Persoonlijke webpagina van Ivan Derycke
 
 



  
 
 

1. Personalia
2. Bibliografie
3. Onderzoeksprojecten

1. Personalia

Mijn wieg stond, kort na mijn geboorte op 11/11/1962, in het Middelaresziekenhuis in Deurne maar al spoedig kwam ik terecht in de gemeente Borgerhout waar ik eerst belandde in de Poststraat en vervolgens in het huis waar ik nog steeds woon, Van Montfortstraat 46.  Bij toeval was dit het geboortehuis van mijn grootmoeder zaliger, Jeanne Meeus, en de vorige eigenaars hadden zelfs de houten blokken waar de drukpersen van mijn overgrootvader hadden op gestaan laten zitten.  Mijn grootmoeder zou in 1993 in haar geboortehuis overlijden.

 
Aangezien mijn ouders al zo'n 25 jaar in het huis ernaast wonen (Van Montfortstraat 44), wat minder toevallig is want mijn moeder is hertrouwd met de buurman..., heb ik dus het hele pand voor mij alleen (en mijn waak-kater) en er is nog ongelooflijk veel werk aan om het helemaal terug op te knappen.  Aangezien ik beter met een computer en archiefdocumenten kan omspringen dan met hamer en boormachine wordt één en ander uitbesteed en zijn de kosten navenant en dus duurt het nog wel even vooraleer alles klaar is.  Wie toch eens wil binnenspringen zal evenwel al een aantal knusse kamers vinden.

Wie meer over mij wil weten bekijke de gedichten en een lied mij aangeboden tijdens mijn vijftigste verjaardag.

Mijn scholing kreeg ik eerst in het St.-Norbertusinstituut in de Groenstraat, vervolgens in het St.-Jan Berchmanscollege (nu het Groenendaalcollege) te Merksem.  Op de universiteiten UFSIA (nu Universiteit Antwerpen) en KUL behaalde ik mijn diploma van licenciaat in de moderne geschiedenis, op UFSIA behaalde ik ook nog een complement in de wijsbegeerte.

Dé periode in mijn leven situeerde zich tijdens mijn burgerdienst bij de toenmalige afdeling opgravingen van de Stad Antwerpen onder de deskundige leiding van Tony Oost.  Samen met Jacques Ackermans, Joke Bungeneers, Danny Huyghens, Georges Troupin, Johan Veeckman en verschillende min of meer vrijwillige medewerkers vormden we daar een schitterend team dat o.m. in de O.L.V.-Kathedraal zijn sporen heeft verdiend.  Tijdens die periode verrichtte ik al een beetje wetenschappelijk werk naast de sleuf resulterend in twee artikels: een bijdrage over 'Het Rad van Avonturen' aan de Suikerrui in de publicatie 'Achter de muren van het etnografisch museum' en ééntje over een kinderbegrafenis in de XVIIde eeuw: "Daer is een kind verdronken...", Scharnier, kathedraal van Antwerpen, nr. 8, januari 1990, 7-8.



Beroepsmatig ben ik bibliothecaris in het studiegebied Sociaal-agogisch werk van de Karel de Grote Hogeschool.

Aangezien we steeds een weekendverblijf hebben gehad, eerst te Essen-Horendonk en later te Retie, ben ik mij steeds meer en meer gaan bezighouden met de problematiek van de ruimtelijke ordening in het algemeen en de weekendverblijven in het bijzonder. Mijn engagement hierin gaat zover dat ik secretaris ben van de enige goed gestructureerde strijdvereniging rond deze problematiek: het Nationaal Komitee van Weekendverblijvers en Vaste Bewoners vzw.

