INDIASE VERHALEN

(deze verhalen zijn uitgezonden in Q-radio's programma RAYA, zondag 19 juli 1998)


Twee kleine kikkertjes

Er waren eens twee kikkertjes in ernstige problemen geraakt: een grote dikke kikker en een heel klein jong kikkertje: sprongen al spelend per ongeluk in een grote ton met melk. Ze zwommen er uren lang in, hopend dat ze er weer uit konden komen, maar de zijkanten van de ton waren veel te steil en glibberig, zodat de dood welhaast zeker leek.
Toen de grote kikker uitgeput was verloor hij zijn moed. Waarom te blijven strijden tegen het onvermijdelijke? zei hij. "Ik kan niet langer zwemmen", zo kreunde hij. "Ga door! Ga door!", zei het kleine kikkertje, die nog steeds rondjes aan het zwemmen was in de ton. En zo ging het een tijdje door. Maar de grote kikker besloot dat het geen enkele zin had. "Broertje, we kunnen het beter opgeven", zuchtte hij. "Ik hou er mee op."

En nu was alleen het kleine kikkertje nog over. Die dacht bij zichzelf: hm, als ik het opgeef, ben ik dood, dus ik kan beter doorgaan met zwemmen. En nog eens twee uur gingen voorbij -- de kleine pootjes van het vastbesloten kleine kikkertje waren praktisch verdoofd van uitputting. Het leek alsof hij geen minuut langer meer door kon gaan. Maar toen dacht hij aan zijn dode vriendje, en herhaalde bij zichzelf: als ik het opgeef ben ik vlees voor iemands tafel, dus ga ik door tot ik sterf, als de door moet komen, maar ik zal niet ophouden met het te proberen, want waar er leven is, is er hoop!

Als in een trance door zijn vastbeslotenheid, ging het kleine kikkertje door, rond en rond en rond in de tond, en schepte kleine golfjes in de witte melk. Na een poosje, net toen hij zich totaal verdoofd voelde, en dacht dat hij wel zo ongeveer zou zinken, voelde hij opeens iets heel stevigs onder zijn pootjes. Tot zijn verbazing zag hij dat hij kon rusten op een klompje boter dat hij notabene gekarnd had door zijn onophoudelijke getrappel! En op die manier kon het succesvolle kikkertje uit de melkton springen naar de vrijheid.

Maya

Op een goede dag kwam er een leerling bij een heel vergevorderde Meester, waarschijnlijk zo ver gevorderd, dat die Meester niet eens echt fysiek meer aanwezig was op de aarde. Hoe dan ook, de leerling vraagt die Meester of Guru hem te onderwijzen in Maya: hij vraagt hem wat Maya betekent, en Maya betekent illusie, het feit dat we in een wereld leven die weliswaar wel echt lijkt, maar niet de echte werkelijkheid is. Enfin, de Guru zegt tegen de leerling: "nee joh, dat wil je echt niet weten, vraag alsjeblieft wat anders." Maar de leerling dringt aan, en uiteindelijk zegt de Guru: 'ok, maar haal me eerst even een glas water in dat huis daar verderop, dan zal ik je als je terugkomt leren wat Maya is.

De leerling vertrekt naar het huis verderop, en vraagt om een glas water. Binnengekomen, ontmoet hij een jonge vrouw waar hij op slag verliefd op wordt. Hij kan niet wegkomen, en blijft er langere tijd. Kort en goed: de twee trouwen uiteindelijk, en hij begint een zaak, die bloeiender en bloeiender wordt. Ze krjigen 1, en later 3 prachtige kinderen en zijn volmaakt gelukkig.

Met de zaak gaat het steeds beter, en de kinderen groeien op in een volmaakt gelukkig gezin. Op een goede dag, zo'n 15 jaar later, treft de man een ramp: zijn vrouw wordt ernstig ziek, en met zijn zaak gaat het opeens ook stukken slechter. Sterker nog, zijn vrouw sterft, en niet alleen dat: zijn oudste kind krijgt een ongeluk en sterft ook. Niet te geloven dat hem zulke persoonlijke rampen zo snel achter elkaar kunnen overkomen. Dan krijgt het middelste kind een infektie en wordt ook ziek en sterft, evenals de jongste. De man zit er moedeloos bij, en laat de zaak verder voor wat het is. Deze gaat failliet. Hoe kan iemand die zo gelukkig was zoveel rampspoed op hem af krijgen in zo'n korte tijd? Helemaal depressief loopt hij het dorp uit. Opeens ziet hij daar, na 17 jaar, de Guru van weleer. En die zegt tegen hem: "Jongen, wat bleef je lang weg, je zou een glas water voor me halen, kom snel, je bent wel een half uur weggeweest!"


