Oproep Voor een Democratische School
Deze tekst mag vrij verspreid worden, mits melding van de auteur en van de bron : http://users.skynet.be/aped/ovds

Belgisch Sociaal Forum, Brussel 21 september 2002

Seminarie “ De school is geen koopwaar”.

Inleiding van Louis Van Beneden namens het WVOP


Het feit dat de lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie geacht worden vóór 31 maart 2003 te melden welke onderwijssectoren zij willen open stellen van internationale handel, in het kader van de GATS (General Agreement on Trade in Services) dat ook namens ons land door de Europese Unie werd onderschreven, heeft voor een schokgolf gezorgd. Het aantal initiatieven en stellingnamen daaromtrent valt nauwelijks bij te houden. In principe kunnen volgens het GATS-akkoord van 1994 alle onderwijsniveaus en onderwijsvormen daarvoor in aanmerking komen behalve “elke dienst die niet is geleverd op een commerciële basis of in concurrentie met één of meerdere leveranciers”. Rond de interpretatie daarvan is al heel wat te doen geweest.
(Voor een goed begrip: internationaal worden onderwijsinitiatieven die door de staat erkend worden als instellingen die het recht op toegang tot het onderwijs mee garanderen en van overheidswege daartoe financiële middelen ontvangen, ook onder de definitie ‘openbaar onderwijs’ gevat. De OESO maakt daartoe een onderscheid tussen ‘government dependent private schools” en “independent private schools”. Het gesubsidieerd onderwijs in ons land valt dan ook niet onder de (commerciële) privé-diensten die in het kader van de GATS worden beoogd.)

De realisatie van een wereldomvattende vrije markt dient ook de onderwijssector te omvatten, oordelen in elk geval een aantal vooral economische machtscentrta. Geconfronteerd met hevig verzet wordt nu wat gas terug genomen en probeert men te verzekeren dat het basis en secundair onderwijs niet zullen geraakt worden, ook al staan zij met zoveel woorden als potentiële te commercialiseren diensten vermeld. De vermelding dat diensten die door de overheid geleverd worden in principe onder de GATS-afspraken vallen als er concurrerende dienstverleners zijn (cfr.hiervoor) mag niet restrictief gelezen worden, sussen de opgeschrikte WHO- en de OESO-verantwoordelijken. Scherpe reacties blijken niet overbodig geweest te zijn.
Voor het hoger onderwijs liggen de zaken enigszins anders. Zo organiseren ook de Europese universiteiten principieel verzet tegen een volledig open commercialisering, maar… pikken ze wel graag een graantje mee van de voordelen van gecommercialiseerde onderwijsinitiatieven.
Het minste dat daarom moet gesteld worden is dat de relatie tussen Europese convergentie, nagestreefd o.m. via de Bologna-afspraken, en de mondialisering van het hoger onderwijs erg ambivalent is. Langs de ene kant heeft men de ambitie om via het Bologna-proces het concurrentievermogen van het Europese hoger onderwijs te versterken op de wereldmarkt. Vooral in competitie met de Verenigde Staten en Australië die zeer actief zijn op die markt. Anderzijds stelt men zich zeer defensief op door de specifieke visie op de verantwoordelijkheid van de staat, culturele verscheidenheid, toegang en gelijke kansen af te schermen door formeel oppositie te voeren tegen een geliberaliseerde markt van hoger onderwijs in het kader van de WHO-onderhandelingen. De onderwijsministers bevestigden vorig jaar in Praag dat voor hen het onderwijs een ‘public good” blijft, maar dat hindert volgens hen niet om internationale ambities op de wereldmarkt te realiseren.
Hoelang kan men die onmiskenbare dubbelzinnigheid volhouden ?
Overigens wil Europa, omwille van de mondialisering, tegen 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconoimie van de wereld worden, de wereldwijde referentie inzake de kwaliteit en de relevantie van zijn onderwijs- en opleidingsstelsels en –instellingen, lezen we in het in Lissabon in maart 2000 goedgekeurde strategisch plan. Een verwijzing naar het in PPP (Public-Private Partnership) opgezette e-learning programma volstaat om aan te tonen dat de impact van economische machten, in dit geval van de grote ICT-multinationals op een aantal ontwikkelingen in het onderwijs in Europa niet te onderschatten valt.
Tussen woord en daad gaapt er een steeds grotere kloof in Europa.

Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland bv. schuwen geen grootschalige commercieel georiënteerde of geïnspireerde strategieën. Tony Blair wil in 2005 minstens 25 % van de onderwijsmarkt veroverd hebben. Frankrijk opende met Edufrance een commercieel offensief tegen de dominantie van het Engels. Nederland opende onderwijsonthaalbureaus in Beijing, Shanghai, Jakarta,…
“De kwestie is al lang niet meer of er marktwerking moet komen in het onderwijs, maar hoe.”, lezen we in een Nederlandse beleidstekst. Die marktbenadering blijft zeker niet tot de sector van het hoger onderwijs alleen beperkt. “Alle scholen moeten meer werken volgens het principe van vraag en aanbod want dat zou de kwaliteit en het vernieuwende karakter van de opleidingen ten goede komen” lezen we verder. “Marktwerking kan beter inspelen op de behoeften en de financiële betrokkenheid van de omgeving wordt dan heel gewoon.”.

De grotere behoeften aan financiële middelen voor onderwijs enerzijds en de beperkingen van de budgettaire mogelijkheden van de overheid anderzijds, hebben overal tot gevolg dat steeds meer beroep gedaan wordt op externe financiering, al dan niet onder de vorm van sponsoring. Vormen van sluipende commercialisering komen steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte naarmate het onderwijsbestel meer nieuwe initiatieven moet opzetten voor nieuwe doelgroepen zonder dat de middelen in evenredigheid toenemen. Geen enkele onderwijssector blijft daarbij onberoerd. Met welke gevolgen, nu en later?

