Boeken van Gerrit Komrij en Gerard Reve bij de Bezige Bij
Versplinterd
Ik heb het boek heel graag gelezen. De schrijfster weet van een klassiek recept een uitzonderlijk menu te maken.
De schoonheid van de man
Er zijn van die boeken dat je in een trek leest: dit boek combineert een spannende intrige, historische personages en gebeurtenissen en vormt zo een hoogst aangename combinatie. In dit boek beginnen we met le siècle des lumières, de eeuw van de grote franse denkers (Montesquieu, Voltaire, Diderot, ...) en eindigen met le règne de la terreur, waarin Robespièrre en zijn guillotine het voor het zeggen hebben.
Het is wel vreemd hoe dit ik-vorm-verhaal zorgvuldig geschreven is, met altijd het juiste woord op de juiste plaats, neologismen waar het best past (werkmensen zoals u [ik hoop toch dat u zich ook inzet voor de mensheid] en ik noemt hij ergopaten), de exacte term, de precieze omschrijving (kortom het typisch verhaal van een ambtenaar dat op de puntjes let en altijd in een costume trois-pièce naar z'n werk gaat) in feite handelt over wanorde en verval, je-m'en-foutisme en kus m'n kloten. Als dat geen lange volzin is. Of ik op m'n poten terechtgekomen ben is een andere zaak (gelukkig niet op m'n k...). Het is een literaire lekkernij dat over de uitschot van onze maatschappij gaat. Nouveau roman zou zo'n boek kunnen heten. Of is dat begrip al voor iets anders gebruikt ?
Het werk bouwt verder op vorige, met dezelfde nauwkeurige en spitsvondige stijl.
Een lofzang
Jarenlang voelt Florence Ehnuel zich aangetrokken tot mannen, maar niet speciaal tot hun lichaam ze valt eerder voor een houding of een interessant gesprek.
De originele franse titel zegt het duidelijker en zonder taboe: “le beau sexe des hommes”. Het boek is een soort modern feminisme, waarbij je de wereld op een positieve manier bekijkt. Een man doet de deur open voor jou? Profiteer ervan! Met zo'n positieve ingesteldheid zal je ook heelwat meer bereiken dan door te zitten zeuren over de man die meer verdient voor eenzelfde werk, de man die in stinkende sokken rondloopt in huis, de man die enkel naar voetbal op tv kijkt...
Alle dagen
'Terézia Mora doet denken aan auteurs als Conrad, Beckett, Ionesco, Nabokov, Kundera en Brodsky, allen grote schrijvers die van taal veranderd zijn of in meerdere talen schrijven' György Konrád
Moet je om als wereldschrijver erkend te worden schijven over een stad dat om het even waar ligt? (mocht het je helpen: er loopt een spoorlijn dwars door de stad, en de faubourgs zitten vol vervallen industrieterreinen). Over een hoofdpersoon dat evengoed Abel, Sven of Mohammed had kunnen heten? Als hij op vakantie gaat, is dat met H.M (of zijn broer Z.M dat leraar is in een landelijke school), ze trekken meestal rond in X., een mooie stad aan een bekende meer. De hoofdpersoon gaat naar een fuif en komt dan te laat op de rechtbank, zonder legitimatiepapieren. Wat hij in het leven doet is onbelangrijk (maar hij zou tien talen kennen). Noot aan de schrijver: het is 'petit pain', niet 'petiti pain'. Het verhaal hangt aan elkaar als vlees en botten aan een half verteerd lichaam. Geen duidelijke zinnen. Als er geciteerd wordt geen aanhalingstekens. Diepzinnige hoofdstuktitels die geen verband houden met de tekst (II. De bezoeker - Hysterie, Lamento). Hoe kan je je inleven in het verhaal als je niet weet waar en wanneer het gebeurt, als het verhaal in half verteerde brokken op je afkomt (neen, het is geen Freddy uit Friday the 13th die op je afkomt), als de hoofdpersoon zo weinig interessant is dat zijn vrouw van hem scheidt (minnelijke schikking om de kosten te drukken hebben ze zelfs een gezamelijke advokaat gekozen) en als het boek zo dik is dat als je een storende mug wilt doden, je een gat in de muur slaat?
