Astrobiografie van priester-dichter
GUIDO GEZELLE 1830-1899

Luister naar een prachtig voorgedragen gedicht van Guido Gezelle, voorgedragen door Hilde Lievens uit Brecht, speciaal opgenomen in juni 2006- KLIK HIER (Windows Media Player opent vanzelf)

 

-tekst biografie door Herman Keirsebilck, april - 2001-

Tijdens het tweede jaar van de E-mail cursus astrologie van het CHTA (Center for Humanistic & Transpersonal Astrology Oudewand 19, 7201 LJ Zutphen (Nl)), die ik volg bij mevr Joyce Hoen, DF Astrol S, werd gevraagd om een werkstuk te maken door middel van het lezen van een biografie van een bekend persoon en hierbij tevens de horoscoop van deze persoon te bespreken en na te gaan hoe bepaalde passages uit het leven van deze persoon astrologisch kunnen geduid worden. Het boek dat als uitgangspunt heeft gediend is:

"Mijnheer Gezelle, biografie van een priester-dichter" , geschreven door Michel Van Der Plas.

 

Guido Gezelle, geboren te Brugge, 51įN13' 3įE14' op 1/5/1830 om 12 u

KORTE SAMENVATTING EN LEVENSBESCHRIJVING.

Guido Gezelle werd geboren te Brugge op 1 mei 1830 als staatsburger van het zieltogend Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zijn vader Pieter-Jan was een tamelijk levenslustige man die vanuit zijn beroep als tuinier erg vertrouwd was met de natuur. Zijn moeder Monica Devriese was een boerendochter die eerder teruggetrokken en zeer godvruchtig van aard was. Het geboortehuis aan de Rolleweg te Brugge functioneert thans als Gezellemuseum. School gelopen te hebben in zijn geboortestad trok hij in 1846 naar Roeselare om er zijn middelbare studies te voltooien.

Toen hij twintig was, koos hij voor het groot seminarie te Brugge waar hij studeerde tot 1854. Nog voor zijn priesterwijding verhuisde hij weer naar het klein seminarie te Roeselare, waar hij als leraar aangesteld werd. In deze hem wel bekende kostschool leefde hij in een innige symbiose met zijn leerlingen, tussen wie de jonge priester zich voelde als de leider van een nieuwe jonge dichterschool. Al vlug ontloken daar ook zijn grote dichtersgaven. In 1858 verschenen zijn voor de Roeselaarse studenten geschreven bundels Kerkhofblommen en Vlaemsche Dichtoefeningen. De jonge leraar trachtte op een voor die tijd tamelijk onconventionele wijze een religieus (katholiek) en Vlaams idealisme te wekken bij zijn leerlingen (o.a. Hugo en Gustaaf Verriest, Eugeen van Oye), voor wie hij een merkwaardig oorspronkelijke nieuwe poŽzie schiep in een gewestelijke Westvlaamse schrijftaal: een spontaan en enthousiast ritmisch spel van woorden en beelden. In 1862 - hij is dan reeds overgeplaatst naar Brugge - wordt zijn derde bundel Gedichten, Gezangen en Gebeden gepubliceerd.

Terug in Brugge werd hij eerst mededirecteur van een Engels college (1860-61), daarna professor wijsbegeerte aan het Seminarium Anglo-Belgicum (1861-65). In 1865 werd hij kapelaan in de Sint-Walburgis parochie. De dichter zweeg nu, maar hij schreef verhalen, vooral in verband met geschiedenis en taalkunde, voor zijn tijdschrift "Rond den Heerd". Hij waagde zich ook aan politieke journalistiek, eerst in 't Jaer 30 (1864-70), later in 't Jaer 70 (1870-72). Deze bezigheid was er mee de oorzaak van dat zijn verblijf in Brugge uitdraaide op een volkomen fiasco.

Als kapelaan aangesteld in Kortrijk, kwam hij enigszins tot rust. In veel families en milieus van deze kleine provinciestad werd hij ontvangen als een welkome gast; hij maakte er vrienden voor wie hij heel wat gelegenheidsgedichten schreef. Ook schreef hij weer in de plaatselijke kranten en richtte Loquela op, een nieuw tijdschrift waarin taal- en volkskunde weer aan bod kwamen. Ook publiceerde hij een meesterlijke vertaling van Longfellows Hiawatha.

De dichter Gezelle ontwaakte opnieuw en produceerde tussen 1880-83 en vanaf 1890 tot aan zijn dood op 27 november 1899 twee bundels met prachtige natuurgedichten, diep religieuze overdenkingen en beschouwingen over leven, dood en eeuwigheid. In 1893 verscheen Tijdkrans en in 1897 Rijmsnoer. Postuum werden de nagelaten gedichten gepubliceerd in Laatste Verzen (1901).

