Uitgeverij Vantilt
Postbus 1411
6501 BK Nijmegen
E-mail BioBibData
Update: Thursday, 18 April 2013

BAARTMANS (2001A) BOTS (1999A) BOTS (2006) BUIJNSTERS (2007A) BUIJNSTERS (2007D) BUIJNSTERS (2010A) BUIJNSTERS (2013B) CAPELLEVEEN (2010B) HERTZBERGER (2008A) HOFTIJZER (2005A) HOLLANDIA (2007A) JENSEN (2010A) LEEMANS (2002A) RODRIGUEZ (2003/3) ROYEN (2011A) SLOOS (2012A) VEENMAN (2009A) VERHOEVEN (2010A) VLIET (2005) VRIES (2011A) WALL (2007A) WISSING (2003A)

BAARTMANS, Jacques J.M., Hollandse wijsgeren in Brabant en Vlaanderen. Geschriften van Noord-Nederlandse patriotten in de Oostenrijkse Nederlanden, 1787-1792. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2001. - 538p. ISBN 90-75697-61-9
Table of Contents Publisher

  1. De context (p. 13)
    1. Tweehonderd jaar context (p. 13)
      1. 'Noord en Zuid in de Revolutietijd, eender en anders' (p. 14)
      2. Honderden, duizenden, tienduizenden (p. 21)
      3. 'Kleinen', burgers, patricische elite (p. 30)
      4. De 'Hoogeschool van patriottismus en Revolutie'? (p. 34)
      5. 'Politiek' of: waren de Oostenrijkse Nederlanden nuttig voor de ballingen? (p. 38)
      6. 'Economie' of: waren de ballingen nuttig voor de Oostenrijkse Nederlanden? (p. 41)
      7. Emigrantenliteratuur? (p. 43)
      8. Conclusies en vragen (p. 49)
    2. Vijf jaar context (p. 51)
      1. De Oostenrijkse Nederlanden (p. 51)
      2. De 'Kleine Revolutie', 1787 en 1788 (p. 57)
      3. Het jaar 1789 (p. 63)
      4. Het jaar 1790 (p. 70)
      5. De jaren 1791 en 1792 (p. 78)
      6. Besluit (p. 81)
  2. In ballingschap (p. 85)
    1. 'Ik ga, met een ligte beurs, onder een vreemd Volk zwerven' (p. 85)
    2. 'Hol over bol de wijde waereld in' (p. 87)
      1. Redenen voor de vlucht (p. 89)
      2. Verdachte motieven om uit te wijken (p. 96)
      3. Omstandigheden tijdens de vlucht (p. 100)
      4. De plaatsen van vestiging (p. 106)
    3. 'Wanneer zal er eens uitkomst weezen?' (p. 109)
      1. Levensonderhoud, liefdadigheid en uitkeringen (p. 109)
      2. Beroepsuitoefening: meer problemen dan oplossingen (p. 119)
      3. Het terugkeermotief, redenen om te blijven, voorkeur voor Frankrijk (p. 127)
      4. Solidariteit en liefdadigheid, maar vooral meningsverschillen (p. 135)
    4. Welkome asielzoekers of vissers in troebel water? Veilige schuilplaatsen of het gemis van de 'Boompjes'? (p. 153)
      1. Gunsten van allerlei aard (p. 156)
      2. Godsdienstige faciliteiten (p. 163)
    5. De Hollanders en de Brabantse Revolutie (p. 175)
      1. Keizersgezindheid en godsdienst als stenen des aanstoots (p. 176)
      2. Hollandse belangen en voorkeur voor Vonck als stenen des aanstoots (p. 182)
    6. Samenvatting, conclusie (p. 200)
  3. In de Oostenrijkse Nederlanden (p. 203)
    1. 'Een origineel Volk, de beschouwing van een Menschenkenner overwaardig!' (p. 203)
    2. 'Bij de zonderlingste gebeurtenissen gedaan en opgesteld' (p. 206)
    3. Stad en land (p. 211)
      1. Antwerpen (p. 213)
      2. Brussel (p. 218)
      3. Gent (p. 222)
      4. Andere steden (p. 230)
      5. De natuur op zijn schoonst (p. 236)
    4. 'Een origineel Volk' (p. 240)
      1. Het oordeel van de 'Signors' en een kijk op de Vlamingen (p. 241)
      2. De Scheldekwestie, economie en sociale zaken (p. 246)
      3. Leefpatroon (p. 256)
      4. Wetenschap (p. 263)
      5. Taal en letteren (p. 268)
      6. Kunst (p. 273)
      7. Godsdienst (p. 278)
    5. Besluit (p. 289)
  4. Confrontatie met de Brabantse Revolutie: 'Tweeërlei soort van Patriotten' (p. 291)
    1. 'De regtvaardige zaak van deze natie?' (p. 291)
    2. 'Onlusten en vrijmoedige gedachten' en de analyse van een Hollands predikant (p. 293)
      1. Onlusten en vrijmoedige gedachten (p. 295)
      2. Analyse van een Hollandse predikant (p. 298)
    3. Keizer Jozef II, verlicht en eenzaam (p. 300)
      1. Jozef II en de rechten en privileges van het volk (p. 301)
      2. Jozef II en de Hollanders (p. 310)
      3. Macht en onmacht van keizer Jozef II (p. 312)
      4. Jozef II, tragische held (p. 316)
      5. Een relativering tot slot (p. 319)
    4. Hendrik van der Noot en de Statisten (p. 320)
      1. Macht en populariteit van Van der Noot (p. 322)
      2. De ideeën van Van der Noot en de Statisten (p. 326)
    5. De rol van de geestelijkheid: eigenbelang, godsdienst, bijgeloof? (p. 329)
      1. De geestelijkheid en keizer Jozef II. Oorzaken van het ongenoegen (p. 331)
      2. De geestelijkheid en de 'standen'. De machtsverhoudingen (p. 334)
      3. De geestelijkheid en het volk. Methoden (p. 338)
      4. De geestelijkheid en de richting Vonck (p. 345)
    6. De rol van de andere mogendheeden (p. 350)
      1. De inmenging van de Republiek, de rol van prinses Wilhelmina (p. 351)
      2. De driebond (p. 357)
      3. Mogelijkheden voor Frankrijk (p. 362)
    7. Vonck cum suis (p. 368)
      1. De ideeën van Vonck (p. 372)
      2. Strategie van de Vonckisten (p. 377)
      3. De zaak-Van der Meersch (p. 379)
    8. De toekomst van de Brabantse Revoutie (p. 382)
      1. Binnenlandse zaken (p. 383)
      2. Buitenlandse aspecten (p. 386)
      3. De ideale oplossingen (p. 389)
    9. Besluit (p. 395)
  5. Twee vrouwen en een wijsgeer. Een drieluik van feiten en fictie over de Oostenrijkse Nederlanden (p. 397)
    1. Brieven, een roman en een dagboek (p. 397)
    2. Een Hollandse in Brabant: Emilie Fijnje-Luzac - Brieven 1787-1788, 'een vermaak, eene vergoeding der absentie' (p. 399)
      1. De familie Luzac (p. 400)
      2. Huwelijk met Wybo Fijnje (p. 403)
      3. Het patriottisme in Delft (p. 407)
      4. Antwerpse brieven (p. 411)
      5. Brieven uit Brussel voor de geboorte van Gontje (p. 421)
      6. Brieven uit Brussel na de dood van Gontje (p. 429)
    3. De Hollandse Wijsgeer in Braband (p. 435)
      1. Iets meer dan een roman (p. 436)
      2. De intrige (p. 440)
      3. Intrige en werkelijkheid (p. 442)
      4. Personages en hun opvattingen (p. 445)
      5. In Brabant en Vlaanderen (p. 451)
      6. Godsdienst, 'opium van het volk?' (p. 456)
      7. Cultuur (p. 460)
      8. Economie (p. 463)
      9. Varianten van het patriottisme (p. 466)
    4. Een Utrechtse in Vlaanderen: Clara Cornelia van Eijck - Dagboek 1790-1791, 'een getrouw journal' in plaats van 'denken tot merkelijk nadeel van mijne gezondheid' (p. 473)
      1. Biografie (p. 475)
      2. De ikpersoon van dit dagboek (p. 479)
      3. Levensomstandigheden (p. 483)
      4. Gent en omgeving (p. 487)
      5. De Vlamingen (p. 490)
      6. Politieke zaken (p. 494)
    5. Besluit (p. 503)
    Besluit (p. 505)
Lijst van illustraties (p. 515)
Opgave van de gebruikte literatuur (p. 517)
Register van personen (p. 533)

More Info
In 1787 en 1788 moesten duizenden burgers de Republiek der Verenigde Nederlanden ontvluchten vanwege hun verzet tegen het stadhouderlijk bewind en Oranjegezinde aristocraten. Veel asielzoekers verbleven enkele jaren in de Oostenrijkse Nederlanden. In de boeiende geschriften die zij nalieten, komt een aantal aspecten van hun verblijf in de Oostenrijkse Nederlanden aan de orde, zoals hun houding tegenover de ‘thuisblijvers’ die de Brabantse revolutie meemaakten. Ook wordt de verhouding tussen de ballingen onderling beschreven, die lang niet altijd van solidariteit doortrokken was. Hollandse wijsgeren in Brabant en Vlaanderen geeft een boeiend tijdsbeeld van een bewogen periode uit onze vaderlandse geschiedenis.
* * * * *

BOTS, Hans & GEMERT, Lia van (red.), Schelmen en prekers. Genres en de transmissie van cultuur in vroegmodern Europa. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 1999. - 236p. ISBN 90-75697-27-9
Table of Contents Publisher
    Bert TREFFERS: Inleiding, p. 7-13
    Lia van GEMERT: De krachtpatser en de hoer. Liefde en wraak op het zeventiende-eeuwse toneel, p. 14-37
    Guillaume van GEMERT: De 'Bekering' van de schelm. Momenten van transmissie bij de receptie van de picareske roman in de Duitse landen, p. 38-73
    Bert TREFFERS: Arcangelo Corelli en de goede smaak. Het internationale debat rond de muziek, beeldende kunst en architectuur van laat zeventiende-eeuws Rome, p. 74- 105
    Frans KORSTEN: Norris, Prior en Blackmore. Ideeëngeschiedenis en poëzie, p. 106-133
    Hans BOTS: Het voorwoord van de 'Bibliothčque impartiale'. De functie van het Franstalige geleerdentijdschrift in de vroegmoderne tijd, p. 134- 153
    Uta JANSSENS: Eden Revisited. Het overplanten van de Engelse landschapstuin naar het continent, p. 154-189
    Peter RIETBERGEN: Montezuma gememoreerd. De barokke opera als 'machine' voor de overdracht van cultuur en ideeën?, p. 190-236


More Info
De auteurs in deze bundel laten zien hoe intellectuelen van divers pluimage tijdens de zeventiende en achttiende eeuw gedichten, romans, tragedies, tijdschriften, opera’s, tuinarchitectuur en beeldende kunst aanwendden om hun denkbeelden een breder publiek te verschaffen. Daarbij blijkt dat zowel de hoofdrolspelers als de figuranten – of ze nu schelm, geleerde, hoer of artiest zijn – voor eigen parochie preken. Schelmen en prekers illustreert hoe de genoemde genres in het vroegmoderne Europa benut werden om filosofische, politieke, theologische, natuurwetenschappelijke en sociaal-maatschappelijke discussies te voeren. Ideologische veranderingsprocessen zijn aan de hand van deze bronnen makkelijk in kaart te brengen.
* * * * *

BOTS, Hans & LEVIE, Sophie (samenstelling), Periodieken en hun kringen. Een verkenning van tijdschriften en netwerken in de laatste drie eeuwen. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2006. - 343p. ISBN 90-77503-544
Table of Contents Publisher
    Hans BOTS & Sophie LEVIE: Inleiding. Een adequate nieuwsvoorziening, p. 7-17
    Hans BOTS: De internationale kring van correspondenten van Jacques Bernard en de Nouvelles de La République des Lettres (1699-1710), p. 19-41
    Christiane BERKVENS-STEVELINCK: Het tijdschrift van Etienne Chauvin, een voorbeeld van hugenoots en Berlijns netwerk, p. 43-64
    Edwin van MEERKERK: Geletterde heren en libertijnse bibliofielen. Het journalistieke netwerk van Albert-Henri de Sallengre, 1713-1717, p. 65-82
    Jan SCHILLINGS: De Bibliothčque germanique en haar twee gezichten, p. 83-106
    Inger LEEMANS & Viktoria FRANKE: De Boekzaal der geleerde wereld: spin of vlieg in eigen netwerk?, p. 107-124
    Peet THEEUWEN: Kringen rond een patriots intellectueel: Willem van Irhoven van Dam en zijn Courier van Europa (1783-1785), p. 125-147
    André HANOU: De Schouwburg van in- en uitlandsche letter- en huishoudkunde (1805-1810). Voorlopige verkenning, p. 148-181
    Rob van der SCHOOR: De orthodoxie van de behanger en het deuntje van de beitelaar. Haagse en Amsterdamse medewerkers van De Spektator (1843-1850), p. 182-217
    Odin DEKKERS: Netwerken en de New Review (1889-1897), p. 219-241
    Helleke van den BRABER: "De tooneelkunst puur ... heilig vuur!". Netwerken rond het tijdschrift Het tooneel tussen 1915 en 1924, p. 242-264
    Hans BAK: Malcolm Cowley en het netwerk rond Broom (1921-1924) en Secession (1922-1924), p. 265-285
    Mathijs SANDERS: "De geestesstroomingen van den bewogen tijd". Pieter van der Meer de Walcheren als bemiddelaar voor het tijdschrift De Gemeenschap in de jaren 1924-1929, p. 286-309
    Sophie LEVIE: Jean Paulhan als hoofdredacteur van de Nouvelle Revue Française in de jaren 1925-1930, p. 310-332
    [Index]


More Info
Periodieken en hun kringen omvat veertien studies die blootleggen hoe een netwerk van informanten en correspondenten heeft bijgedragen aan het ontstaan en de instandhouding van een tijdschrift. Welke stappen worden gezet om de kring te vormen en uit te breiden en hoe weerspiegelt zich dat in een periodiek zelf? Door een zorgvuldige analyse van de tijdschriften, een speurtocht naar correspondentie en andere documenten in archieven en bibliotheken gaan vooraanstaande onderzoekers na hoe het netwerk rond die tijdschriften dienst heeft gedaan en of in de tijdschriften zelf een duidelijke ideologie valt te achterhalen. Er blijken vaak verschillende kringen te onderscheiden: een redactionele kern, informanten en een kring van kritische lezers.
De tijdschriften zijn over een periode van drie eeuwen gekozen: zeven uit de vroegmoderne periode en zeven uit de negentiende en twintigste eeuw. Speelde Nederland in de eerste anderhalve eeuw een centrale rol in dit type nieuwsvoorziening, vanaf de negentiende eeuw nemen andere Europese landen en de Verenigde Staten deze rol over. Opvallend is wel dat er grote overeenkomsten zijn door de eeuwen heen. In de inleiding op deze rijke bundel tonen Bots en Levie hoe de structuur en de omvang van netwerken rond tijdschriften zich hebben ontwikkeld en in welke mate de culturele context de samenstelling van deze kringen bepaalde.
* * * * *

BUIJNSTERS, Piet J., Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2007. - 478p. ISBN 90-77503-706
Table of Contents Publisher

