UIL

afb. 173: Uil - fragment van "Tuin der lusten" (1480-1490) van Jheronimus Bosch - linkerpaneel "De schepping"

De uil heeft een ambigue symboliek. Deze veranderde niet in de tijd maar was gelijktijdig aanwezig. Hij stond tezelfdertijd symbool voor het goede en het kwade, het licht en de duisternis.

De Egyptische hiëroglief met de afbeelding van de uil staat voor dood, passiviteit en nacht. Bij de Grieken en Romeinen was de uil - symbool van de wijsheid - het attribuut van de godin Athena/Minerva. De Etrusken daarentegen zagen in de uil de god van duisternis en nacht. Ook bij de Kelten was de vogel nauw verbonden met de dood en de nacht. De christenen namen de negatieve elementen over en de uil werd een symbool voor Satan en de krachten van de duisternis. Zo stond de uil symbool voor de joden die de voorkeur gaven aan de duisternis boven het licht van de verlossing. Maar het christendom kende de uil ook een positieve symboolwaarde toe. Dan stond hij voor het eenzame contemplatieve leven en het beeld van Christus die lijdt in de donkere nacht. In deze laatste zin vinden we op middeleeuwse schilderijen de uil op één van de armen of aan de voet van het kruis op Golgotha.

afb. 174: uil onderaan het kruisbeeld - Crocifissione di Anversa (1475) van Antonella da Messina - Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen

Hugues de Saint-Victor - middeleeuws filosoof, theoloog en mystiek schrijver (1096 - 1141) - stelde het aldus: "Christus ontvlucht het licht, in die zin dat hij de valse glorie en het slechte haat ... Christus - zoals de uil - zoekt zijn voedsel in de nacht, want de prediking van het evangelie integreert de zondaars in het lichaam van Christus dat de Kerk is.". 

Bij Ovidius (Fasti - VI, 131) vinden we het volgende over de uil: "Er bestaan gulzige vogels, niet diegenen die Phineus beroofden van zijn maaltijd, maar die wel afstammen van dat ras. Hun kop is groot, hun ogen kijken naar voren, hun bek is geschikt voor het verscheuren, hun pluimen zijn grijs, hun klauwen haakvormig. Ze vliegen 's nachts, vallen kinderen aan die door hun verzorgsters in de steek zijn gelaten, en ze defileren hun lichamen, weggerukt uit de wieg. Men zegt dat ze het vlees van de pasgeborenen verscheuren met hun snavel, en hun keel zit vol met het bloed dat ze drinken. Ze worden krijsuil genoemd, en de reden daarvoor is het verschrikkelijke krijsen dat ze 's nachts doen. We weten niet of ze zo als vogels zijn geboren of dat ze door magische spreuken zijn betoverd - oude vrouwen in vogels veranderd door martiale toverkracht.".

Een goede bron voor klassieke naturalistische afbeeldingen is het manuscript met medische teksten van de Griekse botanist, farmacoloog en medicus Dioscorides (40 - 90 A.D.), bekend als Viennese Dioscorides of Codex Vindobonensis dat zich in de Österreichische Nationalbibliothek in Wenen bevindt. Het realisme van de zoölogische en botanische illustraties staat ver af van de gestileerde Byzantijnse kunst. Daarom denkt men dat het kopieën zijn van antieke illustraties. Het zou de oudste codex zijn met dierenafbeeldingen en bevat 25 afbeeldingen van reptielen, 25 van geleedpotigen en 47 tekeningen van vogels. Op de afbeelding hieronder herkent u - naast de prachtige Griekse kalligrafie - afbeeldingen van een mees, een uil en een torenvalk.

afb. 182: uil in de Codex Vindobonensis - folio 475 - Österreichische Nationalbibliothek - Wenen

In de Physiologus komt de uil wel voor maar de bijbelcitaten noemen hem niet specifiek maar brengen hem in verband met het begrip "vijand van het licht" en "duisternis". Het citaat begint met "De Physiologus zegt over de ooruil, dat deze vogel de nacht liefheeft boven de dag.". De uil wordt ook wel "nachtraaf" genoemd. Dit is de letterlijke vertaling van het Griekse "nycticorax". In de bijbel staat het Hebreeuwse "chos" wat vertaald wordt in andere talen als uil, patrijs en raaf - naargelang de symbolische betekenis van het fragment. Bij Aristoteles komen we de benaming ooruil tegen - wegens zijn lange oren. Merkwaardig is dat in vele afbeeldingen in de middeleeuwen de uil wordt afgebeeld zonder die lange oren. Aristoteles zegt ook dat zij behoren tot de nachtvogels en dat zij 's nachts jagen: "De ooruil is zoals een gewone uil, alleen heeft hij pluimen aan zijn oren, door sommigen wordt hij nachtraaf genoemd.". (Aristoteles, 8, 12, 597b). Volgens de bijbel (Leviticus 11, 17 en Deuteronomium 14, 17) behoort de uil tot de onreine dieren en is het een vogel der duisternis waardoor hij gelijk wordt gesteld aan de duivel of aan hen die "in de duisternis wandelen", d.w.z. geen geloof hebben in Christus. Deze laatsten worden door de kerkvaders gelijk gesteld met de joden. Origenes brengt in zijn Preken over Leviticus de uil in verband met het Boek Job: "Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht en gaat niet tot het licht.". In het Boek De Psalmen staat "Ik lijk een vogel in de woestijn, een eenzame uil in een bouwval.". In de schilderkunst vinden we dit thema terug in afbeeldingen van de uil in een rotsmassa of in een ruïne. De uil wordt hier geassocieerd met de monnik of kluizenaar die de eenzaamheid opzoekt om te mediteren.