De dhoti

In de diepten van de jungle in India woonde er eens een heilige meester met zijn discipelen. Deze groep mensen leidden een simpel natuurlijk leven, vrij van de zorgen van een onvervuld werelds leven. Ze leefden van de vruchten en wortels uit de jungle. Een discipel, Rama was hier gekomen om zijn luxueuse thuisomgeving te ontvluchten juist om een heel simpel leven te leiden. Op een dag zei hij echt tegen zijn meester: Geeerde Heer, ik merk dat ik mijn familie alleen maar verlaten heb om hier in een nog grotere familie terecht te komen. Ik moest vroeger thuis allerlei plichten vervullen, en hier moet ik hetzelfde doen. Thuis hielden we van elkaar, we aten, we maakten ons zorgen over voedsel en het huishouden, we droomden en sliepen, maar hier doe ik hetzelfde. Meester, ik heb genoeg van de materiele plichten hier. Ik wil weg en alle materialisme achter me laten en alleen leven in een tempel van contemplatie. 

De meester antwoorde met een waarschuwing: Zoon, je mag gaan, maar zorg er voor dat je niet in allerlei illusies terecht komt in het gezelschap van je eigen verkeerde gedachten. Alhoewel je het gezelschap van goede mensen wilt ontvluchten, zal het heel moeilijk zijn om weg te vluchten van je eigen rusteloze gedachten, die je op een dwaalspoor kunnen brengen.

Rama deed net of hij de waarschuwing niet hoorde en ging er van door, op zoek naar een eenzame plek. Die vond hij. Het enige wat hij bezat waren twee stukken lompen die als lendendoeken dienen, en een nap om water in te doen.

De eerste nacht ging in vrede voorbij, zelfs al werd hij dan ook in slaap gezongen door het gehuil van jakhalzen, coyotes en de tijgers van de jungle. Maar toen de ochtend kwam was Rama helemaal overstuur toen hij zg dat een klein muisje kleine gaatjes had gegeten in zijn reserve lendendoek. En dat zijn bedelnap notabene gestolen was door een nachtelijke bezoeker: een aap. Rama dacht bij zichzelf: Hemelse Vader, nu heb ik alles achter me gelaten voor u alleen en nu hebt u mijn bedelnap genomen en een muis langs gestuurd om aan mijn allerlaatste bezitting op aarde te knabbelen. 

Net op dat moment kwam er een dorpeling voorbij, die de heilige zag en hij bracht hem een groet. Wat scheelt u, vroeg de dorpeling bezorgd? En de Rama vertelde zijn verhaal.

De dorpeling nu, die Rama's probleem aanhoorde met de muis die zijn laatste bezitting, een lendendoek aan het opeten was, adviseerde hem er een kat op na te gaan houden, want die zou de muizen wel weg houden. Maar waar kan ik een kat vinden? Vroeg Rama. Dat is makkelijk, ik zal je morgen wel een kat brengen, antwoordde de dorpeling. En een andere vriendelijke dorpeling gaf Rama ook nog een nieuwe bedelnap. 

De volgende dag werden Rama's bezittingen vermeerderd met een Perzische kat. En dus was het probleem van de lendendoek opgelost, want de muizen wisten wel beter dan hun leven te wagen voor een klein beetje lompen. En elke dag ging Rama naar het dorp om melk te halen voor zijn kat. 

Er ging een jaar voorbij en de dorpelingen schonken graag de melk voor de heilige en zijn kat, totdat op een goede dag de hoofdman van het dorp tegen Rama zei: Rama, we hebben er eigenlijk genoeg van om je elke dag melk te schenken. "Maar hoe kan mijn kat dan in leven blijven? " vroeg Rama. "Waarom neem je geen koe?" antwoodde de hoofdman. "Hoe kom ik daar dan aan?" "Ik zal je er nu een geven", was het genereuze aanbod en Rama ging vol vreugde naar zijn rustieke thuis met een koe erbij. 

Inmiddels vormden Rama, zijn kat en de koe een gezellige familie. Er ging nog eens een jaar voorbij, en op het laatst raakte het geduld van de dorpelingen opnieuw op, toen de koe alsmaar in hun velden verscheen en daar schade aanrichtte.

En de dorpelingen adviseerden Rama om zijn eigen land te gaan nemen. We zullen je 25 hectare grond geven, zeiden de dorpelingen. Rama was helemaal in zijn sas. Nu had hij een kat, een koe, een stuk land, en hij bouwde er een hutje op. Het ging goed met Rama die de hele wereld en alle materiele zorgen daarin vaarwel wilde zeggen, en niets meer wilde bezitten! Elke dag kwamen kinderen uit het dorp hem helpen met het werk op de boerderij. Twee jaar lang zagen de dorpelingen dit aan. Tenslotte gingen ze naar Rama toe en zeiden: dit kan zo niet langer, onze kinderen kunnen niet elke dag voor jou werken. Maar, zei Rama, hoe kan ik dan mijn boerderij bestieren? De dorpelingen adviseerden hem toen een vrouw te nemen en zijn eigen kinderen voort te brengen. We zullen je een huwbare vrouw bezorgen! "Wat een briljant idee!" zei Rama.

