De Crieckhage, Reyndersstraat 51

Terug naar het overzicht van de huizen

 

De geschiedenis van dit huis moeten we een aanvang doen nemen op 6 november 1610. Op dat ogenblik verkoopt Thomas Grammaye aan Carel van Heyst, kousenmaker, en diens echtgenote Anna Eggermans Een huys met weerdribbe daertoe den proprietaris van[den] nabeschreven huyse genaempt de roosehaghe zynen toeganck heeft, ende die over derve van dese[n] huyse tot gelycke coste geruympt moet worden, gronde [ende] toebehoorten gen[aempt] de Crieckhage gestaen ende geleghen inde Reynderstrate alhier tusschen Daniel Willemss. huys [ende] erve [daer]aff den put van[den] private oock is liggende inden kelder van desen huyse [ende] over derve van dese selven huyse tot coste nochtans van[den] voors. Daniel Willemss. [ende] zyne nacomelinghe"n geruympt moet worden, aen deen zyde en[de] tvoors. huys genaempt de roose haghe nu mathyse martens toebehoorende aen dander zyde[1].

 

De kinderen van Carel en Anna: Jacques, Dierick, Elisabeth en de voogden van de minderjarige Carel, verdelen op 3 juni 1643 de nalatenschap zodanig dat Dierick van Heyst de nieuwe eigenaar wordt. De beschrijving is iets uitvoeriger: Een huys met vloere, ceuckene bovencamere twee solders kelders plaetse met borneput pompe weerdribbe... gronde [ende] toebehoir­ten[2]. Dierick moet zijn broers en zusters een erfrente van 152 Car. g. 12 stuivers per jaar betalen. Op 30 maart 1649 laten Dierick van Heyst, genoteerd als gebreyt vercooper en weduwnaar van Maria Manteau, en zijn huidige vrouw Maria van Caster hun testament opmaken in hun woning gesitueerd in de Reyndersstraat[3]. Volgens het cohier van 1659 was het pand voor­zien van vier schoor­steenpijpen en werd het toen effectief bewoond door Dierick en de huurwaarde was het dubbele van de meeste andere panden: 160 gulden en dit is logisch want in feite was de Crieckhage sedert 17 maart 1655 tijdelijk gefusi­oneerd met het nummer 49 dat Dierick toen had weten te verwer­ven. Uit de koopakte van toen weten we dat Dierick het al had geschopt tot dienende deken vanden cous­maeckersambach­te, dat hij gehuwd was met Maria van Ker­ster, en dat hij de koopsom: 1832 gulden 10 stuivers ineens betaal­de[4]. Ook in 1667 en 1672 wordt Dierick van Heyst ons gesigna­leerd als bewoner, zij het van één pand met huurwaarde 80 gulden: de Crieckhage[5]. In 1682 geeft men als eigenaar Theodor van Heyst op en als bewoner François Fayet[6].

 

Tot 1771 zijn de eigenaars van de Crieckhage en het huis Reyndersstraat 49 dezelfden zodanig dat we hier enkel de gegevens over bewoners moeten oplijsten en tussen 1689 en 1708 zijn dit:

Theodor van Heyck, Jacobus vander Jeucht, de weduwe Geraerts, Maria de Schrevel, Laureys Lints, de meersenier Jaspar vanden Branden (zeker in 1704), wiens weduwe naar nr. 55 trok, en tot slot Martinus Gillis[7].  In 1754 wordt het huis verhuurd aan de weduwe van de glasmaker Mattheeus de Wolff en haar drie dochters van resp. 18, 22 en 24 jaar oud[8].

 

Op 10 juni 1771 wor­den beide huizen apart ver­kocht door leden van de familie Fierens. De Crieckhage belandt in de handen van meester kleermaker Guil­lielmus Drydonck en zijn echtgenote Dimphana Luyckx. Ze moeten er 946 gulden voor neertellen en hypotheke­ren het meteen voor 500 gulden[9].  Eigenaars-bewoners in 1796 zijn Marie Luyckx, 50 jaar en weduwe, heeft een winkel; Marie Drydonck, 25 en naaister; Anne Drydonck, 23, kantwerkster; Jacques Drydonck, 20, kleermaker en Jean Drydonck, 16 en schoenmaker.  Als lid van de meerseniers wordt de weduwe Drydonck vanaf 1788 ononderbroken in de straatnaamlijsten opgenomen[10].


 

[1] SAA, SR 489, f° 394 r° - 395 v°.

[2] SAA, SR 681, f° 85 r° - 86 v°.

[3] SAA, N 3766, f° 83 r° - 86 r°. Aanpassing d.d. 22/11/1650 van dit testament door Maria van Caster: N 3767, f° 91 r° - 92 r°.

[4] SAA, SR 734, f° 57 r° - 58 r°. Voor de verdere geschiede­nis van nr. 49 zie aldaar. Merkwaardig is dat er ook nog een verkoopscontract bestaat d.d. 17 januari 1655 waarbij de aalmoezeniers Dierick van Heyst de Crieckhage overdragen na een publieke verkoop.  Men kwam tot een schatting van 1700 gulden en de meerwaarde werd onder de koper en de comparanten verdeeld. Op 1 oktober 1661 stapte Dierick van Heyst samen met Guillaume vander Meire, Laurentius Jans­sens en Jacques Gys­brechts in een compagnie voor het leveren van amonutie coussens ten dienste van syne Ma[jestei]t. Bronnen: N 3772, f° 75 r°; N 3778, f° 24 r° - v°.

[5] SAA, Ook in 1681 woonde hij nog in de Reyndersstraat; GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 179.  De meerseniers vermelden als beroep het enigmatische boeks (GA 4217).

[6] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 30 r°, nr. 175.

[7] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 175; GA 4832, f° 63 r°, nr. 175; GA 4218-19.

[8] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 35, nr. 131.  De meerseniers kennen in 1765 en 1768 een Maria de Wolf die vettewarier in de Reyndersstraat is.  Het zou wel eens over één van de dochters kunnen gaan (GA 4220-21).

[9] SAA, SR 1243, f° 159 r° - 161 v°.

[10] SAA, GA 4231, 4234-35, 4237-38 en 4240; Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2277, alwaar het pand onder een verkeerd nummer werd opgenomen.