Als men Gezelle leest wordt men steeds weer getroffen door het eigen geluid en het oorspronkelijk karakter van zijn toon en zijn visie. Al heeft de dichter de invloed van vele dichters in zich opgenomen en verwerkt, toch herkent men bij de eerste regels telkens Gezelle's vaste greep op rytme en rijm, het afwisselend woordpalet waarmee hij zijn onderwerpen schildert, zijn bijzondere opmerkingsgeest, die altijd weer dingen ontdekt waar anderen nauwelijks aandacht aan schenken.

Maar er is meer nodig om zo vruchtbaar te worden als hij is geweest. Gezelle zou nooit zoveel prachtige gedichten geschreven hebben als hij niet van jongsaf aan tot in zijn oude dag toe had geluisterd. Niet alleen geluisterd naar wat anderen hem leerden, maar ook geluisterd naar al de stille woorden die de geduldige opmerker verneemt in de wereld rondom hem. Deze innerlijke luisterbereidheid en ontvankelijkheid voor al het schone en het goede in de mensen en in de natuur wordt als het ware tastbaar in dat kleine gedichtje, boordevol van 'geluid', Als de ziele luistert... Het is steeds zo dat een innerlijke kracht hem schijnt te drijven, om in zijn gedichten een gesprek te voeren met datgene wat hij herkent als het wezen van de natuur.

ALS DE ZIELE LUISTERT (1859)

Als de ziele luistert

spreekt het al een taal dat leeft,

't lijzigste gefluister

ook een taal en teken heeft:

blaren van de bomen

kouten met malkaar gezwind,

baren in de stromen

klappen luide en welgezind,

wind en wee en wolken,

wegelen van Gods heiligen voet,

talen en vertolken

't diep gedoken Woord zo zoet...

als de ziele luistert!

------------------------------------------------------------------------

Toelichting

Kouten, klappen: spreken

Wee: weide

CHRONOLOGIE

Nu volgt een chronologisch overzicht van zijn leven. Hieruit blijkt dat Gezelle bijzonder veel aandacht had voor de natuur en de natuurelementen. Telkens probeer ik voor iedere periode de belangrijke transits te vermelden.

1830: geboren te Brugge op 1 mei (zijn ouders zijn Pieter Jan Gezelle en Monica Devrieze).

1846: Leerling aan het Kleinseminarie te Roeselare. Op 4/3/1946 passeert Saturnus de Descendant en staat bijgevolg opposiet de Ascendant. Hij wordt nu intern in Roeselare, een belangrijke verandering in zijn leven.

1850: Studie aan het Grootseminarie te Brugge. Saturnus staat conjunct Pluto op 15 maart 1850. Zijn leven neemt een totaal andere wending, nu hij voor priester gaat studeren.Tevens staat Saturnus anderhalfvierkant de Ascendant. Vele contacten met vroegere vrienden vallen weg. Het wordt een moeilijke periode, temeer daar zijn ouders het moeilijk hebben om zijn studies te betalen.

1854: Leraar aan het klein-seminarie te Roeselare benoemd en priester gewijd op 10 juni. In 1857 wordt hij leraar van de poŽsis-klas. Saturnus staat vierkant de Maan. In deze periode voelt hij zich erg eenzaam en komt vrij veel in conflict met zijn mede-priester-leraars.Uranus staat vierkant Uranus, een periode waarin hij op eigen benen begint te staan. Hij start immers met les geven. Dan staat Uranus ook conjunct het MC. Verandering op gebied van werk.Rond de periode dat hij priester gewijd wordt, staat Saturnus sextiel Saturnus en Jupiter conjunct Neptunus.

1858: Kerkhofblommen en Dichtoefeningen. Kenmerkend in deze twee bundels is het oorspronkelijk nieuwe geluid, een wonder van frisheid en van verfijnde zintuiglijke waarneming, een uiterst gevoelige taal, een echte breuk in de heersende retoriek. In februari staat Saturnus opposiet Neptunus. Het is de periode dat hij zijn innerlijke zelf afsluit van de buitenwereld en probeert zijn gedachten te verwoorden in gedichten. Tevens staat Jupiter conjunct het MC.

1860: Overplaatsing naar Brugge. Saturnus komt dit jaar twee maal over de ascendant.De eerste Saturnuscyclus is over en er begint een totaal nieuwe start in Brugge, waar hij zich nu waagt aan journalistiek. Zijn venijnige pen maakt vele politieke tegenstanders tot zijn vijanden.