In de middeleeuwse bestiaria vinden we twee soorten uilen, nl. de "noctua" (nu de steenuil of katuil - in de middeleeuwen "ulula" genoemd) en de "bubo" (nu de oehoe) - namen die teruggaan op de indeling van Aristoteles. Een andere benaming in de middeleeuwse bestiaria is de "nycticorax" (nu de langorige uil). Deze werd ook gebruikt door Aristoteles maar is eigenlijk overgenomen uit de originele Griekse bestiaria waar de benamingen "noctua" en "bubo" niet voorkomen. 'Ulula" als werkwoord betekende in de middeleeuwen ook "schreeuwen van schrik", "klagen" of oorlogskreten slaken". Daarom werd hun roep gelijkgesteld aan de kreten van afgrijzen van de zondaars in de hel. Maar zowel de schrijvers als de illustratoren in de middeleeuwen gingen deze verschillende namen van de uilen door elkaar gebruiken en het is moeilijk om alleen aan de afbeeldingen de juiste vogel te benoemen.

    

afb. 181: bubo (links) en nocticorax (rechts) - uit Der naturen bloeme - Koninklijke Bibliotheek, KB, KA 16, Folio 78r

Bij Maerlant vinden we het volgende in twee hoofdstukken - één over de bubo, en één over de nocticorax:

Bubo dats ule, of scuvut,
die dages rust ende nachts vliecht uut.
Men vaet ander vogle mettien
want sine steken dar sine sien.
Experimentator wille weten
dat si der duven eier eten.
Ratten etensi ende muse.
Si wonen in kerken ende in stenin huse.

d'Olie uten lampten si drinken
ende smelter in ende doense stinken.
Alse andre vogle up hare vechten
can so hare voete upwart rechten,
ende weert de ghene diese mesgroeten
upwart ligghende metten voeten.
Sere es hi van plumen verladen,
traghe ende cranc es hi van daden.
In dat lichte comti node,
ende wandelt gerne onder doode.

Nocticorax mach in Latijn
in Dietsch .i. nachtraven sijn.
Ende es ene maniere van ulen
diemen hort bi nachte dulen,
ende dinke mi an mijn verstaen
dat mach sijn .i. oerhaen.

Een bosch vogel al ut ende uut
ende es ghevedert naden scuvut.
Nachts vlieght hi in velden, in husen
ende levet bi proien van musen.

Ook Hldegard von Bingen kon - in haar medicinale werken - weinig aanvangen met de uil. Enkel zijn vet kon dienen om te worden gesmolten en te worden gesmeerd op kliergezwellen die dan verdrogen en afvallen.


afb. 175: uil gebruikt als lokvogel - Arundel Psalter (ca. 1340) - f. 14r - British Library

Uilen komen in middeleeuwse manuscripten vooral voor in een decoratieve functie, d.w.z. als figuurtjes in de randversiering zonder binding met de tekst. De meeste afbeeldingen vinden we terug in manuscripten met het scheppingsverhaal (Adam benoemt de dieren), de Apocalyps (Roep van de vogels) en Sint Franciscus die predikt tot de vogels. Daarbij is het opvallend dat de uil zelden wordt gebruikt in manuscripten die geen bijbelse of liturgische context hebben. Een merkwaardige afbeelding - die verschillende keren terugkeert - is die van een aap die een uil op de hand houdt zoals een ridder een valk zou houden bij de jacht. Een voorbeeld hiervan vinden we in de Abingdon Apocalyps folio 35v uit de British Library en in het Luttrell Psalter folio 38r. Een ander thema dat steeds terugkomt is dat van de uil die wordt aangevallen door eksters of kleine vogels, niet alleen in manuscripten maar ook in de beeldhouwkunst. Waarschijnlijk vindt dit zijn oorsprong in het feit dat in de middeleeuwen de steenuil werd gebruikt als lokvogel bij de vogelvangst. Door zijn klapwieken of door het geluid van belletjes aan zijn poten werden andere vogels aangetrokken die dan neerstreken op - door de jager - kaal geplukte takken die met vogellijm waren ingesmeerd. Symbolisch staat dit dan voor de bedrieglijke verleiding: zoals de uil de andere vogels aantrekt en in het verderf stort, zo lokt de duivel de zwakke mensen met aardse ijdelheden naar de hel.

