Het Gulden Hert, Reyndersstraat 37

Boedelinventaris Catline vanden Berghe 1627

Uitgaven van Hans Somstadt ten behoeve van Catlyne vander Ryst

 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Dit is het laatste pand dat werd opgericht in het door Peter Neve in 1528 afgesplitste deel van de Hage (zie bij Het Gulden Vlies). Als eerste van de reeks werd het op 1 juli 1563 door Claus sHerwouters en zijn kinderen verkocht voor een erfrente van 96 Carolusgulden aan Aert van Wyck, peltier, en diens echtgenote Cornelia Beuckelers. De beschrijving luidt: Een huys metten geheelder weerdribben,  die de comparant nog drie jaar mag gebruiken, genaemt de hert gestaen en[de] gelegen inde Reyner­straete alh[ier] tusschen thuys genaemt den hage aen deen syde oostwaert en[de] der v[oor]s. erfgeveren ander huys [bedoeld is het Wit Peerdeken]" en met nog een stuk erf van de comparant aan de achterkant waarop later het Swert Peerdeken zal gebouwd worden[1]. Er volgen, zoals hierboven al werd aangestipt, ook nog zeer nauwkeurige bepa­lingen i.v.m. een venster aan de achterkant van het huis van drie voet breed en vijf voet hoog waar de comparant moest afblijven en men en sal met gheene tim[m]eraige metserye oft ande[re] edificie op acht voeten nae de voirs. venste[r] tot eeuwigen dagen mogen gemaken[2].  Een cijns van 3 groten werd ieder jaar aan de stad betaald vanwege een keldertrap die 1 voet diep in de straat stak[3].  Het Hert is lang in de handen van de familie van Wyck gebleven. In 1579 en 1582 werd het bewoond door Aert van Wyck; in 1583 en 1584 werd er verhuurd aan Servaes Vervloet, de medevoogd over de minder­jarige kinderen van Aert. Vanaf 1584 tot 1589 werd het bewoond door de zoon van Aert, de peltier of veltblooter, dit is de man die de wol van de huiden afsteekt, Hans van Wyck die tegelij­kertijd eigenaar was. Daarna huurde in 1590 Niclaes Bernaerts en in 1591 Cornelis vander Reyst. Dan stond het huis gedurende een tijd leeg en kwam het in handen van schuldeisers die er renten van te trekken hadden. In 1594 wist Hans het voor zichzelf en zijn broers en zusters terug te verwerven en terug te verhuren aan Cornelis vander Reyst[4].

 

Op 23 augustus 1603 verkoopt Hans van Wyck, samen met verte­genwoordigers van zijn innocente broer Aert en ook in naam van zijn twee zusters Anna en Digna die uitge­weken waren naar Amsterdam, aan de reeds hoger genoemde koopman Peeter s'Herwou­ters, sedert kort ook eigenaar van het Vlies, den Cop, het Wit en het Swert Peerde­ken. s'Herwouters betaalt 72 Car. g. 2 gr. erfelijk voor Een huys met vloere ceuckene kelders camers gronde & alle[n] de[n] andere[n] toebehoorte[n][5]. Hij doet het op 7 maart 1611 terug van de hand en de nieuwe eigenaar is dan de schoenmaker Hans Somstadt of van Sonnstadt en zijn echtgenote Catlyne of Catharina vanden Berghe. We vernemen dat de eigenaars van den Hert moeten toestaan dat de bewoners van het Swert Peerde­ken gebruik maken van de beerput[6]. Alhoewel het echtpaar ook nog beschikken over het huis De Stad van Aecken aan de overzijde van de Reyndersstraat bewoonden ze wel Den Hert wel degelijk. De Stad van Aecken verhuurden ze aan de schoenmaker Lucas de Weert voor 72 gulden per jaar, in den Hert had Hans Somstadt zijn eigen schoenmakerij met winkel. We beschikken over zowel de boedelbeschrijving (zie bijlage 1) als de staat opgemaakt n.a.v. het overlijden van Catharina uit 1627. De waarde van de inhoud van de schoenma­kerswinkel bedroeg 448 gulden, de meubelen van de woning zouden bij een openbare verkoop 887 gulden 2 stuivers hebben opgebracht[7]

