ArtikelsVlamingen houden krampachtig vast aan taalwetten Een bank vooruit, twee achteruit Vissen in de poel van minister Gabriels opleidingschèques
|
|
![]() |
|
Dossier van de maand :
Door Nico Hirtt
In het novembernummer van Klasse, het tijdschrift van het Vlaamse ministerie voor onderwijs dat bij alle leerkrachten in de bus komt, heeft het departement onderwijs met steun van de Europese commissie een advertentie van vier bladzijden over de Europese onderwijspolitiek geplaatst. De Top van Lissabon van maart 2000 was een heel belangrijke Top. Daar beslisten de regeringsleiders dat Europa tegen 2010 de meest dynamische en competitieve, op kennis gebaseerde economie van de wereld moet zijn. Onderwijs en vorming kregen in dit plaatje een belangrijke rol toebedeeld. (
) Om de meest dynamische kenniseconomie te worden, moet er op verschillende terreinen actie worden ondernomen. De Europese onderwijsministers zijn overeengekomen om gemeenschappelijke uitdagingen naar voren te schuiven. Deze gemeenschappelijke uitdagingen zijn 13 doelstellingen geworden, stelt de advertentietekst.
Het maandblad voor Onderwijs in Vlaanderen mag dan veel nuttige informatie voor leerkrachten bevatten, een kritische analyse over de Europese onderwijspolitiek die steeds zwaarder doorweegt op het Vlaamse onderwijsbeleid vind je er niet.
Vóór het verdrag van Maastricht hield de Europese gemeenschap zich nauwelijks met onderwijs bezig. Behalve het beroepsonderwijs viel onderwijsbevoegdheid volledig onder de lidstaten. Met de ondertekening van de Eenheidsakte in 1986 en het in voege treden van het verdrag van Maastricht in 1992 zouden de zaken snel veranderen. Artikel 149 van de Eenheidsakte stelt dat de Gemeenschap bijdraagt tot de ontwikkeling van kwaliteitsonderwijs, maar nog altijd met volle respect voor de verantwoordelijkheid van de lidstaten wat betreft de inhoud en de organisatie van het onderwijssysteem. Tien jaar later moeten we vaststellen dat de Europese Gemeenschap een belangrijke rol speelt in het bepalen en het promoten van een gemeenschappelijke onderwijspolitiek. Die rol is heel wat ruimer uitgevallen dan wat in artikel 149 bepaald wordt.
Om het ontstaan van een gemeenschappelijke onderwijspolitiek in Europa te situeren, moet men niet naar de Europese commissie of naar de ministerraad, en nog minder naar het Europees parlement kijken. We moeten onze blik eerder richten naar de Europese Ronde Tafel van industriëlen (ERT). Deze drukkingsgroep, die in 1983 werd opgericht, verenigt een veertigtal van de machtigste leiders van de Europese industrie. Daartoe behoren onder andere Peter Brabeck (Nestlé), Paolo Fresco (Fiat), Leif Johansson (Volvo), Thomas Middelhoff (Bertelsmann), Peter Sutherland (BP) en Jürgen Weber (Lufthansa). Hun werk bestaat erin de Europese politiek in de verschillende domeinen te analyseren en aanbevelingen te formuleren die beantwoorden aan hun strategische visies.