Reyndersstraat 49

Boedelinventaris van Daniel Willemsens

 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Op 6 november 1610 splitste Thomas Gramaye ook dit door hem gebouwde huis van de Hage af om het te verkopen aan Daniel Wil­lemssen, Cornelisso­ne, en Cornelia Blocx. De beschrijving luidde: Een huys metten private oft weerdribbe [daer]aff de put is liggende inden kelder van[den] nabeschreven huyse gen[aempt] de mispelhaghe [ende] over [ende] lancx der [erve] va[nden] selve[n] huyse geruympt moet worden gronde ende toebehoort[en] gestaen [ende] geleghen inde Reyndersstrate alhier, tusschen thuys genaempt de mispelhaghe aen deen zyde en[de] thuys genaempt de Crieckhaghe aen dander zyde[1]. Het huis werd op dat ogenblik gebruikt door Henrick Janssens, kleermaker terwijl Daniel Willemssens het huis Doernehaghe huurde, pand dat zoals we zagen verworven werd door Henrick Janssens. Vermoedelijk zal er dus achteraf heen en weer verhuisd zijn.  De meerseniers kenden hem in 1636 als bakker die woonde in de Reyndersstraat[2].  Uit zijn testamenten d.d. 3 juni 1653 - Daniel was toen al weduwnaar - en d.d. 29 november en 2 decem­ber 1654 blijkt dat hij nog steeds in de Reyndersstraat woonde.  Hij staat echter geno­teerd als arbei­der op de werf.  Op 4 december 1654 over­leed Daniel Willemsens om 11 u. in zijn woning in de Reynders­straat en notaris vander Donck begon nog dezelfde dag aan de boedelinventaris [3].  De staat van goed d.d. 8 maart 1655 maakt melding van een huurder met name Peeter Vyvermans die 40 gulden per jaar betaalde[4]. Daniel had een vrij sterke band met zijn buurman Dierick van Heyst, eigenaar van de Crieckhage, die hij bedenkt met 900 gulden en wiens dochter hij boven de doopvont had gehouden.

 

Daniel Willemssens en zijn echtgenote bleven kinderloos en volgens zijn testament liet Daniel zijn eigendommen na aan de gemeyne huysarmen. Geerbrant Fredericx en Joan Aelst als dienende aalmoezeniers van die daklozen verkopen op 17 maart 1655 voor 1832 gulden 10 stuivers het pand aan de buurman: Dierick van Heyst, deken van het ambacht der kousenmakers en eigenaar van de Crieckhage, en zijn echtenote Maria van Kerster[5]. Het echtpaar lijkt beide huizen als geheel bewoond te hebben: tesamen hadden ze in 1659 een huurwaarde van 160 gulden en waren ze uitgerust met vier schoorsteenpijpen. Ik vermoed dat ik in 1667 als bewoner van een terug apart nr. 49 met huurwaarde 78 gulden Cornelis Verbeeck mag opgeven.  In 1672 is er geen huurwaarde aangegeven maar zou ene Francis van Belve of van Velve, een bakker, bewoner zijn geweest. Bewoner in 1682 en zeker tot 1704 is Norbert Faeyet of Sayet[6].

 

Op 23 februari 1691 kopen Norbertus Faeyet en zijn echtgenote Catharina Gijbens de beide huizen voor 2205 gulden (het nr. 49 en de Crieckha­ge) van de erfgenamen van Theodor van Heyst en Marie van Caster (alternatieve namen voor Dierick van Heyst en Maria van Kerster?)[7]. De erfgenamen van Norbertus Faeyet en Catharina Gijbens verkopen beide panden op 22 juni 1706 voor 1763 gulden aan een familielid: de kunstschilder Adrianus Gybens die als medevoogd over de minderjarige kinderen van het echtpaar Faeyet optrad en die volgens zijn testament van 22 juni 1709 in de Reyndersstraat gewoond heeft[8]. Op 25 oktober 1709 zijn het Sara Gybens, die er zeker in 1708 nog woonde[9], en Petronella Gybens die samen met Cathari­na Saeyet, de nu volwassen dochter van Norbertus beide huizen voor 1656 gulden verkopen aan Arnoldus Heymans en Anna Seel­maeckers die meteen hypothekeren voor 87 gulden 10 stuivers erfelijk[10]. Na de dood van haar echtgenoot verkoopt Anna Seel­maeckers samen met de zonen van Arnoldus Heymans ze volgens akte d.d. 11 februari 1734 aan François Fierens en Catharina Spits[11]. Bij een verde­ling op 11 augus­tus 1741 van de uitge­breide familiebezittin­gen van dit echt­paar na de dood van François, weet Catharina o.m. de twee huizen in de Reyn­ders­straat voor zichzelf te behouden[12].