 

N.a.v. het overlijden van Catharina op 1 juni 1627 krijgt Hans Somstadt den Hert op 27 juli 1627 en hij hypothekeert het meteen[8]. In 1633 laat Catlyne van Ryst, dochter van Pauwels en Heylken Goyvaerts, haar testament opmaken op haar ziekbed dat gesitueerd wordt in de Reyndersstraat.  Haar grootvader was Hans van Somstad­t zodat het niet onwaarschijnlijk is dat ze bij hem inwoonde na de dood van haar ouders, vooral omdat we vermoeden dat hij haar bevoogde[9]. Hij ver­koopt het pas op 9 juni 1639 aan de schilder Jan vanden Berghe en zijn echtge­note Maria van Arenborch[10]. Dezen hebben den Hert waarschijn­lijk niet be­woond: in 1659 verhuren ze het aan Franchois Bommaert. Het pand werd toen op een huurwaarde van 96 gulden getaxeerd en het was voorzien van twee schoor­steen­pijpen. In 1667 huurt Catlyne Crasiant voor nog slechts 72 gulden, in 1672, 1682 en 1689 en 1704 Carel Prunier of Penier of Pinneel, vettewarier en lid van de meerseniers vanaf 1677 tot 1696 waarna de weduwe van Jaspar Pinneel overnam[11].  Het cohier van 1689 tot 1708 geeft nog meer huurders: Geeraert de Mot, Jan Esselinckx en Hen­drik Jans­sens[12].

 

De eigenaars van 1639 waren inmiddels al lang overleden zonder mannelijke erfgenamen na te laten. In 1682 wordt de weduwe de Backer als eigenares vermeld en dit slaat op Maria vanden Berghe, wiens zoon Jan Anthonis de Backer volgens akte d.d. 28 maart 1693 het pand overdraagt aan de voornaamste schuldeiser, de krankzinnige Magdalene Bruyn­seels[13]. Eén van haar erfgena­men, Cornelia Bruynseels, gehuwd met de koopman Daniel de Licht, verwerft het na een verdeling van de niet onaanzienlij­ke erfenis op 28 februari 1703[14]. Hun dochter, Magdalena de Licht, erft het samen met heel wat renten en obligaties op 17 december 1744[15].

 

In 1754 werd het pand bewoond door oudkleerkoper Jan B. Smekens, zijn echtgenote Maria Sips, en het dochtertje van 5 jaar. Op de kamer woonde zijn broer, schrijnwerkersknecht van beroep[16]. Smekens en zijn vrouw weten hun woonst te kopen op 28 april 1756 als Magdalena de Licht het van de hand doet voor 600 gulden. Ze hypothekeren het meteen voor 350 gulden[17]. Dit is meteen de laatste akte wat betreft het ancien régime.  Eigenaars-bewoners in 1796 zijn Henry Deckers, schoenmaker, 54 jaar; zijn echtgenote Anne Smekens, 47, die een winkel uit­baat, en een reeks kinderen: de kleermaker Gerard Deckers, 21 jaar; Nicolas, timmerman, 19; Hubert, kleermaker, 16 en verder Arnould, Mari en Elene, resp. 14, 12 en 8 jaar oud[18].  De waarde van het pand bedroeg 800 gulden.  Wie wat kan rekenen legt meteen een verband tussen Anne Smekens en het dochtertje uit de volkstelling van 1754.  De winkel waarover het gaat zou volgens de meerseniers een garen en lintenwinkel zijn die vanaf 1790 op naam stond van Henricus Deckers[19]


 

[1] SAA, SR 292, f° 168 r° - 169 r°.

[2] SAA, SR 292, f° 168 r° - 169 r°.

