(ONO)centaur(US)

afb. 41 : centaur en sirene - Sloane MS278, 47r

De centaur heeft het bovenlijf van een mens en het onderlijf van een paard terwijl de onocentaur(us) het bovenlijf heeft van een man en het onderlijf van een ezel. Bij de monsters wordt hij ingedeeld bij de hybriden, d.w.z. wezens die samengesteld zijn uit dierlijke en menselijke elementen. Andere bekende hybriden zijn de zeemeermin, de sirene,  de sfinx, de sater, de harpij en de minotaur.

Evenals de sirene of de meermin is de centaur heel dikwijls verbonden met seksualiteit. Daarom ook vinden we hem op diverse afbeeldingen met een zeer groot geslachtsdeel.

Naast deze twee soorten kent men ook de bucentaur (onderlijf van een koe) en de ichtyocentaur (vissencentaur). Andere variaties zijn de afbeeldingen waarbij de centaur als voorste deel een mannelijke figuur is en waarbij alleen het achterlijf dat van een paard is. Soms is er ook sprake van vrouwelijke centauren, kentaurides genoemd. In het archeologisch museum van Pella, Macedonië (Griekenland) bevindt zich een Macedonische mozaïek uit de 4de eeuw BC met een voorstelling van een vrouwelijke centaur.

afb. 45: kentaurides of vrouwelijke centaur

afb. 44: Venus wordt gekroond door twee vrouwelijke centauren

Ook in de villa van Hadrianus nabij Tivoli is een mozïek uit 118 - 138 na Christus gevonden met een afbeelding van een veldslag van centauren.

Een centaur wordt meestal afgebeeld met als wapen de boog of de knuppel. Vooral dit laatste benadrukt nog het wilde element in zijn karakter. Dit wilde element in hun karakter komt  wellicht voort uit het verhaal van de roof van Hippodamia en de andere vrouwen van Lapithae door de centauren. Op haar huwelijksdag met koning Pirithous van de Lapithae werd ze ontvoerd. De strijd tussen de Lapithae en de centauren was een metafoor voor het conflict tussen beschaving en dierlijke lusten in de menselijke samenleving. Deze strijd was een geliefd onderwerp voor beeldhouwers en schilders. We vinden het terug op de metopen van Phidias (432 BC) van het parthenon in Athene -ook bekend als de Elgin marmers, op de westelijke façade van de tempel van Zeus in Olympia, in de beeldhouwwerken De slag van de centauren en de Lapithae van Michelangelo (Casa Buonarroti, Firenze) en De ontvoering van Deianira door de centaur Nessus van Giambologna (Louvre)  en in schilderijen van o.a Sebastiano Ricci uit 1705 en Sandro Botticelli.  Deianira - van het beeldhouwwerk van Gianbologna - komt uit een andere versie van de strijd van de centauren met onder meer Nessus, Hercules en Dexamenus. Een uitzondering op het wilde karakter is de centaur Chiron die bekend stond om zijn wijsheid. Zijn ouders waren de titaan Kronos en de oceanide Philyra. Kronos zou - om zijn vrouw Rhea te bedriegen - de gestalte van een hengst hebben aangenomen en zo werd Chiron als centaur geboren.  Hij vertegenwoordigde zowat alle positieve gaven die een man moet hebben: hij was een beroemd fysicus, en een zeer goed jager, een medicus en begaafd in muziek en voorspellingen. Hij was de leraar en opvoeder van verschillende Griekse helden zoals Aesculapius, Jason, Peleus, Theseus, Hercules, Achilles en Actaeon. Als Chiron stierf door toedoen van Hercules, gaf Zeus de onsterfelijkheid van Chiron aan Prometheus en Chiron zelf werd het eeuwige sterrenbeeld Sagittarius (boogschutter).

afb. 47: Lapith en de centaur - metoop van het Parthenon, Athene

In de Physiologus worden de centauren en de sirenen in hetzelfde hoofdstuk genoemd, waarschijnlijk omwille van de gelijkheid in hun half-mens, half-dier verschijning. De vergelijking wordt doorgetrokken dat ieder "mens innerlijk verdeeld is, ongestadig op al zijn wegen ... In de kerk zijn het mensen, maar wanneer zij zich van de kerk hebben losgemaakt, verwilderen ze. Zulke mensen nemen het uiterlijk van sirenen en centauren aan."