    Voorwoord (p. 7)
    Inleiding (p. 11)
  1. Een schemerachtig begin: van antiquarius tot antiquaar (p. 19)
  2. 'De oude handel' (p. 35)
  3. Frederik Muller stelt orde op zaken (p. 55)
  4. De ideale opvolger Frederik Adama van Scheltema (p. 67)
  5. Opkomst en gloriejaren van R.W.P. de Vries (p. 75)
  6. Haagse heren: Martinus Nijhoff en W.P. van Stockum (p. 79)
  7. Utrechtse antiquariaten in de negentiende eeuw (p. 89)
  8. Arnhemse antiquariaten in de negentiende eeuw (p. 97)
  9. Antiquariaat in de marge: "boekenjoden" en andere handelaars op de boekenmarkt iin de negentiende eeuw en later (p. 101)
  10. Drie negentiende-eeuwse prijsbrekers: Koster, Cohen, Bolle (p. 117)
  11. Bibliofiele verzamelaars en hun genootschappen tot aan de Eerste Wereldoorlog (p. 125)
  12. Het Nederlandse antiquariaat aan het begin van de twintigste eeuw (p. 129)
  13. De magere jaren dertig en de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren (p. 169)
  14. Het Nederlandse antiquariaat tijdens de Tweede Wereldoorlog (p. 189)
  15. Rechtsherstel en wederopbouw in de jaren vijftig (p. 211)
  16. De gouden jaren zestig (p. 227)
  17. Buiten de hoofdstad en aan de periferie (p. 275)
  18. Veilinghuizen en boekenbeurzen (p. 307)
  19. De Forum-generatie (p. 345)
  20. De 'roaring eighthies' (p. 369)
  21. Het onzekere heden (p. 395)
    Noten (p. 413)
    Literatuur (p. 441)
    Fotoverantwoording (p. 447)
    Register (p. 449)


More Info
De Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat van Piet J. Buijnsters beschrijft als eerste de lotgevallen van een bedrijfstak die als weinige tot de verbeelding spreekt: de handel in oude boeken en prenten. En ze doet dat op een cruciaal moment, nu het antiquariaat wereldwijd grote veranderingen ondergaat. Vond men tot voor kort in elke binnenstad nog diverse winkeltjes met oude boeken, haast ongemerkt zijn de meeste door torenhoge huren uit het stadscentrum verdreven.
Sommige vakbroeders werken thans vanuit een gesloten huis als verzendantiquaar. Anderen zoeken hun klanten op boekenbeurs of markt, ironisch genoeg de plaats waar het antiquariaat ooit is begonnen. Zo lijkt de cirkel weer rond. Voldoende reden voor een terugblik op een periode van tweeënhalve eeuw (1750-2006) vol dramatische gebeurtenissen – van de bijna-uitroeiing van het joodse antiquariaat tijdens de Tweede Wereldoorlog tot de recente bedreiging door het internet.
Maar Buijnsters biedt meer dan een kroniekachtig overzicht voor boekhandelaren, uitgevers, bibliothecarissen en verzamelaars. De Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat heeft op basis van talrijke gesprekken tegelijk het karakter van een geëngageerd ooggetuigenverslag. Zonder jargon, maar ook zonder terughoudendheid geschreven door een van de grootste insiders van de Nederlandse boekenwereld. Met zijn vele foto’s van personen en interieurs richt dit standaardwerk zich dan ook tot een breed publiek van geďnteresseerden.
* * * * *

BUIJNSTERS-SMETS, Leontine, Decoratieve prenten met geschreven wensen 1670-1870. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2007. - 256p. ISBN 978-90-775-0379-9
Table of Contents Publisher

    Voorwoord (p. 7)
  1. Inleiding (p. 9)
      Begripsomschrijving (p. 10)
      Functie van de krans - de geshreven teksten (p. 12)
      De krans in zijn puurste vorm (p. 16)
  2. Het onderzoek (p. 21)
      Aantal vindplaatsen (p. 21)
      Datering - waar en door wie geschreven (p. 22)
      Soorten heilwensen (p. 24)
      Drukkers/uitgevers en illustratoren (p. 25)
      Verkoopprijs (p. 26)
      De oudste kransen (p. 27)
  3. Iconografische thema's (p. 49)
      Bijbelse en godsdienstige thema's (p. 50)
      Historische gebeurtenissen (p. 57)
      Allegorische onderwerpen en mythologische figuren (p. 62)
      Genretaferelen (p. 72)
      Topografische afbeeldingen (p. 101)
      Jacht, visserij en militaire taferelen (p. 105)
      Ambachten en beroepen (p. 111)
      Volksgebruik en volksvermaak (p. 116)
      Kermiskransen (p. 126)
  4. Buitenlandse kransen (p. 157)
      Duitse en Belgische kransen voor de Nederlandse markt (p. 157)
      Wensbrieven in Duitsland (p. 177)
      Wensbrieven in Engeland (p. 186)
  5. Catalogus van in Nederland gevonden wensbrieven (p. 201)
    Noten (p. 223)
    Afkortingen (p. 232)
    Literatuur (p. 233)
    Bijlage (p. 237)
    Fotoverantwoording (p. 239)
    Summary (p. 241)
    Register (p. 251)


More Info
Zouden er, in een tijd waarin handgeschreven correspondentie grotendeels verdrongen lijkt door e-mail of sms, nog kinderen bestaan die aan hun ouders of verwanten bij feestelijke gelegenheden een versierde brief met goede wensen schrijven? Toch is dat eeuwenlang in bepaalde kringen een vaste gewoonte geweest. Kinderen gebruikten daarvoor een grote prent met verschillende taferelen in de vier hoeken en schreven met de pen in het midden een vers: voor Kerstmis, Nieuwjaar, Pasen, Pinksteren of verjaardag. En niet te vergeten: vooral als de kermis op komst was. Deze wensbrieven of ‘kransen’ verdienen wegens hun aantrekkelijke vorm en hun cultuurhistorische betekenis beslist onze aandacht. Behalve om hun dankbaarheid jegens de ouders te uiten dienden die brieven om te laten zien hoe het kind kon schrijven en of dit sinds het vorig jaar verbeterd was. Een laatste motief was de hoop op een kleine beloning voor alle schrijfinspanning. In het boek Decoratieve Prenten met geschreven wensen, 1670-1870 onderzoekt Leontine Buijnsters-Smets voor het eerst deze heilwensen uit het verleden. In haar studie komen aan de orde de drukkers/uitgevers, de illustratoren en de verkoopprijs van de beschreven prenten. Daarnaast wordt uitvoerig ingegaan op de grote verscheidenheid aan iconografische thema's ter decoratie van de kransen. Meer dan duizend van deze wensbrieven zijn intussen teruggevonden in musea, bibliotheken, archieven en bij particuliere verzamelaars. Het catalogusdeel geeft daarvan een beeld. Maar niet alleen in Nederland, ook in Duitsland en Engeland blijkt men dit soort wensen te kennen. Aparte hoofdstukken zijn gewijd aan die buitenlandse voorbeelden. Een vergelijking met de Nederlandse laat duidelijk de verschillen en overeenkomsten zien.
* * * * *

BUIJNSTERS, Piet, Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie. Boek- en prentverzamelaars 1750-2010. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2010. - 511p. ISBN 978-94-6004-043-6
Table of Contents Publisher

    Voorwoord (p. 7)
    1. Bibliofilie in de schaduw (p. 11)
    2. Klassieke en moderne bibliofilie aan het begin van de negentiende eeuw (p. 19)
    3. In de ban van Coster of op zoek naar nieuwe verzamelgebieden (p. 41)
    4. De negentiende-eeuwse elzeviromanie (p. 69)
    5. Een passie voor oude kinderboekjes (p. 81)
    6. Verzamelaars van oudere Nederlandse literatuur en van volksboeken (p. 109)
    7. De ontdekking van modern firsts (p. 147)
    8. Pressbooks en de jacht op het bijzondere boek (p. 183)
    9. Lof der vroomheid: gereformeerde en katholieke devotionele literatuur (p. 219)
    10. Reisverhalen en cartografica (p. 251)
    11. Belangrijke veilingen in de eerste helft van de twintigste eeuw (p. 291)
    12. De bekoorlijkheden van boekband en sierpapier (p. 323)
    13. Zin en mogelijkheden van een wetenschappelijke privébibliotheek (p. 341)
    14. Verboden boeken en erotica (p. 365)
    15. Een niet-alledaagse verzameling: handschriften, autografen en alba amicorum (p. 383)
    16. Verzamelaars van oude en moderne grafiek (p. 399)
    Epiloog: de toekomst van het verzamelen (p. 445)
    Noten (p. 449)
    Literatuur (p. 475)
    Register (p. 483)


More Info
Verzamelen is topsport. Het vergt speurzin, doorzettingsvermogen, geduld en vooral inventiviteit. In de Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie beschrijft Piet J. Buijnsters de tot op heden min of meer verborgen wereld van particuliere boek- en prentverzamelaars. Als pioniers en trendsetters hebben zij met hun collecties altijd de grondslag gelegd voor de publieke musea en bibliotheken. Zij beheren samen eigenlijk een soort schaduw-'Collectie Nederland', met een zeker zo lange traditie.
Na zijn Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat, waarin de handelaren centraal stonden, richt Buijnsters nu de aandacht op de verzamelaars vanaf 1750 tot heden. Hij beschrijft hun passies en teleurstellingen, de opkomst en het verdwijnen van populaire verzameltrends en ten slotte de confrontatie met internet, die ook in de verzamelaarswereld tot een koerswijziging dwong. Mede op basis van talrijke gesprekken en persoonlijke ervaringen tekent de auteur een profiel van allerlei bijzondere figuren uit heden en verleden. Met zijn nauwkeurige documentatie en vele foto’s is dit nieuwe standaardwerk uiterst aantrekkelijk voor een breed publiek van geďnteresseerden in de wereld van boek en prent. De Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie is een boek voor liefhebbers, geschreven door een liefhebber.

Dit boek verschijnt door een gelukkig toeval gelijk met het 75-jarig jubileum van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren (NVvA)
Piet J. Buijnsters (1933) is emeritus-hoogleraar achttiende-eeuwse literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is behept met een levenslange fascinatie voor antiquaren en verzamelaars. Naast studies en tekstedities op zijn vakgebied publiceerde hij met zijn echtgenote Lin Buijnsters-Smets een standaardwerk over achttiende- en negentiende-eeuwse kinderboeken en paper toys (bekroond met de Menno Hertzbergerprijs en de G.H. ’s Gravesandeprijs).

Over de Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat: ‘Zijn boek is een mijlpaal, omdat tot op heden zo’n overzichtswerk niet bestond.’ (Lisa Kuitert, NRC Handelsblad)
* * * * *

BUIJNSTERS, Piet J., Geschiedenis van antiquariaat en bibliofilie in België (1830-2012). - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2013. - 445p. ISBN 978-94-6004-123-5
Table of Contents Publisher

    Voorwoord (p. 9)
    Inleiding (p. 13)
    1. Belgische verzamelaars uit de gouden periode 1775-1850 grijpen hun kans (p. 25)
    2. De oud-boekhandel in de jaren 1775-1850: toeleveranciers, tussenpersonen en commentatoren (p. 51)
    3. Bibliofiele genootschappen in Mons, Gent, Luik, Antwerpen en Brussel (p. 73)
    4. Van Vlaamse bibliofilie tot bibliofilie in Vlaanderen (p. 97)
    5. Verzamelaars van Franstalige literatuur in bijzondere uitgaven (p. 137)
    6. Het Brusselse antiquariaat in de jaren 1880-1960 (p. 157)
    7. Antwerpen boekenstad (p. 189)
    8. Twintigste-eeuwse verzamelaars die een belangrijke (publieks)bibliotheek hebben gesticht. Met een appendix over de bibliotheek op kasteel Beloeil van de prinsen de Ligne (p. 217)
    9. Buiten de hoofdstad en in de periferie (p. 231)
    10. Bibliofiel drukwerk in België (1830-2012) en de rol van de privépersen (p. 259)
    Terugblik (p. 281)
    Bijlage: Een bundeling van krachten. De Belgische Beroepskamer van Antiquaren/Chambre Professionelle Belge de la Librairie Ancienne et Moderne (p. 285)


More Info
Nergens in Europa zijn, naar verhouding, zoveel bibliofielen te vinden als in België. En dat aan weerszijden van de taalgrens! Maar de aanwezigheid en vooral ook de inhoud van de Belgische particuliere boekencollecties lijken een goed bewaard geheim. Vandaar dat Piet J. Buijnsters na zijn Geschiedenis van het Nederlands antiquariaat (2007) en Geschiedenis van de Nederlandse Bibliofilie (2010) de blik nu zuidwaarts richt.
De Geschiedenis van antiquariaat en bibliofilie in België (1830-2012) is het eerste overzichtswerk op dit gebied. Dankzij gedegen speurwerk biedt het boek ruimschoots zicht op de ontwikkeling van het Belgische antiquariaat en particuliere verzamelingen. Het laatste deel introduceert een nieuw element: talrijke interviews met antiquaren en bibliofielen bieden ons een inkijkje in deze verder zo gesloten wereld. Meer nog dan de vorige boeken van Piet J. Buijnsters mag dit boek pionierswerk worden genoemd. Volledigheid mag daarom niet worden verwacht, maar de Geschiedenis van antiquariaat en bibliofilie in België is een avontuurlijke verkenning op het grotendeels braakliggende terrein van de Belgische bibliofilie.

Piet J. Buijnsters (1933) is emeritus hoogleraar achttiende-eeuwse literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Naast studies en tekstedities op zijn vakgebied publiceerde hij met zijn echtgenote Leontine Buijnsters-Smets een driedelig standaardwerk over achttiende- en negentiende-eeuwse kinderboeken en paper toys (bekroond met de Menno Hertzbergerprijs en de G.H. ’s Gravesandeprijs).
* * * * *

CAPELLEVEEN, Paul van & WOLF, Clemens de (red.), Het ideale boek. Honderd jaar Private Press in Nederland, 1910-2010. - Nijmegen/Den Haag: Uitgeverij Vantilt, 2010. - 252p. ISBN 978-946004-060-3
Table of Contents Publisher

    Maartje de Haan en Bas Savenije, Voorwoord (p. 7)
    Paul van Capelleveen, Introductie: De identiteit van de private press (p. 8)
    Clemens de Wolf en Paul van Capelleveen, De opkomst van de private press (p. 19)
      Voorlopers (p. 19)
      Het moderne boek rond 1900 (p. 22)
      Een eigen letter of een oude letter (p. 39)
      Een mislukt experiment: De Leidsche Drukpers, 1897-1898 (p. 41)
    Paul van Capelleveen, De private press als ideaal (p. 44)
      Het begin van De Zilverdistel: mythe, herinnering en realiteit (p. 44)
      Markant: P.N. van Eyck, Worstelingen (p. 49)
      De typografie van De Zilverdistel, 1910-1912 (p. 52)
      De Zilverdistel, 1912-1914 (p. 57)
      De Zilverdistel, 1914-1922 (p. 66)
      Een zijpad: Het Eikelpersje, 1929 (p. 72)
      De Heuvelpers, 1926-1935 (p. 73)
      De Marnix-Pers, 1932-1946 (p. 79)
      De Kunera Pers, 1922-1942 (p. 82)
      De private press in debat (p. 90)
    Bibliofiele series en clandestiene uitgaven (p. 100)
      Sjoerd van Faassen, Bibliofiele series in het Interbellum (p. 100)
      Sjoerd van Faassen, Het bijzondere boek in de Tweede wereldoorlog (p. 117)
      Kees Thomassen, Markant: H.N. Werkman, Sabbatsgesänge (p. 133)
    Kees Thomassen en Clemens de Wolf, De private press als liefhebberij (p. 136)
      Het boek in de tweede helft van de twintigste eeuw (p. 136)
      De private press in de jaren vijftig en zestig (p. 139)
      Vanaf de jaren zeventig (p. 146)
      Enkele karakteristieke persen vanaf de jaren zeventig (p. 164)
      Markant: De grote Nederlandse letterproef (p. 174)
      Margedrukkers en hun buren (p. 176)
      Het hybride boek, het digitaal vervaardigde boek (p. 182)
    De private press in perspectief (p. 186)
      Lisa Kuitert, De verzamelaars en de private press (p. 186)
      Reinder Storm, De Nederlandse literatuur en de private press (p. 202)
      Paul van Capelleveen, De financiën van de private press (p. 207)
      Paul van Capelleveen, De herkomst van de term private press (p. 212)
      Marieke van Delft, Private press in Nederland voor 1800 (p. 220)
Ellen van Oers, Lijst van Nederlandse private presses (p. 231)
Bibliografie (p. 235)
Lijst van illustraties (p. 243)
Register (p. 247)

