de westerse decadentie.

8. De haatcampagnes tegen Israël zijn satanisch geworden.Terwijl Israël de enige democratie is in de regio en waar een redelijke welvaart heerst. Het zou juist een voorbeeld moeten zijn voor alle omringende landen. Maar Israël is voor de tirannen van de islamitische landen een doorn in het oog. Daarom maken zij van Israël tot de grote vijand omdat het volk niet zou zien waar de werkelijke vijand zich bevindt. Hoe lang laten de mensen zich voor de gek houden?

Als de Palestijnse staat vredelievend zou samenwerken met Israël (wat de meeste gewone Palestijnen wellicht wensen) zouden beide landen een enorme bloeiperiode ingaan.
Dit voorbeeld zou ook kunnen gelden voor de samenwerking tussen de Europese Unie, de Maghreblanden en Turkije: indien van beide zijden democratisch en vredelievend zou worden samengewerkt, kan dit werelddeel een waardige beschaving worden, een voorbeeld voor de gehele wereld.

Conclusies: een politieke visie is noodzakelijk

We doen er goed aan, gezien de ernst van de situatie en het uiterst somber toekomstbeeld, radicale maatregelen te nemen. Het gaat erom dat ook de mensen in de islamitische landen in vrede, vrijheid en welvaart kunnen leven. De migratie naar Europa moet beëindigd worden zodat die landen zich in de 21ste eeuw kunnen ontwikkelen naar volwaardige staten. Ook moeten we de maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om burgeroorlogen in Europa te voorkomen en om te verhinderen dat extreem-rechts ons naar een nieuwe holocaust voert. Om deze redenen stel ik het volgende voor:

1. De Europese Unie krijgt een president met volmachten voor het buitenlands beleid en de Europese veiligheid.

2. Alle jonge mannen en vrouwen moeten na hun opleiding of na de leeftijd van 18 jaar twee jaar dienstplicht vervullen bij het leger, bij de politie of bij de douane. Dit biedt de mogelijkheid om militaire druk uit te oefenen op niet-democratische regimes, om in Europa de veiligheid van de burgers maximaal te verzekeren en om de grenscontroles te verscherpen. Geen pakje of container komt nog ongecontroleerd binnen. Drugstrafikanten worden eindeloos opgespoord (zie ook: stage maatschappelijke dienstverlening).

3. Alle niet-westerse allochtone jongeren die voortijdig de school hebben verlaten, worden geplaatst in vakinternaten in het land van herkomst. Deze scholen worden door de Europese Unie gesubsidieerd (dit plan biedt tevens werkgelegenheid voor goed opgeleide allochtonen). In die internaten leren zij een vak aan. Daarna worden ze ingezet voor de opbouw van het land van herkomst of bij projecten in ontwikkelingslanden. Na enkele jaren ervaring zullen ze gewaardeerde vakmensen zijn waaraan nu al een groot tekort heerst.

4. Er worden verdragen gesloten met de Maghreblanden, Turkije en Kosovo voor intensieve economische, culturele en educatieve samenwerking. Het streefdoel is dat steeds meer allochtonen naar het land van herkomst kunnen terugkeren en er kunnen leven in vrede en welvaart.  

Deze verdragen kunnen tot broederschap tussen de volkeren leiden. Dit kan een verrassend neveneffect hebben: de bewoners kunnen steeds vaker tijdelijk in de andere landen gaan wonen, bijvoorbeeld voor educatie, werk, culturele uitwisseling, na pensioenering of op vakantie.  

5. Er wordt een plan ontwikkeld om alle niet-opgeleide en werkloze allochtonen terug te laten keren naar het land van herkomst. Voor hun kinderen worden voorzieningen gecreëerd voor beter onderwijs in de eigen taal. Volwassenen die het wensen, kunnen alsnog een opleiding volgen.

De gedachte achter dit plan is dat de allochtonen hun problemen zelf moeten leren op te lossen. Door goede educatie en subsidiëring van projecten in hun eigen landen worden de mogelijkheden hiertoe geboden.

6. Een sterk Europa, dat goed samenwerkt met Afrika, op basis van gelijkwaardigheid, kan ervoor zorgen dat de economische bedrijvigheid eerlijk wordt verdeeld zodat er in beide continenten voldoende werkgelegenheid is. Die samenwerking zal trouwens de economie en dus de werkgelegenheid ten goede komen. Het uiteindelijk doel is dat alle immigranten naar het land van hun voorouders terugkeren, er werk vinden, meehelpen aan de opbouw van die landen en er in vrijheid en waardigheid kunnen leven. We zouden dit kunnen vergelijken met het koloniale tijdperk: op het einde hiervan was er vrede in Afrika en relatieve welvaart voor alle mensen. Nu zou een sterk Europa opnieuw haar verantwoordelijkheid voor de Afrikaanse medemensen kunnen opnemen zonder de fouten van het kolonialisme te herhalen. Bij dit plan zou Europa samen met de Maghreblanden werken aan de ontwapening van zwart Afrika en vrede brengen in dit ongelukkige continent.


