Geografie
Zambia (officieel : Republic of Zambia, naam afkomstig van de Zambesi-rivier) is een republiek in zuidelijk Centraal-Afrika. De totale oppervlakte van het land bedraagt 752.614 km2 (25 x België).
Zambia is volledig omringd door andere landen en grenst in het noorden en het noordoosten aan de Democratische Republiek Congo ( 1930 kilometer), in het noordwesten aan Tanzania ( 338 km), in het oosten aan Malawi ( 837 km), in het zuidoosten aan Mozambique ( 419 km) en Zimbabwe ( 797 km), in het zuidwesten aan Namibië ( 233 km) en in het westen aan Angola ( 1110 km).
Zambia ligt op een plateau van 1000-1500 m boven de zeespiegel, zodat het er nooit extreem heet en vochtig is. Zambia telt drie seizoenen;
- mei-augustus : droog en warm
- september - oktober : droog en heet
- november - april : regenseizoen.
De hoofdstad is Lusaka, en het land is opgedeeld in 9 provincies; Central, Copperbelt, Eastern, Luapula, Lusaka, Northern, North-Western, Southern en Western.Het land is sinds 24 oktober onafhankelijk van Engeland.
De president heeft uitvoerende macht, wordt gekozen voor een periode van 5 jaar en is éénmaal herkiesbaar. Ook bepaalt de grondwet dat beide ouders van een presidentskandidaat van Zambiaanse afkomst dienen te zijn. President Levy Mwanawasa, kwam in december 2001 aan de macht en leidt een minderheidsregering.
>Top
Onderwijs
Lager onderwijs is niet gratis in Zambia. Voor een doorsnee gezin kunnen de kosten (boeken, uniform, schoolgeld) oplopen tot 20% van het inkomen. Hoewel het principe van 'cost-sharing' beoogt bij te dragen aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs wordt dit doel niet bereikt en leidt zelfs tot een toename van het aantal uitvallers. Op basis van de volkstelling van 2000 blijkt het gemiddelde van het aantal kinderen dat het lager onderwijs afmaakt nationaal op 65,5% te liggen.
Voor het middelbaar onderwijs ligt dat percentage op 42%. De verhouding leerlingen-leraar ligt voor het lager onderwijs op 39:1 en voor het middelbaar onderwijs op 46:1. Ook de beschikbaarheid van leermiddelen is een groot probleem. Op de lagere scholen is het niet ongewoon dat 5 kinderen samen met 1 leerboek moeten doen. De infrastructuur is zowel kwalitatief als kwantitatief onvoldoende. Er zijn onvoldoende gekwalificeerde onderwijzers beschikbaar en de effecten van de HIV/AIDS epidemie verslechteren die situatie dramatisch. Ook het aantal kinderen dat de ouders verliest als gevolg van HIV/AIDS neemt explosief toe waarmee de voortzetting van hun opleiding niet te financieren blijkt voor de families die deze kinderen opvangen. Er is nog geen sprake van een duidelijke verbetering, wel van een vertraging van de verslechtering. Voor middelbaar en hoger onderwijs is de situatie eveneens zorgelijk.

foto: Pater Daniël geeft onderricht aan weeskinderen in Lusaka.
De verantwoordelijke man die zich bisschop noemt maar ook rabi en vader is van veertien kinderen,
zorgt voor vijfhonderd weeskinderen plus nog eens vijfhonderd straatkinderen.
Gezondheidszorg
Sinds begin jaren negentig probeert de overheid gezondheidshervormingen door te voeren gericht op basis gezondheidszorg (eerstelijns ziekenhuis en lager) inclusief een decentralisatie van management en (financiële) middelen naar de service niveaus (districten / ziekenhuizen / trainingsinstituten etc.). Het overheidsbeleid en planning zijn redelijk goed te noemen, de uitvoering is echter wisselend. Positieve ontwikkelingen op districtsniveau (inclusief eerstelijns ziekenhuis), een verbeterde planning en redelijk transparant gebruik van de beperkte financiële middelen, worden afgewisseld met negatieve op centraal niveau wat betreft aanbestedingen, en in het algemeen trage voortgang van decentralisatie van management & (financiële) middelen. Er is een chronisch tekort aan professionele staf, wat verergerd is door HIV/AIDS. De HIV/AIDS epidemie heeft, met name op deze sector een enorm negatief effect, bijv zo'n 60% van de ziekenhuispatiënten lijdt aan HIV/AIDS gerelateerde aandoeningen.

foto: deze diagrammen tonen de verdeling van de 5 meest voorkomende ziektes in Zambia.

Aids
HIV/AIDS en malaria is een nationale crisis en heeft een verwoestend effect op ontwikkelingsprocessen in alle sectoren. De HIV prevalentie onder de bevolking van 15-45 jaar is 20%!De gemiddelde levensduur in Zambia is 32 jaar. Verwacht wordt dat de gemiddelde levensverwachting door de sterfte aan HIV/AIDS en malaria nog verder zal dalen. Men schat dat er in 2015 bijna 1 miljoen weeskinderen zullen zijn...
>Top
Economie
Zambia heeft steeds haar inkomsten gehaald uit de koperindustrie, dewelke 70 procent vertegenwoordigt van de nationale export.. Door de daling van de koperprijzen zijn de inkomsten spectaculair gedaald, en de groeiverwachtingen zijn ook voor de toekomst negatief. Het overgrote gedeelte van de werkende bevolking is aktief in de landbouw waar men tabak, katoen, rietsuiker, cassave (tapioca); rundvee, geiten, varkens, pluimvee, melk, eieren en koffie als belangrijkste elementen aantreft.
De export-industrie legt zich vooral toe op koper, kobalt, electriciteit en tabak met als belangrijkste handelspartners het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Zwitserland, Malawi, Japan, Saoudi Arabië, India en Thailand.
De import richt zich vooral op aardolieproducten, metalen, machines en transportmiddelen. Zowat de helft van alle import komt uit Zuid-Afrika, mmar ook van Saoudi Arabië , Zimbabwe , Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
De buitenlandse schuld bedroeg in 2001 ruim 5,8 miljard US$.
Als nationale munt heeft men de Zambiaanse Kwacha (ZMK). Er heerst een enorme inflatie. Voor 1 euro kreeg men in mei 2005 nog 5,817 ZMK.

>Top