Een maand later was Rama bijna gereed om te trouwen toen zijn Meester hem intuitief bezocht om hem te redden. En de Meester zei: ik dacht dat jij de ashram wilde verlaten om je te bevrijden van materiele plichten en nu zie ik dat je een kat hebt, een koe, een stuk land, een huis, en ik hoor dat je zelfs gaat trouwen. Wat is er toch met jou aan de hand?

Ach Meester, zei Rama, dat komt alles vanwege mijn lendendoek. Ik moest een kat nemen om die te beschermen, en nam een koe om de kat te voeden, en toen accepteerde ik het land om de koe te voeden, en nu heb ik het plan om te trouwen zodat ik kinderen kan krijgen om het land te bewerken alleen maar omdat de dorpelingen weigerden me nog langer hun kinderen te lenen.  

En daarop schoot Rama in de lach. Hij verliet de boerderij en keerde terug naar de ashram van zijn meester.


Er is een verhaal over een kerk in een van de zuidelijke staten van Amerika, waar alleen blanke mensen de dienst mochten bijwonen. Jim, die er de concierge was, en neger was, wilde niets liever dan zondagsochtends de dienst bijwonen. De predikant legde hem echter uit dat hij hem er graag bij zou willen hebben maar dat hij dan zijn baan kwijt zou raken.

Op een avond bad Jim heel verdrietig tot Jezus: Heer, waarom kan ik daar niet met de blanken naar de dienst? Na een poosje viel hij in slaap en werd hem een visioen gegund: Jezus Christus verscheen in een groot licht en glimlachte en zei: mijn zoon, vind het niet zo erg. Ik probeer zelf al twintig jaar die kerk binnen te komen en het is me nog niet gelukt!


Nog een prachtig verhaal uit India, ook een heel bekende trouwens, waarbij je je moet realiseren dat spiritualiteit in het Oosten in feite heel veel te maken heeft met het zelf God realiseren, alle yoga technieken bijvoorbeeld zijn in feite allemaa ldaarop gericht: op eigen ervaring van de werkelijkheid dus, niet op het aannemen van de waarheid van iemand anders. Enfin, op een goede dag komt er een discipel bij zijn Guru en zeg: Geeerde Meester: vertel me alstublieft hoe ik God kan ervaren.

Kom maar mee, zegt de Guru, ik zal het je laten zien.

Hij nam de discipel mee naar een meer en beiden gingen ze het meer in. Plotseling duwde de guru het hoofd van de discipel onder water. Na enkele ogenblikken liet hij hem weer gaan, en de discipel stond op boven het water en zeiL hemel, ik dacht dat ik dood ging, ik had bijna geen adem meer!

De Guru zei: tegen de tijd dat je verlangen zo groot is naar god als je verlangen naar adem was een minuutje geleden, tegen die tijd zal God zich zonder enig verder dralen aan je tonen.


Er was eens een tijgerin die een kudde geiten zag grazen, waar ze op toe sprong als prooi en terwijl ze dat deed, gaf ze geboorte aan een klein tijgertje maar ging zelf dood. Het kleine tijgertje groeide op in het gezelschap van de geitjes. De geitjes aten gras en het kleine tijgertje volgde hun voorbeeld. Ze blaten, en het kleine tijgertje volgde hun voorbeeld en blaatte ook. Langzaam werd het kleine tijgertje een grote tijger maar hij dacht dat hij een geit was. Toen er dan ook een andere tijger kwam die de geitjes als prooi zag, renden alle geitjes weg, de geit-tijger idem dito. De aanvallende tijger dacht bij zichzelf: wat is dit? Een tijger die bang vor mij is? Hij ging naar de blatende angstige tijger toe, en nam hem mee naar een meer. Kijk eens naar jezelf in het water, zei hij, je ziet dat je er net zo uit ziet als ik! Nou, hou op met blaten en ga vlees eten, je bent een tijger, geen geit! Kom met me mee naar het woud.

En op dezelfde manier laat een guru een mensenkind zien dat elk mensenkind meer is dan alleen maar een mens, een ziel van God die een tijdelijk lichaam heeft gekregen.

Een dag of twee geleden stond er trouwens een verhaal in de Volkskrant over een jongetje in Moskou dat door zijn ouders verlaten was, en bij een kennel wilde honden opgroeide. Hij was net zo agressief als de wilde honden toen de mensen hem uiteindelijk ontdekten en hem daar van daan wilden halen. Je vraagt je werkelijk af wie wij in wezen zijn, als je bedenkt dat we een worden met de omgeving waarin we opgroeien. Hoe belangrijk is het dan eigenlijk ook niet om je omgeving met zorg uit te kiezen!

Indien je belangstelling hebt voor deze spirituele cultuur en engels leest: klik hier voor boeken van Paramahansa Yogananda


TERUG NAAR DE INDEXPAGINA VAN DEZE NON-ASTRO SITE

TERUG NAAR DE ASTRO-SITE

 

(c) CHTA 1999