More Info
Het ideale boek geeft voor het eerst een overzicht van de honderdjarige Nederlandse private press-beweging: een relatief klein, maar uitermate dynamisch, creatief en invloedrijk onderdeel van de Nederlandse boekcultuur. Strevend naar Het Ideale Boek maakten, en maken nog steeds, gepassioneerde boekenliefhebbers thuis bijzondere uitgaven. In kleine oplagen, op bijzonder papier, vaak met een speciaal gemaakt lettertype en met veel aandacht verzorgd.
Dit rijk geďllustreerde overzicht voert van de pioniers – J.C. Bloem, J. Greshoff, P.N. van Eyck en J.F. van Royen – via internationaal bekende kunstenaars als S.H. de Roos en H.N. Werkman tot de enthousiaste en pragmatische drukkers die tegenwoordig in de marge van het boekenvak opereren; en van op een handpers gedrukte boeken, via rijmprenten en oorlogsdrukken tot hedendaagse digitaal gemaakte boeken.
Behalve de recente geschiedenis van de private press komen in Het ideale boek ook de voorlopers tot in de zestiende eeuw aan bod. Daarnaast wordt de relatie met de Nederlandse literatuur beschreven en natuurlijk blijft ook de verzamelaar van private press-uitgaven niet buiten beeld.
* * * * *

HERTZBERGER, Menno, Boeken, veel boeken - en mensen. Herinneringen aan Internationaal Antiquariaat Menno Hertzberger 1920-1970. Bezorgd door Nico Kool. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2008. - 63p. ISBN 978-94-600-4012-2
Table of Contents Publisher

    Just Enschedé Voorwoord (p. 9)
    Piet J. Buijnsters Menno Hertzberger, wereldantiquaar (p. 13)
    1. Jeugd en leerjaren (p. 19)
    2. Vestiging en opbouw van het eigen bedrijf (p. 25)
    3. Het maken van catalogi (p. 33)
    4. Hertzberger als uitgever (p. 39)
    5. Internationale samenwerking en de opleiding voor het antiquariaat (p. 43)
    6. Bespiegelingen over het vak (p. 47)
    7. Vrienden en kennissen (p. 53)
      Verantwoording (p. 57)
      Noten (p. 59)
      Colofon (p. 64)


More Info
In 2008 kwam bij de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam een unieke boekhistorische bron aan het licht: de ongepubliceerd gebleven memoires uit 1970 van de Amsterdamse antiquaar Menno Hertzberger (1897-1982). Zijn in 1920 opgerichte Internationaal Antiquariaat Menno Hertzberger behoorde tot de top van het antiquariaat in binnen- en buitenland.
Onder de titel Boeken, veel boeken – en mensen verschijnen Hertzbergers herinneringen nu alsnog in druk. Een halve eeuw handel inoude boeken en handschriften passeert de revue. Kwistig met sprekende anekdotes vertelt Hertzberger over zijn jeugd en leerjaren, over de lotgevallen van zijn firma en over de kleurrijke verzamelaars die hij tot zijn klantenkring mocht rekenen. Hij wijdt bespiegelingen aan het belang van een vakopleiding en goede catalogi, schetst de veranderingen in het twintigste-eeuwse antiquariaat en beschrijft zijn voortrekkersrol bij de oprichting van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren en de International League of Antiquarian Booksellers.
Boeken, veel boeken – en mensen biedt een unieke blik achter de schermen van het vermaarde Internationaal Antiquariaat Menno Hertzberger, door de bril van de hoofdrolspeler.
* * * * *

HOFTIJZER, P.G. LANKHORST, O.S. & NELLEN, H.J.M., Papieren betrekkingen. Zevenentwintig brieven uit de vroegmoderne tijd. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2005. - 312p. ISBN 90-77503-35-8
Table of Contents Publisher
    P.G. HOFTIJZER, O.S. LANKHORST & NELLEN, H.J.M.: Voorwoord, p. 7-8
    Bij wijze van inleiding. De brief in de vroegmoderne tijd, p. 9-20
    Paul G. HOFTIJZER: Broederliefde is zeldzaam. Franciscus Raphelengius aan Jan Moretus, 27 april 1594, p. 21-29
    Hans van de VENNE: De noodkreet van een Haarlemse student. Jacob Pieter Schuyr aan de burgemeesters van Haarlem, 23 oktober 1596, p. 31-43
    Anat GILBOA: The double-sided drawing of Susanna by Lodewijk Toeput, p. 45-49
    Kees van den OORD: Op zoek naar Bossche "geleerde jongens". Jan I Moretus aan Herman Rombouts, 2 mei 1606, p. 50-58
    Henk J.M. NELLEN: Dienstbetoon uit broederliefde. Drie onuitgegeven brieven van Willem de Groot, 1619-1621, p. 59-72
    Willem FRIJHOFF: Op zoek naar "Living Saints" voor de Nederlanden. Pierre de Bérulle aan kanunnik Navet, mei 1623, p. 73-84
    Jan SPOELDER: Een schooladvies uit 1636. Gerardus Joannes Vossius aan Dierick de Vlaming, 12 april 1636, p. 85-96
    Rob van de SCHOOR: Proberen tegen beter weten in. Théophile Brachet de La Milletičre aan de Leidse hoogleraren Polyander, Walaeus en Thysius, 25 september 2636, p. 97-105
    Ingrid de BONTH-WEEKHOUT: Een zeventiende-eeuwse "querelle d'almangue"? De magistraat van Zwolle aan het stadsbestuur van Deventer, 3 juli 1671, p. 107-115
    Edwin van MEERKERK: Grand tour onder dekmantel. Johannes Teiler aan de Grote Keurvorst, juni 1683, p. 116-127
    Hub. LAEVEN: Geen publicatie zonder subsidie. Otto Mencke aan de Keurvorst van Saksen, 9 november 1685, p. 128-136
    Peter THISSEN: De hond en het duiveltje. Laurens Bake aan Reginaldus Cools, 2 januari 1689, p. 137-146
    Juliëtte van den ELSEN & Lisenka FOX: Gottfried Arnold en de letter Y. François Halma aan Willem Sewel, 21 oktober 1697, p. 147-156
    Gian ACKERMANS: De pauselijke vicaris als werktuig van de duivel. Bartolomeus Pesser aan Theodorus de Cock, 16 januari 1703, p. 157-165
    Léonie MAASS: Een soort Mozart van de "belles lettres"? Albert Henri de Sallengre aan de redactie van het Journal littéraire, 16 april 1714, p. 167-174
    Pierre LEROY: La république des lettres existe encore, je l'ai rencontrée ... Madame de Dangeau ŕ Madame de Maintenon, 10 septembre 1715, p. 175-181
    Myriam SILVERA: Envoi de livres entre la Hollande et Rome. Domenico Passionei ŕ Jacques Basnage, 23 juin 1723, p. 182-193
    Hans BOEX: Letteren en pâté. Henri du Sauzet aan Justinus de Beyer, 9 oktober 1739, p. 194-201
    Jan SCHILLINGS: Het kortstondige bestaan van een Londense "society". David Durand aan Jean Henri Samuel Formey, 14 februari 1749, p. 202-214
    Suzan van DIJK: Portret van een vrouwelijke journalist. Madame de Beaumer aan Malesherbes, 14 maart 1762, p. 215-228
    Leonard H.M. WESSELS: Nederlandse taal, letterkunde en geschiedenis. Jan Wagenaar aan Frans van Lelyveld, 28 augustus 1766, p. 229-240
    Madeleine van STRIEN-CHARDONNEAU: Een Zwitsers netwerk in de republiek. Jean Nicolas Sébastien Allamand aan Marc-Michel Rey, 17 juni 1773, p. 241-250
    Jan J.V.M. de VET: Over catechisatie: kraai of spreeuw. Rijklof Michael van Goens aan William Laurence Brown, 6 februari 1784, p. 251-259
    Otto S. LANKHORST: Verlangen naar het vaderland. Jan Pieter van Suchtelen aan Carel Diederik Dumoulin, 19/30 maart 1786, p. 260-269
    Jacques J.M. BAARTMANS: Een Leidse leerstoel in de letteren, 1785-1807. Johan Luzac aan Johan Valckenaer, 30 maart 1790, p. 270-280
    Jan JANSSEN: Nieuwsvergaring in het belang van het militair onderwijs. Johan Hendrik Voet aan Jan Hendrik van Swinden, 14 februari 1797, p. 281-288
    Ans VELTMAN: Leven met de dood. Petronella Moens aan Mr. Daniël Hermannus Beucker Andreae, 20 september 1822, p. 289-298
    [Auteurs - Authors]
    [Index]


More Info
De handgeschreven brief is geschiedenis geworden. Slechts een enkeling grijpt nog naar pen en papier wanneer hij de ruimtelijke afstand tot zijn geliefden en vrienden wil overbruggen. In deze jachtige tijd wordt de briefkunst verwaarloosd. De brief is nu een traag en tijdrovend middel geworden, dat de concurrentie met moderne communicatiemiddelen als de telefoon en elektronische post niet meer aankan. Er zijn nog wel dappere 'Mohikanen' die op een stil moment achter hun bureau plaatsnemen, de dop van hun vulpen draaien en aan een dierbare relatie een lange brief schrijven. Maar zij leveren een achterhoedegevecht met de moderne tijd.
Papieren betrekkingen bevat een representatieve selectie uit de grote rijkdom aan briefwisselingen die de voorbije eeuwen hebben opgeleverd. Het gaat om zevenentwintig brieven uit de vroegmoderne tijd. De selectie geeft inzicht in de verscheidenheid aan briefvormen en behandelde onderwerpen. De toelichtingen onderstrepen het belang van de brief als historische bron.Ook wordt duidelijk dat de historicus veel moeilijkheden moet overwinnen om elke brief in de context van zijn tijd te situeren en voor de hedendaagse lezer begrijpelijk te maken.
De geselecteerde brieven omvatten een tijdspanne van ruim twee eeuwen en handelen over de meest uiteenlopende onderwerpen. De vroegste brief dateert uit 1594 en is geschreven door de Leidse drukker-geleerde Franciscus Raphelengius, de meest recente is die uit 1822 van de blinde briefschrijfster Petronella Moens. Uit de tussenliggende jaren zijn briefschrijvers van diverse pluimage vertegenwoordigd: studenten, uitgevers, geleerden, geestelijken, journalisten en emigranten, allen begiftigd met voldoende schrijfvaardigheid om een fraaie brief op papier te zetten.
De zevenentwintig brieven werden uitgezocht en bewerkt door zevenentwintig historici die met elkaar gemeen hebben dat zij allen in de afgelopen decennia zijn gepromoveerd bij Hans Bots, hoogleraar Intellectuele Betrekkingen tussen de Westeuropese landen in de nieuwe tijd aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Met deze bundel eren zij hun promotor ter gelegenheid van zijn emeritaat op 24 juni 2005.
'Dat even voorbijkomen, even voor ons poseren, en dan weer verdwijnen in het archief van de eeuwen, is de grootste charme van dit bijzondere boek'
Kees Fens in de Volkskrant
* * * * *

[DAVID HESS],, Hollandia Regenerata [1797]. Nawoord Joost Rosendaal. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2007. - [21]+xviip. ISBN 978-90-775-0352-2
Table of Contents Publisher
    - Joost Rosendaal, Nawwoord - Colofon
    [David Hess], Hollandia Regenerata [1797] (p. 1)


More Info
De volksvertegenwoordiging als een veelkoppig monster, de regering als een stelletje ruziemakers, veelvraten en malloten – op een buitengewoon geestige wijze werd in 1796 de Nederlandse Revolutie op de hak genomen in een bundel prenten, Hollandia Regenerata. De maker, David Hess, was een veelzijdig schrijver en kunstenaar. Geboren in Zwitserland had hij vanaf 1787 onder stadhouder Willem v van Oranje in het Nederlandse leger gediend. Na de omwenteling van januari 1795, die een einde maakte aan het regiem van de prins van Oranje, had hij de wijk genomen naar Engeland. Hij legde zich toe op de karikatuur en liet zich daarbij inspireren door de grote Engelse satiricus James Gillray. De twintig prenten van Hollandia Regenerata zijn een hoogtepunt van Nederlandse politieke satire. Ze zijn zeer verfijnd en met veel humor gemaakt, een genot voor het oog. Ze tonen aan dat niet iedereen onverdeeld enthousiast was over de verworvenheden van de revolutie. Gelijkheid ruďneert het land. Handel en zeevaart kwijnen. Het leger kan geen enkele kracht tonen. De schatkist is slechts gevuld met waardeloze assignaten. De bestuurders worden neergezet als dom, zelfverrijkend en laks en ze maken zich schuldig aan grafschennis. De ondergeschiktheid aan de Franse bevrijder klinkt in de toelichting bij veel prenten door. Hess toont zich een groot karikaturist. Hij maakt op een verfrissende manier gebruik van een beeldtaal die bestaat uit stereotypen, symbolen en allegorieën. Deze facsimile-uitgave maakt deze bijzonder fraaie afbeeldingen voor iedereen beschikbaar. In een nawoord geeft historicus Joost Rosendaal, kenner van de periode van de Nederlandse Revolutie, toelichting bij deze heruitgave. Deze uitgave is verschenen in een eenmalige luxe editie van 500 exemplaren
* * * * *

JENSEN, Lotte & MOSS, Alan (eds.), Arend Fokke Simonsz: De moderne Helicon. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2010. - 116p. ISBN 978 94 6004 057 3
Table of Contents Publisher

    Rijmwinkel (p. 9)
    Fokkes leven en werk (p. 10)
    Genhre (p. 17)
    Burleske traditie (p. 20)
    Geleerdentraditie (p. 22)
    Bestrijding van het sentimentele (p. 24)
    Navolging (p. 31)
    Waardering (p. 39)
    Verantwoording (p. 42)
    Noten (p. 44)
    Geraadpleegde literatuur (p. 47)
    Verantwoording illustraties (p. 51)
    De moderne Helicon (p. 53)
    Ophelderingen (p. 101)


More Info
In De moderne Helicon (1792) neemt Arend Fokke Simonsz zijn schrijvende tijdgenoten genadeloos op de hak. Het verhaal gaat over de Griekse god Apollo, die een winkel in poëzie heeft geopend. Schrijvers komen van heinde en verre om daar poëtisch taalgebruik en metaforen te kopen. De vreemdste attributen staan in de vitrines: van kloppende harten tot lillende ingewanden en ledematen van suiker. En voor de gevoelige dichter is er een groot assortiment zilte tranen. Fokke bekritiseert het belabberde peil van de eigentijdse dichtkunst en stelt en passant allerlei maatschappelijke waarden en normen ter discussie. Intussen steekt hij zijn eigen geleerdheid niet onder stoelen of banken en lardeert hij zijn tekst met hoogdravende aantekeningen, waarin hij zijn kennis van de klassieke mythologie en de geschiedenis etaleert. De moderne Helicon is een van de scherpste satires uit de Nederlandse letterkunde.