Volgens Ovidius in zijn Metamorphosen zijn de centauren zonen van Ixion en Nephele - een wolk die door toedoen van Zeus de gedaante van de godin Hera had aangenomen. Daarom worden ze ook wel "wolkenzonen" genoemd. Volgens een andere bron zijn het de kinderen van ene Centaurus die paarde met de Magnesische merries. Volgens de enen is deze Centaurus de zoon van Ixion en Nephele. Volgens anderen van Apollo en Stilbe, de dochter van de riviergod Peneus. In deze laatste versie was hij de tweelingbroer van Lapithus. Ook bij Ovidius is er sprake van een vrouwelijke centaur, nl. Hylonome die zelfmoord pleegde als haar minnaar Cyllarus werd gedood in de strijd met de Lapithen.

Isidorus van Sevilla noemt in zijn Etymologies de centaur een fabelachtig dier half man, half paard dat zijn oorsprong waarschijnlijk had in de ruiters van Thessalia die ongelooflijk één waren met hun paarden. We kunnen ons goed voorstellen dat de Grieken - die zelf geen ruiters kenden - voor het eerst in contact kwamen met de ruitershorden van de nomadenstammen uit centraal-Azië hen beschouwden als half paard, half man. Volgens berichten van o.a. Bernal Diaz del Castillo heeft hetzelfde zich later voorgedaan toen de Azteken voor het eerst in contact kwamen met de Spaanse ruiterijtroepen in Mexico.  

Van de onocentaur(us) wordt gezegd dat het bovendeel (menselijke kant) rationeel is en het onderdeel (dierlijke kant) buitengewoon wild. Het dier staat als symbool voor mannelijke lust. Het wordt ook gebruikt als symbool voor de huichelaar die enerzijds goed spreekt maar tezelfdertijd kwaad doet. Bij Philippe de Thaon lezen we dat een man werkelijk een man is als hij oprecht is en een ezel als hij zich slecht gedraagt. Een duidelijke verwijzing naar de onocentaur.

In de middeleeuwen was de centaur de antithese van de ridder. In plaats van hun instincten te beheersen werden hun daden er door beheerst. Zij symboliseren de gewelddadige lust, overspel, brute kracht, wraakzucht, ketterij en de duivel. Zij staan voor de innerlijke strijd tussen goed en kwaad, matiging en overmaat, passie en fatsoen, vergevensgezindheid en vergelding, geloof en ongeloof, tussen god en het beest. Dat de middeleeuwers geloofden in het bestaan van de hybriden waaronder de centaur, blijkt uit hun theologische redeneringen. Zo stelde men in de middeleeuwen in verband met het doopsel dat een wezen dat geboren werd uit een man en een dier wel mocht worden gedoopt omdat het een menselijk wezen was. Het wezen dat geboren werd uit het contact van een vrouw en een dier daarentegen mocht niet worden gedoopt. Het was het zaad dat bepaalde of de nakomeling al dan niet een menselijk wezen was. Het is een theologische theorie die teruggaat op deze van Aristoteles. Maar in andere middeleeuwse geschriften stond de centaur als symbool voor Christus. Men duidde hiermee aan dat Christus eveneens twee naturen in zich had, nl. een goddelijke en een menselijke natuur.