[3] SAA, T 167, f° 39 r°; T 169, f° 17 v°, nr. 148/295; T 172, f° 23 v°, nr. 295.

[4] SAA, GA 4833, f° 347 r°; R 2330, f° 8 r°; R 2291 f° 100 r°; R 2292, f° 90 v°; R 2211, f° 97 r°; R 2223, f° 96 r°; R 2323, f° 93 v°; R 2242, f° 98 r°; R 2354, f° 99 r°; W 173, ongefolieerd, akte nr. 28; W 173, ongefolieerd, akte nr. 15. Dit laatste document bespreekt in vage termen ook de kosten aan reparatie- en onderhoudswerken voor de periode 1584 - 1594. De inkomsten aan huur ondergingen dramatische schomme­lin­gen, mogelijk als gevolg van de val van Antwerpen en de daaropvolgen­de emigra­tie:

 

jaar

1584

1585

1586

1587

1588

1589

1590

1591-93

1594

huur

100

76

60

51

51

61

43,5

?

57

 

De rekening van de jonge Aert van Wyck, Hans' broer, bevat dan ook niet veel meer dan items i.v.m. het oplappen van zijn schoenen!

[5] SAA, SR 451, f° 144 r° - 145 v° en f° 156 r° - 157 r°.

[6] SAA, SR 491, f° 9 v° - 11 v°.

[7] Testament van Catharina  d.d. 31 mei 1627: SAA, N 3461, f° 203 r° - 205 v°; Boedel d.d. 2 juni 1627: N 3495, ongefolieerd; Staat d.d. 27 juli 1627: N 3840. Catharina was eerder gehuwd geweest met de schoenmaker Cornelis vander Ryst. 

[8] SAA, SR 583, f° 253 r° - v°. De kinderen van Catherina vanden Berghe krijgen geld uit de verkoop van het huis De Stad van Aken aan de overzijde van de Reyndersstraat.

[9] SAA, N 3754 (1633), f° 143 v° - 144 v°; N 3755, f° 231 r° - 232 v° (zie bijlage 5).

[10] SAA, SR 657, f° 208 v° - 209 v°.

[11] SAA, GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 189; GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 30 v°, nr. 186; GA 4832, f° 64 r°, nr. 186; GA 4216-19.

[12] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 186 (verkeerdelijk aangeduid als Peerdeken).

[13] SAA, SR 959, f° 89 v°.

[14] SAA, SR 1000, f° 207 r° - 211 r°. Eind 1702 woonde dit echt­paar in de Raapstraat en in 1741 woonde Cornelia er nog: N 3699, ongefolieerd, akte nr. 315; N 1378, ongefolieerd, akte nr. 43. De familie de Licht behoorde tot de ‘B-groep’ van de Antwerpse fortuinen: zie K. Degryse, De Antwerpse fortuinen: kapitaalsaccumulatie, -investering en -rendement te Antwerpen in de 18de eeuw, (= Bijdragen tot de Geschiedenis, jg. 88) Antwerpen, 2005, bijlage 1 B (elektronisch op cd-rom).

[15] SAA, SR 1153, f° 240 r° - 254 r°.

[16] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 37, nr. 142.

[17] SAA, SR 1196, f° 57 v° - 59 r°.

[18] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2270 en 2271.

[19] SAA, GA 4234-35, 4237-38 en 4240.

Bijlagen

1. Inventaris van de nagelaten goederen van Catlyne vanden Berghe, echtge­note van Hans van Somstadt d.d. 2 juni 1627. Zij was daarvoor weduwe van Cornelis vander Ryst. Ze is gisteravond (1/6) overleden in het huis Den Hert, Reyndersstraat 37.

Erfgenamen: Pauwels en Cornelis vander Ryst, kinderen uit haar eerste huwelijk.

Bron: SAA, N 3495, ongefolieerd, reeds gedeeltelijk gepubliceerd in E. DUVER­GER, Antwerpse kunstinventarissen uit de zeventien­de eeuw, dl. III, Brussel 1987, p. 22-23 (nummer 610).

