|
Bekkens
Bekkens
of cimbalen zijn ronde, dunne metalen
platen die tegen elkaar worden aangeslagen. Ze kunnen ook op een statief zijn
aangebracht en worden dan met een (meestal houten) stok aangeslagen.
Bekkens
zijn er in verschillende maten en vormen een belangrijk onderdeel van het
drumstel. Hoe groter de bekkens, hoe dieper het geluid. Ook de dikte heeft
daar invloed op: dunne bekkens geven een vibrerend, rinkelend geluid en dikke
bekkens hebben een vollere en zwaardere klank. Als je de bekkens stevig tegen
elkaar hebt geslagen en ze dan boven je hoofd houdt, klinken ze zeer lang
door. Naast de oorverdovende slagen met cimbalen zijn er ook subtiele effecten
mogelijk door ze langs elkaar te schuiven in een verticale beweging. In de
orkesten worden er meestal dunnere cimbalen gebruikt vervaardigd uit een
legering van koper en tin.
Het
bekken is ook een onderdeel van
het drumstel. Het enkelvoudige bekken staat hier op een statief en wordt
aangeslagen met stokken in alle soorten en maten, van hard naar zacht. Een
andere aanslagvorm is met brushes. Een bijzondere vorm van bekkens zijn
de hi-hat bekkens . Deze kunnen open en gesloten worden met een pedaal,
zie ook bij drumstel).
De diverse uitvoeringen van het bekken worden meestal met de
Engelstalige benaming (cymbal) aangeduid:
-
Crash cymbal, 2 stuks horen bij een drumstel.
-
Hi-hat cymbal, het openen gebeurt door de drummer
met een pedaal.
-
Ride cymbal , bekken men grote diameter, geeft het
ritme aan.
-
Sizzle cymbal, bekken waarin langs de rand gaatjes
geboord zijn waar kleine pinnetjes doorheen zitten. Deze
pinnetjes zitten los en gaan trillen als op het bekken
geslagen wordt.
-
Splash cymbal, een kleinere vorm van crashbekken,
meestal het kleinste.
-
Suspended cymbal
-
Chinees bekken Het is net een klein bekken dat
(meestal) een vrij hoge toon kan geven. In vorm
onderscheid het bekken zich van andere bekkens door de
opstaande rand en de afgeplatte gevormde bel. Ook
de klank is duidelijk anders. Het wordt gebruikt bij
drums.
Vingercimbalen
zijn kleppers, hele kleine bekkens die meestal van koper, zink of
zilver gemaakt zijn. Ze worden in Azië, Egypte en Griekenland door dansers
gebruikt.
bekkens
|
Familie:
|
Slaginstrumenten.
|
|
Naam bespeler:
|
Slagwerker
of percussionist(e).
|
|
Toonomvang:
|
Niet
van toepassing.
|
|
Materiaal:
|
Metaal,
meestal brons..
|
|
Grootte:
|
Variabel.
Van 30-60 cm doorsnede.
|
|
Afkomst
|
Bekkens
kwamen voor het eerst voor in de oudheid: Assyrië (nu Noord-Irak),
Egypte en het bijbelse Israël. Kleine bekkens waren tijdens de oudheid
in het Westen al bekend (bij de Romeinen en de Grieken). Pas in de 18de
eeuw werden de grote bekkens ingevoerd uit Turkije en geraakten ze in
zwang bij de Europese militaire kapellen. Vanaf het begin van de 19de
eeuw werden ze regelmatig in orkesten gebruikt.
|
|
Classificatie:
|
Behoort
tot de groep idiofonen ( dit zijn instrumenten waarbij het geluid wordt
voortgebracht door het materiaal waarvan het instrument is gemaakt,
zonder het gebruik van snaren of gespannen huid).
|
Terug menu muziekinstrumenten
Home |