Omdat het leven ook nog plezant moet zijn ben ik ook actief in het Antwerps BierCollege als medeschrijver van de Antwerpse BierCourant. De combinatie van historicus zijn en een bescheiden bierverbruiker resulteerde in een nieuwe historische publicatie "Antwerpen Bierstad" die verscheen in oktober 2011. Een vervolg is in de maak onder de vorm van Antwerpen Bierstad Cahiers die telkens een specifiek aspect rond biergeschiedenis in de kijker zetten. Volgend publicatieschema ligt voor:
2013: Bier op transport (verschenen oktober 2013)
2015: De verdwenen brouwerijen: een grondig herziene heruitgave van het boek van Guy Verdonck (verschenen oktober 2015)
2017: Bier en marketing

Omdat ik mijn gezondheid nog steeds belangrijk vind heb ik mij aangesloten bij Ademloos. Als oprechte Antwerpenaar pikt u het toch ook niet dat onze stad gewurgd wordt door verkeer dat in een open riool (met negentien rijvakken tussen de dichtbevolkte wijken van Antwerpen-Dam en Deurne) ons leven verpest en mensen ziek maakt?! Het project van de Oosterweelverbinding dat zijn oorsprong kreeg in de jaren 1990 vertrekt van een totaal verkeerd concept dat de verkeersproblematiek niet oplost en bovendien geen oplossing biedt aan de bevolkingsgroei waarmee deze stad geconfronteerd wordt. Het door Forum 2020 en Straten Generaal uitgewerkte Meccano-traject in combinatie met een verregaande overkapping van de kleine ring maakt het mogelijk om de leefbaarheid van Antwerpen te verbeteren en creëert ruimte rond de kernstad om de bevolkingsgroei op een fatsoenlijke manier op te vangen. Een nieuwe speler in dit verhaal met een schitterend plan is Ringland. Ik heb dan ook op 15 juli 2014 bezwaar ingediend tegen Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan dat nog maar eens moet proberen om het BAM-tracé te realiseren. Zie hier voor de procedure, hier voor mijn bezwaar en hier voor het ontvangstbewijs.
Ik publiceerde over deze kwestie meerdere lezersbrieven in Knack en Gazet van Antwerpen, en inmiddels 2 artikels in De Wereld Morgen: Mobiliteit Antwerpen, hoe vlot het nu? en Een maatschappelijk draagvlak voor Oosterweel?

Om mij te verplaatsen maak ik veel gebruik van de diensten van De Lijn, waarmee ik een haat-liefdeverhouding heb. Want onder meer de reizigersbegeleiding kan stukken beter, zoals blijkt uit deze eigengemaakte fotoreportage (pdfje). Het doorsturen van deze reportage leverde medio 2013 alvast een reportage op ATV op: http://www.atv.be/item/twee-derde-van-informatieborden-de-lijn-werkt-niet. Hieruit blijkt dat men twee jaar na de invoering van deze borden nu toch overweegt om de leverancier er eens bij te halen maar alweer twee jaar later blijkt dat er weliswaar een paar borden in gang zijn gezet maar inmiddels ook een hoop andere niet meer werken. De Lijn heeft het duidelijk opgegeven. Merk overigens op dat in de Albatrossen en ook in enkele nieuwe bussen er in december 2015 weliswaar een televisiescherm doelloos hangt maar er geen halteafroep is.

Verder ben ik dus ook nog secretaris-webmaster in de raad van bestuur van het Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis.
 

2. Bibliografie

Mijn licenciaatsverhandeling behandelde de zwavelraffinaderij Koch & Reis te Antwerpen, een firma die tot de beginjaren 1980 actief was aan de Yzerlaan.  De verhandeling vindt u in de stadsbibliotheek Antwerpen.  Een samenvatting is beschikbaar als:

I. DERYCKE, "Een kleine maar merkwaardige Antwerpse firma: de zwavelraffinaderij Koch & Reis (1868-1987)", Antwerpen, tijdschrift der Stad Antwerpen, jg. 33 (1987), nr. 3, 103-110.

1) In het kader van het onderzoek dat ik vooral i.s.m. de dienst archeologie van de Stad Antwerpen doorvoer verschenen volgende artikelen (in chronologische orde):

Medewerking aan de publicatie: Achter de gevels van het etnografisch museum, Antwerpen, 1989.