 

 

Ierst In[den] Winckel

 

Vierentwintich paeren stryck oft boereschoenen,

Eenenvyftich paeren vrouwe gecorckte schoenen,

Twintich paren droochle[ren] mans schoenen,

 

Derthien paeren droochleed[eren] jongens [ende] meyskens schoenen,

Vyffentwintich paeren vette leeren mans schoenen met ooren,

Achtentwintich paeren soo vrouwe als knechts schoenen,

Twee paeren vrouwen schoenen nyet geschroeyt zyn[de],

Vyff paer enckel kinder schoenkens,

Thien paer kinder schoenkens tot vyff [ende] ses jaeren,

Tweehondert [ende] vyftich paeren leesten soo groot als cleyne,

Twee viercante werckstoelen,

Ses pickel werckstoelen,

Een versteeckberct

Een deel schoenmakers ramen [ende] berders,

Een schoenmakers block,

Een snyberct,

Drye snymessen,

Diversche patroonen,

Twee affsteeckysers,

Een schilderye wesen[de] een marienbeeldeken,

Een cooperen armcandelaer,

Een vogelhuys,

Een hondert vyftich paeren schoenhouten,

Een halff spaens leeren vel,

Een schoenmakers bacxken,

Een cleyn baelken,

 

In[de] kelder

 

Twee looten wilt soelleer

 

Drye rugge vers soelleer,

Derthien stucken wilt leer onder groot [ende] cleyne,

Een merct waghe met een mande

Twee bier vierendeelen,

Twee ondervaten,

Een bierstellinge,

Een scheiffberct,

Twee botertobbekens,

Een waschtobbeken,

Een houte merckkiste

 

In[de] keucken

 

Een yseren latte met dry hangels,

Een[en] cleynen hangel,

Een vierschuppe,

Een brantyser,

Twee coopere blaeckers,

Een coopere vischpaen,

Een[en] coope[ren] schepper,

Een[en] cooperen tafelrinck,

Twee coopere treseerbeckens,

Een cooperen scheel,

Een[en] rooster,

Een braetpanne,

Een gaffelken,

Een[en] houten eemer met ysere banden beslaghen,

Een treftken,

Een[en] potheyse,

 

Een blau rassetten schoucleet,

Een houten soutvat,

Een paer brantysers met coopere cnoppen,

Een paer geslepen brantysers,

Een[en] grooten cooperen ketel,

Een[en] cleynen cooperen ketel,

Drye coopere candelaers,

Een coop[eren] bedtpanne,

Een[en] cooperen vleeschpot,

Thien tenne schotel[en] van omtrent drye ponden tstuck,

Noch acht tenne schotelen van diversche sorten,

Sesthien tenne teljooren,

Een tennen suypecroes,

Een tennen botercroes,

Vyff tenne soutvaten,

Een[en] tennen mostaertpot,

Een tenne wynpint,

Twee tenne candelaers,

Thien tenne commekens,

Een tennen spoubecken,

Vier blecke schoteldecxels,

Dry tenne lepels,

Vier tenne sausieren,

Elff steene drinckpotten soo stoopen potten als pinten,

 

Een ceuckenschappray met dry sloten [daerin] bevonden

Twee groote silve[ren] bekers Een[en] middelbaren silve[ren] becker,

Een ront silveren soutvat, vyff silve[ren] lepels,

[Voor 38 gulden 8 stuivers zilveren patacons]

Een silveren romerken, Twee messen met platte silve[ren] gesneden hechten, Een violette fluweele tesse met een silveren ketenken [ende] een[en] silveren cnop [daer]ane,

dryentwintich silvere mans wambeys cnoppen,

Twee goude ringen met robyn[en] steenen, Een[en] gouden Rinck met een[en] cladbeck, Een[en] gouden peerlerinck