Nachtschade
Nachtschade, Jan Siebelinks veelgeprezen debuut uit 1975 bevat vijf korte verhalen, die een grote kracht en een imponerende scherpte bezitten. Niet zelden wanen de hoofdpersonen zich gevangen in een nachtmerrie, gedreven door een instictieve angst voor fysiek en moreel verval.
Iriscopie of oncologie? Hematoom of carcinoom? De voornaamste personages hebben lichtblauwe ogen. Als een broer of een collega gestorven is wordt dit ook vermeld (meestal na een zware ziekte zoals leukemie of leverkanker). Als er langs een hospitaal gereden wordt wordt dit eveneens verteld. De lichamelijke kwaaltjes of algehele aftakeling van de hoofdpersoon wordt aangestipt. Zelfs gezonde mensen zijn op weg naar hun dood, en ze beseffen het maar al te goed. De verhalen zijn kort en to the point. Niemand ontkomt aan zijn lot. Een honderdtal pagina's zijn voldoende om je gemoedstoestand te doe omslaan en je nachtrust te verstoren.
Van de ene dag op de andere wordt de Cubaanse Israel Levis wereldberoemd met het liefdesliedje "Rosas puras". Hij heeft deze rumba gecomponeerd voor Rita, een zangeres voor wie hij altijd een stille liefde is blijven koesteren. Zijn succes voert hem van het glorieuze Havana van rond 1920 naar het sprankelende Parijs van de jaren dertig, tot hij in de Tweede Wereldoorlog in Buchenwald terechtkomt. De muziek blijkt uiteindelijk zijn redding.
De manier van vertellen is duidelijk niet van bij ons. Hoewel het boek op feiten steunt, is het vooral uitmuntend in het scheppen van een sfeer. Ieder hoofdstuk begint met een titel om aan te geven wat er zal gebeuren. Een vreemde manier van vertellen, maar die eveneens tot de sfeer bijdraagt. De struktuur is eenvoudig lineair, met in het begin de oude componist die terugkeert naar Cuba, zijn geboorteland, en zijn leven verteld.
De schrijver gebruikt bekende namen om het boek een typische 'couleur locale' te geven (George Gershwin, Maurice Chevalier, Joséphine Baker, Beniamino Gigli, allemaal namen uit een vervlogen tijd, namen die bij m'n ouders herinneringen uit hun beste jaren zouden oproepen).
Dit boek hoort niet echt in onze bibliotheek, hoewel de componist zich soms aangetrokken voelt tot mannen op straat; zijn enige liefde is Rita, een zangeres voor wie hij zijn mooieste liedjes gecomponeerd heeft.
Het boek van zout
Monique Truong verwerkt de historische karakters van Gertrude Stein en Alice B. Toklas in deze nostalgische roman, spelend in het kleurrijke Parijs van het Interbellum.
Een opmerkelijk verhaal, een kluwen van verhalen die plots beginnen en even abrupt onderbroken worden door een andere gedachte. Waarom verliet Binh het knusse huishouden van de gouverneur-generaal met zijn chef Blériot om te gaan werken voor een paar oude dames? Waarom verkiest hij het gezelschap van twee oude lesbiennes in plaats van dat van zijn geliefde Blériot? Waarom verlaat de mandenvlechter zijn geboortedorp? Waarom is het gras altijd groener bij de buren?
Het boek is een vlaamse stoverij van allerhande gedachten en verhalen, gemengd met tafelresten van gisteren, wat gedroogde vruchten en saus uit een roestige blik. Een opmerkelijke combinatie, een prachtig recept.
