De Roode Roose, Reyndersstraat 19

Terug naar het overzicht van de huizen

 

De geschiedenis van dit pand loopt tot in 1624 grotendeels samen met die van de Witte Roose en de Gulden Roose. Het enige verschil dat we moeten maken betreft de huurders die we kennen in de periode 1579 - 1585: in 1579 ene Jeronimus van[de] Meere, in 1584 - 85 Hans Keyser een lakenbe­reider, die dus waarschijnlijk vlak in de buurt in de Hoog­straat zal gewerkt hebben, in 1586 Lenaert Ghyssels[1]. De huurwaarde bedroeg 72 gulden en werd in 1586 gehal­veerd.

 

Op 20 maart 1624 gaat het huis zijn eigen weg als Hans vande Werve, de stoeldraaier, aan Abraham Andriess[ens], stadsbouw­meester, “Een huys mett[en] gronde [ende] toebehoorten gehee­ten de Rooden Roose...”, gesitueerd tussen de Blauw Hinne en de Gulde Roose, verkoopt[2]. A. Andriessens huwde Elisabeth van Goerle en kreeg minstens vijf kinderen: Susanna, Catherina, Maria, Jaspar en Elisabeth waarvan de twee laatsten nog moesten bevoogd worden toen na het overlijden van Elisabeth van Goerle de eigendommen op 31 januari 1657 verdeeld werden. Testamentair executeur en voogd was E.H. Franciscus van Hillewerven, priester en kanunnik van de O.-L.-V.- kathedraal.

Maria werd de nieuwe eigenaar[3]. Zij bewoonde het niet zelf; het huis uitgerust met twee schoorsteenpijpen en met een huurwaarde van 50 gulden werd in 1659 bewoond door Karel Blommaert[4], en in 1667 en 1672 door Jan of Hans Blommaert. De huur­waarde was opgelopen tot 84 gulden in 1667 om in 1672 pijlsnel te dalen naar 60 gulden. In 1682 huurde de weduwe van Jan Baptista Michielsen aan 72 gulden[5].  De cohieren van 1689 tot 1708 laten een merkwaar­dig heen en weer verhuis zien tussen dit pand en de andere rozen.  Bewoners waren (niet in chrono­logische volgorde) Jacobus Augustus, zijn weduwe, Jan Baptista Michielssens, de weduwe van Martinus Merckx (in 1704) en rond 1708 Franchois van Volckum[6].

 

Op 18 april 1698 verkopen de erfgenamen Andriessens het huis voor 1140 gulden aan Andries Janssens, oud deken van het timmerliedenambacht, en Anna Paris[7]. Op 25 mei 1714 verwerft hun zoon E.H. Cornelius Guilielmus Janssens, kanunnik in de St.- Jacobskerk dit huis samen met een stuk van de Roosboom als gevolg van de verdeling van de erfenis van zijn ouders[8].

 

In 1754 wordt het huis bewoond door

- de wagenmakersknecht Livinius Moors, zijn vrouw en een doch­tertje dat op het moment dat de teller passeerde 6 weken in de wieg lag,

- de ‘witwerkster’ Susanna Janssens,

- de ‘horlogieursknecht’ Dierick van Bael[9].

 

C.G. Janssens liet volgens zijn testamenten d.d. 6 mei 1733 en 4 februari 1734 alles na aan Jacobus Mertens, goud- en zilver­smid. Het testament van Maria Anna vanden Wyngaert, weduwe van Jacobus Mertens, d.d. 9 september 1767 geeft weliswaar geen plaatsbepaling maar als getuige fungeerde wel Carolus de Buck die later een aantal huizen in die buurt van de Reynders­straat zou verwerven[10]. Het zijn hun kinderen die het huis op 17 maart 1770 voor 1425 gulden verkopen aan Anna Travaille, de weduwe van Laurentius Charles, die meteen hypothekeert voor 1000 gulden[11]. In 1796 zien we volgende eigenaars-bewoners: Mr. Charles, 44, kousenwinkelier, de weduwe Anne Travaille, 84 jaar oud en de naaister Mari Lebes, 28.  Waarde: 1400 gul­den[12].

 

In 1898 stond het pand leeg[13].

                                                                            

 


 

[1] SAA, GA 4833, f° 116 r°; R 2330, f° 7 r°; R 2221, f° 51 r°; R 2238, f° 59 r°; R 2498, f° 64 r°.

[2] SAA, SR 567, f° 100 v° - 101 r°.

[3] SAA, SR 743, f° 261 r° - 262 r°.

[4] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefo­lieerd.

[5] SAA, R 2503: lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier van kapi­tein Wans 1672, nr. 62; GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 57 r°, nr. 60.

[6] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, derde wijk, 2de kapitein, nr. 60; GA 4832, f° 136 r, nr. 60.

[7] SAA, SR 979, f° 240 r° - v° en 243 r° - v°.

[8] SAA, SR 1043, f° 245 v° - 250 r°.

[9] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 445, nr. 54.

[10] SAA, N 3102, ongefolieerd, akte nr. 89. Onder de legaten vinden we vermeld “... het paer silvere diamanten oorbouckels degene haer dochter Anna Margareta Mertens is draegende...” en “... der testatrice zilveren beugel ende tesse...”.

[11] SAA, SR 1240, f° 515 v° - 517 r°.

[12] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2262.

[13] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 13).