De Mispelhage, Reyndersstraat 47

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Ook hier moeten we ons verhaal starten op 6 november 1610. De eerste beschrijving van die datum is zeer omvangrijk omdat er zoveel interessante regelingen instaan i.v.m. de buurpan­den: Thomas Gramaye verkoopt aldus aan Henrick Bemberch en Elisabeth Boots: Een huys metter weerdribbe totten selven huyse behoorende daeraff den put inden kelder van desen selven huyse is liggende behoudelyc indyen namaels bevonden wort dat de proprietaris vande huysinghe den tennen pot daer achter inde Cammerstrate totte selve weerdribbe heuren toeganck hadden, de proprietarisen by tyde wesende vande selve huysing­he den tennen pot schuldich [ende] gehouden zullen zijn (gelyck hy comparant als tegenwoordich proprietaris van[den] selve huysinghe tzelve voor hem ende zijne nacomelinghen alzoo willecoerde ende conserteerde mits desen) den oncost van het ruymen vande selve weerdribbe halff te draghen, met oock den gebruycke vande regenbackpompe voor opt strate staen[de] die tusschen desen huyse [ende] Jacques van Coelput huys nabe­schreven, voordane ten eeuwighe[n] daghe[n] gemeyn zal zijn [ende] blijven [ende] tot gelycke[n] coste onderhoude[n] moete[n] worde[n], gronde ende toebehoorte[n] gestaen ende geleghen inde Reynderstrate alhier, tusschen des voers. Jacques van Coelput huys ende erve aen deen zyde westwaert, [ende] daniel wilemss. huys [ende] erve aen dander zynde oostwaert[1]. De akte zegt ook dat de kopers het huis al bewoonde op de moment van de aankoop. Ter verduidelijking vermeld ik ook dat Jacques van Coelput eigenaar werd van De Witten Hert, nu Reyndersstraat 45 en dat Daniel Willemssens nr. 49 zou gaan bezitten, een pand dat ook gebruik maakte van de weerdribbe.

 

Martina en Susanne Bemberch, en de kinderen van hun zuster Anna, allen dochters die Henrick uit twee vrouwen moet gehad hebben, verkopen op 6 februari 1641 het huis aan de kuiper Peeter de Clercq en zijn vrouw Anna Wortelmans. De kopers betalen 2775 Car. g. en moeten hun huis meteen hypothekeren[2]. Is dit al een goede indicatie dat deze mensen hun huis ook zijn gaan bewonen, Peeter de Clercq betaald in 1659 wel degelijk ook de huurbelasting die getaxeerd wordt op een huurwaarde van 84 gulden. Het huis is voorzien van twee schoorsteenpijpen[3].  Op 24 en 25 januari 1658 laat Peeter’s nicht Janneke van Langenhoven, 22 jaar oud, haar testament bij hem opmaken.  Het blijkt dat hij ze al 17 jaar onder zijn hoede had[4].  In 1667 en 1672 wordt zijn weduwe op een huur­waar­de van 80 gulden belast[5]. In 1677 en 1681 had ze in het huis een kruidenierswinkel[6].  Bij een verdeling d.d. 23 decem­ber 1681 tussen hun vier kinderen: Joanna, Peeter, Jan en Cathari­na (die gehuwd is met Jacques van Papekeel (zie Groote Ha­ge)), waarbj het overigens opvalt hoezeer de familie in het kuipers­ambacht verankerd is, wordt Jan de Clerck, uiteraard ook kuiper, de nieuwe eige­naar[7]. Dat hij er ook woonde blijkt uit het cohier van 1682 en 1689[8] en na zijn overleden en zeker tot 1704 woonde zijn weduwe er nog. In de daaropvolgende jaren tot 1708 gingen Jan Janssens en Jan Verstraten er wonen[9].

 

Het is de amman die de Mispelhage op 7 oktober 1704 voor 400 gulden verkoopt aan Arnoldus Bellens, die een machti­ging had van de erfgenamen van Denys Henrion, de voornaamste renten­trekkers van het huis. Op 20 september 1721 calengiert Lauren­tius Josephus Henrion, advokaat in de Raad van Brabant, een aankoop door Arnoldus Bellens d.d. 8 mei 1721. Arnoldus Bellens doet vervolgens afstand van het huis ten voordele van Henri­on[10].

 

In 1754 zou het huis bewoond zijn geweest door de weduwe Serbiers en haar dochtertje van vijf. Als beroep staat er net zoals bij haar buurvrouw van het nr. 49 Clijnbierhuys[11]. Op 7 maart 1765 verkoopt de amman het huis voor 726 gulden aan Joannes Janssens en Elisabeth van Geel[12].


 

[1] SAA, SR 489, f° 393 r° - 394 r°.

[2] SAA, SR 669, f° 13 r° - 16 r°.  Reeds in 1636 was Peeter de Clercq lid van de meerseniers.  Hij woonde toen op de Oude Koornmarkt (GA 4215).

[3] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefo­lieerd. Peeter de Clercq staat in dit slordig gehouden regis­ter vermoedelijk verkeerdelijk bij de Appelhage die eigen­lijk niet de Appelhage heet maar het voormalige huis van Daniel Willemssens is, nu Reyndersstraat 49.

[4] SAA, N 3790, f° 50 r° - 51 v°.

[5] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd. Zelfde opmerking als bij het cohier van 1659; GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 180.

[6] SAA, GA 4216-17.

[7] SAA, SR 889, f° 68 r° - 69 r°.

[8] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 30 v°, nr. 177.

[9] SAA, R 2516 : Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 177; GA 4832, f° 63 v°, nr. 177.

[10] SAA, SR 1005, f° 126 v° - 128 v°; SR 1071, f° 215 r° - 216 r°; SR 1070, f° 139 v° - 140 r° en f° 140 r° - 141 v°.

[11] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 35, nr. 133. Een klein bierhuis is een zeer bescheiden cafeetje waar het laatste aftreksel van het brouwsel wordt verkocht. Tijdens het ancien régime was het klein bier een absoluut noodzakelijke volksdrank vanwege het vervuilde water dat ongekookt niet voor consumptie geschikt was.

[12] SAA, SR 1224, f° 488 r° - 489 v°.