Casino
Kode
Rink de Vilder, journalist bij een landelijk dagblad, ontmoet in Monte carlo de jachtontwerper Philip van Heemskerk. Het blijkt een kennismaking met een ontstuimige, enigzins grillige maar ongelofelijk breed georienteerde geest. Behalve een geroutineerd solo-zeiler, sponsor van de Formule-I en een begaafd sleutelaar aan Harley Davidson motoren is Philip de ontrouwe minnaar van Moura, die met zijn instemming troost zoekt bij Rink.
Het is snel duidelijk hoe het komt dat het boek zo dik geworden is (en vanwaar de mosterd gehaald werd: zie Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq). Wat de bedoeling van de schrijfser is, is echter minder duidelijk. Een uitgetekend filosofisch betoog is niet te merken. Wat blijft er over? Plots wordt er op technische modus over geschakeld (waarbij een of ander fenomeen uitgelegd wordt), en dan keert de schrijfser abrupt terug naar haar fiktie-modus. Je krijgt een 10 pagina tellende uitleg over de hoofdzonden (hoeveel zijn er ook weer?). Zou dat het filosofisch gedeelte zijn? Doorgaans worden de nederlanders minachtend bekeken door de wereldbevolking in haar geheel (en door de fransen in het bijzonder), niet zonder reden, dit boek is een flauwe afkooksel van een ander werk.
Het verhaal is wel verschillend; een journalist ontmoet een jachtontwerper (en één van zijn maitresses: Moura). In deel twee leeft Moura samen met de journalist in het nederlands huis van de jachtontwerper (ze hebben moeilijkheden met een oudere huisbewoonster). Volgt een opsomming van de problemen die je te wachten staan als je huiseigenaar in Nederland bent. In deel III blijkt Philip verdwenen, en probeert Rink de waarheid te achterhalen. Nog altijd problemen met de bovenbuur.
En dan is het boek afgelopen, en je vraagt je nog steeds af wat de non-fiktie delen te betekenen hebben. In het vervolg zou ik aanraden volgend cover-ontwerp te gebruiken (dan weet de koper tenminste wat hij allemaal mag verwachten).
Duivelse liefdes
Deze sensuele, vrolijke en pijnlijke vertellingen over de liefde zijn gesitueerd in het hedendaags Marokko, waar moderne mannen en vrouwen nog altijd een beroep doen op een marabout om een geliefde te verleiden of een rivaal uit te schakelen.
Tahar Ben Jelloun is één van Frankrijks grootste schrijvers en de eerste Noordafrikaanse winnaar van de Prix Goncourt.
Vreschillende verhalen, met altijd een oudere man in de hoofdrol, geleerd (de schrijver ziet zichzelf blijkbaar als hoofdpersoon) en een jongere dame die verleid moet worden (of omgekeerd, want de oudere man is ook rijk). Er is altijd een tussenkomst van duistere machten nodig om de affaire te doen slagen (of om de zaak te redden), waarvoor vanzelfsprekend moet betaald worden, maar dat is voor onze oude, rijke geleerde geen punt. Homoseksualiteit komt niet ter sprake, taboe, verboten (hoogstens blijkt er een tekenleraar homo te zijn).
Een sentimental journey
Carthusian Cockroft, componist op leeftijd en ooit societyfiguur, woont in een bouwvallig huis op het Italiaanse platteland met zijn eeuwig trouwe Timoleon Vieta (een straathond). Om zijn eenzaamheid te verlichten probeert Cockroft jonge mannen te versieren door ze gratis kost en inwoning aan te bieden.
Het eerste deel van het boek handelt over Cockroft, een oudere componist die nu eenzaam in een huis op het platteland woont. Hij maakt kennis met de Bosniër, en biedt hem kost en inwoning aan op voorwaarde dat hij zijn pik eenmaal per week (op woensdag avond) afzuigt. Maar de Bosniër komt niet goed overeen met de hond, er hij zorgt ervoor dat de hond achtergelaten wordt in Rome.
Het idee is interessant een hond laten rondzwerven, en het leven van de mensen dat hij tegenkomt bespreken. De uitwerking van het boek is echter minder: iedereen sterft, iedereen is ongelukkig, of verlamd voor de rest van zijn leven of ondergaat nog zwaardere calamiteiten. Zelfs de trouwe hond haalt het einde van het boek niet.