 

In 1754 wordt het huis verhuurd aan de weduwe Camberlam, ambacht 'Clijnbierhuys', haar zoon van 25 jaar en haar dochter van 35. Bij de meerseniers is ze bekend als de weduwe Camber­leng en zij woonde in 1765 nog steeds in de Reyndersstraat[13].  Op de kamer huurde in 1754 ook nog een 'smitsknecht'[14]. Op 9 juli 1750 zouden de eigendommen in de handen van koopman- juwelier Theodorius Fierens belanden[15]. Op 16 januari 1764, bij een verdeling van diens goederen, wordt zijn broer E.H. Jacobus Fierens, priester en sacristaen van de kathedraal de nieuwe eigenaar[16]. Op 10 juni 1771 worden beide huizen apart ver­kocht door leden van de familie Fierens. Het huis Reynders­straat 49 wordt voor 600 gulden verworven door Jan Carel de Meter en Maria Catharina Hendrickx die meteen voor 400 gulden hypothekeren[17].  In 1796 signaleert men volgende bewoners: Charle Demeter, weduwnaar, 70 jaar en slotenmaker; Jean Demeter, 28 en met hetzelfde beroep en Terese Roelans, 60 en naaister.  Waarde van het huis: 800 gulden[18].

 


 

[1] SAA, SR 489, f° 386 r° - 387 r°.

[2] SAA, GA 4215.

[3] SAA, N 3770, f° 114 r° - 116 r°; N 3771, f° 191 r° - v° ; f° 191 v° - 192 v°; f° 226 r° - 227 r°.

[4] SAA, N 3772, f° 89 r° - 100 v°.

[5] SAA, SR 734, f° 57 r° - 58 r°.  Er is ook nog een merkwaardige akte d.d. 17 januari 1655 waaruit zou blijken dat de aalmoeze­niers toen de Crieckhage zelf aan van Heyst verkochten: N 3772, f° 75 r°.

[6] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 30 r°, nr. 176; GA 4832, f° 63 v°, nr. 176.

[7] SAA, SR 950, f° 351 v° - 351bis v°.

[8] SAA, SR 1012, f° 87 v° - 89 v°;  N 3901, ongefolieerd.

[9] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 176.

[10] SAA, SR 1021, f° 341 r° - 342 v°.

[11] SAA, S.R. 1115, f° 133 v° - 135 v°. De testamenten van de familie Fierens tonen aan dat daar waarschijnlijk niemand van in de Reyndersstraat heeft gewoond. Ze woonden meestal aan het Vleminckveld bij 'Schuttersput'. Overzicht:

17/08/1731: F. Fierens en Cath. Spits: N 1721, ongefolieerd, akte nr. 174; 30/10/1736: Theresia Fierens: N 4175, ongefo­lieerd; 21/11/1736: Clara Fierens: N 4176, ongefolieerd, akte nr. 44; 31/08/1753 en 04/09/1753: Theodor en Constantia Fierens: N 4182, ongefolieerd, akte nr. 41 en 42; 01/02/1763: Theodor Fierens: N 4187, ongefolieerd, akte nr. 3; 21/05/1765: E.H. Jacobus Fierens, N 4188, ongefolieerd, akte nr. 28.

[12] SAA, SR 1141, f° 37 r° - 44 v°.

[13] SAA, GA 4220.

[14] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 35, nr. 132.

[15] SAA, SR 1174, f° 290 v° - 291 r°.

[16] SAA, SR 1223, f° 113 v° - 114 v°.

[17].SAA, SR 1243, f° 166 v° - 168 r°.

[18] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2278.

 

Bijlage

 

Inventaris d.d. 5 december 1654 van de goederen van Daniel Willemsens, gestorven op 4 december 1654 in de Reyn­dersstraat 49.  Notaris vander Donck is nog diezelfde dag begon­nen met de inventaris.

Testamentair executeur is Daniel's buurman Dierick van Heyst.

 

Bron: SAA, N 3771, f° 65 v° - 72 v°.