Door deze zes maatregelen zal voor de mensen in Europa duidelijk worden dat de allochtonen niet meer komen profiteren van onze voorzieningen, maar dat diegenen die hier zijn daadwerkelijk bijdragen aan vrede in de wereld. Dat zal de onderlinge verstandhouding ten goede komen en de hier voorgestelde maatregelen kunnen een einde maken aan de discriminatie van goed opgeleide allochtonen op de arbeidsmarkt. Nog beter is dat door de intensieve samenwerking tussen Europa en de islamitische landen de noodzaak van emigratie naar Europa zal verdwijnen. Maar ik meen dat eerst een periode van harde politiek nodig zal zijn om het volk aan te sporen tot omverwerping van de dictaturen, om in die landen via educatie alle kinderen de kans te geven degelijk onderwijs te volgen, om de bevolkingsexplosie te doen stoppen en om zelf een rechtvaardig verdeelde welvaart te realiseren.

Ik zie geen rol voor internationale instellingen zoals de Verenigde Naties, Unicef of de Unesco. Europa moet hier haar eigen en krachtige koers kunnen varen. Misschien zou het beter zijn dat de Noord-Europese landen zich terugtrekken uit de Europese Unie en een nieuwe Unie gaan vormen die krachtdadiger gaat optreden.

Ik hoop dat in deze tekst duidelijk is geworden dat ik geen waardeoordeel vel over de islam, maar dat het erom gaat dat de mensen in de islamitische landen in vrede, vrijheid en welvaart kunnen leven. Het is de taak van Europa om met de islamitische volkeren samen te werken om zich van hun tirannen te bevrijden en een eigen periode van Verlichting en voorspoed in te gaan. In Europa kan er nog veel verbeteren, maar het is een feit dat we al meer dan een halve eeuw in vrede leven en dat er hier voor de meerderheid een welvaart heerst die voorheen ongekend was in de menselijke geschiedenis. Ik wil echter niet blind zijn voor de gevolgen van een doorgeschoten welvaartsdrang. Door het onverzadigbare consumentisme helpen we onze leefmilieu om zeep. Maar hierover heb ik het in andere teksten waarin ik pleit voor grote soberheid. Door sober te leven maken we tijd en energie vrij om dienstbaar te zijn voor anderen.

De islam, het christendom en het jodendom tonen elk op hun manier de weg naar een wereld met meer liefde en goedheid. Elke religie moet het Woord van God realiseren in het gebied waar dit Woord werd geopenbaard.

(*) De meest recente Nederlandse cijfers hierover spreken over een schooluitval van 21 % en 17 % bij respectievelijk Turkse en Marokkaanse jongeren tussen 15 en 34 jaar. Hierbij ziin niet gerekend al die jongeren die een voor de arbeidsmarkt weinig waardevol getuigschrift behalen en die in feite halfgeschoold zijn. Mijn  schatting dat minstens 40 % van de Turkse en Marokkaanse jongens weinig of geen kans maakt op de arbeidsmarkt is wellicht realistisch  ( Bron: Engbersen, G.,  Snel, E., & Weltevreden, F. (2005) Sociale herovering in Amsterdam en Rotterdam: Een verhaal over twee wijken. Amsterdam: Amsterdam University Press).

In een recent rapport (Van Praag, C. (red.)(2006). Marokkanen in Nederland: Een profiel. De Haag: NIDI) wordt geconstateerd dat 65% van de Marokkanen tussen 20 en 34 jaar niet in het bezit is van een zogenaamde startkwalificatie voor de arbeidsmarkt en dat daarom hun perspectieven op deze markt ongunstig zijn. Voor Turken is dit eveneens 65%. Bij autochtonen van die leeftijdsgroep is dit percentage slechts 22%. Marokkaanse en Turkse meisjes scoren nog iets slechter dan de mannen (63% Marokkaanse meisjes zonder startkwalificatie tegenover 58% van de mannen; bij Turken 68% tegenover 62%).

Terwijl van de autochtonen bijna de helft naar de havo/vwo (vergelijkbaar met de humaniora in België) gaat, is dit bij Marokkanen en Turken slechts een vijfde. Meer dan de helft van de Marokkaanse en Turkse leerlingen is te vinden in de lagere niveaus van het voorbereidend beroepsonderwijs. Maar het zijn juist de Marokkaanse jongeren die de afgelopen jaren een aanzienlijke, soms spectaculaire vooruitgang hebben geboekt. Tien jaar geleden nam slechts 8% van de Marokkaanse leerlingen deel op havo/vwo niveau. Dat is nu 19%. Helaas is deze 'vooruitgang' wellicht het gevolg van de lagere eisen die nu aan deze leerlingen in vooral zwarte scholen worden gesteld.
 
 

Over deze tekst wil ik voortdurend blijven nadenken om hem desnoods bij te stellen. Hulp hierbij en suggesties zijn zeer welkom: juliaan.vanacker@gmail.com

ZIE OOK: Gefrustreerde allochtone relschoppers


HOME