4.  HET SLAGWERK

Slaginstrumenten: een zeer grote groep van instrumenten, meestal aangeduid als het slagwerk.

De instrumenten van de slagwerk-sectie van het moderne orkest bestaan uit twee basistypen.

  • Instrumenten die in een bepaalde toonhoogte zijn gestemd zoals de pauk en de xylofoon.

  • Instrumenten met een onbepaalde toonhoogte zoals de triangel, de grote trom en de tamboerijn.

Op gestemde instrumenten kunnen melodieën worden gespeeld.

We kunnen de slaginstrumenten ook onderscheiden in membranofonen en idiofonen.

 Membranofonen:

Zijn instrumenten waarbij de klank wordt voortgebracht door de trilling van een gespannen vel. “Membraan” betekent vel en “foné” betekent klank. De belangrijkste groep instrumenten waar een vel de klankbron is zijn de trommen.

Op trommen is het meestal niet mogelijk een gestemde toon te spelen. Het is ook niet nodig want trommen zijn er vooral voor het ritme in de muziek. Trommen zijn vaak aan beide zijden bespannen met een vel. Trommen worden bespeeld me de handen, vingers of stokken.

Sedert de 18de eeuw zijn trommen ook in Westerse orkesten opgenomen.

 Tegenwoordig zijn ze over de gehele wereld populair en worden gemaakt in verschillende stijlen en vormen. Ook allerlei materialen worden gebruikt: hout, metaal, aardewerk en kunststof. Er zijn éénvellige- en dubbelvellige trommen.

 Een aantal veel voorkomende trommen zijn: 

  • kleine trom / snaredrum

  • grote trom / bassdrum

  • tom-toms

  • pauken (Europa)

  • conga’s (Latijns-Amerika)

  • bongo’s (Latijns-Amerika)

  • timbales (Latijns-Amerika)

  • tamboerijn (Europa)

  • bodhran (Ierland)

  • djembé (Afrika)

  • tabla (Pakistan)

 Trommelvellen zijn oorspronkelijk van dierenhuid, maar dit materiaal is erg gevoelig voor veranderingen van de luchtvochtigheid. Daarom worden tegenwoordig kunststoffen (plastic) toegepast.

Trommelstokken beïnvloeden de klank van de trommel: volume, toon en inzet. Hoe harder de stok des te hoger het volume. Een dunne stok met een harde kop benadrukt de hogere tonen en geeft een heldere, felle klank. Een stok met zachte kop benadrukt daarentegen de lage tonen en geeft een gedempt geluid.Harde stokken geven een scherpe, duidelijk gedefinieerde inzet. Bij zachte stokken, die een groter contactvlak hebben is de inzet minder duidelijk.

Het muziekschrift voor drum is niet zoals het muziekschrift van de piano. Het bestaat uit lijnen, stippen, en kruisjes. Er bestaan ook verschillende slagen, de enkele slagroffel, de dubbele slagroffel, de press roffel, de flam en de drag, de ruff, de paradiddle. Om te leren drummen, is een basiskennis van notenleer vereist. Gewoonlijk begint een beginnende drummer enkel met de snare trom te bespelen. Later komen de andere elementen van het drumstel erbij. Dit vergt wel erg veel oefening, en dit soms tot ergernis van de medebewoners in huis.

 
Idiofonen:

Zijn instrumenten waarbij de klank wordt voortgebracht door het materiaal waarvan het instrument zelf is gemaakt, zonder het gebruik van snaren of gespannen huid. Ze worden ook wel zelfklinkers genoemd: “Idio” betekent zelf en “foné” betekent klank. Het zijn dus instrumenten die gemaakt zijn van materiaal dat van nature klankrijk is.

Idiofonen zonder vaste toonhoogte:

  • bekkens

  • tamtam

  • gong

  • triangel

  • bellen

  • castagnetten

  • ratel

Idiofonen met vaste toonhoogte:

  • klokken

  • klokkenspel

  • celesta

  • xylofoon

 Idiofonen worden ook gerangschikt volgens de manier waarop ze hun geluid voortbrengen. De meest voorkomende vindt je hieronder. 

  • Stampen: instrumenten waarbij het geluid wordt voortgebracht door op de grond of op een ander hard oppervlak te stampen: b.v.stokken en tapschoenen.

  • Schudden: instrumenten waarbij het geluid wordt geproduceerd door schudden: b.v. rammelaars(maracas, cabaza, shaker), (slede)bellen, schellenboom.

  • Wrijven: instrumenten waarbij het geluid wordt geproduceerd door wrijving: een vochtige vinger(langs een glasrand), een doek of stuk touw, een stok of een strijkstok wordt gebruikt om deze instrumenten te bespelen. De meest primitieve voorwerpen bestaan uit twee gelijke voorwerpen, die tegen elkaar worden gewreven (schelpen, beenderen, stenen en stokken). De rommelpot was vroeger heel populair. De zingende zaag en met name de glasharmonica zijn gecultiveerde voorbeelden van wrijfinstrumenten..

  • Raspen: deze raspinstrumenten hebben een gekerfd of een geribbeld oppervlak en produceren een reeks van korte tikken als er een stok overheen wordt gehaaldd: b.v. de ratel, ket wasbord en de quiro (een Zuid-Amerikaans raspinstrument).

  • Percussie: deze instrumenten worden ook wel aangeslagen idiofonen genoemd. (ercussie betekent slaan), waarbij het geluid wordt voortgebracht door er met een stok, staaf of klopper op te slaan: b.v. gong, gamelan, steeldrum, xylofoon, marimba, metallofoon, klokkenspel, buisklokken, celesta, spleettrommen, woodblock, koe-bel, triangel en het bekken.

  • Concussie: instrumenten die hun geluid voortbrengen als twee of meer gelijke delen tegen elkaar worden geslagen: b.v. bekkens, frusta(zweepslag), castagnettes en claves.

Terug menu muziekinstrumenten Home