Soms is het moeilijk om de betekenis van de randversieringen te achterhalen. Ze baseerden zich soms op gebruiken of teksten die we nu niet meer of niet voldoende meer kennen. Zo is er bv. De uil en de nachtegaal - een gedicht geschreven in het Middelengels, waarschijnlijk tussen 1189 en 1216, waarvan de auteur niet meer te achterhalen is. Ook de tekst is ons niet helemaal duidelijk en er zijn een heleboel interpretaties van voorhanden. Het is een debat tussen een uil en een nachtegaal dat verscheidene onderwerpen behandelt variërend van religie en het huwelijk tot zang en toiletmanieren. Over het algemeen kan worden gesteld dat de behandelde onderwerpen raakvlakken hebben op het gebied van de natuur, zowel de natuur om ons heen als de natuur of de aard van de personages. Een vertaling in modern Engels kan men terugvinden op: http://user.phil-fak.uni-duesseldorf.de/~holteir/companion/Navigation/Anonymous_Texts/Owl_and_the_Nightingale/SpecimenOwl/specimenowl.html

    

afb. 176: tweemaal een afbeelding van een uil die wordt aangevallen door andere vogels - links uit het Harley MS. 4751, f.47r, British Library - rechts een misericord uit Norwich Cathedral

Een ander bijzonder element is dat uilen worden afgebeeld met menselijke gelaatstrekken of met menselijke oren. Dit laatste zou een gevolg kunnen zijn van de benaming "ooruil" - die in gebruik was vanaf de 14de eeuw - en waarbij de auteur van de illustratie gewoon op de naam afging zonder realistische observatie.

afb. 177: uil met "menselijke" gelaatstrekken en oren - MS. Douce 88, Folio 21v, Bodleian Library

Bij Jheronimus Bosch vinden we de uil veelvuldig terug - zowel op zijn schilderijen als in zijn tekeningen. Zoals vele onderwerpen in zijn afbeeldingen is de uil hier ook sterk symbolisch beladen - meestal in de zin van verleiding.

afb. 178: uil als symbool van de verleiding - fragment van het rechterpaneel van de "Tuin der Lusten" (1480-1490) van Jheronimus Bosch 

Maar ook in de middeleeuwen vinden we afbeeldingen terug waarbij de uil als positief symbool wordt gebruikt. Op de noordgevel van de kathedraal Notre-Dame in Dijon (in de Rue de la chouette !) staat een beeldje van een uil dat niet zeer duidelijk maar toch herkenbaar is. Het beeldje staat aan de buitenkant van een kapel die in de 16de eeuw aan de bouw werd toegevoegd. De beeldhouwer of de reden waarom het beeldje hier werd aangebracht zijn niet bekend. Het is nog steeds gebruik bij de inwoners van Dijon om de uil aan te raken met de rechterhand (de kant van het hart) en een wens te doen. En als iemand voor een schijnbaar onoplosbare situatie komt te staan is het gewoonte om te vragen "heb je al over het uiltje gewreven?". Het uiltje is "toeristisch" zo populair dat er een speciale wandeling in het historische centrum is aangeduid met pijltjes waarop een uiltje is afgebeeld.

afb. 179: uil als geluksbrenger - beeldje aan de noordkant van de gevel van de kathedraal Notre-Dame in Dijon

Op het schilderij "Adorazione del Magi" (1512) van Ludovico Mazzolino staat links onderaan een page met een uil op zijn hand. De page is het symbool van de mens die in voortdurend conflict leeft tussen goed en kwaad. In dit verband staat de uil symbool voor de goddelijke kennis en fungeert hij als contrast met de aap die aan de voeten van de page zit en die staat voor de ondeugd.

afb. 180: fragment van het schilderij "Adorazione del Magi" (1512) van Ludovico Mazzolino - Fondazione Magnani Rocca, Parma

In de middeleeuwen werd de uil dus vooral geassocieerd met de hel en de duistere machten. In onze tijd heeft de uil zijn dualiteit terug gekregen. Enerzijds is het nog niet zo lang geleden - of gebeurt het nog - dat de uil (zoals de vleermuis) op de deuren van schuren werd vastgespijkerd om het kwade te weren. Anderzijds kennen we terug de symboliek van de uil in verband met wijsheid en kennis - getuige hiervan zijn bijvoorbeeld het logo van de Standaardboekhandels en de literatuurprijs "De Gouden Boekenuil".

afb. 183: uilen en vleermuizen als symbool voor de hel - illustratie van het deel "de hel" uit de Divina Commedia- manuscript uit het Musée Condé, Chantilly

Terug naar index