BEER

afb. 136: Beer likt zijn jongen in vorm - Bodleian Library, MS. Bodley 764, Folio 22v

In het Bodleian bestiarium wordt de beer als volgt beschreven: "De beer kreeg zijn Latijnse naam 'ursus' omdat hij zijn jongen vormde met zijn muil, van het Latijnse woord 'orsus'. Want er wordt gezegd dat de berin bevalt van vormloze hompen vlees, die door haar in de vorm worden gelikt. De tong van de berin vormt de jongen die zijn geboren. Maar dit is omdat ze zijn geboren voordat ze voldragen waren: de geboorte heeft plaats slechts dertig dagen na de bevruchting, en deze haastige vruchtbaarheid creŽert vormeloze jongen. De kop van de beer is zwak, en zijn grootste kracht ligt in zijn armen en zijn longen; daarom lopen ze dikwijls rechtop. Zij hebben bijzondere aandacht voor de helende krachten: als ze ernstig gewond zijn en overdekt met wonden, weten ze zichzelf te genezen door koningskruid (verbascum) op de gewonde plekken te leggen, waardoor ze geheeld worden van zodra het kruid de wonden raakt. Een zieke beer eet mieren. De beren in Numidia (een oud Berberkoninkrijk in Noord-Afrika) hebben langere haren dan alle andere beren. Overal waar men ze vindt, paren beren op dezelfde manier, niet zoals de andere viervoeters maar terwijl ze elkaar omhelzen zoals de mensen doen. De winter wakkert hun drift aan. De mannetjes respecteren de zwangere wijfjes, en als ze in dezelfde grot samenleven, slapen ze apart. De geboorte komt zeer vlug en de buik is van zijn last bevrijd na dertig dagen. Het gevolg van deze korte zwangerschap zijn vormloze schepsels. Ze baren kleine vormloze hoopjes vlees, wit van kleur en zonder ogen. Ze vormen hen door stilletjes te likken met hun tong terwijl ze hen warmen aan hun borst zodat de hitte van hun omhelzing hen tot leven brengt. Tijdens die periode eten ze geen voedsel, zeker niet tijdens de eerste veertien dagen. De mannetjes vallen in een zo diepe slaap dat ze zelfs niet ontwaken als ze worden gewond en de wijfjes blijven verborgen gedurende drie maanden na de geboorte. Als ze terug in het daglicht komen, vinden ze het licht zo fel dat men zou denken dat ze blind zijn geworden. Ze houden er van om bijenkorven aan te vallen omdat ze gek zijn op honingraten en verzot op het eten van honing. Als ze de appels (wortels ?) van de mandragora eten, sterven ze maar ze voorkomen dat dodelijk gevaar door mieren te verzwelgen waardoor ze terug gezond worden. Als ze stieren aanvallen, weten ze waar ze deze moeten verwonden, en ze concentreren zich op de hoorns en de neusgaten, omdat de neusgaten zeer zacht zijn en de verwekte pijn dan des te groter is. De beer staat voor de duivel, vernieler van de kuddes van Onze Heer. Hij staat ook voor de onrechtvaardige heersers; in het Boek der Koningen werden de jongens die Elisha plaagden, verslonden door twee beren die uit het woud kwamen; zij betekenen de twee Romeinse keizers, Vespasianus en Titus, die de Joden verslonden die onze Heiland uitdaagden en Hem kruisigden op Kalvarie. Ook staat er geschreven "De leeuw en de beer zullen komen en ze zullen de ram uit de kudde verwijderen" (1 SamuŽl 17:34)."

Na deze beschrijving weten we meteen wat we moeten verstaan onder onze uitdrukking "een ongelikte beer", nl. iemand zonder opvoeding of omgangsvormen. Of hoe de bestiaria nog steeds doorleven in ons huidig taalgebruik. Op het eerste gezicht lijkt bovenstaande beschrijving vreemd en zelfs een beetje komisch. Toch bevat ze - vooral bekeken in het perspectief van de wetenschappelijke kennis in de middeleeuwen - elementen die dicht bij de natuurkundige observatie liggen. Beren worden inderdaad blind geboren en de jongen blijven vijf weken volledig naakt (haarloos). Daarbij worden ze geboren in de nagenoeg ontoegankelijke holen waardoor observatie een bijna onmogelijke zaak was. In hedendaagse natuurwetenschappelijke werken wordt het constante likken van de welpen door de moeder nog steeds beschreven en het is dan niet zo moeilijk om de stap te zetten naar de theorie dat de jongen "in vorm" moesten worden gelikt.