Massimo Porcelijn, wetenschapper en Tiber Veld, huisarts, vinden elkaar op een soiree. Door een blik van herkenning worden ze naar elkaar toe gezogen. Als blijkt dat ze allebei een Nederlandse vader hebben en een romantische hang naar het verleden delen, bloeit er een bijzondere vriendschap op.
Beide protagonisten voelen zich tot elkaar aangetrokken. Massimo omdat hij homo is (met vrouw en dochter), Tiber om onduidelijke redenen. Waarschijnlijk omdat hij Massimo's vrouw wilt neuken (hetero's zijn nu eenmaal zo). In deel I zitten ze in Italië, deel II brengen ze door in Nederland en in Duitsland. De tragische afhandeling vindt je in deel III (weeral Italië), en in deel IV (Nederland) wordt er een moord gepleegd. Ondertussen wordt de loge P2, Bologna, Otto van Manen, de Cosa Nostra, Mahler, oom Paolo, Wagner erbij gehaald, om aan te tonen dat de schrijver voldoende bagage met zich mee heeft.
Het verhaal wordt afwisselend verteld vanuit het standpunt van beide spelers.
God's Gym
Het verhaal over de machteloze liefde van een man voor zijn dochter en de ongewone vriendschap tussen twee mannen; gevoelens die in L.A. samenvloeien met de story van een migrant-terrorist en tot ontknoping komen in een ware thrillerstijl.
Eerst een volledig paragraaf over de U-Haul trucks (naast andere wetenswaardigheden) die ogenschijnlijk geen verband houdt met het verhaal. Het verhaal zelf begint pas een paar hoofdstukken verder, als de dochter omver gereden wordt door de bovenvermelde truck. De hoofdpersoon is toevallig ook een beetje Jood en Nederlander, en wordt daarom gecontacteerd door de Israelische geheime dienst om een andere Nederlander (van arabische oorsprong dan) in het oog te houden, want men vermoedt dat hij van plan is een aanslag te plegen. Het verhaal kabbelt rustig verder, maar de hoofdpersoon wordt eigenlijk nooit direkt bij de feiten betrokken. Iedereen (behalve de protagonisten) heeft ondertussen door dat de terrorist van plan is de Golden Gate Bridge op te blazen (eens wat anders dan een torengebouw). Men weet zelfs niet hoe het hele verhaal afloopt.
Het boek is een soort mengelmoes van verschillende stijlen, een hoofdstuk loutere informatie, een stukje thriller, en als het spannend dreigt te worden wordt er over oninteressante dingen verteld.
De homoseksuele Eduard is de jongste en laatste telg van de Van Lookerens. Eduard wordt in de geheimen van zijn afkomst ingewijd door de Duitse officier Treschkow. Deze artistieke dandy weet de jongen langzaam maar zeker voor zich te winnen.
We volgen het verhaal van Eduard, een nietsnut van addelijke komaf (loopt maar wat rond, kan niets doen, en bij overmaat van ramp blijkt homo te zijn en niet in staat te zorgen voor nakomelingen). Tijdens de tweede wereldoorlog herbergt de familie een duitse baron, naderhand boert de onderneming (de stoeterij) slechter en slechter en wordt Eduard (ze heten allemaal 'Eduard van' in de familie) verplicht zijn grond te verkopen om voor zijn levensonderhoud te zorgen. Hij sterft eenzaam en verlaten, een oude bediende komt hem een keer per week de zaterdagskrant brengen.
Charles d'Éon, zoon van de opziener van de domeinen van Lodewijk XV en van lage adel, vertoont zich op een carnavalsbal verkleed als vrouw. Haar schitterende verschijning betekent de ouverture van een glansrijke carrière als meester van de vermomming.