Lotte Jensen is neerlandicus en filosoof. Ze is werkzaam als universitair docent oudere Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Eerder verschenen van haar bij uitgeverij Vantilt De verheerlijking van het verleden en een editie van J.F. Helmers’ De Hollandsche natie. Alan Moss is student Nederlandse Taal en Cultuur aan diezelfde universiteit en is deelnemer aan de Radboud Honours Academy.
* * * * *

LEEMANS, Inger, Het woord is aan de onderkant. Radicale ideeën in Nederlandse pornografische romans 1670-1700. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2002. - 411p. ISBN 90-75697-89-9
Table of Contents Publisher
    - Geschiedenis van de Nederlandse pornografie - Nederlandstalige pornografie voor 1850 - Tien romans - Tien pornografische romans - Pornologische kwesties - Onderzoeksvragen - Auteurs en uitgevers - Conclusie: een onderzoek via omwegen
      De handboeken - Recente studies - Reflectieve voorredes in Nederlandstalige romans - De periode 1600-1675 - De periode 1670-1700 - Verhouding herdruk - oorspronkelijk werk - Uitgevers van Nederlandstalige romans: specialisten of nadrukkers? - Timotheus van Hoorn - Een vergelijking met de achttiende-eeuwse romanproductie - Het aandeel van de vertalingen in de zeventiende eeuw - Vertalingen uit het Engels - Vertalingen uit het Grieks en het Latijn - Vertalingen uit het Duits - Vertalingen uit het Italiaans - Vertalingen uit het Spaans - De invloed van de Spaanse picareske roman op de Nederlandse roman - Vergelijking met de Franse romanproductie - Vertalingen uit het Frans - Een overzicht - De hoofdpersonen - De pseudo-autobiografie - Het zeventiende-eeuwse stadsleven als decor en onderwerp - Schaduwzijden - Tussenvormen - De 'moderne' Nederlandse roman: eenheid, intertekst en middelpuntzoekende krachten - Culturele achtergronden voor literaire vormen en thema's - Pornografische (auto)biografieën - Pornografische romans met een andere vorm
        De Labourlotten - De zaletjuffers - Dialoogromans - Een pornografische hoerenlopersgids?
      Bekendheid van buitenlandse 'Aretijnse' werken in de Republiej - Nederlandse pornografische romans en de pornografische traditie - Beschrijving van seksuele handelingen - Metaforen - Preuts? - Humor in de pornografische romans - Parttime porno - Kracht van de seksuele drift - Seks en geld - Huwelijk, kuisheid en andere 'deugden' - De schone schijn - De doorbreking van de hypocrisie - 'Mutate nomine, de te fabula narratur': de betrokken lezer - De lezer de les gelezen - Autheticiteitsfictie als pornografisch procédé - Pseudo-autobiografie als pornografische vorm - De reukeloose pachters - De zaak 1669 - Censuurpraktijk in de zeventiende en achttiende eeuw - Kerkelijke censuur: landelijke synoden - Kerkelijke censuur: de kerkenraden van Utrecht en Amsterdam - Invloed van de kerk op de censuurpraktijk - Conclusie - Vieze plaatjes en erotische gedichten - Veranderingen in de houding ten opzichte van obscene werken - Nederlandse pornografen in de contramine - De carričre van Timotheus ten Hoorn - Van adellijke vrijetijdsauteur tot commerciële broodschrijver? - De auteur van De Leidsche straatschender en D'Openhertige juffrouw Gerrit van Spaan (1651-1711) - Jan Stront: inhoud en opbouw - Den lacchenden Apollo: een poëtische Jan Stront - Burleske traditie - Kluchten en liederen - Het leven van Pieter Elzevier - Literaire netwerken - Van Petrarca tot porno - De geďntendeerde lezer - Melkmuilen en melkmuilinnen - Populariteit - Beoordeling en veroordeling van de pornografische romans - Het gevaar van de (pornografische) liefdesroman - Conclusie - Achttiende-eeuwse Nederlandse pornografie - Vertalingen van buitenlandse pornografie - Koerbaghs religiekritiek - Pornografische kritiek op het katholicisme - Pornografische kritiek op religie - Jan de Plug, Caat de Brakkin en Balthasar Bekker - Hadrianus Beverland - Pornografische verwerking van het erotisch pantheďsme - Materialisme in Franse en Engelse pornografische romans uit de zeventiende en achttiende eeuw - Gepersonifieerde geslachtsdelen: 'zijn vredemaker' en 'haar redeloosje'' - Empirie - Spinozistische achtergronden voor de genotsmoraal - Bernard Mandeville - Mandevilles bronnen - Ten Hoorns bijdrage aan de radicale Verlichting - Romeyn de Hooghe en Ericus Walten - Jean Maximilien Lucas - Jean Crosnier - Louis Chavigny de la Bretonničre - Gatin Courtilz de Sandras - De Philopater-makers - Contacten tussen de Philopater-makers en de Ten Hoorns
Inleiding (p. 13)
  • De Nederlandstalige roman in de periode 1670-1700 (p. 33)
      Overzicht van het onderzoek naar de Nederlandstalige roman in de zeventiende eeuw (p. 35)
      De productie van Nederlandstalige romans in de zeventiende eeuw (p. 44)
      Nederlandse vertalingen van buitenlandse romans (p. 53)
      Oorspronkelijk Nederlandse romans (p. 68)
      De Nederlandstalige roman, een conclusie (p. 85)
  • Pornografische romans (p. 89)
      Kennismaking met de groep pornografische romans (p. 89)
      Overeenkomsten en verschillen met de moderne Nederlandse roman (p. 99)
      Europese pornografische traditie (p. 104)
      De Nederlandse pornografische roman (p. 110)
      Pornografische thematiek (p. 118)
      Conclusie (p. 142)
  • Pornografie versus beschaving (p. 145)
      Censuur op obscene werken door kerkelijke en wereldlijke overheden (p. 147)
      Bezwaren tegen afbeeldingen en beschrijving van de lichamelijke liefde (p. 162)
      Conclusie (p. 173)
  • Uitgevers en auteurs (p. 175)
      Uitgevers van pornografische romans (p. 175)
      Samenwerking tussen uitgever en auteur (p. 181)
      Auteurs (p. 186)
      De auteur van De doorluchtige daden van Jan Stront (p. 191)
  • Lezers, lezeressen, critici en navolgers (p. 207)
      Lezers en lezeressen (p. 207)
      Receptie (p. 214)
      Pornografie in de achttiende eeuw (p. 224)
  • Radicale verlichtingsideeën in pornografische romans (p. 233)
      De radicale Verlichting, een introductie (p. 233)
      Aanvallen op religie en theologie (p. 239)
      Emancipatie van de libido (p. 248)
      Vrouwenemancipatie (p. 260)
      Radicale moraalfilosofie (p. 263)
      Conclusie (p. 273)
  • De infrastructuur van een tegendraadse wereld (p. 277)
      Conclusie (p. 297)
    Conclusie (p. 299) Noten (p. 307)
    Bijlage A. Tabel en grafieken bij hoofdstuk 1 (p. 359)
    Bijlage B. Gebruikte afkortingen (p. 365)
    Bijlage C. Drukgeschiedenis Nederlandse romans (p. 367)
    Bijlage D. Nederlandse romans in vertaling (1670-1700) (p. 373)
    Bibliografie primaire literatuur (p. 375)
    Bibliografie secundaire literatuur (p. 383)
    Index (p. 401)

    More Info
    Eind zeventiende eeuw verschijnen tien Nederlandse romans waarin allerlei randfiguren vertellen over hun leven aan de onderkant van de maatschappij. De vertellers slaan twee vliegen in één klap: zij kunnen breeduit over seks schrijven en hun kritiek op de hypocriete maatschappij spuien. Het woord is aan de onderkant onderzoekt waarom juist aan het einde van de zeventiende eeuw bij Nederlandse auteurs (en lezers) interesse ontstond voor pornografie. De gematigde brave burger maakt in deze studie korte tijd plaats voor de radicale libertijn, die heilige huisjes omver trapt en de onderkant bovenhaalt.
    * * * * *

    RODRIGUEZ PÉREZ, Yolanda, De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen. De Nederlanden in Spaanse historische en literaire teksten (circa 1548-1673). - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2005. - 336p. ISBN 90-77503-19-6
    Table of Contents Publisher
      - Vraagstelling - Kader van het onderzoek: beeldvorming en identiteit - Stand van zaken - Historische en literaire bronnen - Periodisering
        Calvete de Estrella - Vicente Alvarez - Historische bronnen - Literaire bronnen - Ulloa's Comentarios - Cornejo's Historia - Trillo's Historia en Del Rio's Comentarios - Ketters en rebellen - Lichtgelovig, simpel en hardnekkig - Drankzuchtig? - Hoogmoedig en ondankbaar - Oorzaken van de Opstand - Willem van Oranje en de andere edelen - Wij Spanjaarden - Gods uitverkorenen - Dapper en hoogmoedig? - Twee lofdichten en een reeks 'romances' - De oorlog in de Nederlanden op het toneel - Lope de Vega's Los espańoles en Flandes - Lope de Vega's El asolto de Mastrique - Remóns Don Juan de Austria en Flandes - Lope de Vega's El sodado amante - Een controversieel aspect van Lope's toneel - De Nederlandse man en Mars
          Valse edelen - Ketters en rebellen - Haatdragend - Hardnekkig - Drankzuchtig?
        De Nederlandse vrouw en Venus
          Sterk, zelfstandig, verliefd - Ondankbaar, dronken, luthers - Spaansgezind
        Dapper, loyaal, godsdienstig - Superieur - Hoogmoedig - Historische bronnen - Literaire bronnen - Superieur en strijdvaardig - Vertrouwde beelden: rebellen, ketters, lichtgelovig - Lope de Vega's De cuándo acá nos vino? - Lope de Vega's El Aldegüela - Lope de Vega's Pobreza no es vileza - Claramonte's El valiente negro en Flandes - Eer - Oorlogszuchtigheid? - Helden en slachtoffers - Vervaging van het beeld - Oranje versus Alva - De onherbergzame Nederlanden als school van oorlog - Rijk en welvarend - Nederlandse gewoonten - Historische bronnen - Literaire bronnen - De superieure Spanjaarden - De 'ideale' Spanjaard - De zegevierende Spanjaarden - Terminologie: Holandeses en Flamencos - Beschrijving der Nederlanden: continuering van de traditie - De Holandeses: een vijandbeed
          Negatieve beelden - Omkering van positieve bestaande beelden
        De Flamencos: trouwe onderdanen? - Alonso Vázquez en de Nederlandse drankzucht - Lope de Vega's La nueva victoria de Don Gonzalo de Córdoba - Lope de Vega's El Brasil restituido - Calderón de la Barca's El sitio de Breda - Jiménez de Enciso's El princípe Don Carlos - Pérez de Montalbáns El seńor Don Juan de Austria - Mira de Amescua's Lo que le toca al valor y el principe de Orange - Vélez de Guevara's Los amotinados de Flandes - Spaanse superioriteit - Breda en de Spaanse grootmoedigheid - Holandeses en Flamencos - De secundaire plots - Nieuwe beelden
          Wrede en barbaarse 'Hollanders' - Omkering van de Nederlandse vindingrijkheid - De Republiek, een tweede Rome onder de Oranjes?
        Oude beelden
          Ketters en rebellen - Hardnekkigheid en hoogmoed
        Nog oudere beelden
          Hebzucht - Drankzucht - Oorlogszuchtigheid
        Don Carlos en Oranje: belichaming van de Nederlanden - School van oorlog en toevluchtsoord voor misdadigers - Luilekkerland en onherbergzaamheid - Tweetalige dialogen - Historische bronnen - Literaire bronnen - De Republiek
          Ketters en rebellen? - Het toneel na 1648: een verspaanste Hollander op de planken
        De Spaanse Nederlanden: geijkte beelden
    Afkortingen - Primaire bronnen - Secundaire bibliografie
    Inleiding (p. 15)
  • Voorgeschiedenis: bouwstenen van een beeld (p. 27)
      Inleiding (p. 27)
      Oudheid en Middeleeuwen (p. 28)
      De vijftiende eeuw (p. 29)
      De zestiende eeuw (p. 32)
      Het bezoek van prins Filips aan de Nederlanden (p. 36)
      Conclusie (p. 46)
  • 1568-1609: de constructie van een vijandbeeld (p. 49)
      Inleiding (p. 49)
      Vijf oorlogskronieken (p. 55)
      De Nederlanders in de oorlogskronieken (p. 61)
      De Opstand in de oorlogskronieken (p. 66)
      Het Spaanse zelfbeeld in de oorlogskronieken (p. 73)
      De beeldvorming in de oorlogskronieken: conclusie (p. 78)
      De literatuur (p. 81)
      De Nederlanders in de literatuur (p. 90)
      Het Spaanse zelfbeeld in de literatuur (p. 108)
      De beeldvorming in de literatuur: conclusie (p. 112)
      Besluit. 1568-1609: de constructie van een vijandbeeld (p. 113)
  • 1609-1621: het Bestand. Vijandbeeld in vredestijd (p. 115)
      Inleiding (p. 115)
      Het Spaanse zelfbeeld in de historische bronnen (p. 118)
      De Nederlanden en de Nederlanders in de historische bronnen (p. 121)
      De beeldvorming in de historische bronnen: conclusie (p. 124)
      De toneelstukken (p. 125)
      Het Spaanse zelfbeeld in de toneelstukken (p. 128)
      De Nederlanders in de toneelstukken (p. 134)
      De Nederlanden in de toneelstukken (p. 138)
      De beeldvorming in de toneelstukken: conclusie (p. 143)
      Besluit. 1609-1621: vijandbeeld in vredestijd (p. 144)
  • 1621-1648: een vijandbeeld op oorlogssterkte (p. 145)
      Inleiding (p. 145)
      Het Spaanse zelfbeeld in de historische bronnen (p. 152)
      De Nederlanders in de historische bronnen (p. 158)
      De beeldvorming in de historische bronnen: conclusie (p. 172)
      De gelegenheidstoneelstukken (p. 173)
      De historiedrama's (p. 176)
      Spaanse zelfprojectie in de literatuur (p. 178)
      De Nederlanders in de literatuur (p. 184)
      De Nederlanden in de literatuur (p. 205)
      De beeldvorming in de literaire bronnen: conclusie (p. 209)
      Besluit. 1621-1648: een vijandbeeld op oorlogssterkte (p. 212)
  • 1648-1673: de vervaging van een beeld (p. 215)
      Inleiding (p. 215)
      Vervaging van een beeld (p. 219)
      Het Spaanse zelfbeeld: de slachtofferrol (p. 226)
      Conclusie (p. 228)
  • Epiloog. Een twintigste-eeuwse oorlogskroniek: de avonturen van kapitein Alatriste (p. 231)
      Versterking van het Spaans historisch zelfbeeld? (p. 233)
      Echte zeventiende-eeuwse Holandeses en Flamencos (p. 236)
    Conclusie (p. 239) Noten (p. 249)
    Bibliografie (p. 307)
    Register (p. 331)

    More Info
    Literaire en historische werken bieden een schat aan informatie over de Spaanse visie op de Nederlanden ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Toen bonden dappere Spaanse soldaten namelijk de strijd aan met volgens hen hardnekkige en hoogmoedige ketters en rebellen. Gedurende vele jaren zou het koude noorden een beproefd element zijn in het leven van de Spanjaarden van de Gouden Eeuw. Maar wat weten wij daarvan?
    In De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen gaat Yolanda Rodríguez Pérez op zoek naar het beeld dat de Spanjaarden van de Nederlanden en hun bewoners hadden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zo leren we dat Willem van Oranje gevangen werd genomen door een zwarte Spaanse slaaf die zijn dapperheid wilde bewijzen. Dat de hertog van Alva een zorgzame vader was en Willem van Oranje een wellustige tiran. En dat Nederlandse zuigelingen wijn en bier dronken uit een borstvormige kalebas alsof het melk was. We volgen de ontwikkelingen in de Spaanse beeldvorming vanaf de vooravond van de oorlog tot enkele decennia na de Vrede van Munster. Met behulp van een rijke verzameling bronnen, oorlogskronieken en toneelstukken, maar ook aan de hand van vlugschriften, gedichten, geschiedwerken en prozageschriften, onthult Rodríguez Pérez met wat voor bijzondere ogen de Spanjaarden naar de Lage Landen keken.
    * * * * *

    ROYEN, Eric van (ed.), Maastricht, City of Knowledge - 850 Years of Science, Learning and Education. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2011. - 271p. ISBN 978 94 6004 075 7
    Table of Contents Publisher

