Triangel

De triangel is een 1 cm dikke metalen staaf die gebogen is in de vorm van een gelijkzijdige driehoek. En hoek is open zodat de staaf over zijn ganse lengte kan trillen. De triangel hangt meestal aan een draad of polsriempje om vrij te kunnen trillen en wordt aangeslagen met een 15 cm lang stalen staafje. Hij heeft geen vaste toonhoogte, meestal worden er triangels van verschillende afmetingen gebruikt. Het aanslaan gebeurt op de onderzijde, terwijl trillers in een van de dichte hoeken worden geproduceerd door het staafje snel heen en weer te bewegen. Hij geeft een helder geluid en ondanks het geringe volume van het instrument is het geluid boven een heel orkest goed te horen.

De triangel werd in de Middeleeuwen in de dansmuziek gebruikt, in de 18de eeuw kreeg de triangel zijn plaats in de orkesten.

Familie:

Slaginstrumenten.

Naam bespeler:

Percussionist(e) of triangel-speler.

Toonomvang:

Niet van toepassing.

Materiaal:

Metaal.

Grootte:

Variabel. Elke zijde van de triangel is 10 30 cm lang..

Afkomst

De triangel ontwikkelde zich in de Middeleeuwen vanuit een metalen rammelaar, de sistrum, een instrument uit het oude Egypte. De sistrum had rinkelende metalen schijfjes bevestigd aan de staaf in de vorm van een omgekeerde U. Bij de triangel zijn deze schijfjes verdwenen en in plaats van te rammelen met het instrument wordt hij aangeslagen met een rechte metalen staaf.

Classificatie:

Behoort tot de groep idiofonen ( dit zijn instrumenten waarbij het geluid wordt voortgebracht door het materiaal waarvan het instrument is gemaakt, zonder het gebruik van snaren of gespannen huid.

  Terug menu muziekinstrumenten Home