We volgen het leven van Charles d'Éon, van zijn onduidelijke geboorte tot aan het ogenblik dat hij zich terugtrekt om zijn memoires te schrijven. Hij vertrekt naar Parijs waar hij les volgt aan de betere scholen en weet zich een plaats te bemachtigen tussen de hovelingen van koning Lodewijk XV. Het botert niet tussen de koning en de koningin, tussen Frankrijk en Engeland, tussen de adel en de derde stand, en Charles wordt voor een geheime missie naar Rusland gestuurd, om ervoor te zorgen dat dit land aan de kant van Frankrijk zou blijven. Deze missie is een succes, en hij ontvangt nieuwe opdrachten, dat hij ofwel als man ofwel als vrouw uitvoert. In Engeland verneemt hij de dood van zijn koning en de troonsopvolging van Lodewijk XVI. Niet lang daarna wordt de vorst onttroont en verliest hij zijn hoofd in het onstane tumult.
Meestal hoef ik een boek dat ik als recensent ontvang niet volledig te lezen om te weten wat verder te verwachten staat. Dit boek heb ik echter volledige gelezen, gewoon pour mon bon plaisir.
Bidden wij voor Owen Meany
Dit boek beschrijft de buitengewone en noodlottige vriendschap tussen twee opgroeiende jongens in New Hampshire. Met een ongelukkig geslagen baseball doodt Owen Meany de moeder van zijn beste vriend. Wat er na dit ongeluk gebeurt met Owen Meany is ongelooflijk en beangstigend. Zeer humoristisch werk.
Het volledig leven van Owen Meany in een boek. We volgen Owen vanaf zijn 10 jaar tot zijn dood tijdens zijn legerdienst. Hij moest juist vertrekken naar Vietnam. Dit boek is de verschrikking van iedere zichzelf respecterend recensent, vooral als hij één boek per dag moet bespreken. Hoewel de tekst gortdroog is, leest het boek toch heel vlot juist vanwege de droge stijl. Kleine en grote katastrofen worden met eenzelfde elan verteld, alsof die helemaal niets betekenen.
Een afgrijselijke daad
Het verhaal van Santiago Moore Zamora, een jonge man die de zoon is van een afstandelijke Spaanse moeder en een uiterst strenge Engelse vader. Op drift geraakt in de wereld van anonieme one-night-stands herinnert hij zich zijn jonge jaren in Spanje en zijn ballingschap in een Engelse kostschool.
Vanaf het zeer opvallend begin (one-night-stands, call boys en louche bars waarin aan SM gedaan wordt) tot de conclusie (meer dan 50 bladzijden voorbereidingen op een ontmoeting met Steve, de Grote Onbesneden Man (nog een hoer)) een heel persoonlijk boek. In de betekenis dat alles rond zijn persoon draait. Zeg maar een egoistisch-hedonisch boek. In het midden enige herinneringen aan zijn schooltijd.
Alles minutieus, tot in de kleinste details verteld. Welke kleren hij draagt (één bladzijde over een chocoladebruine T-shirt (waabij zijn tepels zich duidelijk aftekenen), jeans (gescheurd aan de rechterknie en versleten aan het kruis) en grijze non-descript sokken, geen ondergoed maar wel een cockring), op welke manier hij zijn schaamstreek scheert (ook goed voor een dubbele bladzijde). Of Steve dat zou opmerken is de vraag; als hij maar zijn geld krijgt.
In Littekens behandelt Toni Davidson met een indrukwekkende trefzekerheid grote thema's als kindermishandeling en psychoseksuele traumata. Dit debuut is een literaire krachttoer van groot formaat schokkend, erotisch, geestig en even baanbrekend als One Flew over the Cuckoo's Nest
Een jongen van negen leeft samen met z'n ouders in een geroeste woonwagen. Regelmatig vluchten ze weg, als de omwonenden te curieus worden. Vader heeft een bult, een zweer achteraan z'n hoofd en lijdt aan achtervolgingswaan. Moeder is niet veel beter en heeft de jongen meermaals verkracht. Uiteindelijk vlucht de moeder, wordt de vader gevangen genomen en het kind in een instelling geplaatst waar aan onderzoek naar de psychoseksuele paradoxen inherent aan de interfamiliaire relaties wordt gedaan. Een interessante aanwinst voor de dienstdoende peuten. Het verhaal wordt vanaf nu verteld vanuit het standpunt van de psychiater, en je vraat je soms af welke situatie de slechtste is voor de jongen.