      Prof. G.P.M.F. Mols, Foreword: Maastricht, city of knowledge (p. 7)
      Eric van Royen, Preface (p. 11)
      Régis de la Haye, Hendrik van Veldeke (second half of the twelfth century), vernacular poet from the Maasland cultural area (p. 15)
      Charles van Leeuwen, Matthaeus Herbenus (1451-1538), humanist of the Saint Servatius Chapter (p. 33)
      Rédis de la Haye, Jean de Bolland (1596-1665), church and monastic scholar (p. 53)
      Jos Notermans, Daniel Wolff van Dopff (1650-1718) and military engineering in the fortress city of Maastricht (p. 70)
      Harry Hillen, Adrien Pelerin (1698-1771), the first professor of medicine in Maastricht (p. 85)
      Fred Cammaert, Jan Pieter Minckelers (1748-1824); a life of education and science (p. 103)
      Fred Cammaert, Godefroid Stas (1802-1876), Maastricht lawyer straddling the divide between North and South (p. 123)
      Laur Crouzen and Eric van Royen, Joseph de Bosquet (1814-1880) and Maastricht's Cretaceous fossils: between Creationism and Evolutionary theory (p. 137)
      Tuur Ghys and Joseph Wachelder, Joseph Hoffmans (1842-1925), physicist and inspirational headmaster of the municipal grammar school (HBS) (p. 153)
      Lou Spronck, Joseph Endepols (1877-1962), linguist and honorary citizen (p. 171)
      Lucas Cornips and Ernst Homburg, Hermann Salmang (1890-1961) and the introduction of scientific research at Sphinx (p. 189)
      Jac van den Boogard, Joseph Timmers (1907-1996), art historian and guardian of the medieval and early modern art of the Maasland (p. 207)
      Pieter Caljé, Maastricht and its university. Interaction between university, city and region (p. 223)
      Notes and Abbreviations (p. 252)
      Author information (p. 268)
      Colophon (p. 270)


    More Info
    Maastricht's intellectual history dates much further back than 1976, the year that saw the establishment of the university. For centuries there were Maastrichtenaren who distinguished themselves in various fields. Based on twelve portraits, this book focuses on education, science and the general knowledge climate in Maastricht. The book concludes with a focus on the relationship that has existed between the university and the city for the past 35 years.
    * * * * *

    SLOOS, Louis Ph., Gewapend met kennis. 500 jaar militaire boekcultuur in Nederland. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2012. - 537p. ISBN 978.94.6004.070.2
    Table of Contents Publisher

      Gebruikte afkortingen en verkort aangehaalde literatuur (p. 15)
      Chronologie (p. 17)
      Inleiding (p. 25)
        Gewapend met kennis (p. 25)
        Buskruit versus boekdrukkunst (p. 25)
        Italië als bakermat van de militaire publicistiek (p. 27)
        De Nederlandse Opstand en de militaire publicistiek (p. 30)
        Militair onderwijs (p. 36)
        Het militaire periodiek (p. 38)
        Militaire boekcultuur (p. 42)
        Historiografie (p. 48)
      Deel I: Het erfgoed
      1. Van schoolboekerij tot veldbibliotheek. Militaire bibliotheken in Nederland tijdens het Ancien Régime (p. 53)
        1. Boeken in de ransel (p. 53)
        2. De bibliotheek van de 'Genie- en schermschool' aan de Universiteit Leiden, 1600 (p. 55)
        3. De eerste vakliteratuur voor militair-bibliothecarissen (p. 56)
        4. De eerste korpsbibliotheken (p. 59)
      2. De geestelijke uitrusting van de Nederlandse militair uit vervlogen eeuwen. Het (oudste) historisch boekbezit van Defensie (p. 73)
        1. Informatie uit de tijd van de Bezetting als bron over het boekbezit van Defensie (p. 73)
          1. Het boekbezit van Defensie in 1940. De collecties (p. 74)
          2. De lotgevallen van de boeken in de residentie tijdens de oorlogsjaren (p. 75)
          3. De oorlog bezoekt het Legermuseum (p. 77)
          4. Centralisatie van een groot deel van het boekbezit van Defensie in Breda (p. 80)
        2. Historisch boekbezit van Defensie bij het Legermuseum (p. 82)
          1. De vorming van de kern van de boekencollectie van het Legermuseum, 1913-1974 (p. 83)
              De historische bibliotheek van het ministerie van Defensie (p. 88)
              Oude en vorstelijke boeken voor een nieuwe instelling (p. 90)
              De bibliotheken van het Depot van Oorlog 1806-1810/1813 en het Archief van Oorlog 1814-1841 (p. 94)
              De bibliotheek van het Departement van den Grootmeester der Artillerie, 1814-1841 (p. 97)
              Militaire vakkennis van vader op zoon. De vakbibliotheek van het militaire geslacht De Veye (de Burine) 1700-1850 (p. 103)
              De verzameling militaire literatuur van het Koninklijk Huis in het Legermuseum (p. 106)
              De bibliotheek van de Hogere Krijgsschool (p. 108)
        3. Historisch boekbezit van Defensie (p. 110)
          1. Het Nederlands Cavaleriemuseum in Amersfoort (p. 110)
          2. Het Nederlands Artilleriemuseum in 't Harde (p. 113)
          3. Het Geniemuseum in Vught (p. 115)
        4. De bibliotheek van de Koninklijke Militaire Academie in Breda (p. 116)
        5. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie van het Ministerie van Defensie in Den Haag (p. 121)
          1. Instituut voor Militaire Geschiedenis (p. 121)
          2. Instituut voor Maritieme Historie (p. 121)
        6. De bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder (p. 124)
        7. De bibliotheek van het Koloniaal-Militair Invalidenhuis Bronbeek/Museum Bronbeek in Arnhem (p. 125)
      Deel II 1: Studies. Oorlog: een beroep en zaak van het leger
      1. De eerste beschrijving van de Nederlandse artillerie. De Haagse graveur/prentuitgever Hendrik Hondius als krijgskundig auteur (p. 131)
        1. Een geliefde bron voor militair-historici (p. 131)
        2. Het auteurschap van Hondius (p. 132)
        3. Hendrik Hondius (p. 134)
        4. Van bus- en bosschieterij tot artillerie: Hondius als auteur van het militaire handboek (p. 137)
        5. In hofkringen (p. 141)
        6. Hondius en de 'kraak' van de Kloosterkerk (p. 143)
        7. Maurits als patroon van Hondius (p. 145)
      2. 'Un excellent livre'. Johannes Janssonius' uitgave van een belangrijk artillerieboek uit Litouwen (Amsterdam, 1650) (p. 147)
        1. Militaire klassiekers uit de Nederlandse Republiek (p. 147)
        2. Casimir Siemienowicz (p. 147)
        3. Siemienowicz in Amsterdam (p. 151)
        4. Amsterdam anno 1650 (p. 152)
        5. Van Frankfurt tot Londen (p. 153)
        6. Grand art d'artillerie (1650) (p. 153)
        7. Vollkommene Geschütz-Feuerwerck und Büchsenmeisteren-Kunst (1676) (p. 155)
        8. The great art of artillery (1729) (p. 157)
        9. De waardering van het boek (p. 159)
      3. 'Nouwkuerig in de Figuure Gebragt'. Een curieuze militaire platenatlas uit 1771 en opvallende 'usances' in de uitgeverij (p. 163)
        1. Tekst volgt beeld (p. 163)
        2. Opnieuw veel infanterie en aandacht voor exercitie (p. 164)
        3. Richard en zijn atlas (p. 164)
        4. De atlas en het reglement (p. 166)
        5. Naar goed voorbeeld van het 'guarnisoen van 's Graavenhaage' (p. 168)
      4. Militaire verlustiging. Boeken met stadhouderlijke allure van de Garde van Holland te Voet (p. 171)
        1. Bibliofiel hoogstandje (p. 171)
        2. Stamboeken en belangrijke vergelijkbare (gedrukte) bronnen (p. 172)
        3. 'Cette redoutable infanterie du Prince d'Orange': de Garde van Holland te Voet (p. 174)
        4. Boeken met stadhouderlijke allure van de Garde van Holland te Voet (p. 177)
        5. Vorm en functie van Richards handschrift (p. 179)
      5. Argeloze lezers van toen én nu. Een ghostwriter van Frederik de Grote in Nederland en de verspreiding van canards van de militaire klassieker Mes ręveries van Maurice de Saxe (p. 181)
        1. Canards (p. 181)
        2. De auteur van de Ręveries (p. 183)
        3. De Ręveries zelf (p. 184)
        4. De eerste druk: La Haye 1756 (p. 194)
        5. Van pocketeditie tot een kleuren uitgave (p. 198)
        6. Philadelphia, 1775 (p. 200)
      6. 'Krygt men Oorlog, dan is allman in de węer!' De Rotterdamse uitvinder-auteur Cornelis Redelykheid (1728-1788) en de 'verdediging' van Nederland (p. 203)
        1. De 'militair' Redelykheid (p. 203)
        2. 'Zynde van kindsbeen af tot heden toe by het zelve Handwerk opgebragt' (p. 204)
        3. Van adviseur tot auteur: Verhandeling over de metselary in vestingwerken, ... (p. 205)
        4. Redelykheid en de verdediging van Nederland (p. 210)
        5. Vervolg en afsluiting van de affaire schulpkalk versus steenkalk (p. 211)
        6. Het rolpaard (p. 213)
        7. 'Van den Turk doodgeschoten' (p. 214)
      Deel II: 2: Studies. Oorlog: een professie en zaak van vakmensen van de Nederlandse Land- en Zeemacht
      1. 'Die Wissenschaft eine Waffe, Die Waffe eine Wissenschaft!'. Militaire professionalisering en het ontstaan van de gespecialiseerde militaire uitgeverij-boekhandel De Gebroeders van Cleef, 's-Gravenhage en Amsterdam, 1806-1960 (p. 219)
        1. Nederland in Europa (p. 219)
        2. De gespecialiseerde militaire uitgeverij-boekhandel in de achttiende eeuw (p. 220)
        3. Een Pruis en zijn nageslacht in Den Haag. Het Haagse boekverkopersgeslacht Van Cleef 1739-1806 (p. 222)
        4. 'Wordt geaccordeerd het uitsluitend Octrooi' (p. 228)
        5. Letterlijk en figuurlijk geprivilegieerd (p. 233)
        6. Den Haag als toneel van de militaire professionalisering en de specialisatie van de firma Van Cleef (p. 233)
          1. Militair Den Haag in de nadagen van het Ancien Régime (p. 234)
          2. Bataafse Republiek (1795-1806) (p. 235)
          3. Koninkrijk Holland en inlijvingsperiode (1810-1813) (p. 237)
      2. Militaire publicistiek in de negentiende eeuw. Een overzicht aan de hand van het militair uitgavenfonds van De Gebroeders van Cleef, 1806-1960 (p. 245)
        1. Het succes van de militaire uitgeverij-boekhandel in de negentiende eeuw nader toegelicht (p. 245)
        2. Reglementen (p. 246)
          1. De KMA als uitgever en het ontstaan van de Inrichting tot het uitgeven van Boekwerken voor het Leger (p. 253)
        3. Studieboeken en vakliteratuur (p. 256)
        4. Militaire geschiedenis en folklore (p. 262)
        5. Stemmen uit het veld (p. 263)
        6. Te land, ter zee en in de lucht (p. 265)
        7. De auteurs (p. 266)
        8. Oorlogslast (p. 268)
          1. Inrichting Uitgeven van Boekenwerken voor het Leger (p. 269)
      3. 'Tot bevordering van hun duurzaam geluk'. Zedenkundige boeken voor het Nederlandse leger in de negentiende eeuw (p. 271)
        1. Het leger als zedenmeester? (p. 271)
        2. De doelgroep (p. 272)
        3. Zedelijk-religieuze boeken voor militairen (p. 273)
        4. Inhoud, presentatie en receptievorm van het zedelijk-religieuze boek (p. 276)
        5. Enkele voorbeelden van zedelijk-religieuze boeken (p. 278)
        6. Het militair-zedenkundige boek (p. 280)
        7. Inhoud, presentatie en receptievorm van het militair-zedenkundige boek (p. 285)
        8. Enkele voorbeelden van militair-zedenkundige boeken (p. 286)
        9. Het zedelijk gehalte van het Nederlandse leger versus dat van de afzwaaiende dienstplichtige (p. 287)
        10. Uitgevers en drukkers (p. 297)
        11. Militaire verbruiksboeken bij uitstek (p. 298)
        12. Een beter functionerend leger en een rein geweten (p. 298)
      4. De bibliotheek van de Nederlandse militair in de negentiende eeuw. Een bijdrage aan haar geschiedenis (p. 301)
        1. Terug in de boeken van een boekverkoper (p. 301)
        2. Boedelbeschrijvingen versus klantenboeken (p. 302)
        3. Generaal pardon (p. 303)
        4. Van reglement tot stad- en dorpbeschrijver (p. 305)
        5. De kapitein als boekenkoper (p. 306)
        6. De technische wapens (p. 308)
        7. Het verstrekken van gratis boeken (p. 310)
        8. (Militaire) leesgezelschappen, leesbibliotheken en bibliotheken (p. 311)
        9. Een ander pak, hetzelfde boek (p. 313)
      5. Een soldatenkoning en zijn boeken. De bibliotheek van Lodewijk Napoleon (p. 317)
        1. Reconstructie van een bibliotheek (p. 317)
        2. 'Ce qui est grand est toujours beau': het hofceremonieel van Napoleons keizerrijk (p. 317)
          1. Een schijn van post: Bilderdijk of Flament bibliothecaris (p. 320)
          2. De bibliotheek tot de intrek in het Paleis op de Dam in Amsterdam (p. 321)
        3. 'Extra droog Rijnsch ofRiga's wagenschot': de bibliotheek in het Paleis op de Dam (p. 322)
          1. Een analyse van de bibliotheekcatalogus (p. 324)
        4. 'Cadres de bibliothčque avec des tablettes en bois peint': de bibliotheek op Het Loo (p. 328)
        5. 'Emporté par la reine': het lot van de boeken in de periode 181O-heden (p. 329)
        6. De 'valuable library of the late Louis Bonaparte': Lodewijk en het boek (p. 331)
        7. Een koning met liefde voor het boek (p. 332)
      6. Van hier tot Kota Radja. Militaire bibliotheken in het Nederlandse leger in de negentiende eeuw (p. 335)
        1. Ontstaan van het militair-bibliotheekwezen (p. 335)
        2. Succes en formalisering van de korpsbibliotheek (p. 336)
        3. Kritiek op het stelsel van militaire bibliotheken (p. 339)
        4. Uitzonderingen op de regel (p. 344)
        5. Reglementering militaire bibliotheken (p. 345)
        6. Assortiment (p. 349)
        7. Van Kota Radja tot Djokdjakarta: de situatie in Oost-Indië (p. 351)
        8. 'Waarvoor menig Luitenant in het Nederlandsche leger de muts zou afnemen.' De situatie in West-Indië (p. 352)
        9. De situatie in andere Europese landen (p. 353)
          1. Verenigd Koninkrijk (p. 353)
          2. Frankrijk (p. 354)
          3. Pruisen (p. 355)
          4. Oostenrijk (p. 356)
          5. Rusland (p. 356)
        10. Kantinebibliotheken (p. 357)
          1. Beperkingen van de kantinebibliotheek (p. 361)
        11. Een vroege start (p. 362)
      7. Esprit de corps en militaire folklore. Het vermakelijke militaire boek uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw aan de hand van het illustratiewerk van de officier en tekenaar Willem Constantijn Staring (1847-1916) (p. 365)
        1. Kunstenaar-illustrator (p. 365)
        2. Esprit de corps en militaire folklore (p. 366)
        3. De vuurproef (p. 369)
        4. De Stokvischorders (p. 370)
        5. De Gele Rijders (p. 376)
        6. Het uniformboek van De Gebroeders van Cleef (p. 380)
        7. Een groot illustrator in het klein (p. 384)
        8. Het nuttige met het aangename verenigd (p. 389)
      8. Slotbeschouwing (p. 391)
          Inleiding (p. 391)
          Het erfgoed (p. 392)
          De casestudies (p. 395)
          Een nieuw terrein voor boekhistorici 'Militaire boekcultuur' (p. 398)
      Deel III Nawerk
        Noten (p. 403)
        Addenda bij de afzonderlijke hoofdstukken (p. 445)
          2 Lijst van boeken met ex librissen van leden van het geslacht. De Veye (de Burine) aangetroffen in de historische bibliotheek van het Ministerie van Defensie (p. 445)
          2.1 Militairen van het geslacht De Veye (de Burine) (p. 452)
          5 Analytisch-bibliografische beschrijvingen van de behandelde werken van J. Richard (p. 454)
          12 Voorlopige bibliografie van het zedenkundige boek voor het Nederlandse leger, 1815-1900 (p. 459)
          14.1 Fondsen voor het militair onderwijs bij de korpsen in het Nederlandse leger, 1844-1845 (p. 467)
          14.2 Korpsen in het Nederlandse leger anno 1826 (p. 468)
          14.3 Militaire bibliotheken in Oost-Indië anno 1886 (p. 470)
          14.4 Legerbibliotheken in het Verenigd Koninkrijk 1867-1876 (p. 471)
          14.5 Bezit van en belangstelling voor de garnizoensbibliotheek van Canterbury, opgemaakt op 31 december 1865 (p. 472)
          15 Titelcatalogus van genoemde militaire werken met illustraties van W.C. Staring aanwezig in de bibliotheek van het Legermuseum (p. 473)
        Bronnen (p. 477)
          Instellingen (p. 477)
          Gedrukte bronnen (p. 480)
          Bibliografieën en catalogi van boeken (p. 483)
        Literatuur (p. 487)
          Contemporaine literatuur (p. 487)
          Secundaire literatuur (p. 492)
        Illustratieverantwoording (p. 509)
        Register (p. 511)
        Over de auteur (p. 539)