De Griekse mythologie bracht de beer in verband met de godin van de maan en de jacht, Artemis (Diana bij de Romeinen). De beer kwam ook voor in hun mythologische sagen. Het bekendste is het verhaal van de nimf Callisto - een volgelinge van Artemis. Zeus werd op haar verliefd en verkrachtte haar. Maar Artemis eiste van haar volgelingen dat ze maagd waren, dus toen ze merkte dat Callisto zwanger was, verstootte ze haar. Callisto baarde een zoon Arcas. Maar ondertussen was ook Hera - de vrouw van Zeus - achter het overspel van haar man gekomen en uit wraak veranderde ze Callisto in een beer. Arcas werd een groot jager en op een dag kwam hij oog in oog te staan met zijn moeder. Hij doodde de beer. Om de schade te beperken plaatste Zeus moeder en zoon als de "grote beer" en de "kleine beer" aan de sterrenhemel. De meisjesnamen Ursula of Orsola zijn respectievelijk Latijn of Italiaans voor berin.

afb. 143: Sterrenbeelden "De grote en kleine beer" - uit "De ordine ac positione stellarium in signis" - Ms Ludwig XII, 5 - folio 149v - begin 13de eeuw 

In de Oudnoorse mythen was het oppergod Odin die soms in de gedaante van een beer werd voorgesteld. De krijgers van Odin werden "berserkers" genoemd. De term "berserker" is afkomstig van het Oudnoors berserkr (meervoud berserkir). Het betekent volgens bepaalde bronnen berenhemd, verwijzend naar het dragen van kledij uit berenpels gemaakt. Sommige berserkers droegen namen met bjŲrn erin als verwijzing naar de beer. In de Scandinavische landen is BjŲrn nog steeds een veel voorkomende jongensnaam. In de Edda (Gylfaginning, 9) lezen we het volgende: "Odin kon bewerken dat zijn vijanden in de slag blind, doof, of van angst vervuld werden, en dat hun wapens net zo scherp werden als bezems. Zijn mannen vochten zonder harnas en gedroegen zich als dolle honden of wolven, beten in hun schilden, waren sterk als beren of stieren. Ze doodden mensen, en vuur noch ijzer konden hen schaden. Zoiets wordt berserkerwoede genoemd.".

Zowel bij de Kelten als bij de Germanen was de beer een heilig dier. Bij de Kelten heerste de godin Artio over de wilde dieren en haar symbool was de beer. De legendarische koning Arthur of Artus ontleende zowel zijn naam als zijn embleem aan de beer als symbool van zijn kracht en vechtersmoed. Bij de Germanen hoorde de beer bij de god Thor. Omdat de beer in de lente uit zijn winterslaap ontwaakt, werd hij in beide culturen in verband gebracht met de maan, met ouderdom, dood en nieuw leven maar ook met sterven en opstanding uit de doden. Bij de opkomst van het christendom ging men de beer - die een heilig symbool was in de heidense wereld - verbinden met het kwaad. Hij werd dan het symbool van sadisme, hebzucht en zinnelijkheid. Zo ontstonden talrijke christelijke legenden van heiligen die een beer wisten te temmen - symbool voor het overwinnen of bedwingen van het kwade. Om er enkele te noemen: Corbinianus van Freising, Gallus van St. Gallen, Ghislain van St. Ghislain, Humbert van Maroilles, Jacobus van Tarantaise, Maximinus van Trier en Vaast van Arras. 

afb. 139: De heilige Corbinianus samen met de beer die zijn bagage moet dragen nadat de beer het lastpaard heeft gedood

Uit het Oude Testament kennen we het gevecht van de jonge David met een beer als onderdeel van het gevecht met Goliath (Het eerste boek SamuŽl (17:34-36)): "Toen uw dienaar (David) de schapen van zijn vader hoedde, kwam er soms een leeuw of een beer, die een schaap uit de kudde roofde; dan ging ik achter het dier aan , sloeg het neer en redde het schaap uit zijn muil. En viel het dier mij aan, dan greep ik het bij zijn baard en sloeg het dood. Leeuwen en beren heeft uw dienaar neergeslagen.". Zo staat de beer als symbool van het kwade dat moet worden verslagen.

Volgens Plinius was de adem van de beer pestilent: geen enkel wild dier zou iets aanraken waarop de beer had geademd en deze voorwerpen kenden een snel rottingsproces. Beren zouden zichzelf kunnen genezen als ze gewond waren door wapens of slagen. Ze stellen hun wonden bloot aan het kruid "koningskaars" dat in het Grieks "flomus" wordt genoemd en ze genezen alleen al door de aanraking ervan.

In China staat de beer - zoals in de meeste culturen en landen - symbool voor mannelijke kracht. Dromen over een beer zou betekenen dat kortelings een zoon wordt geboren. Maar in de Chinese sprookjes speelt de beer een vergelijkbare rol met de wolf in onze westerse sprookjes.

In de middeleeuwse kunst wordt de beer afgebeeld in de strijd tussen deugden en ondeugden: de toorn rijdt op een beer en wordt overwonnen door het geduld. Omdat de beer zo'n belangrijke rol had gespeeld in de heidense culturen van de Germanen en de Kelten was het voor het opkomende christendom moeilijk om de beer een plaats te geven in hun symboliek. De gebreidelde beer - een beer met een muilband - was symbool voor de overwinning van het christendom op het heidendom. Zo vinden we in de Noorse nederzettingen van Noord-Engeland verhoogde graven - de zgn. "hogback" - uit de tiende eeuw. Ze zien er uit als het dak van een langhuis en op sommigen staat een gemuilkorfde beer afgebeeld.