Lucretius (1ste eeuw BC) twijfelde in zijn filosofisch werk Over de natuur van de dingen aan het bestaan van de centaur. Hij baseerde zich hiervoor op het verschil in opgroeien en stelde dat als het paard volwassen was het menselijk deel nog maar drie jaar oud zou zijn, waardoor het bestaan ervan onmogelijk zou zijn. Aelian schrijft het volgende in zijn Over de karakteristieken van de dieren: "Er is een zeker schepsel dat ze de Onokentaura noemen, en iedereen die er ooit één heeft gezien zal er nooit aan twijfelen dat het ras van de Kentauroi heeft bestaan ... Maar dit schepsel waarover ik hier wil spreken, heb ik als volgt horen beschrijven. Zijn hoofd is als dat van een man, maar zijn borsten zijn gezwollen en steken uit op zijn bovenlijf; zijn schouders, armen en voorarmen, en ook zijn handen en zijn bovenlijfl zijn die van een man. Maar zijn ruggengraat, ribben, buik en achterpoten lijken heel erg op die van een ezel; evenals de kleur die deze is van asse, alhoewel het onder de flanken naar wit toegaat. De handen van dit schepsel hebben een dubbel doel, want als het op snelheid aankomt, lopen zij voor de achterpoten en het kan zo vlug lopen als andere viervoeters. Maar, als het iets moet plukken of neerleggen of grijpen en vasthouden, worden de voorpoten handen; waarbij het niet meer loopt maar neerzit. Het schepsel heeft een gewelddadige natuur. Het zal in ieder geval nooit slaafs worden als het wordt gevangen en in zijn verlangen naar vrijheid weigert het alle voedsel en sterft van honger. Dit is ook de getuigenis gegeven door Pythagoras en bevestigt door Krates van Pergamon in Mysia.". 

afb. 49: centaur in "Der naturen bloeme" van Jacob van Maerlant

Jacob van Maerlant noemt de centaur in het hoofdstuk "Wonderbaarlijke volkeren" van Der naturen bloeme als hij zegt "Nu zult u zich afvragen of al deze mensen van onze voorvader Adam afstammen. Het antwoord hierop luidt nee, tenzij Adelinus gelijk heeft als hij schrijft dat centauren geboren worden uit de paring van mensen met dieren. De geleerden brengen hiertegen in dat dit meer dan eens mag zijn voorgekomen, maar dat zulke monsters niet lang in leven kunnen blijven". 

Sir John Mandeville (14de eeuw) in zijn Travels geeft aan dat de centaur - hier hippotaynes genoemd - mensen verslind als hij ze kan vangen. Het wezen leeft soms in het water en soms op het land. 

afb. 43: Pallas en de centaur - Sandro Botticelli

De (ono)centaur leefde nog na de middeleeuwen verder in de literatuur. Zo staat in Loves Martyr uit 1601 van Robert Chester het volgende fragment :

            The Onocentaur is a monstrous beast;

            Supposed halfe a man and halfe an asse,

            That never shuts his eyes in quiet rest,

            Till he his foes deare life hath round encompast,

            Such were the Centaures in their tyrannie,

            That liv'd by humane flesh and villanie.

afb. 42: fragment lintversiering met centaur - St. Pierre - Aulnay

In de middeleeuwen werd de boogschutter in de dierenriem meestal afgebeeld als een centaur. Op die manier verscheen hij in de versieringen van de portalen van de kerken. In die gevallen is het enkel uit te maken uit de context of het gaat om een fragment uit de dierenriem of om een mythisch fabelwezen. Ook op de Romaanse kapitelen vinden we de centaur terug als symbool van de te verwerpen Dyonisische levenshouding. Dit is onder meer het geval op een kapiteel van de abdij van Mozac in de Auvergne.

afb. 48: centaur op een kapiteel van de abdij Saint Pierre en Saint Caprais, Mozac, Auvergne

In de moderne tijd komt de centaur nog regelmatig voor in de fantastische literatuur. Samen met de eenhoorn is hij een van de fabeldieren die het meest wordt gebruikt. Zo vinden we hen terug in de werken van C. S. Lewis (The chronicles of Narnia) en van J. K. Rowling (Harry Potter - reeks). In de film vinden we de centaur eveneens terug. In Fantasia komen er vrouwelijke centauren voor tijdens de Pastorale symfonie. Ze worden echter geen kentaurides genoemd maar - allicht een moderne aanpassing - centaurettes. Ook in de filmversies van de werken van Lewis en Rowling vinden we de centaur terug.

afb. 46: centauren in het verboden bos in de Harry Potter-films

terug naar index