Een paar voorbeelden ‘van bij ons’ ter illustratie:
ß De overheid legde in onderwijsdecreet XIII regels voor sponsoring van scholen door bedrijven op. (Een reactie op een sterk scheeflopende praktijk !)
ß Centra voor volwassenenonderwijs, hogescholen en universiteiten organiseren een omvangrijk pakket aan contractonderwijs en vullen zo hun budgetten aan.
ß Via procedures voor elders verworven competenties kunnen diverse aanbieders van onderwijs en opleiding toch een officiële studiebekrachtiging geven aan hun opleidingen;
ß In het debat over de financiering van levenslang leren wordt nagedacht over de respectieve inbreng vanuit werkgevers, gezinnen, de privé-sector,…
ß Via afstandleren proberen internationaal gerenommeerde organisaties hun opleidingen aan te bieden en zo de onderwijsmarkt open te trekken;
ß …

Het marktdenken in onderwijs heeft ook bij ons onmiskenbaar een zekere legitimiteit verworven.

Kijken we even buiten Europa.
Zeker in de landen in transitie en in vele ontwikkelingslanden neemt het aantal privé-instellingen op commerciële basis, gekoppeld aan Westerse instellingen, exponentieel toe. De Wereldbank* noteerde vorig jaar bijv. 27 privé- instellingen voor tertiair onderwijs in Kameroen, 19 in Tanzania, liefst 500 in China. In India is volgens dezelfde bron al 75 % van het tertiair onderwijs al privé; Polen telt 91 business schools, Tsjechië 29, Armenië 21. Het beroepsonderwijs in Ivoorkust is voor 100 % in privé-handen.

Meer algemeen: wereldwijd signaleert de Wereldbank een daling van de financiering van het openbaar onderwijs. Individuen moeten steeds meer zelf betalen. In Uganda betreffen gemiddeld 57 % van de gezinsuitgaven onderwijsuitgaven ; in Chili 45 %, in Indonesië 37 % tegenover gemiddeld 10 % in de OESO-landen. Die cijfers verbergen dan nog de onvoorstelbaar grote verschillen die er bestaan tussen de onderscheiden bevolkingsgroepen. Het gaat hier over gemiddelden. De discriminerende behandeling van kinderen en jongeren uit armere gezinnen die daar het gevolg van is, is onaanvaardbaar. Die discriminatie kan merkwaardige vormen aannemen ook waar de toegang voor iedereen principeel gelijk is. Uit eigen ervaring puttend: in een kleuterschool in Minsk (Wit-Rusland) moesten ouders betalen als ze wilden dat hun kinderen de poppenkastvoorstellingen voor hun eigen leeftijdsgroep bijwoonden; in Moskou noemde men een model van vernieuwingsschool een school in een betere wijk waar de ouders zich engageerden elk jaar middelen te verschaffen om een deel van het gebouwenpatrimonium te herstellen en om extra-curriculaire lessen, binnen de normale schooltijd, te volgen zoals computer-initiatie, tweede of derde taal, handelsvakken,…
Koppel daaraan de realiteit dat 15 % van de wereldbevolking over 88 % van de internetconnecties beschikt tegenover de ontwikkelingslanden (85 % van de wereldbevolking) over 12 %, dan wordt de omvang van het probleem in toekomstperspectief nog duidelijker.
De consequenties van deze ontwikkelingen voor de oriëntatie, de inhoud en de organisatie van het onderricht, maar niet in het minst de maatschappelijke consequenties voor de jongeren en hun toekomstkansen en deze van hun gemeenschap, zijn niet gering.

Het jongste congres van het WVOP heeft in juli 2002 i.v.m. de consequenties van een verdere commercialisering van het onderwijs duidelijk stelling genomen.
Mag ik er tot besluit een paar accenten uit oppikken:
ß volwaardig, kwalitatief hoogstaand onderwijs voor allen is alleen realiseerbaar wanneer de publieke overheden er financieel en reglementair de volle verantwoordelijkheid voor blijven dragen; de nationale overheden en de internationale gemeenschap mogen hun verantwoordelijkheid terzake niet ontlopen.
Dit houdt vanzelfsprekend in dat wij de verklaring van Porto Alegre onderschrijven inzake kwaliteitsvol onderwijs voor allen als universeel recht, levenslang toegankelijk, zonder enige vorm van discriminatie, in respect voor de fundamentele mensenrechten; dat wij ook kinderarbeid scherp bestrijden en bijzondere aandacht vragen voor de ongelijke behandeling waarvan vooral vrouwen en jonge meisjes het slachtoffer zijn.
ß Het WVOP kant zich tegen een verdere dualisering op economische gronden van landen en volkeren, in het kader van de GATS-afspraken, omdat daardoor, omwille van de afhankelijkheid van externe instanties, in functie van commerciële belangen, die daardoor ontstaat, hun eigenheid, hun cultuur, hun specifieke opdrachten in relatie met de eigen context bedreigd worden;
ß Een afhankelijksrelatie tussen onderwijs en commerciële belangen bedreigt de pedagogische, emancipatorische en sociale rol van het onderwijs en ligt aan de basis van een ongelijke behandeling van individuen, van instellingen, bevolkingsgroepen en regio’s. Dit is voor ons onaanvaardbaar.

(De volledige tekst van de betreffende resolutie werd ter beschikking gesteld van de aanwezigen)

* H.Patrinos (WB) op Nuffic-seminar 19 maart 2002