    More Info
    Het idee dat oorlogvoering niet alleen een praktisch vak is, maar ook een goede theoretische onderbouwing nodig heeft, ontstond al aan het eind van de vijftiende eeuw. Daarbij speelde de boekdrukkunst als nieuw communicatiemiddel een cruciale rol, want juist via het gedrukte woord konden kennis en informatie op krijgskundig gebied gemakkelijk en breed worden verspreid. Aan dit aspect is tot nu toe nauwelijks aandacht besteed en er bestaat van geen enkel land een algemene studie over militaire boekcultuur.
    Gewapend met kennis presenteert een eerste overzicht van de rijke Nederlandse militaire boekcultuur: van de eerste militaire vakbibliotheek, in 1600 ontstaan aan de Leidse universiteit, tot de eerste druk van het bekende Handboek voor de soldaat uit 1933. De eerste werken werden gedrukt door Christoffel Plantijn in Antwerpen, maar al snel werden Den Haag en Amsterdam het centrum van de Nederlandse militaire publicistiek. Tot in de achttiende eeuw was de Nederlandse Republiek zelfs internationaal een belangrijke producent van militaire literatuur. De auteur had voor zijn onderzoek toegang tot het omvangrijke en unieke historisch boekbezit aanwezig in het cultureel erfgoed van Defensie. Gewapend met kennis bevat een schat aan materiaal voor onderzoekers, geďnteresseerden en erfgoedinstellingen, en geeft de militair een ander gezicht.
    * * * * *

    VEENMAN, René, De klassieke traditie in de Lage Landen. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2009. - 400p. ISBN 978-94-6004-037-5
    Table of Contents Publisher

      Proloog (p. 9)
    1. HET KLASSIEKE GEHALTE VAN DE MIDDELEEUWEN (p. 13)
        Kerstening en klassieke boeken (p. 13)
        De Karolingische renaissance (p. 15)
        Luik als intellectueel centrum (p. 16)
        De opmars van de klassieken naar het noorden (p. 18)
        Klassieken in de bibliotheek van Egmond (p. 19)
        De renaissance van de twaalfde eeuw (p. 21)
        Ridderromans (p. 24)
        Ridders en klassieke helden (p. 26)
        Jacob van Maerlant als sleutelfiguur (p. 27)
        Bloemen, sproken en proverbien (p. 31)
        Klassieke boeken voor de burgers (p. 32)
        Vergilius als profeet en tovenaar (p. 34)
        Ovidius, leermeester van de liefde (p. 36)
        Het klassieke gehalte van de middeleeuwen (p. 38)
    2. DE REVOLUTIE VAN HET HUMANISME (p. 41)
        Agricola, wegbereider van het humanisme (p. 41)
        De renaissance (p. 42)
        De Nederlanden en de nieuwe kennis (p. 44)
        Erasmus: betrouwbare teksten, zuivere kennis en heldere taal (p. 46)
        Humanisme en onderwijs in de Nederlanden (p. 49)
        De Neolatijnse poëzie van de zestiende eeuw (p. 52)
        De introductie van een nieuwe poëzie in klassieke trant (p. 53)
        Janus Secundus en zijn dichtende broers (p. 54)
        De Neolatijnse poëzie na Secundus (p. 57)
        De ontdekking van het klassieke toneel (p. 60)
        Klassieke komedie en schooltoneel (p. 60)
        De klassieke tragedie in de zestiende eeuw (p. 63)
        In de richting van een epos (p. 65)
        De spreiding van de nieuwe kennis (p. 66)
    3. NAAR EEN KLASSIEKE LITERATUUR IN HET NEDERLANDS (p. 67)
        De eerste vertalingen in het Nederlands (p. 67)
        Klassieke stof bij de rederijkers (p. 71)
        Een eigen literatuur naar klassiek voorbeeld (p. 73)
        Instrumenten voor een literatuur in de eigen taal (p. 74)
        Metriek en rijm (p. 75)
        Lyriek in de volkstaal: Lucas d'Heere en Jan van der Noot (p. 77)
        De nieuwe poëzie in de Noordelijke Nederlanden (p. 79)
        Anacreontiek (p. 82)
        De dichterlijke waanzin en de extase (p. 83)
    4. KLASSIEKE IDEEEN IN TIJDEN VAN CRISIS (p. 87)
        Antieke krijgskunde tegen de Spaanse overmacht (p. 87)
        Troost en filosofie (p. 88)
        Livius, Cicero en de republiek (p. 91)
        De nationale identiteit (p. 92)
        Tacitisme (p. 94)
    5. DE KLASSIEKE GRONDSLAG VAN DE GOUDEN EEUW (p. 107)
        Classicisme: een weg omhoog (p. 107)
        Leiden: Europees centrum van klassieke filologie (p. 108)
        De spreiding van her hoger onderwijs (p. 110)
        De lectuur op de Latijnse school (p. 111)
        Latijn en Nederlands in de zeventiende eeuw (p. 113)
        Mannen, vrouwen en Latijn (p. 115)
        Klassieken en volkscultuur (p. 117)
        De vertaalpraktijk (p. 120)
    6. INSPIRATIE DOOR IMITATIE: DE POEZIE VAN DE GOUDEN EEUW (p. 123)
        Geďnspireerd door klassieke voorbeelden (p. 123)
        De Griekse poëzie als voorbeeld (p. 125)
        Daniel Heinsius: tussen Theocritus en Pindarus (p. 126)
        De Latijnse poëzie van Hugo de Groot (p. 128)
        Baudius en de jambe (p. 130)
        Neohellenisme (p. 131)
        Hooft en de lichte lyriek (p. 133)
        Vondel en de verheven lyriek (p. 135)
        Revius en de christelijke lyriek (p. 137)
        Huygens en het martiaalse epigram (p. 138)
        Tragedie en komedie in Amsterdam (p. 139)
        Heinsius en De Groot: de Griekse tragedie in theorie en praktijk (p. 141)
        Nederlandse tragedies in navolging van Seneca (p. 143)
        Vondel en Seneca (p. 144)
        Een echt theater (p. 145)
        Vondel en de Griekse tragedie (p. 146)
        Het eerste echte epos (p. 148)
    7. KLASSIEKEN EN SCHILDERKUNST (p. 151)
        'Een tweede Apelles' (p. 151)
        De reconstructie van antieke schilderijen (p. 151)
        Historiestukken (p. 157)
        Ovidius' Metamorfosen als 'Schilders Bybel' (p. 158)
        Helden en liefdesgeschiedenissen (p. 160)
        Rubens, een Antwerpse Apelles (p. 162)
        Rembrandt, een Amsterdamse Apelles (p. 163)
    8. HET KEURSLIJF VAN HET CLASSICISME (p. 169)
        Dichtkunst volgens de regels van het genootschap Nil volentibus (p. 169)
        Classicistisch toneel (p. 174)
        Horatius als leermeester van de zeden (p. 176)
        Het keurslijf van het classicisme (p. 178)
    9. BARSTEN IN HET KLASSIEKE BOLWERK (p. 179)
        De ouden versus de modernen (p. 179)
        Punten van kritiek (p. 180)
        Spotten met de klassieken (p. 182)
        La querelle des anciens et des modernes (p. 185)
        Keurmeesters der ge!eerden (p. 187)
        Een ruzie om Homerus (p. 190)
        Een conclusie van wonderkind Van Goens (p. 192)
    10. TUSSEN HOOG EN LAAG: TWEE EEUWEN NEDERLANDSE LYRIEK (p. 195)
        Dichten in het Latijn (p. 195)
        Lyriek in het Nederlands (p. 197)
        Het genoeglijke buitenleven (p. 198)
        Herderspoëzie (p. 201)
        De luchtige liefde van de anacreontiek (p. 204)
        Heldinnenbrieven (p. 205)
        De bewondering voor Horatius (p. 206)
        De Pindarusnavolging: vliegen op vleugels van was (p. 210)
        Bilderdijk russen Pindarus en Horatius (p. 213)
        De imitatie op dood spoor (p. 216)
    11. IN DE BAN VAN DE GRIEKEN (p. 219)
        Grieks-zijn (p. 219)
        Het Grieks in de achttiende eeuw (p. 220)
        De 'Bataafse Socrates' Frans Hemsterhuis (p. 221)
        Socrates: held en heilige (p. 223)
        Een lastig probleem: Socrates als pederast (p. 225)
        Socrates als politiek voorbeeld (p. 227)
        De vermeende wieg van de democratie (p. 228)
        De Grieken als voorbeeld voor de burgers in het nieuwe koninkrijk (p. 231)
        De socratische wijsbegeerte als ideale filosofie voor de negentiende eeuw (p. 234)
        De historische romans van Petrus van Limburg Brouwer (p. 235)
        Het ontstaan van het gymnasium (p. 237)
        De visie op Hellas in de negentiende eeuw (p. 239)
    12. DE KLASSIEKE EN DE MODERNE POETlCA (p. 241)
        De Tachtigers en de schoonheid in de poëzie (p. 241)
        J.H. Leopold: classicus en dichter (p. 247)
        P.C. Boutens: dichter en vertaler (p. 249)
        P.N. van Eyck - Medousa (p. 252)
        Vestdijk- Grieksche sonnetten (p. 253)
        Aafjes - Een voetreis naar Rome (p. 254)
        Hoe schrijf je poëzie? - De klassieke en de modernistische poetica (p. 256)
        De klassieke poëtica van Ida Gerhardt (p. 263)
        Vormen van inspiratie (p. 265)
        Plezierdichters (p. 269)
    13. KLASSIEKEN EN SEKSUELE VRIJHEID (p. 273)
        De vrije seksuele moraal van de Oudheid (p. 273)
        Latijnse obsceniteiten (p. 274)
        Van Hetaerengesprek tot pornografie (p. 276)
        Griekse en Nederlandse homoseksualiteit (p. 277)
        Verschillende Sappho's en de lesbische liefde (p. 281)
        Een einde aan de kuising (p. 288)
    14. ANTIEK THEATER OP HET MODERNE PODIUM (p. 293)
        Terug naar oorspronkelijke treurspelen (p. 293)
        De eerste 'echte' tragedieopvoeringen (p. 295)
        Reconstruerend theater (p. 297)
        Vernieuwend theater (p. 299)
        Modern theater (p. 301)
        Komedie (p. 302)
    15. DE DEMOCRATISERING VAN DE KLASSIEKEN (p. 307)
        Uit de ivoren toren (p. 307)
        Vertalen: van 'gymnasiaans' naar natuurlijk (p. 309)
        De historische roman: belangwekkend en onderhoudend (p. 316)
        De antieke roman: de oudheid van een ongebruikelijke kant (p. 318)
        Mythologie en geschiedenis in jeugdboeken (p. 323)
        Klassieke onderwerpen in het jeugdtheater (p. 326)
        De oudheid in de film (p. 328)
        De oudheid in stripvorm (p. 332)
    16. DE OUDHEID OP DE DREMPEL VAN HET DERDE MILLENNIUM (p. 335)
        Bindende factoren (p. 335)
        Van metafysica naar deugdethiek (p. 339)
        We zijn allemaal Odysseus (p. 342)
        De diepere betekenis van Griekse mythen (p. 345)
        Klassieke motieven (p. 348)
      Noten (p. 353)
      Illustratieverantwoording (p. 366)
      Bronnen (p. 367)
      Register (p. 385)


    More Info
    Homerus, Vergilius, Sophocles, Ovidius en de vele andere klassieke schrijvers hebben een belangrijk stempel gedrukt op de westerse cultuur. Ze speelden door de eeuwen heen een grote rol in het onderwijs en hun werken verschenen in tal van edities en vertalingen. Maar vooral vormden de klassieke mythen, toneelstukken en gedichten een voorbeeld dat Nederlandse schilders, theatermakers en schrijvers uitdaagde tot navolging. Ook is de invloed van de klassieke schrijvers te traceren in de politieke theorie, de filosofie, ideeëngeschiedenis en massamedia. In De klassieke traditie in de Lage Landen schetst classicus René Veenman een veelomvattend beeld van de receptiegeschiedenis van de klassieken in Nederland en België. Wie een geschiedenis van uitsluitend loftuitingen en bewondering verwacht, komt bedrogen uit; met regelmaat viel de klassieke schrijvers stevige spot en kritiek ten deel. De klassieke traditie in de Lage Landen laat zich, ook zonder klassieke opleiding, lezen als een dwarsdoorsnede van de Nederlandse cultuur van de middeleeuwen tot nu en is tevens goed te gebruiken als naslagwerk.
    René Veenman (1962) studeerde Griekse en Latijnse taal en cultuur. Hij werkt als docent in het voortgezet onderwijs en is webmaster van www.oudheid.nl. Over de receptie van de klassieke literatuur in Nederland publiceerde hij in diverse vakbladen.
    * * * * *

    VERHOEVEN, Garrelt, The Prison of Weltevreden. Boudewijn Büch en zijn zoektocht naar het curieuze reisboek van Walter Murray Gibson. - Amsterdam/Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2010. - 31p. ISBN geen
    * * * * *