Een[en] gouden trourinck, Twee silve[ren] vrouwen cnoppen,

Een weeckhoute rechtbanck ydel,

Een houten keersback,

Een herthouten overdeckte coetse met een blau behangsel [daer]oppe, een bedde met hooftpeulne, Twee spaensche saer­gien, Twee tycke oircussens,

Een toeslaende tafelken, Een carpet tafelcleeken,

Een cooperen wywatervaetken, Een van houte gesneden cruycefix, Een preck­stoel,

Een teenen setel,

Twee vrouwe stoelen,

Een[en] mansstoel,

Twee gestecken sittencussens,

Twee merctcorven, Een saechsken,

Drye coopere potten, Een coop[eren] schotel,

Een deel eerdewerck, drye weeckhoute berders,

Een[en] tennen pispot, Een[en] spiegel [in] een swert casken,

 

Opde hang[ende] camer

 

Een herthouten spennebancke ydel wesen[de],

Een weeckhouten bancke,

Een lontroer,

Twee rapieren [inde] scheden, Twee hencsels,

Een weecke rechtbanck ydel,

Vyff cleyn schilderykens,

Een herthouten tafelken,

Een vierstoeffken,

Een fluweelen vrouwen hoet [in] casse,

Een poederfles, Een cleerschappray [daerin] bevonden,

Een hontscoten capootken met slecht bont gevoedert,

Een slecht moreyt sielken met twee trype boordekens,

Een grau sattyne borse met carler mouwen [daer]aen achten­twin­tich sil­ve[ren] cnoppen,

Een grauwen lakenen mans nachtabbaert,

Twee quade vrouwenhoeden,

Twee dagel[ykse] swertte laken mantels,

Dry geloide huyden,

 

Opde voorcamer,

 

Een herthouten wttrecken[de] tafel,

Een carpetten tafelcleet,

Een overdeckte coetse daer oppe

Een bedde met hooftpeulne,

Een groen saergie,

Een oircussen

Een herthouten cleerschappraye met dry bovensloten [ende] beneden twee opgaende deuren [daerin] enich van tnabes[reven] lynwaet

 

Een[en] nieuwen smanshoet met armosyn gevoedert [ende] een[en] bant [daer]over, Een swert sattyne lyff sonder rugge,

Een violette sattyne borse met XXVII doorluchtige silve[ren] cnoppen, Een[en] carlen vlieger met dopkens armosyne venten,

Een carlen rock met vyff syde passementen,

Een[en] swertten armozynen voorschoeyt met een[en] rolstock,

Een[en] swertten armosynen hooftsluyer,

Een[en] swertten groffgreynen rock met een[en] fluweelen boirt [daer]op liggen[de] vier coorden,

Een swertte lakene broecke met seemeleer, zynd[de] geboort [ende] heb­ben[de] cnoppen in[de] syden,

Een swert laken rocxken,

Een carlen accontrement van broeck [ende] rocken,

Een oude wambeys met een [paer] swertte sattyne geboorde mouwen,

Een swert sattyne mans wambeys,

Een roode lakene siele met een[en] fluweelen boort

Een[en] lakenen roumantel

Een goeden swertten lakenen mantel met armosyne banden [ende] een[en] onge­schen/yen fluweelen schoene,

Een[en] baeyen roupollack,

Een blau behanghsel van twee gordynen valle [ende] schoucleet,

Twee plaest[eren] engelen hooffdekens,

Een schilderye op doeck van thoffken van oliveten [in] een swert lystken,

Een kindeken op panneel in lystken,

 

Een ander oude cleerschappraye [daer]in bevonden,

Een nieuw bouratte huycke, Een van gebleckte bouratte vlieger­ken,

Een[en] moreytse rock [daer]op ligg[ende] een[en] fluweelen boort met vier koorden,