I. DERYCKE, "Over rijkdom en adeldom.  De Antwerpse familie l'Hermite tijdens de Gouden Eeuw",
Heemkundige Kring Jan Vleminck, jg. 1990 nr. 4, 87-120.

I. DERYCKE, "Het bonte leven in een herbergzame buurt.  De driehoek Oude Koornmarkt-Hoogstraat-Reyndersstraat ter studie.  Deel 1: de Pelgrimsstraat en de Grote Gans", Cornelis Floris, jaarboek 1992, 79-121.

I. DERYCKE en JOHAN VEECKMAN, "Het bonte leven in een herbergzame buurt.  De driehoek Oude Koornmarkt-Hoogstraat-Reyndersstraat ter studie.  Deel 2", Cornelis Floris, jaarboek 1993, 50-119.  Dit bestaat uit volgende bijdragen:

  1. Archeologie en geschiedenis: mariage de raison of flirt,
  2. De Kevie, Oude Koornmarkt 34, en haar afgesplitste buurman De Salvator, Oude Koornmarkt 32: de historische gegevens tot aan het einde van het ancien régime,
  3. Waterput? Afvalput!  Een waterput met inhoud, Pelgrimsstraat 11,
  4. Historische gegevens over de twaalf apostelen.
I. DERYCKE, "De glans van een pand.  De herberg 'De Spiegel', Oude Koornmarkt 58 en zijn achterhuizen de 'Cleynen Spiegel', de 'Witten Engel' en de 'Groenen Hoet', Pelgrimsstraat 23-27, tijdens het ancien régime", Antwerpse Vereniging voor Bodem- en Grotonderzoek, Bulletin, 1994 3/4, 1-63.

I. DERYCKE, "Het bonte leven in een herbergzame buurt.  De driehoek Oude Koornmarkt-Hoogstraat-Reyndersstraat ter studie.  Deel 3: textielbaronnen in de Hoogstraat", Cornelis Floris, jaarboek 1995, 41-91.

I. DERYCKE, "Alles behalve kluizenaars: een belangrijke Antwerpse tak van de familie l'Hermite in woelige tijden", J. VANDERHAEGHE en M. VAN DE CRUYS (red.), Gens Brabantica, jaarboek 1996, 7-42.

I. DERYCKE, "Geschiedenis van de Halle van Armentières, Hoogstraat 35", J. VANDERHAEGHE en M. VAN DE CRUYS (red.),Gens Brabantica, jaarboek 1996, 149-162.

I. DERYCKE, "Het Groot Sarazijnshoofd, Hoogstraat 31, tijdens het ancien régime: de historische gegevens", J. VEECMAN (red.), Berichten en Rapporten over het Antwerps Bodemonderzoek en Monumentenzorg (BRABOM), nr. 1, Antwerpen, 1996, 39-46.

I. DERYCKE, G. TROUPIN en J. VEECKMAN, "De Coninck van Spaignien, alias Pellicaen. Archeologisch, bouwhistorisch en historisch onderzoek van een verdwenen pand in de Oude Beurs", J. VEECKMAN (red.), Berichten en Rapporten over het Antwerps Bodemonderzoek en Monumentenzorg (BRABOM), nr. 2, Antwerpen, 1998, 57-75.

I. DERYCKE en G. TROUPIN, "Straatkelders te Antwerpen: hinderpaal of belangrijk bouwhistorisch patrimonium?", J. VEECKMAN (red.), Berichten en Rapporten over het Antwerps Bodemonderzoek en Monumentenzorg (BRABOM), nr. 3, Antwerpen, 1999, 87-115.

I. DERYCKE en G. TROUPIN, "Onder de voet gelopen: straatkelders", Kaderblad, Verbond voor Heemkunde Gouw Antwerpen, jg. 36 (1999), nr. 4, 15-18.

M. HENDRICKX en I. DERYCKE, "Geschiedenis van de Groote Schalien Loove, Koolkaai 15", J. VEECKMAN (red.), Berichten en Rapporten over het Antwerps Bodemonderzoek en Monumentenzorg (BRABOM), nr. 4, Antwerpen, 2000, 11-26.