    VLIET, Rietje van, Elie Luzac (1721-1796). Boekverkoper van de Verlichting. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2005. - 698p. ISBN 90-77503-37-4
    Table of Contents Publisher
      - Inleiding
      1. 'Monsieur Elie Luzac, den Boekverkoper, Advocaat, Wolfiaanse philosooph, en wat al niet meer' (p. 17)
        1. Luzac uit de verf (p. 19)
            Zomaar een familie vluchtelingen (p. 22)
            Elie Luzac is 'meer geschapen voor wetenschappen en letterarbeid' (p. 26)
            Vrouwen in het leven van Elie Luzac (p. 29)
            Luzac als advocaat (p. 36)
            Portret van Elie Luzac (p. 46)
        2. De Leidse boekhandel (p. 49)
            Terreinverkenning (p. 50)
            De 'teegenwoordige neeringloose tijd' (p. 53)
      2. Beginjaren. Luzac vestigt zijn reputatie als verlicht wetenschappelijk boekverkoper (p. 59)
        1. De poliep en de luis (p. 61)
            Proefondervindelijke wijsbegeerte (p. 62)
            Netwerk van geleerden (p. 66)
            Spinozistische ideeën over de poliep (p. 68)
            Boekverkopers zegen voor de mensheid (p. 74)
            In het belang van de wetenschap (p. 78)
        2. In de bres voor Samuel König (p. 83)
            Samuel König in de aanval (p. 84)
            Voltaire kiest partij (p. 90)
            Koopmansgeest versus idealisme (p. 92)
        3. Jean-Henri-Samuel Formey: een Berlijns geleerde en zijn boekverkoper (p. 97)
            Formey als fondsauteur (p. 98)
            Formey als hoofdredacteur (p. 105)
            De uitgever als kop van jut (p. 109)
            Samenwerking met Formey beëindigd (p. 115)
        4. Symbiose van geleerden en boekverkopers (p. 121)
      3. De grens over. Elie Luzac als internationaal boekhandelaar (p. 127)
        1. Nederlandse boekverkopers ontdekken Duitse afzetmarkt (p. 129)
            Universiteit van Duisburg zoekt een boekverkoper (p. 130)
            Georg-August Universität te Göttingen en Abraham Vandenhoeck (p. 132)
            Georg-August Universität te Göttingen en de boekhandel van het weeshuis te Halle (p. 134)
            Elie Luzac gaat met de Georg-August Universität te Göttingen in zee (p. 137)
        2. Elie Luzac als boekverkoper gevestigd in Göttingen (p. 143)
            De boekhandel Luzac in Göttingen (p. 144)
            Twee prestigieuze geleerdentijdschriften (p. 163)
            Luzac versus de Göttinger geleerden (p. 171)
        3. Nederlandse boekverkopers op de Buchmesse te Leipzig (p. 177)
            Leipzig als boekhandelsstad (p. 184)
            De Messe te Leipzig (p. 189)
            Aard en omvang van de commissiehandel (p. 190)
            Terug naar de Republiek (p. 196)
        4. Conflict met Georg Conrad Walther over de Fables van La Fontaine (p. 200)
            Privileges in Duitsland (p. 200)
            Elie Luzac vraagt privilege aan (p. 204)
            Conflict met Walther (p. 206)
            Een verloren strijd (p. 208)
        5. Balanceren op het slappe koord (p. 211)
      4. Strategische allianties (p. 219)
        1. Drukken voor derden (p. 221)
            Griekse, Arabische en Hebreeuwse letters (p. 222)
            Drukwerk van topkwaliteit (p. 228)
        2. Marc-Michel Rey (p. 231)
            Handelsbetrekkingen met Rey (p. 232)
            Een gezamenlijk project: Anti-Lucretius (p. 236)
            Compagnonschap: Nouveau dictionnaire historique et critique (p. 241)
            Privilegeaanvraag Luzac door Rey gedwarsboomd (p. 244)
        3. De firma Gosse (p. 249)
            Gezamenlijke uitgaven (p. 250)
            Driehoeksrelatie Gosse-Felice-Luzac (p. 254)
            Samenwerking beëindigd (p. 259)
        4. Jan Hendrik van Damme (p. 261)
            Vestiging in Leiden (p. 262)
            Compagnieschap Luzac & Van Damme (p. 265)
            De inbreng van Jan Hendrik van Damme (p. 271)
      5. Oriëntatie op eigen land (p. 275)
        1. Oude politieke conflicten (p. 277)
            Luzac kiest partij voor Daniël Raap (p. 280)
            Oppositie van Jan Wagenaar (p. 291)
            Pieter Burman klaagt Luzac aan wegens smaad (p. 302)
        2. Nieuwe ideeën over de basis van de samenleving (p. 307)
            Vrijheid van meningsuiting (p. 309)
            Grenzen aan de vrijheid van meningsuiting? (p. 314)
            Zoekend naar fundamenten (p. 317)
            Proef op de som: de kwestie Struensee (p. 345)
      6. De drukpers als inzet voor politieke idealen (p. 349)
        1. De Leidse boekhandel in de laatste decennia van de achttiende eeuw (p. 351)
            Leidse genootschappen (p. 353)
            Recessie en concurrentie (p. 354)
            De kring rond Cornelis van Hoogeveen junior (p. 362)
            Polarisering binnen de Leidse boekhandel (p. 366)
        2. Politieke tegenstellingen op scherp (p. 369)
            Leiden in last (p. 370)
            Luzac als adviseur in politieke zaken (p. 372)
        3. Handel in Orangistische idealen (p. 383)
            De drukpers an banden (p. 384)
            De kwestie Overraam (p. 387)
            Politiek engagement in de boekhandel van Luzac (p. 393)
        4. Slachtoffer van idealen (p. 407)
            Luzac gedemoniseerd en gemolesteerd (p. 408)
            Gevallen voor het vaderland (p. 422)
      7. De achttiende eeuw nadert haar einde. De balans (p. 425)
        1. Het treurig einde van een "voornaam boekverkoper" (p. 427)
            Fluwelen revolutie in Leiden (p. 428)
            Politieke propaganda aan banden gelegd (p. 431)
            Zwaar weer voor de Leidse boekhandel (p. 433)
            Ontmanteling van de boekhandel Luzac & Van Damme (p. 438)
            Luzac & Comp. (p. 443)
        2. Luzac langs de lat. Slotbeschouwing (p. 455)
        Nawoord (p. 471)
      Noten (p. 473)
      Bijlage 1: Het fonds Luzac (p. 545)
      Bijlage 2: Verworven kopijrecht (p. 589)
      Bijlage 3: Dissertaties en disputaties (p. 595)
      Bijlage 4: Catalogi en prospectussen (p. 607)
      Bijlage 5: Drukwerk (p. 611)
      Bijlage 6: Publicaties Elie Luzac (p. 613)
      Bijlage 7: Genealogie familie Luzac (p. 621)
      Bijlage 8: Privileges Leipzig (1723-1787) (p. 623)
      Bijlage 9: Boekverboden Leiden (1748-1796) (p. 632)
      Lijst van tabellen en figuren (p. 641)
      Lijst van illustraties (p. 643)
      Gebruikte afkortingen (p. 647)
      Geraadpleegde bronnen en literatuur (p. 649)
      Index (p. 667)


    More Info
    In de tweede helft van de achttiende eeuw debatteerde de zich emanciperende burger dat het een aard had. Over redelijke godsdienst, over zedelijk gevoel, over geluk, over de staat, over de welvaart der volken. Het was de tijd van de Verlichting die in het teken van de vooruitgang stond. Van dit elan had ook de boekhandel veel profijt, zo blijkt uit Elie Luzac (1721-1796). Boekverkoper van de Verlichting .
    Luzac correspondeerde met geleerden uit heel de wereld. Wat niemand anders durfde, deed deze eigenzinnige Leidenaar: hij gaf L'homme machine van La Mettrie uit, dat onmiddellijk tot in de verste uithoeken van Europa verboden werd. Luzac zou vaker werken laten verschijnen die in vlammen opgingen. Verboden boeken leverden nu eenmaal veel geld op, net als hoog oplaaiende ruzies tussen geleerden. Ook in Duitsland was Luzac actief. In Göttingen had hij zelfs een filiaal, zij het niet lang. Door conflicten met zijn auteurs en met de universiteit aldaar moest hij zich terugtrekken binnen de grenzen van de Republiek. Met zijn fonds zette Luzac voortaan in op het actuele binnenlandse debat, waaraan hij zelf deelnam. Zijn uitzonderlijke stellingname ten gunste van Oranje maakte hem tot een gedemoniseerd man.
    Elie Luzac (1721-1796). Boekverkoper van de Verlichting is een monografie over de handel in ideeën en idealen. We komen er geruchtmakende Europeanen in tegen als Voltaire, Montesquieu, Richardson, Diderot, Catharina de Grote en Frederik van Pruisen. En we zien een periode aan ons voorbijtrekken waarin aan de overheersende rol van de Nederlandse boekhandel in Europa definitief een einde komt.
    Rietje van Vliet is werkzaam als freelance journalist. Daarnaast is zij redacteur van de Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman . Zij publiceerde onder meer over Hendrik Doedijns, Franciscus Lievens Kersteman en Jacob Campo Weyerman.
    * * * * *

    VRIES, Boudien de, Een stad vol lezers. Leescultuur in Haarlem 1850-1920. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2011. - 511p. ISBN 978 94 6004 065 8
    Table of Contents Publisher

      INLEIDING
      1. Onbekend terrein: de leescultuur in de negentiende eeuw (p. 11)
        1. De Camera Obscura en de Haarlemse leescultuur (p. 11)
        2. Een leesrevolutie eind achttiende eeuw? (p. 16)
        3. Bronnen voor het negentiende-eeuwse lezersonderzoek (p. 18)
      DEEL I BOEKEN BEZITTEN
      1. Drie Haarlemmers en hun boeken (p. 29)
        1. Onderzoek naar het privéboekenbezit (p. 29)
        2. De bibliotheek van een bierbrouwer (p. 33)
        3. 'Eenige boeken', de nalatenschap van een bloemschilderes (p. 46)
        4. Twee kisten met boeken van een markante Haarlemmer (p. 49)
      2. Boeken in Haarlemse boedelinventarissen (p. 57)
        1. Keus te over? Selectie en indeling van boedels (p. 57)
        2. 'Een partij boeken': categorieën boekenbezit (p. 63)
        3. Boekenbezit en welstand (p. 68)
        4. Affiniteit met boeken: boekenbezit naar beroepsgroep (p. 72)
        5. Boekenbezit naar religie, sekse en leeftijd (p. 80)
        6. Conclusie: boeken in boedels (p. 84)
      3. Boeken in Haarlemse boekenkasten (p. 87)
        1. Boekenbezit van alle Haarlemmers (p. 87)
        2. Nieuwe lezers tussen 1860 en 1915 (p. 92)
        3. Boeken kopen (p. 94)
        4. Een leesrevolutie eind negentiende eeuw (p. 102)
      DEEL II BOEKEN LENEN: DE ELITE
      1. Leesmusea en leesgezelschappen (p. 107)
        1. De bloeitijd van de particuliere leenbibliotheek (p. 107)
        2. Het Haarlemse Leesmuseum (p. 109)
        3. Leesgezelschappen: nuttig, maar vooral genoeglijk (p. 122)
        4. Leesmusea buiten Haarlem (p. 125)
        5. Sigaren, leeszalen en damesleden (p. 135)
        6. 'De mindere behoefte die er tegenwoordig aan leesmusea schijnt te bestaan' (p. 145)
      2. Lezende burgers (p. 151)
        1. Drie Haarlemmers en het Leesmuseum (p. 151)
        2. Rudolph Gallandat Huet, een 'leeszaallezer' (p. 153)
        3. Arentina Arendsen: Nederlands-Franse oriëntatie (p. 156)
        4. Lezen in een vrouwenhuishouding (p. 164)
        5. Daniel de Haan, romanlezer (p. 167)
        6. De smaak van de lezers (p. 173)
        7. De collectie als barometer van de smaak? (p. 185)
        8. Naast het Leesmuseum (p. 188)
        9. Conclusie (p. 195)
      DEEL III BOEKEN LENEN: HET VOLK EN DE KLEINE BURGERIJ
      1. De 'aangroeijenden verspreiding van slechte en zedelooze lectuur' (p. 199)
        1. Voor en tegen het lezen (p. 199)
        2. De bedenkelijke invloed van de roman (p. 202)
        3. Soorten volksbibliotheken (p. 204)
        4. Op zoek naar de lener (p. 205)
        5. Arm en rijk in Haarlem (p. 207)
      2. Confessionele leescultuur (p. 211)
        1. Protestanten (p. 211)
        2. Rooms-katholieken (p. 226)
        3. Confessionele bibliotheken: overeenkomsten en verschillen (p. 245)
        4. De strijd tegen verkeerde lectuur (p. 248)
      3. Hoeveel licht, hoeveel beschaving? De volksbibliotheken van het Nut (p. 259)
        1. 's Lands oudste Nutsbibliotheek (p. 259)
        2. Leespubliek (p. 266)
        3. De smaak van de lezers: normen (p. 268)
        4. De Haarlemse collectie (p. 283)
        5. De smaak van de lezers: lezersonderzoeken (p. 287)
        6. 'Een roman van Eschstruth wansmakig?' Discussies binnen het Nut (p. 291)
        7. Liefkeuvelende missen voor de middenstand (p. 293)
      4. Van Marlitt naar Marx (p. 301)
        1. Weten en Werken (p. 301)
        2. Willen is Kunnen, de fabrieksbibliotheek van Werf Conrad (p. 306)
        3. Het Museum van Kunstnijverheid en de Technische Boekerij (p. 308)
        4. De Jonge Vooruitstrevend-Vrijzinnigen te Haarlem (p. 310)
        5. Te vroeg op het toneel: de Vereeniging Openbare Leeszaal (p. 312)
        6. Socialistische volksbibliotheken (p. 314)
        7. Streven naar verbetering (p. 318)
      5. Commerciele bibliotheken (p. 329)
        1. Op zoek naar winkelbibliotheken (p. 330)
        2. De dame met de drie corsetten, ofwel Greve op oorlogspad (p. 333)
        3. Haarlemse leesbibliotheken (p. 336)
        4. Voor f 1,50 per kwartaal (p. 339)
        5. Hollandsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche romans (p. 345)
        6. Het leespubliek van de commerciële bibliotheek: lezen voor bijna iedereen (p. 350)
      6. Van Haarlem naar Nederland, drie landelijke rapporten over lezen, leeszalen en bibliotheken (p. 359)
        1. Het Toynbee-rapport (1895) (p. 359)
        2. Het rapport van de Nederlandsche Protestantenbond (1899) (p. 369)
        3. Statistiek der Openbare Leeszalen en Bibliotheken (1910) (p. 376)
        4. Van Nederland naar Haarlem (p. 380)
      7. De Stads-Bibliotheek en Leeszaal (p. 383)
        1. De openbare bibliotheek en de overheid (p. 383)
        2. Het Nut en de openbare bibliotheek (p. 388)
        3. 'De wenschelijkheid van de totstandkoming van eene openbare leeszaal' (p. 392)
      8. Een stad vollezers (p. 403)
      NAWERK
        Noten (p. 415)
        Bijlagen (p. 455)
        1. Bronnen (p. 457)
        2. De selectie van boedelinventarissen (p. 459)
        3. Overzicht van gebruikte boedelinventarissen (p. 461)
        4. Boekenbezit van erflaters en van alle Haarlemse huishoudens, 1912 (p. 463)
        5. Beroepen en sociale status van de leden van het Leesmuseum (p. 467)
        6. Het Leesmuseum: het lezersonderzoek (p. 469)
        7. Leengedrag in tabellen (p. 472)
        8. Inkomensverhoudingen in 1890 en 1912 (p. 477)
        9. Leengedrag bij socialistische bibliotheken (p. 478)
        10. Catalogi van Haarlemse boekhandelsbibliotheken (p. 481)
        11. Vergelijking collecties van een aantal bibliotheken, 1890-1915 (p. 482)
        12. Overzicht van bibliotheken (p. 485)
        Lijst van tabellen (p. 487)
        Gedrukte bronnen en literatuur (p. 489)
        Verantwoording van de afbeeldingen (p. 504)
        Index (p. 505)


    More Info
    Aan het eind van de negentiende eeuw voltrok zich niets minder dan een revolutie. Was het lezen van literaire, opiniërende en informatieve boeken, tijdschriften en kranten in 1850 voorbehouden aan een smalle bovenlaag, binnen een halve eeuw veranderde dit fundamenteel. Meer mensen dan ooit kwamen in aanraking met drukwerk en konden kennisnemen van het literair erfgoed, zich mengen in de discussies van de dag en door zelfstudie hopen op een betere toekomst. Tegelijkertijd werden politieke en levensbeschouwelijke bewegingen zich bewust van de mogelijkheden om via eigen bibliotheken, kranten en tijdschriften hun visie op de samenleving uit te dragen. Wie de negentiende-eeuwse lezers waren en welke boeken ze lazen, is nauwelijks bekend. Lazen ze flodderromans of literaire meesterwerken, vooral stichtelijke werken of ook pikante verhalen en wat waren de toenmalige bestsellers? Hoe kwamen deze lezers aan hun boeken? In Een stad vol lezers onderzoekt Boudien de Vries de Haarlemse leescultuur en schetst tegelijkertijd een beeld van de negentiende-eeuwse Nederlandse lezer.