Een[en] akenssaye rouvlieger,

Een[en] syden groffgreynen voorschoeyt,

Een schoeffe,

Een oude schilderye op doeck [in] lyste,

Een schilderyken van een naeckte [per]sonnage in lyste,

Vier papiere schilderykens,

Een[en] capstock,

Twee vierketels,

Een[en] blaesbalck,

Een[en] yseren blockhamer,

Een coop[eren] candelaer,

Twee mansstoelen,

Twee spaens le[r]e mansstoelen,

Twee vrouwe stoelen,

Een bedde met hooftpeulne,

Twee groen saergien,

Een coeckyser,

Een cleyn spiegelken,

Een herthoute parysche bancke,

Een[en] vryffborstel,

Een quade huyck,

 

Opde solders,

 

Een tennen pispot,

Een oude coetse,

Een deel quade leesten,

Een setel,

Een vleeschton,

Twee gebroecken armarisen,

Twee leerkens,

Twee quade balen,

Een coren schuppe,

Een [par]tye corck,

Achtentsestich coyen huyden [daerin] begrepen ses te tavlen synde,

Een baelmande,

Een schoenmakerscraem buyten shuys syn[de],

Vier pyckbooren,

 

Lynwaet deses sterfhuys,

 

Eenendertich mans hempden,

Sessentwintich vrouwen hempden,

Ses overlehuyven,

Negenentwintich mans slaepmutsen,

Twintich vrouwe slaepmutsen,

Tweenviertich snutteldoecken,

vyffentwintich memoriedocken,

 

dryenvertich servietten,

drye groote ammelaekens,

Sesthien paren slapelakens,

Twee lange hantdoecken,

Seventhien fluwynen,

[ende] thien soo mans als vrouwen lobben.


 

carle: mogelijk een vorm van kerle (kerel): lang over­kleed voor mannen en vrouwen. Mogelijk wordt hier de betere stof, het zg kerllaken bedoeld waarin kerels worden gemaakt.

pollack: polacre, polaque: un habit dont les deux devants, se croisant, s'attachai­ent vers les épaules par deux rangs de boutons. Zie: Noot 36 bij: F. SORBER, ‘Kledij in Antwerpse archieven uit de zeventiende eeuw’. In: Antwerpen in de XVIIde eeuw, Antwerpen, Genootschap voor Ant­werpse Geschie­denis, 1989, p. 483. In dit geval wordt de pollack als rouwkleding gedragen.

2. Uitgaven van Hans Somstadt, schoenmaker, ten behoeve van Catlyne vander Ryst "... wanneer hy begonst heeft huere te winnen ..." in den Hert, Reyndersstraat 37.

 

Bron: SAA, N 3755, f° 231 r° - 232 v°.
 

 

Datum

Aangeschafte goederen

Bedragen

26/03/1629

22/05/1629

12/04/1630

 

      1632

06/09/1633

laken asgrauwen rock

coignetten lyffken

coignetten bouwen

een huyck

beuratten rock

hemden

gegeven voor een kint te heffen

coignet tot eenen rock

coignet tot eenen vlieger, caffa om de mouwe te stofferen, stoffe tot eenen borste

2 1/2 + 1/8 el groen laken voor een rok

boortsel totten selven rock

fatsoen vanden rock mette syde daertoe

passement omde vs. coignetten rock [ende] vlieger te boorden, [ende] voor cnoppen

claver ende groff camefas

2 ellen en[de] een halff voederinge tot 18 s. delle totten vs. coignetten rock

1 1/2 canefas tot 12 st. delle

5 ellen 1/2 gouden gallon om de vs. borste te boor­den

7 1/2 taellien armosyn voor eenen bandt in­den vlieger

29 g.

 8 g. 15 s.

30 g.

 9 g. 15 s.

37 g.

10 g.

 4 g.

15 g.  4 s.

 

20 g.

 9 g.  9 s.

 4 g. 13 s.

 2 g.  5 s.

 

12 g.  9 s.

 1 g. 10 s.

 

 2 g.  5 s.

      18 s.

 2 g. 9,5 s.

 1 g. 17 s.

 


 

Een kint heffen: doopmoeder zijn.