De Donderbusse: Reyndersstraat 55

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Net zoals bij de Roosehage waren het de huurders die op 8 november 1610 het laatste stukje van de Hage van Thomas Gramaye konden kopen. Aldus verwierven Jacques Claess[ens], busmaker, en Catlyne Dozijn Een huys metten gronde [ende] toebehoorten genaempt de donderbusse...", gesitueerd tussen het Hoekhuis op de Oude Koornmarkt, door Jan Dozijn gekocht, en de Roose­hage[1]. Het beroep van de huurder, nu eigenaar, doet vermoeden dat de man in dit huis al geruime tijd wapens fabrikeerde en dat er wellicht een uithangbord was dat de officiële naam aan het huis zou geven.

 

De kinderen en erfgenamen van Jacques Claessens en Catlyne Dozijn verkochten het huis op 7 februari 1634 aan de schoenma­ker Jan van Kelst voor een erfrente van 99 Car. g. 3 stuivers (een kleine 1600 gulden). Het pand wordt ietstje uitvoeriger bescreven: Een huys met vloere oft winckele ceuckene plaetse gronde [ende] allen den toebehoirten[2]. Die Jan of Johan van Kelst heeft zijn huis waarschijnlijk niet zelf bewoond. Zijn echtgenote, Anna van Lyere was op 20 augustus 1633 overleden in het Gulden Varken op de andere hoek van de Reyndersstraat en de Kammerstraat. Uit de boedelbe­schrijving d.d. 4 september 1633 blijkt toch wel dat deze dame en haar huisgenoten daar goed gehuisvest waren. Niet alleen beschikten ze over het traditionele meubilair en de nodige gebruiksvoor­wer­pen maar er hingen ook nogal wat schilderijtjes en er werden ook juwelen aangetroffen. De familie had nogal wat renten o.m. op panden aan beide hoeken van de Reynders­straat[3].

 

Volgens een schepenbrief van 19 oktober 1646 woonde Jan zelf altijd in Oirschot. Zijn erfgenamen bevestigen die dag dat ze op 10 augustus van dat jaar te ‘s Hertogenbosch zijn eigendom­men hebben verdeeld en ze verkopen het huis voor 2040 gulden aan de blauwverver Guilliamme van Craesbeeck en zijn echtgeno­te Anna Loseau[4]. Deze Anna Loiseau was vroeger gehuwd geweest met de schilder Franchois Lemmens en voor haar huwelijk met van Craesbeeck laat ze op 7 augustus 1641 een staat van goed opmaken.  Hieruit blijkt dat ze huishuur betaalde aan Jan van Kelst. In de Donderbusse had ze een winkel in cremerijen waarvan de winkelgoederen geschat werden op 786 gulden.  De inboedel en de persoonlijke bezittingen van Anna Loiseau waren ongeveer 700 gulden waard[5].

 

Na het overlijden van Anna weet Guilliam, ondertussen opge­klommen tot vrij munter syns conincl[ycke] ma[jestey]ts munte het huis nu beschreven als Een huys metten vloere oft winckele keuckene hangende camere twee solders kelders plaetse [ende] pompe van putwater gronde [ende] allen de toebehoor­ten voor 2031 gulden voor zichzelf behouden. Hij moest hiertoe afrekenen met de kinderen uit het huwelijk van zijn vrouw met Franchois Lemmens en met zijn eigen kinderen[6]. Volgens de Cohieren van 1659, 1667 en 1672[7] heeft Guilliam zijn huis, huurwaarde 90 gulden en uitgerust met twee schoor­steen­pijpen effectief bewoond. De meerseniers nemen hem als hande­laar in garen en blauwverver op in hun straatnaamlijsten van 1677 en 1681[8].  In 1682 verhuurde zijn weduwe het aan Fran­chois Valle­con[9].

 

Volgens een akte d.d. 15 september 1682 heeft de stadhouder het huis verkocht aan de belangrijkste schuldeiser Bernaert Bommaert maar diens koop werd die dag genaast door Cornelia de Brier[10].  Jaspar of Jac­ques de Lan­noy, Heer van Zwijndrecht, verwerft het huis als weduwnaar van Cornelia de Brier op 11 februari 1693[11].

 

In de jaren 1689 tot 1708 werd de Donderbus­se achtereenvolgens verhuurd aan de vettewarier Franchois Falcon en aan de weduwe van Jaspar vanden Brande die blijkbaar was overgekomen van de Crieckhage, Reyndersstraat 51[12].

 

De dochter van Jacques de Lannoy, Vrouwe Maria There­sia de Lannoy, gehuwd met Cazar Ferdinand Coppens erfde het op 31 augustus 1731. Ze verhuurde het aan Joannes Suermont, oud­kleerkoper, die één persoon in dienst had[13]. Op 30 decem­ber 1771 verkochten de erfgenamen Coppens de Donder­busse voor 818 gulden aan Catharina Michiels en Daniel Huys­mans, meester tin- en loodgieter[14]. Na de dood van haar man behoudt Catharina het voor zichzelf op 13 april 1779. Men schatte het toen op 900 gulden[15].

 

Net zoals al hun andere eigendommen, o.m. een stuk van de Hage, Oude Koornmarkt 70, en de Blauwe Voorschoot Oude Koor­nmarkt 60, waren hun eigendommen in 1796 in de handen gekomen van de erfgenamen Deckers, bij de Ursulinen.  Huurders waren de kleermaker François Stefani, 34; zijn echtgenote Janette Meulemeester, 40, hun kinderen Marie, 7; Janette, 5;  Cornei­lie, 3 en Pierre, 8 maanden; en een huurkoetsier met name Adolf Stefani, 54.  Het pand werd geschat op 1650 gulden[16].


 

[1] SAA, SR 489, f° 399 r° - 400 r°.

[2] SAA, SR 627, f° 210 v° - 211 v°.

[3] SAA, N 3500, ongefolieerd; E. DUVERGER, Antwerpse kunstinventa­rissen..., deel III, Brussel, 1987, p. 355 - 356 (nr. 802).

[4] SAA, SR 693, f° 17 r° - 23 r°. In de Reyndersstraat woonde omstreeks 1639 nog een blauwverver met de naam Peeter Loiseau, gehuwd met Janneken Segaerts wiens zoon Peeter door ene kapitein Oostlandt werd omgebracht: N 3757, f° 199 r°.

[5] SAA, N 3759, f° 229 r° - 232 r°. Het is onduidelijk of François Lemmens schilder was dan wel of 'Schilders' een 'alias-naam' is.

[6] SAA, SR 712, f° 418 v° - 420 v°.

[7] SAA, GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 177.

[8] SAA, GA 4216-17.

[9] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 30 r°, nr. 173.

[10] SAA, SR 896, f° 187 v° - 188 v°.

[11] SAA, SR 961, f° 72 r° - 75 v°.

[12] SAA, R 2516 : Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 173.  GA 4832, f° 63 r°, nr. 173; Er was een Jaspar vanden Brandt in de Reyndersstraat in 1700 en een Jaspar vanden Brant komt voor bij de meerseniers in 1696 en 1700 maar dat is ook de tijd dat Franchois Falcon hier huisde (GA 4218-19).

[13] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 33, nr. 129.

[14] SAA, SR 1244, f° 477 v° - 478 v°.

[15] SAA, SR 1267, f° 108 r° - 111 r°. Hierbij werd ze ook eigena­res van de Witten Sadel en het hoekhuis van de Oude Koornmarkt en de Reyndersstraat.

[16] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2280. De Stefani's zouden uit Wenen afkomstig zijn.