    'Een mijlpaal in het onderzoek naar de Nederlandse leescultuur.' Rick Honings, De Boekenwereld
    * * * * *

    WALL, Ernestine van der & WESSELS, Leo (red.), Een veelzijdige verstandhouding. Religie en Verlichting in Nederland 1650-1850. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2007. - 454p. ISBN 978-90-775-0373-7
    Table of Contents Publisher
      Ernestine van der WALL: Religie en Verlichting: een veelzijdige verstandhouding, p. 13-35
      Leo WESSELS: De beste aller werelden? Politiek, religie, en een weerbarstige samenleving, Nederland 1650-1850, p. 36-72
      Jan Wim BUISMAN & Jan de VET: Rede, Openbaring en de strijd tegen bijgeloof: de vroege Verlichting in de Republiek, p. 75-95
      Rienk VERMIJ: Jacob Leydekker, een bedroefde christenleraar over het spinozisme, p. 96-107
      Roel BOSCH: Godsdienstig liberalisme in de Gereformeerde Kerk. Antonius van der Os, slachtoffer van het licht, p. 111-118
      Johan FEKKES: De Nijkerkse opwekkingsbeweging verdacht van 'geestdrijverij', p. 119-133
      Marijke van ROOIJEN-VAN KEMPEN: "De Zeedemeester der Kerkelyken" Een verlichte lutherse spectator over de "fijnen", p. 134-150
      Jan de VET: Rigoureuze kerkkritiek. Stoutmoedige journalistiek in de Republiek, p. 151-163
      Ton JONGENELEN: Innerlijke overtuiging zonder zekerheid en godsdienst zonder dwang. Dromen van een Amsterdamse kousenkoopman, p. 164-175
      Ernestine van der WALL: Voltaire, Marmontel en de campagne tegen religieus fanatisme, p. 179-196
      René van den BERG: De voorrechten van de Gereformeerde Kerk verdedigd. Johannes Barueth, waakhond en luis in de pels, p. 197-208
      Roel BOSCH: De eredienst als strijdperk van Verlichting. De psalmberijming van 1773, p. 209-226
      Jack de MOOIJ: Vrijheid en godsdienst in Vlissingen. Strijd om de bouw van een rooms-katholieke kerk, p. 227-238
      Theo CLEMEN: De ingehouden Verlichting onder de Nederlandse katholieken, p. 239-276
      Willeke LOS: De predikant als pedagoog. De prijsverhandeling van Allard Hulshoff over de geestelijke en zedelijke vorming, p. 279-296
      Jan Wim BUISMAN: De vrouw, de bijbel en de Verlichting. De visie van de jurist Frederik Adolf van der Marck in context, p. 297-308
      André HANOU: Het meisje, God en vaderland. Een ideale religieuze opvoeding volgens Wolff en Deken, p. 309-323
      Ed ARNOLD: "Schitterend Wonderwerk": het goddelijk ontwerp in de natuur. Fysicotheologie en het "argument from design" rond 1800, p. 324-334
      Cees HUISMAN: Paulus Chevallier, hoogleraar en burger op de dremperl van een nieuwe tijd, p. 337-347
      Simon VUYK: PLeidooien voor de scheiding van kerk en staat. Teylers Godgeleerd Genootschap en de prijsvraag van 1795, p. 348-357
      Merel STIKKELORUM: De joodse gelijkberechtiging en de "verlichte" praktijk. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen onder de loep 1796-1798, p. 358-373
      Simon VUYK: Kritiek op de Verlichting. Bezwaren van Isaac da Costa, p. 377-389
      Leo WESSELS: "Vrijheid" of "Gods Woord". Twee interpretaties van de vaderlandse geschiedenis, p. 390-408
      [Auteurs - Authors]
      [Index]


    More Info
    De verhouding tussen religie en Verlichting mag zich de laatste jaren, vooral onder invloed van het maatschappelijke debat, in een snel groeiende belangstelling verheugen. In het bijzonder komt dit thema aan de orde in de politieke en sociaal-culturele discussie rond vraagstukken als integratie, de multiculturele samenleving en de vermeende botsing van beschavingen. De vele uitlatingen en opinies die in dit verband worden geventileerd, getuigen echter niet altijd van een even zorgvuldig begrip van de historische context en betekenis van het spanningsveld tussen Verlichting en religie. Dat de relatie tussen religie en Verlichting op zeer uiteenlopende manieren gestalte kreeg, wordt wel eens uit het oog verloren. Met deze bundel beogen de auteurs licht te werpen op de veelzijdige wijze waarop religie en Verlichting zich tot elkaar konden verhouden. Gekozen is voor een opzet van historische essays en bronteksten. Aldus kan de lezer ook uit de eerste hand kennisnemen van een aantal zeer gemęleerde bronnen uit de Verlichting in Nederland. Aan de orde komen onder meer: het tolerantiedebat, geschiedschrijving en identiteit, de positie van de vrouw, en de verhouding kerk-staat.
    * * * * *

    WISSING, Pieter van, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad. - Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2003. - 600p. ISBN 90-75697-99-6
    Table of Contents Publisher

      Woord vooraf (p. 9)
      Voornaamste bronnen en afkortingen (p. 11)
      1. Inleiding (p. 15)
        1. Opsporing verzocht (p. 15)
          1. Partijen en compromissen (p. 17)
          2. Ieder het zijne (p. 19)
        2. De revolutie van 1747 (p. 21)
          1. Republiek zonder leider (p. 24)
        3. De periode 1780-1787 (p. 29)
          1. Opstand en weerstand (p. 29)
          2. Burgers op de bres (p. 34)
          3. Propaganda en voorlichting (p. 37)
          4. Geschiedschrijving (p. 40)
        4. Politiek op papier (p. 45)
        5. Opzet van het onderzoek (p. 49)
      2. De Republiek als mediacratie (p. 53)
        1. Inleiding (p. 53)
        2. Kranten of koffie (p. 55)
          1. Hoe kranten te lezen (p. 56)
        3. De krant: communicatie en oppositie (p. 57)
          1. Privileges, neutraliteit en overleven (p. 58)
          2. Ontstuimige opkomst van de patriotse pers (p. 60)
          3. 'Friendly newspapers': Oranje-gezinde pers (p. 65)
        4. Politieke inkleuring en typologie (p. 67)
        5. Patriotse periodieke oppositie (p. 69)
          1. De Post van den Neder-Rhijn (p. 69)
          2. Burenpraatjes (p. 72)
          3. De Politieke Kruyer (p. 73)
          4. De Batavier (p. 75)
          5. Republikeinen en kroegpraatjes (p. 77)
          6. De Noord-Hollandsche Patriot (p. 81)
        6. Oranje-gezinde periodieken op stoom (p. 82)
          1. De Ouderwetse Nederlandsche Patriot (p. 82)
          2. De Post naar den Neder-Rhijn (p. 82)
          3. De Vaderlandsche Staatsbeschouwers (p. 84)
          4. De Haagsche Correspondent (p. 84)
          5. De Courier van den Neder-Waal (p. 85)
        7. Personele unies en genootschappen (p. 85)
        8. Gefnuikte pers (p. 88)
      3. Het verschijnsel Janus (p. 93)
        1. Alweer een nieuw tijdschrift (p. 93)
          1. Broodschrijvers (p. 96)
        2. Naamgeving (p. 99)
          1. Janus en Janus (p. 100)
        3. Titelvignet (p. 105)
        4. Motto (p. 109)
        5. Afleveringen en periodiciteit (p. 111)
        6. Rubrieken en berichten (p. 113)
        7. Oplaag en lezersbereik (p. 117)
        8. Promotie en prijsstelling (p. 118)
        9. Uitgevers en distributeurs (p. 122)
        10. Leids driemanschap (p. 123)
        11. Overige distributeurs van Janus (p. 127)
          1. Hollandse distributiepunten (p. 127)
          2. Utrechtse distributiepunten (p. 131)
          3. Distributie in Oost-Nederland (p. 134)
        12. Zetten en drukken (p. 136)
        13. Janus in 1792 (p. 137)
        14. Lezerspubliek (p. 140)
        15. Correspondentie (p. 143)
        16. Concluderende opmerkingen (p. 144)
      4. De redactie (p. 147)
        1. Proloog: word een Schryver (p. 147)
        2. Anonimiteit: promotie of strijdwapen? (p. 150)
          1. De eerste aanval (p. 152)
        3. Een zwart ondier: Ondaatje (p. 154)
        4. Een ratelslang uit morenland: Von Liebeherr (p. 157)
          1. 'Zwarte vreemdelingetjens' (p. 158)
        5. Een geleerd Delfts gekje: De Wacker van Zon (p. 160)
          1. Belga, De Adel en Janus (p. 161)
          2. Nogmaals De adel en de Janussen (p. 164)
          3. Een verdwenen Deventer dominee (p. 167)
        6. Johannes Kinker (p. 168)
        7. Manadu Ben Kornelli: Van Irhoven van Dam (p. 172)
        8. Van Hemert en Van Hemert (p. 176)
        9. De Vergilius onzer eeuw: Nomsz (p. 177)
        10. De neven Zyldam (p. 179)
        11. Concluderende opmerkingen (p. 180)
      5. Lezen in Janus (p. 183)
        1. Inleiding (p. 183)
        2. Janus aflevering 2 (8 januari 1787) (p. 183)
          1. Toelichting bij aflevering 2 (p. 186)
            1. Grimmelsberg en Dillenburg (p. 186)
            2. Een vorstelijk groepsportret (p. 188)
            3. Berichten (p. 192)
            4. Bekendmakingen (p. 196)
            5. Advertissementen (p. 197)
        3. Janus aflevering 30 (16 juli 1787) (p. 198)
          1. Toelichting bij aflevering 30 (p. 204)
            1. 'Aan het zinkend Vaderland' (p. 204)
            2. Berichten (p. 205)
            3. Advertissementen (p. 211)
            4. Prijzen der Effecten (p. 212)
            5. Hollandse effecten (p. 213)
            6. Prinselijke effecten (p. 214)
            7. Privé-effecten (p. 215)
            8. Zeetijdingen (p. 215)
        4. Concluderende opmerkingen (p. 216)
        Intermezzo 1: Een pluim op het water: stadhouder Willem V (p. 217)
      6. Stokebrand Janus: eenheid of conflict? (p. 221)
        1. Inleiding (p. 221)
        2. Een eiland vol verwarring (p. 223)
        3. Vaderland en vrijheid (p. 225)
          1. Vaderland (p. 225)
          2. Vrijheid (p. 225)
        4. Grondwettige herstelling (p. 231)
        5. Defensief of offensief? (p. 235)
        6. Patriotse weerbaarheid (p. 237)
        7. De kunst van de fabiussen (p. 240)
        8. Ambtelijke ondersteuning (p. 243)
        9. Concluderende opmerkingen (p. 246)
      7. De Janusformule (p. 249)
        1. Inleiding (p. 249)
        2. Literaire zelfmoord (p. 251)
        3. Janus: spel, spelers en publiek (p. 255)
        4. Typografie en taal (p. 256)
          1. Gotiek (p. 257)
          2. Sentimenteel gestreep (p. 258)
          3. Andere leestekens (p. 260)
        5. What's in a name (p. 261)
          1. Persoonsnamen (p. 261)
            1. De stadhouder, zijn familie en aanhangers (p. 263)
          2. Bijbelse allusies (p. 265)
          3. Klassieke referenties (p. 265)
          4. Afleidingen van auteurs en romanpersonages (p. 266)
          5. Toponymische afleidingen (p. 266)
          6. Scheepsnamen (p. 268)
        6. Winden van Rabelais (p. 268)
        7. Een 'opgesmokte' sleutel (p. 269)
        8. Houijhnhnms (p. 277)
        9. Wildt versus Wild (p. 282)
        10. Tristram 'Janus' Shandy (p. 283)
        11. Aelius en Hadrianus (p. 284)
        12. Concluderende opmerkingen (p. 288)
        Intermezzo 2: Een groot man (p. 291)
      8. Reacties en invloeden (p. 295)
        1. Inleiding (p. 295)
        2. De Haagsche Correspondent (1786-1787) (p. 295)
          1. Auteur, uitgever en doelstelling (p. 295)
          2. Polemiek met Janus (p. 297)
        3. De Nederlandsche Spectator (met de bril) (1786-1787) (p. 303)
        4. Ismaël (1788-1789) (p. 304)
        5. Janus revisited (1792) (p. 308)
        6. Janus verrezen (1795-1798) (p. 308)
        7. De Domkop of Nationaal-Volks-Boek (1795-1796) (p. 311)
        8. Politieke Blixems omstreeks 1800 (p. 313)
        9. Janus Janus-zoon (1800-1801) (p. 316)
        10. De Heer Janus Janus-Zoon (1801-1802) (p. 319)
        11. Concluderende opmerkingen (p. 321)
        Besluit: Verlichting en verveling (p. 323)
        1. Een cursus politiek (p. 323)
        2. Vervelend patriottisme (p. 327)
        3. Een mediatieke canon (p. 328)
      Bijlagen (p. 333)
      1. Overzicht van periodieken verschenen tussen 1781-1787 (p. 333)
      2. Brief van Philip Julius van Zuylen van Nyevelt (p. 353)
      3. Declaratoir van Willem V (p. 355)
      4. Sleutel van Janus (p. 361)
      5. Brief van E.G.Z. van B. (p. 369)
      6. Aankondigingen en berichten (p. 373)
      7. Judas de Aarts-Schelm (p. 391)
      8. Extractuitgave Janus (1792) (p. 399)
      9. Wie is wie in Janus? (p. 401)
      10. Herkomst berichten (p. 425)
      11. Basistekst Janus (p. 429)
      Noten (p. 465)
      Gebruikte archivalia (p. 517)
      Gebruikte literatuur (p. 521)
      Verantwoording afbeeldingen (p. 551)
      Samenvatting (p. 555)
      Summary (p. 559)
      Zusammenfassung (p. 563)
      Index (p. 567)
      Curriculum vitae (p. 603)


    More Info
    1 Januari 1787: ineens is daar Janus. Dit curieuze weekblad verschijnt in een nieuwe redactionele vorm, die de (tot vervelens toe herhaalde) patriotse wens om politieke veranderingen een sterke impuls geeft. De anonieme, speelse en zeer creatieve redactie, vrijwel zeker onder de eindredactie van Petrus de Wacker van Zon (1758-1818), spaart stadhouder Willem V noch de van hem afhankelijke regenten. De veelzijdige klassieke godheid Janus streelt en straft tegelijkertijd. Het op deze Romeinse god Janus gebaseerde gelijknamige weekblad pretendeert week na week boven de strijdende partijen te staan in het conflict tussen Oranjegezinden en patriotten. Maar wie het blad goed leest, ziet dat de patriottenbeweging er ook flink van langs krijgt. Janus geeft een even uniek als kwaadaardig tijdsbeeld van het politieke Nederland in het laatste kwart van de achttiende eeuw. Pieter van Wissing gidst de lezer in deze studie door de berichten, advertenties, anekdoten en andere mededelingen in Janus en positioneert het blad temidden van het mediageweld van die tijd. Ruim tweehonderd jaar na dato valt er opmerkelijk genoeg nog steeds te lachen om Janus. De tijdloze Janus-formule blijkt een succesnummer dat jarenlang door andere weekbladredacties zal worden nagevolgd. Satire en ironie zijn creatieve en moordende wapens als vaardige handen de pen voeren. De medewerkers van Janus hebben een fantastische stijl. Van Wissing laat zien hoe de redactieleden met hun blad niet alleen de lezer willen vermaken, maar zich ook oprechte zorgen maken over verdere escalatie van de burgeroorlog die inmiddels was uitgebroken. In een rap maar aangenaam tempo wordt de burger in de jaren tachtig van de achttiende eeuw gepolitiseerd dankzij bladen als Janus.
    * * * * *


    Go Top
    Go to Home Page