1862: Gedichten, Gezangen, Gebeden. Daarna zwijgt de dichter tot 1877. Tijdens deze periode staat Pluto conjunct het MC, mogelijks de verklaring waarom de dichter ineens niets meer van zich laat horen.

1865: Onderpastoor van Sint-Walburga. Tijdschrift Rond den Heerd. Neptunus conjunct Pluto radix.

1872: Te Kortrijk aangesteld als onderpastoor in de O.-L.-Vrouw-parochie. Pluto conjunct Mercurius in 10, Saturnus conjunct Jupiter in 5.

1880: Liederen, Eergedichten et Reliqua. Hij sticht het tijdschrift Loquela. Vertaling van The Song of Hiawatha. Jupiter conjunct cusp 9, Saturnus in 9 (publicaties)

1893: Tijdkrans. Saturnus in 3 (conj cusp 3)

1897: Rijmsnoer.

1899: Hij wordt weer overgeplaatst naar Brugge waar hij sterft op 27 november.Op 26 november staat Jupiter vierkant Venus. De progr. Zon en de progr. MC (bijna) staan oppositie Jupiter Misschien de vreugde binnen in hem om tot zijn Heer te gaan?

1901: Laatste Verzen. Progr. MC praktisch exact oppositie Jupiter

ASTROLOGISCHE BENADERING.

A. Zon in Stier in 9, conjunct het MC, met heer Venus in 8.

De Zon conjunct het MC betekent dat hij zich onmiddellijk aan de buitenwereld toont. In het teken Stier komt hij over als een praktisch en betrouwbaar persoon, eerder wat conservatief, koppig en traditioneel.

B. De Maan in Leeuw in 1

Guido moet wel een sterke band gehad hebben met zijn moeder. De bevalling verliep alleszins heel moeilijk, wat mogelijks de sterke band kan verklaren.

Moeder zelf was een melancholische, depressieve, vreugdeloze vrouw, in zichzelf gekeerd, die dus wel nood had aan aandacht en zorgen van haar omgeving, meer bepaald haar kinderen.

C Ascendant Leeuw

Een warmhartig en gul persoon, die een sterke uitstraling heeft bij zijn medemens, versterkt door zijn Zon conjunct het MC.

D Dominante factoren

Ascendant in Leeuw, vierkant Mercurius in Stier in 10.

Zijn hele leven is erop gericht naar buiten te komen als een waardig, grootmoedig persoon (Asc Leeuw) die zich via taal (gedichten) kenbaar en voelbaar maakt (Merc in 10).

E Meest exacte aspect: Uranus conjunct Mars in 6, opposiet Saturnus in 12

Zijn drang naar vrijheid (Uranus) wordt sterk beperkt door Saturnus in 12, evenals zijn sterke algemene energie.

Dit ondervond Gezelle in het feit dat hij als priester steeds afhankelijk en onderdanig bleef aan de kerkelijke hiŽrarchie, meer bepaald de bisschop, wiens wil wet was en waartegen Gezelle zich nooit heef verzet. Alhoewel hij ervan droomde om als missionaris naar Engeland te trekken, bleef hij door toedoen van de bisschop steeds in BelgiŽ werken.

F. Elementen en Kruizen.

Met een overwicht aan Aardeelementen, blijkt hij een nuchter, zakelijk persoon, die met beide voeten op de grond staat.

Met vooral vaste tekens, begrijpen wij zijn conservatieve, standvastige , niet loslaten karakter

G Stellium.

In Stier, met ZON, MERCURIUS en HET MC.

Misschien wat traag (Stier) van aanpak, blijkt in zijn dagelijks leven (10) de communicatie (Mercurius) een hoofdrol te spelen, bij deze persoon met sterke uitstraling (Zon op het MC).

H Doorverbonden aspecten

- T-Vierkant in vaste tekens: Saturnus opposiet Uranus, vierkant de Zon.

Dit benadrukt nogmaals het vaste, conservatieve in zijn karakter en ondersteunt eens te meer de conflictsituatie tussen Uranus, conjunct Mars, opposiet Saturnus.

Halve vlieger: Saturnus opposiet Uranus, sextiel Pluto, driehoek Saturnus.

I Maansknopen en hun heerser

Zuidknoop in Vissen in 7 met Neptunus als heerser in 5.

Noordknoop in Maagd in 1 met Mercurius als heerser in 10.

Via dienstbaarheid (Maagd in 1) gehoorzaamheid aan oversten, doch door gebruik van communicatie (Mercurius in 10), taal, schrijven, gedichten, moet hij zijn te volgen weg afleggen.

 

 

index