 

[f° 66 r°]

 

Een herthouten cleerschappraeye [daer]inne bevonden

een buffelschen ceulder geboort met eenen gouden galos [ende] goude li[n]then,

een swertte laeckenen broeck [ende] casack geboort met een syden pastameken,

een swert laeckenen rocxken onder wambas [ende] broecke

een taneyt laeckenen rocxken een broeck [ende] bombasyne wambeys,

een baeyen casack [ende] broecke,

eenen couleuren laeckenen broecke met goude drate cnoppen,

een grys couleure laeckenen broecke met goudt drate cnoppen,

een swertten laeckenen mantel met akens saeye gevoeyert [ende] ongeschoren fluweelen schoeff,

eenen swertten laeckenen mantel met baeye gevoedert [ende] eenen gedrueckten caffaen[en] schoeff, It[em] een blauw lynwaten cleedt,

I bouratten wambeys [daer]ane 37 silvere cnoppen,

I langen swerten laeckenen rouwmantel wt geteerde caffa venten wt eenen vlieger

I carpetten taeffelcleedt

twee carleen broecken

een saeyen wambeys

een paer lakene mouwen,

twee mouffelen

I paer nieuw carmosynegrauw saeyen coussens

I paer oude carmosyne grauw saeyen coussens

I paer quade swertte saeyen coussens

twee paeren staelblauw saeye coussens

I swertten laeckenen mantel met swertten baeye gevoedert

I bombasynen wambeys daer aene 28 silve[ren] cnoppen

I couleuren laeckenen casack [daer]aene 23 silvere cnoppen,

I laeckenen grauw broecke,

drye vilten hoeden

I grauwen vilten hoet

I weeckhouten rechtbancke met twee deuren,

 

[f° 66 v°]

 

I herthouten veltcoetsken,

een bedde met hooftpeulue, een witte [ende] groen saergie,

I deel oude craegen,

I tirenteynen beddecleedt,

een stroeyen matrasse,

I coope[ren] sieketel,

I scheiffbert

I fourquet stock,

noch I bedde met hoofpeulue

I herthouten spennen bancke,

I herthouten dwelier,

twee groen geschilderde houten stoelen,

I lanterne

ses steene potten met tenne decxels,

noch een bedde met hooftpeulue,

een stroeyen matrasse,

vyff oorcussens,

vier groen sacken,

I groen [ende] witte saergien,

een lynwaten beddecleedt,

I herthoute schabeltaeffelken,

I herthouten buste

I teenen setel

I yse[ren] backpanne

een cooperen schale met yseren balch

I cooperen potteken,

I tennen spouwbecxken,

I tennen schoetellien,

noch eenen graensack,

I herthouten coetse

I herthouten cleerschappraeye boven met drye openg[aende] deuren [ende] onder twee

seven groenegeschilderde stoelen

I coope[ren] bedtpanne,

I herthouten wttreckende taeffel,

I spiegel in gestoffeerde lyste

I houten groenen geschilderderden leenstoel,

I cooperen aecker

I cooperen becxken,

I rooster,

een yseren latte

I yseren hangel

I yseren treftken,

I groen saeyen schouwcleedt

twee coopere potdecxels

I coope[ren] candelaer,

I silveren becker

eenen silveren lepel

I coope[ren] wywatervat

een cooperen vispaen,

een cooperen boterpanneken,

eenen vertende cooperen sieketel,

een marien beldeken,

vier schilderyckens van cleyn importantie,

noch eenen silveren lepel,

drye silvere naelden

een silvere spel met een peerel [daer]aen,

een tennen soutvat,

een tenne commeken,

een tennen lepel,

een metalen belleken

een deel kerckboecken,

een mesken met silver beslagen,

een busseltien silvere cnoppen,

een rappier met een buffels henghsel

een taneyt sattyne wambas gepicqueert,

een bombasynen wambas met sattyne gepicqueerde mouwen,

een tange,

een schip,

een coperen vierketel,

een swertte sattyne gepluysde borste,

een[en] kerckboeck wesende het handtboeck met silvere sloten,

 

[f° 67 r°]

 

[Er was voor 1129 gulden 2 1/4 stuivers contant geld]

 

Lynwaet deses sterfhuys

 

17 paeren slaeplaeckenen

13 droochdoecken

54 hempden,

I blauwen voorschoeyt

12 doecken,

13 servetten

30 voorschoeyen

een deel quade neusdoecken

71 neusdoecken

34 slaepmutsen

45 craegen

 

[volgen de waardepapieren waaruit blijkt dat Daniel Willemsens wel over heel wat renten beschikte maar slechts één huis bezat.  Er wordt geen melding gemaakt van achterstallige huur zodanig dat we gerust kunnen stellen dat hij hier gewoond heeft]


 

Schip: lees schup (schop).