I. DERYCKE, G. TROUPIN en J. VEECKMAN, "Het Mercator-Orteliushuis te Antwerpen", J. VEECKMAN (red.), Berichten en Rapporten over het Antwerps Bodemonderzoek en Monumentenzorg (BRABOM), nr. 5, Antwerpen, 2002, 139-225.

I. DERYCKE en M. HENDRICKX, "Een vader met vele kinderen: historische gegevens over de Hage (Oude Koornmarkt 68-70) en zijn afsplitsingen in de Reyndersstraat tijdens het ancien régime", in: Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis, Bulletin, 2007/1, 1-76.

2) Als secretaris van het Genootschap verzorgde ik de eindredactie van onze publicatie van het doctoraat van wijlen K. Degryse, De Antwerpse fortuinen... (verschenen in 2005/6) en van het boek Van Belle Epoque tot Golden Sixties dat begin 2008 verschenen is. Sedert 2013 ben ik ook betrokken bij de redactie van HistoriANT, het jaarboek van het Genootschap.

3) Daarnaast is er dus een stuk biergeschiedenis waarmee ik mij bezig houd. Dit resulteerde in:

I. DERYCKE (ed.), Antwerpen bierstad: acht eeuwen biercultuur, Brasschaat, 2011.

I. DERYCKE, "Brouwen in Merksem: een historiek, deel I, brouwen in de schaduw van een metropool tijdens het ancien régime", in: De Kijkuit: Merksems geschiedkundig tijdschrift, jg. 40 (2012), nr. 4 (=160), 9-15.

G. ASAERT, P. DAELEMAN en I. DERYCKE, Bier op transport (= Antwerpen Bierstad Cahier nr. 1), Antwerpen, 2013.

P. DAELEMAN, I. DERYCKE en G. VERDONCK, Antwerpse brouwerijen in en rond de stad, vroeger en nu (= Antwerpen Bierstad Cahier nr. 2), Antwerpen, 2015.

 

3. Onderzoeksprojecten

Ik deed onderzoek naar het huizenblok Oude Koornmarkt-Hoogstraat-Reyndersstraat en de historische straatkelders.  Het onderzoek van dit laatste zou zonder de informatie doorgegeven door onze medeleden Dr. G. Asaert en wijlen Prof. Dr. Em. R. Van Passen nooit zover hebben gestaan (historisch zijn er nu reeds zo'n 550 gekend). Omdat bij ieder onderzoek de XVde eeuw moeilijk toegankelijk is probeer ik de inventarisatie van de schepenregisters uit die periode ter hand te nemen.  S.R. 38 (1447) werd reeds doorgenomen en een aparte inventaris (nr. 69) is in het Stadsarchief beschikbaar met toegangen op persoonsnamen, beroepen en titelatuur, plaatsnamen, straten en huisnamen.  Daarnaast werden de acten over een verhandeling in onroerend goed in de Antwerpse binnenstad uit S.R. 32 t.e.m. 49 (1443-1454) ontsloten met zoekmogelijkheden op straat, huisnaam en eigenaars van panden en buurpanden.  Langs deze weg vindt u de desbetreffende databank met een woordje uitleg. Zoals hierboven vermeld worden al deze bezigheden nu tijdelijk onderbroken door een nieuwe pennevrucht die in 2011 het daglicht zag: Antwerpen Bierstad, een lijvig boek over Antwerpen als stad van brouwerijen en herbergen en de materiële cultuur en de het culturele leven dat zich hierrond ontwikkelde. Hierin kon ik de resultaten van een aantal onderzoeken combineren: immers door het lezen van de 15de eeuwse schepenbrieven heb ik een behoorlijk beeld van de ligging van brouwerijen en herbergen in het laat middeleeuwse Antwerpen. De Oude Koornmarkt was een belangrijke straat met herbergen, vaak met een speciaal statuut, en behoorlijk wat brouwerijen beschikten over straatkelders!
 

Naar de onderzoekspagina van het Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis

Naar de website "Antwerpiensia"