Het jaar van de man
Gods eigen muziek
De laatste woorden van Leo Wekeman (I en IIde druk)
Waar zich te verbergen voor het Beest dat deze wereld gemaakt heeft tot wat ze is, een oord van leugens, banaliteiten en opportunisme? Een jaar lang zoekt Helm Steen verbeten naar een vrijplaats voor zijn bedreigde mannenhart. Deze tocht voert hem langs geniale, soms bizarre gedachten.
Na op klaarlichte dag overvallen te zijn door de liefde, besluit Rijker West zijn betrekking op te geven. Vriend noch vijand kunnen veel begrip opbrengen voor Rijkers heilige roeping, noch de biologieprofessor Hugo Halfhooft, noch heterojournalist Marc Ladders, noch zijn pornovriendje Rits. Alleen Rita H. steunt hem.
Wanneer de bloedstollend knappe Xavier Kingston als medewerker zijn entree maakt bij De Stem, de alom gerespecteerde kwaliteitskrant met het progressieve imago, slaat hij de redaktie met blindheid. De journalist Leo Wekeman, nog maar pas door zijn vrouw verlaten, weet zich geen raad met de overgevoeligheid die hij begint te ontwikkelen voor Kingstons verschijning.
Intelligentie is geen echte, distictieve kwaliteit, maar slechts een natuurlijk gevolg van goede voeding en vrije tijd."
Het jaar van de man, maar zeker niet de man van het jaar. De persoon waarover het gaat is een nietsnut van formaat, woont
in een krot, doet nooit de afwas, wast z'n lakens niet, trekt nooit de WC door en leeft op kosten van z'n vrienden (die met de dag minder talrijk worden, hoe zou je zelf zijn). Moest laatst op het huis van een pas getrouwd stel letten, maar liet de boel zodanig begaan dat het huis nadien eigenlijk beter gesloopt zou worden. De dieren die er leefden liet hij doodgaan (op een haan en een paar katten die het overleefd hebben).
Ondanks het voorkomen van het woord man in de titel is het roze inhoud nagenoeg nihil. De hoofdpersoon wordt halverwege het boek eens een beetje homo, maar het is gewoon om een niet-lekkend dak boven het hoofd te hebben. Hoewel vrij ruimdenkend kiepert z'n partner hem spoedig het huis uit.
Gods eigen muziek is een verdere variatie op eenzelfde thema, namelijk dat van de nietsnut. Na plots overvallen te zijn door de liefde (??? zelfs niet lijfelijk aanwezig op de plaats van het gebeuren), geeft de hoofdpersoon zijn betrekking als bioloog op en gaat stempelen. Niemand begrijpt hem dat zal wel niet. Halverwege het boek heeft hij een vriendje gevonden (hoe? komen we niet te weten, in ieder geval niet in het stempellokaal), jong, aantrekkelijk, meegaand, supergeil, een echt sexbeest met tieten van hier tot over de Moerdijk. Maar zij is 'de ware' niet en Rijkers kijkt op haar neer.
Het derde werk uit de trilogie is het best uitgewerkte. Niet alleen is het werk een ongesorteerde woordenboek (het bevat meer verschillende woorden dan mijn Kramers), maar het verhaal bevat, omdat het beschreven wordt vanuit verschillende perspectieven, meer elan en diepte. Je voelt mee met de verschillende personages, en misschien zal het je aanzetten je chef of je collega's aan te zien als mensen van vlees, bloed, muziek en emoties, en niet als concurrenten op de arbeids- en seksuele markt. Heb je genoten van de vorige boeken, dan zal deze laatste produktie je zeker bekoren. Het boek is reeds aan zijn tweede druk.