De Gulden Keersvorm, Reyndersstraat 9 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

De geschiedenis van dit pand loopt grotendeels tesamen met die van De Roosboom en daarna met deze van het Schilt van Coelen. Het staat wel vast dat het Schilt al in 1547 uit twee huizen bestond maar in 1581 spreekt men wat betreft het Schilt over “een huys... dwelck twee huysen plagen te syne...” en zelfs in de cohieren van de jaren 1579 - 1585 bleef men dit pand toch als één geheel beschouwen en worden er nergens aparte huurders opgegeven. De afsplitsing gebeurt pas op 3 november 1612 als Hans vande Werve in erfelijk recht aan de kousenmaker Balthasar Vorsters en Marie Pertelers geeft: “... Een huys nu ter tyt genaempt den gulden keersvorme met kelder, ceuckene, winckele, diverse oppercamers, soldere, pompe, helft van[den] private liggen[de] onder de plaetse van thuys ge­naempt den roosboom nabeschr[even]...”, die moet geruimd worden via het Schilt van Coelen mits het gemeenschappelijk dragen van de onkosten, gesitueerd tussen het Schilt van Coelen en de Roosboom die er ook achteraan aangrenst[1]. In een akte van 1655 over de Roosboom vernemen we dat de weduwe van Balthasar Vorster toen eigenaar was. In 1659[2], 1667 en 1672[3] huurt ene Louis Rombauts het pand, huurwaarde 50 gulden.

 

Op 12 augustus 1665 verkopen de erfgenamen Vorster het huis aan de schoenmaker Anthony Wickaert (zie Schilt van Coelen)[4]. Deze verhuurt in 1682 en 1689 voor 48 gulden aan de weduwe Pots[5]. Om een rente van 87 gul­den 15 stui­vers per jaar (1404 gulden) af te betalen verkoopt Wickaert, als weduwnaar van Catharina Middeleer, het huis aan de kinde­ren van Jacobus Blommaert volgens een akte d.d. 17 april 1694[6].  Bewoners zijn in de periode tot 1708 Anthoni Wembers, Jan de Cock en Anna Schryvers[7].  In naam van zijn broer Jacobus die in Parijs ver­blijft transporteeert Francisco Blommaert, koopman, het huis op 7 december 1716 aan zijn zuster Maria Anna die dezelf­de dag voor 950 gulden verkoopt aan Carel Nes en Anna vande Capelle die een hypotheek nemen voor 25 gulden per jaar[8]. Carel Nes, of Neel, hertrouwde later met Anna Maria Bunel die aldus na zijn dood op 24 augustus 1752 in het bezit van het huis komt[9]. Huurders in 1754 zijn de garentwijnder en winkelier Petrus Jacobus Passée, zijn vrouw, hun zoon van vier jaar en hun twee dochtertjes van resp. 3 en 6 jaar die er met één dienstmeisje wonen[10].

 

Na de dood van Anna Maria Bunel wordt de Gulden Keersvorm op 25 augustus 1766 verkocht voor 700 gulden aan de koopman Guilielmus Backelé en Catharina Roemans die meteen hypotheke­ren voor 600 gulden. Goed één jaar later, op 30 november 1767 verkopen ze het al voor 865 gulden aan Joannes Franciscus Somers en Anna Catharina Schillemans[11].  In 1796 wordt het door Somers verhuurd aan Pierre Kivit, kleermaker, 36 jaar, en gehuwd met de kantwerkster Anne Verelst, 26 jaar.  Waarde: 1100 gulden[12].

 

In 1898 was er een uurwerkwinkel in het pand gevestigd[13].

                                                                            

 


 

[1] SAA, SR 499, f° 435 r° - 436 r°.

[2] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefo­lieerd.

[3] SAA, R 2503 : Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier kapitein Wans, nr. 57.

[4] SAA, SR 792, f° 193 r° - 194 r°.

[5] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 57 r°, nr. 56.

[6] SAA, SR 964, f° 47 r° - 48 v°.

[7] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, derde wijk, 2de kapitein, nr. 56; GA 4832, f° 136 r°, nr. 56.

[8] SAA, SR 1050, f° 209 v° - 211 r°; f° 220 v° - 222 r°.

[9] SAA, SR 1179, f° 246 v° - 248 v°.

[10] SAA, PK 2561: Volkstelling 1755 Ie - 4e wijk, p. 445, nr. 49.

[11] SAA, SR 1227, f° 72 r° - 73 r°; SR 1232, f° 315 r° - 316 r°.

[12] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2259.

[13] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 5).