afb. 141: Gemuilkorfde beren op "hogback"-graven - verzameling in de kerk van Brompton, North Yorkshire

In de middeleeuwen was het een sport (?) om een beer te laten dansen of hem te laten opjagen door honden terwijl hij aan een paal was vastgebonden. Het lijkt een gruwelijke praktijk maar moet gezien worden als een symbolisch gebaar van de suprematie van de mens op het hoogste animale geweld dat in die tijd bekend was. Daar staat dan weer tegenover dat vele aristocratische geslachten de beer in hun familiewapen opnamen, juist omwille van zijn kracht en de symbolische waarde van zijn titel "koning der dieren". In het dierenepos staat de kracht van Bruin de beer tegenover boerensluwheid van Reinaert, de vos. De beer - in verbinding met zijn voorliefde voor honing - wordt door het christendom gebruikt als symbool voor de vleselijke lust en de wellust. De middeleeuwse theoloog en filosoof Bonaventure (1221 - 1274) bevestigde dat de beer symbool staat voor het vlees omdat hij naar de honing verlangt zoals de zondaar de seksuele driften. De kerkvader Augustinus was de beer de afspiegeling van de duivel die de zielen verslindt. Rhabanus Maurus schreef: "de beer staat voor de duivel die zich tegoed doet aan de kudden van God". 

De beer staat symbool voor verschillende Europese steden: Bern, Berlijn en Madrid om er maar enkele te noemen. In de Slavische talen - waaronder het Russisch - betekent "medved" beer en is de naam Medvedev - zoals de van 2008 tot 2012 president van Rusland zijnde Dmitri Medvedev ! - veel voorkomend. Tevens is een Russische beer de nationale verpersoonlijking van Rusland - en vroeger van de Sovjet Unie. De bruine beer is het nationale symbool voor zowel Duitsland als Finland. In de Verenigde Staten is de zwarte beer het nationale dier van Louisiana, New Mexico en West Virginia. De grizzlybeer is het nationale dier van de staten Montana en CaliforniŽ.

afb. 137: Een beer die van een moerbeiboom eet - het symbool van de stad Madrid

Ook Brugge is verbonden met de beer. Het Brugse beertje is een begrip en op verschillende plaatsen in de stad komen we er afbeeldingen van tegen. Soms wordt de beer ook "de oudste inwoner van Brugge" genoemd. Dit gaat terug op de legende van Boudewijn van Vlaanderen en Judith. Boudewijn - de grondlegger van het graafschap Vlaanderen - schaakte rond Kerstmis 861 in Senlis Judith, de koningsdochter van West-FranciŽ. Haar vader Karel de Kale verzette zich tegen het huwelijk, het paar vluchtte naar het noorden maar Karel de Kale liet hen excommuniceren. Als Boudewijn met Judith in de streek van Brugge kwam, werd het paar in het woud aangevallen door een enorme witte beer (een bruine beer die onder de sneeuw zat of een albino ?) en deze werd in de streek "de oudste inwoner van Brugge" genoemd. Boudewijn ging de strijd aan met de beer en als de beer op zijn achterste poten tegen een boom ging staan om beter te kunnen aanvallen, spietste Boudewijn hem met zijn lans aan de boom. Hij toonde zich hiermee zijn bijnaam "Boudewijn met de ijzeren arm" waardig. Volgens de legende zou de stad Brugge aan Boudewijn een gebeeldhouwde, rechtopstaande beer hebben geschonken bij zijn aanstelling als nieuwe leenheer maar  geen enkele van de nu nog bestaande beelden kan hiermee in verband worden gebracht.

afb. 138: beeldje van een rechtopstaande, schilddragende beer aan de Poortersloge (Jan van Eyckplein) te Brugge

De benaming "teddybeer" wordt in verband gebracht met de Amerikaanse president Theodore "Teddy" Roosevelt die verzot was op berenjacht. In 1902 - hij was toen 44 jaar - dachten vrienden van de president om hem een plezier te doen door een oude beer vast te binden aan een boom. De president weigerde echter om zo een jachttrofee te behalen. De uitbater van een speelgoedwinkel - Morris Michton - zou daarop aan de president hebben gevraagd om - uit bewondering voor diens optreden - zijn speelgoedberen "teddy" te noemen. De president zou zijn toestemming hebben gegeven en zou was de teddybeer geboren.

Vooral in kinderliteratuur en in sprookjes komt de beer als positief personage voor. De bekendste zijn het Engelse folkloristische sprookje "Goudlokje en de drie beren" en natuurlijk "Winnie de Pooh" van de Engelse schrijver A.A. Milne.

afb. 142: Winnie de Pooh - een bekende figuur uit een kinderverhaal

In De hobbit van Tolkien komt een man voor die Beorn heet omdat hij zich kan omvormen in een beer - een eigenschap die ook de oude Keltische en Germaanse sjamanen bezaten. En uit het Jungleboek van Kipling kennen we Baloo de beer die de leraar was van Mowgli. Onvergetelijk uit onze jeugd zijn de drie beren uit het sprookje Goudlokje en natuurlijk ook het beertje Paddington - nu nog steeds erg populair in Groot BrittaniŽ.

Terug naar index